ECLI:NL:RBAMS:2026:4986

ECLI:NL:RBAMS:2026:4986

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer C/13/784064 / JE RK 26-164
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Toewijzing verzoek tot ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/784064 / JE RK 26-164

Datum uitspraak: 31 maart 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Amsterdam,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

Mevr. [de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Dhr. [de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. S. Guman uit Amsterdam,

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam,

hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 februari 2026.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- [persoon 1] namens de Raad;

- [persoon 2] namens de GI.

De moeder is, hoewel daartoe op de juiste manier te zijn opgeroepen, niet verschenen.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft met haar moeder bij haar grootouders aan moederzijde.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad heeft onder verwijzing naar de stukken gepersisteerd bij het verzoek. Er is sprake van een ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] die is gelegen in het gebrek aan omgang met haar vader. Kinderen hebben recht op omgang met hun ouders en het is ook belangrijk voor hun ontwikkeling. Het is niet bekend waarom die omgang niet plaatsvindt. De moeder werkt onvoldoende mee en zij is hier vandaag ook niet op de mondelinge behandeling verschenen. De ondertoezichtstelling wordt verzocht zodat ondersteuning en regie kan plaatsvinden met betrekking tot omgang. Op 23 februari 2022 is een zorgregeling vastgesteld waarin is vastgelegd dat er begeleide omgang zou plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige] . Deze omgang zou moeten bestaan uit een uur per week in februari en maart, begeleid door de moeder of een derde. Elke daaropvolgende maand zou dat met een uur per week uitgebreid worden. Na twee maanden zou de omgang onbegeleid gaan plaatsvinden. Aan de regeling is alleen de eerste paar maanden uitvoering gegeven. Naast zorgen over de omgang met de vader bestaan er zorgen over de cognitieve ontwikkeling van [minderjarige] . De moeder reageert niet of niet volledig op pogingen tot contact vanuit de Raad, zodat de Raad geen zicht heeft op de opvoedsituatie bij de moeder thuis.

De vader heeft zich – ook bij monde van zijn advocaat – op het standpunt gesteld dat het verzoek dient te worden toegewezen. De moeder werkte al kort na het vaststellen van de zorgregeling niet goed mee door afspraken niet na te komen en [minderjarige] niet te brengen. Ondanks dat sprake is van gezamenlijk gezag neemt de moeder alle beslissingen met betrekking tot [minderjarige] . [minderjarige] woont al sinds haar geboorte bij haar grootouders. De vader maakt zich zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] . Zo staat ze niet ingeschreven bij een huisarts. Ook op de schoolgang heeft de vader geen zicht. Het is niet bekend hoe het met zijn dochter gaat.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. De kinderrechter overweegt daartoe dat [minderjarige] geen contact heeft met haar vader terwijl dit wel van groot belang is voor haar ontwikkeling. Ondanks dat in 2022 een zorgregeling is vastgesteld, wordt aan deze regeling geen uitvoering gegeven. De kinderrechter benadrukt dat hieraan zo snel mogelijk uitvoering moet worden gegeven. Tijdens de ondertoezichtstelling dient de GI daarop toe te zien en tevens de beide ouders en [minderjarige] daarin te begeleiden.

Daarnaast geldt dat nauwelijks zicht is op de opvoedomgeving van [minderjarige] , terwijl zorgen bestaan over haar ontwikkeling. Zij staat niet ingeschreven bij de huisarts en er is sprake van een achterstand op cognitief gebied. Tijdens de ondertoezichtstelling kan de GI inzicht krijgen in de opvoedsituatie van [minderjarige] en waar nodig ondersteunen en begeleiden.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de Raad – ondanks verschillende pogingen – niet is gelukt om met de moeder over de ontwikkelingsbedreiging in contact te treden.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van twaalf maanden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 31 maart 2026 tot 31 maart 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. I.M. Nusselder, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T. Bongenaar als griffier, en op schrift gesteld op 21 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T. Bongenaar als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand