ECLI:NL:RBAMS:2026:496

ECLI:NL:RBAMS:2026:496, Rechtbank Amsterdam, 07-01-2026, C/13/766674 / HA ZA 25-878

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 07-01-2026
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer C/13/766674 / HA ZA 25-878
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Toewijzing vordering

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/766674 / HA ZA 25-878

Vonnis van 7 januari 2026

in de zaak van

MAZ CONSULTING B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Maz Consulting,

advocaat: mr. M.J. Draaisma,

tegen

DELTAQUAD B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: DeltaQuad,

advocaat: mr. L.F.A. van Zielst.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van Maz Consulting van 17 maart 2025, met producties,

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie van 11 juni 2025, met producties,

- de conclusie van antwoord in reconventie van 23 juli 2025,

- het tussenvonnis van 20 augustus 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 november 2025, met de daarin genoemde stukken.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen hebben in maart 2024 mondeling een overeenkomst gesloten op basis waarvan Maz Consulting werkzaamheden verrichtte voor DeltaQuad in het kader van strategie-executie. Maz Consulting had daarbij toegang tot de digitale systemen van DeltaQuad.

Op 6 maart 2024 is Maz Consulting in de persoon van [naam 1] gestart met het uitvoeren van de werkzaamheden.

DeltaQuad en Maz Consulting hebben op 15 april 2024 met elkaar gesproken over een successfee. Op 18 april 2024 heeft Maz Consulting vervolgens per e-mail onder meer aan DeltaQuad laten weten dat zij het fijn vindt dat de successfee van € 180.000,00 is geaccordeerd. DeltaQuad heeft niet op deze e-mail gereageerd.

In een tussentijdse evaluatie op 22 juli 2024 zijn partijen met elkaar overeengekomen dat de overeenkomst op dezelfde voorwaarden zou worden verlengd tot en met december 2024.

Op 10 december 2024 heeft Maz Consulting – voor zover hier relevant – het volgende per e-mail aan DeltaQuad laten weten:

“ (…) Ik ben momenteel een uitgebreide evaluatie van het Strategie Executie proces en opgeleverde projecten aan het opstellen, als basis voor het overeenkomen van mijn success fee. (…)”

Op 16 december 2024 heeft een overleg tussen partijen plaatsgevonden. Tijdens dit overleg heeft Maz Consulting een presentatie gehouden, die onder meer ging over de door haar gerealiseerde waarde voor DeltaQuad.

Vervolgens heeft DeltaQuad op 19 december 2024 aan Maz Consulting meegedeeld dat de overeenkomst niet zou worden verlengd. Na dit gesprek heeft DeltaQuad een (interne) e-mail aan haar medewerkers gestuurd, waarin – voor zover hier relevant – het volgende is vermeld:

“(…) After careful analysis, it has been established that both [naam 1] and [naam 2] permanently deleted business-critical files of significant value and urgency. These files were recently created and contained crucial input for our ongoing projects and daily operations. This action goes against the values and guidelines of our organization. We have taken immediate steps to minimize the impact of this action. [naam 1] and [naam 2] are no longer associated with our organization, and we are actively working on recovering the lost data and processes. (…)”

Diezelfde dag heeft Maz Consulting een factuur voor een succesfee ter hoogte van € 180.000,00 (exclusief btw) en een factuur voor haar werkzaamheden in december 2024 ter hoogte van € 11.539,00 (exclusief btw) aan DeltaQuad gestuurd.

Op 20 december 2024 heeft Maz Consulting – voor zover hier relevant – het volgende per e-mail aan DeltaQuad laten weten:

“ (…) Zoals ook maandag en gister benoemd, was dit slechts mijn poging de totale gerealiseerde waarde te kwantificeren als basis voor het samen bepalen van een passende success fee, aangezien halverwege mijn opdracht er ten opzichte van mijn oorspronkelijke opdracht een extra pakket aan initiatieven door mij is aangestuurd en gerealiseerd. Hier hebben we nooit goede afspraken over gemaakt en dit heb je afgelopen maandag ook erkend.(…)”

3. Het geschil

In conventie

Maz Consulting vordert – samengevat – dat de rechtbank voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. DeltaQuad veroordeelt tot betaling van € 11.539,00 (exclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente,

II. DeltaQuad veroordeelt tot betaling van € 180.000,00 (exclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente,

III. DeltaQuad veroordeelt tot betaling van € 350.000,00 (exclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente,

IV. DeltaQuad veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 4.482,70 (exclusief btw),

V. DeltaQuad beveelt om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis een rectificatie te versturen aan al haar werknemers via het e-mailadres [e-mailadres] , met daarin de volgende tekst:

“ Op 19 december 2024 hebben wij per e-mail van 13.50 uur onjuiste informatie verstrekt over [naam 1] (werkzaam bij Maz Consulting B.V.). Wij erkennen dat hij geen (cruciale) bedrijfsdocumenten heeft verwijderd en bieden onze oprechte excuses aan voor dit bericht en de ontstane schade.”

VI. DeltaQuad veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 per iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de onder V. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 150.000,00 is bereikt,

VII. DeltaQuad veroordeelt in de proceskosten.

Maz Consulting legt aan haar vorderingen ten grondslag dat partijen een overeenkomst hebben gesloten op basis waarvan Maz Consulting werkzaamheden op het gebied van strategie-executie uitvoerde voor DeltaQuad. Maz Consulting vordert in deze procedure onder meer nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen, te weten de nog niet betaalde managementfee over de maand december 2024 en de successfee. Verder stelt Maz Consulting dat zij schade heeft geleden omdat DeltaQuad de overeenkomst vervroegd heeft beëindigd. Die schade moet DeltaQuad aan haar vergoeden. Ten slotte heeft Maz Consulting aangevoerd dat DeltaQuad onrechtmatig heeft gehandeld door haar ten onrechte te beschuldigen van het verwijderen van bedrijfsdocumenten, waardoor haar reputatie en goede naam ernstig is geschaad. DeltaQuad moet daarom overgaan tot rectificatie.

DeltaQuad voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Maz Consulting, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Maz Consulting, althans tot verrekening van deze vorderingen met de door DeltaQuad geleden schade als gevolg van het handelen van Maz Consulting, met veroordeling van Maz Consulting in de kosten van deze procedure.

DeltaQuad voert daartoe kortgezegd aan dat partijen nooit overeenstemming hebben bereikt over de hoogte van de successfee en de voorwaarden waaronder Maz Consulting daar aanspraak op zou kunnen maken. Ook over het verlengen van de overeenkomst hebben partijen geen afspraken gemaakt. Ten aanzien van de managementfee stelt DeltaQuad dat zij die niet hoeft te betalen omdat die niet gespecificeerd en onjuist is. Daarnaast mocht DeltaQuad haar verplichtingen ten aanzien van het betalen van de managementfee opschorten in verband met het wanpresteren/onrechtmatig handelen van Maz Consulting. Aangezien daar schade door is ontstaan, kan DeltaQuad de managementfee zo nodig met die schade verrekenen (zie eis in reconventie). Ten slotte voert DeltaQuad aan dat zij ook niet tot rectificatie verplicht is, nu haar e-mail van 19 december 2024 geen onjuiste of schadelijke uitlatingen bevat.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

In reconventie

DeltaQuad vordert – samengevat – dat de rechtbank, voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. Maz Consulting veroordeelt tot betaling van € 9.856,54 exclusief btw aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en te verminderen met het bedrag dat is verrekend met een in conventie vastgestelde betalingsverplichting van DeltaQuad aan Maz Consulting;

II. Maz Consulting gebiedt om binnen 14 dagen na dit vonnis een onderbouwde en verifieerbare lijst te verstrekken aan DeltaQuad, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Maz Consulting daarmee in gebreke blijft;

III. Maz Consulting na dit vonnis verbiedt om de verwijderde documenten van DeltaQuad te gebruiken en/of met derden te delen, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Maz Consulting daarmee in gebreke blijft;

IV. Maz Consulting gebiedt om binnen 14 dagen na dit vonnis de verwijderde documenten te herstellen, terug te geven aan DeltaQuad en daarna te

vernietigen en hiervan bewijs aan DeltaQuad te verstrekken, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Maz Consulting daarmee in gebreke blijft;

