ECLI:NL:RBAMS:2026:4948

ECLI:NL:RBAMS:2026:4948

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-05-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer C/13/783100 / FA RK 26-1083
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Gezamenlijk gezag bepaald en zorgregeling.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/783100 / FA RK 26-1083 (HH/WvL)

Beschikking van 15 mei 2026 betreffende gezag en zorgregeling

in de zaak van:

[de man] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

hierna te noemen de man,

advocaat mr. R.G.E. de Vries te Amsterdam,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

hierna te noemen de vrouw.

1. De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de man met producties van 9 februari 2026.

De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026.

Gehoord zijn:

- de man bijgestaan door zijn advocaat,

- de vrouw.

2. De feiten

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad van augustus 2018 tot september 2021, welke relatie is beëindigd.

Uit deze relatie is geboren:

[minderjarige],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022.

Deze minderjarige is erkend door de man. De vrouw is belast met het ouderlijk gezag. [minderjarige] woont bij de vrouw.

3. Het verzoek en het verweer

De man verzoekt een regeling te treffen inzake de omgang met [minderjarige] , te weten om de ene week van maandag na school tot zondag 19.00 uur. De man zal [minderjarige] op voornoemde tijdstippen afhalen en ook terugbrengen. Tevens wenst de man een gepaste regeling met [minderjarige] gedurende de feest- en vakantiedagen en gedurende de verjaardagen van de man. Voorts verzoekt de man te bepalen dat het éénhoofdig ouderlijk gezag van de vrouw over [minderjarige] wordt gewijzigd in het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige] .

4. De standpunten

de man

Er is nog steeds geen vaste omgangsregeling getroffen. De man is gehouden aan de grillen van de vrouw en heeft slechts contact met [minderjarige] wanneer het de vrouw uitkomt. De vrouw wil niet meewerken aan een vaste regeling. Het is in het belang van [minderjarige] dat zijn band met de man niet wordt verbroken. Voor een reis naar Aruba van 22 december 2025 tot en met 13 februari 2026 van de man, zijn huidige partner en [minderjarige] had de vrouw aanvankelijk toestemming verleend. Zonder enige toelichting of motivatie heeft de vrouw die toestemming ingetrokken, en dit heeft geleid tot enorme paniek bij hem dat dit voor [minderjarige] een enorme teleurstelling zou zijn. Na tussenkomst van de advocaat van de man, heeft de vrouw alsnog toestemming verleend. De man is voorts van mening dat tussen partijen een gezonde volwassenen relatie bestaat waarbij gezamenlijk gezag is geïndiceerd. Over de verzorging en opvoeding van [minderjarige] zijn in samenspraak structurele oplossingen mogelijk. De communicatie tussen partijen is goed. Er is geen gegronde vrees dat de belangen van [minderjarige] zullen worden verwaarloosd.

Bij de mondelinge behandeling is door de vader verklaard dat hij door het ontbreken van gezamenlijk gezag ook tegen praktische problemen aanloopt.

de vrouw

De vrouw heeft verklaard dat [minderjarige] binnenkort naar school gaat in [plaats] . Welke school dat is, is nog niet bekend. Na de meivakantie hoort zij of hij welllicht naar speciaal onderwijs moet. Op dit moment gaat [minderjarige] nog naar de kinderopvang, maar als hij naar school gaat verandert dat ook. Partijen hebben onderling omgang afgesproken. Die regeling loopt al vanaf vorig jaar. De vakanties worden in onderling overleg bij helfte verdeeld. De vrouw is tevreden met hoe de huidige omgang loopt. Zij is op termijn niet tegen het voorstel van de man, maar er zijn nu veel wijzigingen voor [minderjarige] , dus voor nu is het te vroeg. De man moet afspraken dan wel consistent nakomen. De vrouw werkt ook en betaalt alle kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . De vrouw kan zich vinden in het verzoek van de man betreffende het gezamenlijk gezag.

5. De beoordeling

Ingevolge artikel 1:253 c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezamenlijk gezag met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk met het gezag te belasten. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met het gezamenlijk gezag niet instemt wordt het verzoek slechts afgewezen indien:

a. a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of

b) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De vrouw heeft bij de mondelinge behandeling ingestemd met het gezamenlijk ouderlijk gezag. De rechtbank acht geen contra-indicaties aanwezig voor gezamenlijk gezag zoals genoemd in artikel 1:253c tweede lid BW en hiervoor beschreven. Het is de rechtbank voorts niet gebleken dat partijen niet in staat zijn in onderling overleg beslissingen over [minderjarige] te nemen en evenmin is gebleken dat afwijzing van het verzoek van de man om een andere reden in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. Het verzoek van de man tot het gezamenlijk uitoefenen van het gezag met de vrouw wordt dan ook toegewezen.

De huidige in onderling overleg afgesproken omgang verloopt goed. [minderjarige] gaat dit jaar naar school en zal dan ook naar een andere BSO gaan, waardoor er veel voor hem veranderd. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat de huidige regeling nu niet verandert. Als [minderjarige] wat ouder is kunnen partijen in overleg nog de zorgregeling uitbreiden of – als zij daar samen niet uitkomen - de rechtbank verzoeken een aangepaste regeling vast te leggen. Dit betekent dat het verzoek van de man betreffende de zorgregeling niet kan worden toegewezen. Omdat beide partijen graag zien dat een zorgregeling wordt vastgelegd zal de rechtbank de huidige regeling als het mindere van de gevraagde regeling toewijzen.

Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.

6. De beslissing

De rechtbank:

- bepaalt dat voortaan aan de man en de vrouw gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige:

[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022;

- draagt de griffier op om aantekening van deze beslissing te (laten) maken in het gezagsregister;

- stelt als zorgregeling vast dat [minderjarige] bij de man verblijft eenmaal in de twee weken van woensdag 18.00 uur tot zaterdag 18.00 uur, waarbij de man haalt en brengt en voorts de helft van de vakanties in onderling overleg af te stemmen;

- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. H.C. Hoogeveen, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. E. Dinjens in tegenwoordigheid van mr. W.C. van Lavieren, griffier, op 15 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. W.C. van Lavieren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand