RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/783547 / JE RK 26-135
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. M.H. Aalmoes te Amsterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende naast [minderjarige] aan:
Mevr. [de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. C.H. Pentinga uit Amsterdam-Duivendrecht.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader] , hierna te noemen de vader.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 februari 2026.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van de moeder;
de advocaat van [minderjarige] ;
- [persoon 1] namens de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige] uitgenodigd zijn mening toe te lichten in een gesprek. Er heeft geen gesprek plaatsgevonden.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij [zorginstelling] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 januari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 februari 2027.
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI heeft onder verwijzing naar de stukken gepersisteerd bij het verzoek. Naast het civiele kader is nu bij [minderjarige] ook sprake van een strafrechtelijk kader. Hij verblijft in dat kader bij [zorginstelling] en heeft een avondklok. Ook is [persoon 2] betrokken en heeft er een succesvolle intake bij IFA plaatsgevonden. [minderjarige] doet het goed bij [zorginstelling] . Hij stelt zich goed op en is aanspreekbaar. De avondklok ging goed, maar nu iets minder goed.
Het is nodig dat hij voor langere tijd uit huis geplaatst moet blijven. De afgelopen tijd is sprake geweest van escalatie in de conflicten tussen [minderjarige] en de moeder. Daarnaast lijkt het erop dat [minderjarige] een hoge straatschuld heeft, op Snapchat wordt benaderd voor criminele praktijken en regelmatig op voor de GI onbekende plekken verblijft. De GI zoekt naar een plek waar [minderjarige] intensief begeleid wordt en samen met de hulpverlening kan gaan werken aan het wegnemen van zijn ontwikkelingsbedreigingen.
De moeder heeft bij monde van haar advocaat aangegeven achter het verzoek van de GI te staan. De uithuisplaatsing moet wel in het belang zijn van [minderjarige] . Het uitgangspunt van de moeder is dat hij op termijn terugkeert naar huis, de deur staat voor [minderjarige] altijd open.
[persoon 3] heeft verklaard dat [minderjarige] zelf om een enkelband heeft gevraagd en dat hij zelf ook graag verbetering wil. Hij verblijft sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis bij [zorginstelling] . Het is voor [minderjarige] eng om uit huis geplaatst te worden maar het is ook fijn om een vaste plek te hebben om vanuit daar te kunnen bouwen aan zijn ontwikkeling.
5. De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. Het is gelet op de conflicten tussen [minderjarige] en de moeder, het risico op de betrokkenheid van [minderjarige] bij criminaliteit en het weglopen van [minderjarige] op dit moment niet aan de orde om hem terug te laten keren bij de moeder. Een plaatsing in het netwerk is evenmin mogelijk gebleken. Op dit moment verblijft [minderjarige] nog bij [zorginstelling] in een strafrechtelijk kader en daar gaat het goed met hem. Ter voorbereiding op de beëindiging van dat kader is het belangrijk dat de GI op zoek gaat naar een plek waar [minderjarige] voor langere tijd kan verblijven, zodat hij daar hulpverlening kan ontvangen, begeleid kan worden en de stabiliteit, rust en begeleiding kan genieten die hij zo nodig heeft om de ontwikkelingsbedreiging te doen afnemen. Zo kan de positieve lijn die nu wordt ingezet bij [zorginstelling] worden doorgezet.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 31 maart 2026 tot 31 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. I.M. Nusselder, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T. Bongenaar als griffier, en op schrift gesteld op 21 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.