V. Maz Consulting veroordeelt in de proceskosten.

DeltaQuad legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Maz Consulting onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) althans heeft gewanpresteerd in de zin van artikel 6:74 BW door verschillende cruciale bedrijfsdocumenten permanent te verwijderen. De schade die DeltaQuad daardoor heeft geleden moet Maz Consulting aan haar vergoeden. Nu DeltaQuad slechts beperkt de mogelijkheid heeft om de volledige handelingen van Maz Consulting te traceren, verzoekt zij de rechtbank om Maz Consulting op grond van artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te gebieden een lijst te verstrekken van alle verwijderde documenten. Tot slot stelt DeltaQuad dat de door Maz Consulting verwijderde documenten kwalificeren als bedrijfsgeheimen in de zin van artikel 1 van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbbg) en dat Maz Consulting daarom op grond van artikel 6 Wbbg de verwijderde documenten moet herstellen, teruggeven aan DeltaQuad, vernietigen en haar moet worden verboden om de documenten met derden te delen.

Maz Consulting voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen in reconventie, met veroordeling van DeltaQuad in de proceskosten.

Maz Consulting voert daartoe aan dat de verwijderde documenten cruciale documenten, noch bedrijfsgeheimen in de zin van artikel 1 Wbbg zijn. Daarnaast heeft DeltaQuad Maz Consulting niet in de gelegenheid gesteld om toe te lichten hoe en welke bestanden zij heeft verwijderd. Had zij dat wel gedaan, dan had deze schade (waarvan Maz Consulting tevens de hoogte betwist) voorkomen kunnen worden. Tot slot stelt Maz Consulting dat zij geen toegang (meer) heeft tot het systeem van Deltaquad en de documenten dus niet kan teruggeven, verwijderen, openbaar maken of met derden kan delen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In conventie

De managementfee

Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten, op basis waarvan Maz Consulting werkzaamheden verrichtte voor DeltaQuad in het kader van strategie-executie. Voor die werkzaamheden betaalde DeltaQuad een managementfee. Tussen partijen is niet in geschil dat die managementfee neerkwam op een dagtarief van € 692,20 exclusief btw.

Maz Consulting vordert in deze procedure onder meer een managementfee voor de in december 2024 verrichte werkzaamheden. Ter onderbouwing van die werkzaamheden heeft Maz Consulting een urenspecificatie overgelegd. DeltaQuad betwist dat Maz Consulting op basis van de gemaakte afspraken ook in het weekend gewerkte uren in rekening kon brengen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Maz Consulting toegelicht dat de werkzaamheden die in december 2024 in het weekend zijn verricht, zagen op een nieuw project en op de voorbereiding van een belangrijke evaluatie-meeting. Bovendien heeft Maz Consulting verklaard dat zij vanaf het moment dat partijen met elkaar samenwerkten, de buiten kantooruren gewerkte uren in rekening bracht en DeltaQuad voor die uren betaalde. DeltaQuad betwist dit, maar onderbouwt dit verder niet. Daar komt nog bij dat DeltaQuad tijdens de zitting heeft verklaard dat zij nooit specificaties van de door Maz Consulting opgemaakte facturen heeft opgevraagd. Dit leidt tot de conclusie dat DeltaQuad tegenover de uitleg van Maz Consulting onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat Maz Consulting ook in het weekend verrichte werkzaamheden in rekening mocht brengen. Dat geldt ook voor het door DeltaQuad weersproken aantal uren dat Maz Consulting voor haar werkzaamheden op 2, 4 en 16 december 2024 in rekening heeft gebracht. DeltaQuad heeft immers nagelaten toe te lichten of te onderbouwen waarom zij voor die werkzaamheden geen betaling verschuldigd zou zijn. De door Maz Consulting in rekening gebrachte uren van 6 december 2024 heeft DeltaQuad daarentegen wel gemotiveerd betwist. Zij stelt dat Maz Consulting op 6 december 2024 slechts twee uur heeft gewerkt in plaats van een hele dag, wat door Maz Consulting wordt erkend. Gemotiveerd betwist zijn ook de werkzaamheden van 19 december 2024, waar volgens DeltaQuad in plaats van een halve dag werk slechts een gesprek van een half uur heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de werkzaamheden die op 6 en 19 december 2024 zijn verricht tezamen het in rekening brengen van een kwart dag werk.

Dit alles maakt dat is komen vast te staan dat Maz Consulting in december 2024 veertien dagen heeft gewerkt. Uitgangspunt is dat voor verrichte werkzaamheden moet worden betaald. Uitgaande van het dagtarief, komt de door DeltaQuad te betalen managementfee voor december 2024 neer op een bedrag van € 9.690,80 exclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW vanaf de vervaldatum van de factuur (3 januari 2025).

De successfee

Een van de grootste geschilpunten in deze zaak betreft de vraag of DeltaQuad gehouden is om Maz Consulting een successfee ter hoogte van € 180.000,00 te betalen. Niet in geschil is dat DeltaQuad en Maz Consulting op enig moment hebben gesproken over een successfee van € 180.000,00. Wat partijen hier verdeeld houdt, is of overeenstemming is bereikt over de voorwaarden op basis waarvan Maz Consulting aanspraak kon maken op die successfee. Maz Consulting stelt zich op het standpunt dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat de uitkering van de successfee afhankelijk was van de door Maz Consulting te behalen doelen. Nu Maz Consulting die doelen (ruimschoots) heeft behaald, kan zij aanspraak maken op de successfee. DeltaQuad betwist dit en voert daartoe aan dat de successfee gekoppeld was aan het bereiken van succes, oftewel: een (door haar) minimaal te behalen omzet of winst. Dat succes heeft Maz Consulting niet bereikt. Sterker nog, DeltaQuad stelt zelfs verlies te hebben geleden sinds Maz Consulting bij haar aan boord kwam. Daarom is DeltaQuad geen successfee aan Maz Consulting verschuldigd, aldus DeltaQuad.

Uit de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat in beginsel op een partij de stelplicht (en bewijslast) rust van de feiten of rechten waarvan zij de materieelrechtelijke rechtsgevolgen inroept. Het is in dit geval dus aan Maz Consulting om voldoende gemotiveerd te stellen en (bij betwisting) te bewijzen dat en waarom zij recht heeft op de successfee. Dat heeft Maz Consulting niet voldoende gedaan. Uit de e-mail van 18 april 2024 kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden opgemaakt dat DeltaQuad heeft ingestemd met een successfee onder de door Maz Consulting gestelde voorwaarden. Dit te meer nu dit een e-mail van Maz Consulting aan DeltaQuad betreft waar DeltaQuad niet op heeft gereageerd en in die e-mail niet over voorwaarden wordt gesproken. Bovendien hebben partijen in december 2024 meermaals mailcontact gehad, waaruit valt af te leiden dat op dat moment nog geen overeenstemming over de (voorwaarden voor de) successfee was bereikt. Maz Consulting heeft onvoldoende onderbouwd dat partijen hierna alsnog afspraken over de successfee hebben gemaakt. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat DeltaQuad een successfee aan Maz Consulting verschuldigd is. In hoeverre Maz Consulting de volgens haar overeengekomen doelen heeft behaald, behoeft daarmee geen verdere bespreking. De vordering van Maz Consulting ten aanzien van de successfee zal dus worden afgewezen.

Het niet verlengen van de overeenkomst

Maz Consulting stelt dat partijen zijn overeengekomen dat de overeenkomst met twee jaar zou worden verlengd. Doordat DeltaQuad de overeenkomst voortijdig heeft beëindigd, stelt Maz Consulting schade te hebben geleden. Die schade begroot zij op € 350.000,00. DeltaQuad betwist dat partijen een dergelijke afspraak hebben gemaakt. Bovendien kon DeltaQuad op grond van artikel 7:408 lid 1 BW de samenwerking te allen tijde opzeggen, aldus DeltaQuad.

Ook hiervoor geldt dat het aan Maz Consulting is om voldoende gemotiveerd te stellen en (bij betwisting) te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat de overeenkomst zou worden verlengd (zie 4.5.). Daar is Maz Consulting niet in geslaagd. De stelling van Maz Consulting dat haar managementfee wél in het budgetoverzicht voor 2025 was opgenomen, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om vast te stellen dat partijen overeenstemming hebben bereikt over het verlengen van de overeenkomst. DeltaQuad heeft namelijk verklaard dat het budget weliswaar is opgesteld door haar financial controller, maar nooit is goedgekeurd door de directie. Dat de intentie van partijen overigens aanvankelijk was om samen de eindstreep te halen, maakt nog niet dat DeltaQuad daarmee de verplichting op zich heeft genomen om de overeenkomst met Maz Consulting te verlengen. Nu niet is komen vast te staan dat partijen hebben afgesproken dat de overeenkomst zou worden verlengd, hoeft DeltaQuad Maz Consulting geen schadevergoeding te betalen. Ook die vordering zal dus worden afgewezen.

De rectificatie

Maz Consulting vordert dat DeltaQuad wordt veroordeeld tot rectificatie van haar e-mail van 19 december 2024. Vanwege de verwevenheid met de eis in reconventie, zal deze vordering na de beoordeling in reconventie worden besproken.

In reconventie

Het verwijderen van documenten

DeltaQuad baseert haar vorderingen in reconventie op de stelling dat Maz Consulting onrechtmatig heeft gehandeld, althans dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat Maz Consulting cruciale bedrijfsdocumenten van DeltaQuad (permanent) heeft verwijderd. Maz Consulting erkent dat er in het kader van opschoning en ordening bedrijfsdocumenten zijn verwijderd, maar betwist dat die documenten cruciaal zijn. Volgens Maz Consulting gaat het enkel om concepten, waarvan een deel nog kan worden teruggeven aan DeltaQuad. DeltaQuad heeft Maz Consulting daar alleen nooit de kans voor gegeven, aldus Maz Consulting.

DeltaQuad en Maz Consulting hebben een overeenkomst van opdracht gesloten. Maz Consulting dient bij het uitvoeren van haar werkzaamheden op grond van 7:401 BW de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen. Voldoet Maz Consulting niet aan die verplichting, dan kan dat – zoals DeltaQuad terecht stelt – een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst opleveren of onrechtmatig zijn. Het permanent verwijderen van cruciale bedrijfsinformatie getuigt naar het oordeel van de rechtbank niet van goed opdrachtnemerschap. Partijen houdt echter verdeeld of de door Maz Consulting verwijderde documenten wel cruciale bedrijfsinformatie bevatten waarover DeltaQuad door de verwijdering niet meer kan beschikken. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft DeltaQuad een lijst met een overzicht van documenten die Maz Consulting zou hebben verwijderd in het geding gebracht. Zij heeft daarbij in algemene termen toegelicht dat alle documenten op die lijst cruciaal zijn voor de bedrijfsvoering van DeltaQuad en vertrouwelijke, concurrentie- en bedrijfsgevoelige informatie bevatten, maar heeft dit alleen ten aanzien van een viertal documenten meer concreet gemaakt. De rechtbank zal die vier documenten hierna achtereenvolgens bespreken. Tussen partijen is niet in geschil dat Maz Consulting de documenten heeft verwijderd.

20240624 Supply Chain Redundancy.pptx

DeltaQuad stelt dat dit document projectdetails bevat van afdeling operations, waarin de planning van een langdurig project was opgenomen. Maz Consulting stelt daartegenover dat dit document niet relevant is, nu de heer [naam 3] – een werknemer van DeltaQuad – nadien een uitgebreider en beveiligd rapport heeft gepresenteerd, waarin de inhoud van de eerdere versie is geïntegreerd. Over dit meer uitgebreide rapport beschikt DeltaQuad volgens Maz Consulting nog. Tegenover die gemotiveerde betwisting had het op de weg van DeltaQuad gelegen om te onderbouwen dat zij niet meer over die informatie beschikt. Dit heeft zij niet gedaan. Dat leidt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat dit document cruciale bedrijfsinformatie bevat, waarover DeltaQuad door de verwijdering van Maz Consulting niet meer kan beschikken.

20240830 Concept Strategy Execution Map.pdf

DeltaQuad stelt dat dit document in feite de basis was voor de hele strategie van DeltaQuad voor 2024, waarvan geen nieuwe versie meer beschikbaar is. Maz Consulting betwist dit en voert daartoe aan dat dit document zowel fysiek als digitaal bij DeltaQuad beschikbaar is en geen inhoudelijke strategieën bevat. DeltaQuad stelt niet te beschikken over een digitale versie van de meest recente versie van dit document en onderbouwt dit met een verklaring van de heer Bruin. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit deze verklaring niet worden afgeleid dat de meest recente versie van dit document alleen nog op de laptop van Maz Consulting beschikbaar is. Dit te meer nu DeltaQuad tijdens de mondelinge behandeling heeft erkend dat er ook een versie van de Strategy Execution Map binnen de organisatie aan de muur hangt, maar dat zij alleen niet meer kan achterhalen om welke versie dat gaat. Daarnaast heeft DeltaQuad haar stelling dat dit document cruciale informatie bevat over de commerciële- en marketingstrategie van DeltaQuad als ook over de focus op defensie niet met stukken onderbouwd. Dit maakt dat niet is komen vast te staan dat de Concept Strategy Execution Map cruciale bedrijfsinformatie bevat, waarover DeltaQuad door de verwijdering van Maz Consulting niet meer kan beschikken.

20240729 Review SE deliverables.pdf

DeltaQuad stelt dat dit document de voortgang van de strategie-executie projecten met ondersteuning van de strategie-executie van juli 2024 bevat en dat daarin daarnaast is opgenomen wat de benodigde deliverables waren. Maz Consulting heeft toegelicht dat het hier gaat om een verouderd document, dat is geïntegreerd in het totaaloverzicht dat Maz Consulting in december 2024 met DeltaQuad heeft gedeeld. DeltaQuad betwist dat dit document identiek is aan het document dat Maz Consulting met haar heeft gedeeld, maar onderbouwt die stelling verder niet. Daarmee is ten aanzien van dit document niet komen vast te staan dat het cruciale bedrijfsinformatie bevat waarover DeltaQuad niet meer kan beschikken.

20241213 Concept SE MT.pptx

Ten slotte stelt DeltaQuad dat dit document de basis was voor elke strategische meeting. Daarin was volgens haar ook het overzicht en de voortgang van de strategie-executie projecten opgenomen. Maz Consulting stelt daarop dat dit document tweewekelijks werd bijgewerkt en dit een oude versie betreft. De nieuwe, meer uitgebreide versie, is volgens Maz Consluting in bezit van DeltaQuad. Tegenover die betwisting heeft DeltaQuad haar verwijt onvoldoende onderbouwd. Dat had wel op haar weg gelegen. Dat maakt dat ook ten aanzien van dit document niet is komen vast te staan dat het cruciale bedrijfsinformatie bevat waarover DeltaQuad niet meer kan beschikken.

Samenvattend is voor wat betreft de hiervoor genoemde documenten niet komen vast te staan dat die cruciale bedrijfsinformatie bevatten waarover DeltaQuad niet meer kan beschikken. Dat geldt ook voor de andere documenten op de door DeltaQuad overgelegde lijst, nu uit die lijst niet is op te maken in hoeverre de daarin opgenomen documenten cruciaal zijn. Weliswaar heeft DeltaQuad aangeboden om zo nodig met behulp van een deskundige te bewijzen hoe de lijst met documenten tot stand is gekomen, maar daarmee is nog niet aangetoond dat die documenten cruciale bedrijfsinformatie bevatten en dat die informatie niet op andere wijze nog ter beschikking staat van DeltaQuad. Dat bewijsaanbod wordt dus gepasseerd. Dit leidt tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming of een onrechtmatig handelen aan de zijde van Maz Consulting. De daarop gebaseerde vordering tot betaling van schadevergoeding zal dus worden afgewezen. DeltaQuad kan daarmee dus ook (in conventie) geen beroep doen op verrekening.

Het verstrekken van een lijst op grond van artikel 22 Rv

DeltaQuad vordert Maz Consulting te gebieden een lijst te verstrekken van alle documenten, bestanden, data en e-mails die zij heeft verwijderd en verzoekt de rechtbank daarbij gebruik te maken van haar in artikel 22 Rv neergelegde bevoegdheid.

Artikel 22 Rv geeft de rechtbank een discretionaire bevoegdheid om partijen te bevelen bepaalde stellingen toe te lichten of bescheiden over te leggen. Partijen kunnen aan deze bepaling niet ten opzichte van elkaar een vorderingsrecht ontlenen. In onderhavig geval ziet de rechtbank geen aanleiding om van die bevoegdheid gebruik te maken. De rechtbank acht het namelijk aannemelijk dat Maz Consulting aan een dergelijk bevel niet kan voldoen, nu DeltaQuad haar de toegang tot haar systemen heeft ontzegd. De vordering van DeltaQuad tot het verstrekken van een lijst met documenten zal dus worden afgewezen.

Bedrijfsgeheimen in de zin van de Wbbg

Tot slot verzoekt DeltaQuad om Maz Consulting op grond van artikel 6 Wbbg te verbieden nog documenten van DeltaQuad te gebruiken en met derden te delen en Maz Consulting daarnaast te gebieden de verwijderde documenten te herstellen, terug te geven aan DeltaQuad, te vernietigen en hiervan bewijs aan DeltaQuad te verstrekken. DeltaQuad baseert haar vorderingen op de stelling dat de verwijderde documenten bedrijfsgeheimen zijn in de zin artikel 1 Wbbg. Maz Consulting betwist dit, en voert daartoe onder meer aan dat partijen nooit een geheimhoudingsbeding hebben getekend en dat de bestanden niet waren beveiligd.

Op grond van artikel 1 van de Wbbg wordt onder een bedrijfsgeheim informatie verstaan die aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden voldoet. Een van die voorwaarden is dat er redelijke maatregelen moeten zijn genomen om de informatie geheim te houden. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat daar in onderhavig geval aan is voldaan. Partijen hebben de geheimhouding per slot van rekening niet expliciet vastgelegd. Zij zijn geen geheimhoudingsbeding overeengekomen. Dat had wel voor de hand gelegen, zeker als het gaat om dermate gevoelige informatie. De enkele stelling dat Defensie een van de klanten van DeltaQuad is, maakt nog niet dat alle documenten als bedrijfsgeheim moeten kwalificeren. DeltaQuad heeft niet onderbouwd waarom dat anders zou zijn. Nu niet kan worden vastgesteld dat aan alle voorwaarden uit artikel 1 Wbbg is voldaan, zullen de daarop gebaseerde vorderingen van DeltaQuad worden afgewezen.

Proceskosten

DeltaQuad is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in reconventie betalen. De proceskosten van Maz Consulting worden tot dit vonnis begroot op € 614,00 (2 punten, tarief II, factor 0,5).

Verder in conventie

De rectificatie

Maz Consulting stelt dat DeltaQuad onrechtmatig heeft gehandeld door haar ten onrechte te beschuldigen van het verwijderen van cruciale bedrijfsdocumenten. Op grond daarvan vordert zij dat DeltaQuad wordt bevolen om over te gaan tot rectificatie, onder last van een dwangsom. DeltaQuad betwist dat er sprake is van onrechtmatig handelen, nu de uitlatingen in haar e-mail van 19 december 2024 op waarheid berusten. Daar voegt DeltaQuad nog aan toe dat zij recht en belang heeft bij het informeren van haar werknemers over de oorzaak van de onrust op de werkvloer.

Uit het oordeel in reconventie volgt dat niet is komen vast te staan dat Maz Consulting permanent cruciale bedrijfsinformatie heeft verwijderd. Op dat punt is de e-mail van 19 december 2024 dus onjuist. Dat geldt ook voor de mededeling dat Maz Consulting recent tot stand gekomen documenten zou hebben verwijderd. Uit het overzicht dat DeltaQuad zelf in het geding heeft gebracht, blijkt dat het juist gaat om documenten die gedurende de periode van juni 2024 tot december 2024 zijn opgesteld. Verder heeft DeltaQuad in de e-mail vermeld dat zij na een zorgvuldige analyse tot haar conclusie is gekomen. DeltaQuad heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat die zorgvuldige analyse enkel ziet op onderzoek dat DeltaQuad zelf heeft verricht. De zienswijze van Maz Consulting op het verwijderen van documenten is daarbij niet betrokken. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee niet gebleken van een zorgvuldige analyse. Ook op dat punt is de e-mail van DeltaQuad dus onjuist. Maz Consulting heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht in hoeverre de e-mail een negatief effect heeft gehad op haar goede naam. Zij heeft daartoe onder meer verklaard dat in periode dat zij werkzaamheden verrichtte voor DeltaQuad, ook zzp’ers uit het netwerk van Maz Consulting bij DeltaQuad werkzaam waren. Na de e-mail van 19 december 2024 is de werkrelatie tussen Maz Consulting en de zzp’ers niet voortgezet. Maz Consulting heeft sindsdien zelfs niets meer van de zzp’ers gehoord. DeltaQuad heeft dit niet betwist. Dit alles maakt dat de e-mail van DeltaQuad van 16 december 2024 als onrechtmatig is aan te merken in de zin van artikel 6:162 BW. De vordering tot rectificatie zal daarom worden toegewezen, voor zover die ziet op de onjuistheden in het e-mailbericht. De rechtbank acht een termijn van veertien dagen waarbinnen DeltaQuad moet overgaan tot rectificatie redelijk en zal de dwangsom zoals gevorderd toewijzen.

Buitengerechtelijke incassokosten

Maz Consulting vordert buitengerechtelijke incassokosten van € 4.482,70. Deze vordering moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank stelt vast dat Maz Consulting voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief over de toegewezen hoofdsom. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief over de toegewezen hoofdsom, zodat de door DeltaQuad te betalen buitengerechtelijke incassokosten neerkomen op een bedrag van € 859,54.

Proceskosten

De rechtbank ziet aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, gelet op het feit dat beide partijen over en weer op punten gelijk (en ongelijk) hebben gekregen. Partijen dragen dus ieder de eigen kosten.

In conventie en in reconventie

DeltaQuad wordt veroordeeld in € 278,00 aan nakosten, te vermeerderen met de verhoging en de wettelijke rente zoals in de beslissing is bepaald.

5. De beslissing

De rechtbank

In conventie

veroordeelt DeltaQuad om aan Maz Consulting te betalen een bedrag van

€ 9.690,80, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW vanaf 3 januari 2025,

veroordeelt DeltaQuad om binnen veertien dagen na dit vonnis, zonder weglating, toevoegingen of aanpassingen, aan al haar werknemers via het e-mailadres [e-mailadres] de volgende tekst te versturen:

“Op 19 december 2024 hebben wij per e-mail van 13.50 uur onjuiste informatie verstrekt over [naam 1] (werkzaam bij Maz Consulting B.V.). Wij erkennen dat hij geen cruciale bedrijfsdocumenten heeft verwijderd.”

zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat DeltaQuad geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft om de hiervoor gegeven veroordeling te voldoen, met een maximum van € 150.000,00,

veroordeelt DeltaQuad om aan Maz Consulting te betalen een bedrag van € 868,15 aan buitengerechtelijke kosten,

compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

In reconventie

wijst de vorderingen van DeltaQuad af,

veroordeelt DeltaQuad in de proceskosten van € 614,00,

In conventie en in reconventie

veroordeelt DeltaQuad in de nakosten van € 278,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf vijftien dagen na heden,

veroordeelt DeltaQuad, voor het geval zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet, in de extra nakosten van € 92,00, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf vijftien dagen na betekening,

verklaart dit vonnis tot zover – met uitzondering van onderdeel 5.5. – uitvoerbaar bij voorraad,

In conventie

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Groot, rechter, bijgestaan door mr. M.A. van Eerde, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A.M. Groot

Griffier

  • mr. M.A. van Eerde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?