RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummers:
C/13/785356 / JE RK 26-240 (verl. ondertoezichtstelling en verl. macht. uithuisplaatsing);
C/13/785751 / JE RK 26-266 (machtiging gesloten jeugdhulp)
Datum uitspraak: 21 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een machtiging gesloten jeugdhulp.
in de zaak van
de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. M.G.C. van Riet uit Amsterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
De minderjarige [minderjarige]
en
Mevr. [de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. E.K.A. van den Bos uit Amsterdam
en
Dhr. [de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter heeft kennisgenomen van
het verzoekschrift met bijlagen in de zaak met nummer C/13/785356 / JE RK 26-240, ontvangen op 25 maart 2026;
het verzoekschrift met bijlagen in de zaak met nummer C/13/785751 / JE RK 26-266, ontvangen op 2 april 2026.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met haar advocaat;
de moeder met haar advocaat;
de vader;
- [persoon] namens de GI.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Het is onbekend waar [minderjarige] op dit moment feitelijk verblijft.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 mei 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 mei 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 mei 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 november 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 november 2025 een trajectmachtiging verleend om [minderjarige] tot 24 februari 2026 te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp en aansluitend of in de plaats daarvan tot 6 mei 2026 uit huis te plaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 maart 2026 een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 10 april 2026.
3. Het verzoek
In de zaak met nummer C/13/785356 / JE RK 26-240:
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de zaak met nummer C/13/785751 / JE RK 26-266:
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
4. De standpunten
De GI heeft onder verwijzing naar de stukken gepersisteerd bij de verzoeken. [minderjarige] heeft het lange tijd goed gedaan. Toen haar vrijheden werden uitgebreid, ging het weer mis. Er is toen weer een spoedverzoek gedaan om [minderjarige] gesloten te plaatsen welk verzoek is toegewezen. [minderjarige] verblijft op dit moment op een open groep, maar is kort geleden weggelopen. Het is op dit moment niet goed voor [minderjarige] om weer terug te gaan naar haar moeder, omdat ze dan op een later moment weer opgehaald zou kunnen worden van huis, met alle gevolgen van dien. Wel moet er contact plaatsvinden tussen [minderjarige] en haar moeder. Ook moet [minderjarige] vanuit een stabiele en veilige basis therapie ondergaan. Daarom wordt op dit moment gezocht naar een passende, open plek voor [minderjarige] . Er is een plek bij Levvel die geschikt lijkt te zijn. Binnenkort zal er meer duidelijkheid komen of [minderjarige] op deze plek geplaatst kan worden.
De advocaat van [minderjarige] heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek tot gesloten plaatsing dient te worden afgewezen. De instemmingsverklaring is gericht geweest op het spoedverzoek. [minderjarige] is ook niet door de gedragswetenschapper gesproken voor de instemmingsverklaring. [minderjarige] is eerder weggelopen toen een verzoek tot gesloten plaatsing werd gedaan. Zij keerde toen terug naar de moeder, die dat meldde, waarna [minderjarige] thuis werd opgehaald door de politie. Er moet ook rekening gehouden worden met het feit dat zij toen zelf terug is gekomen. Ten aanzien van de uithuisplaatsing geldt dat [minderjarige] beter bij de moeder zou kunnen wonen dan bij haar huidige plek waar zij nu van is weggelopen.
De moeder heeft zich – ook bij monde van haar advocaat – op het standpunt gesteld dat het verzoek tot gesloten plaatsing dient te worden afgewezen. Bij een gesloten plaatsing bestaat het risico dat [minderjarige] niet terugkeert en dan misschien in de verkeerde handen terechtkomt. Als ze gesloten geplaatst wordt, wordt ze niet geholpen. Ze krijgt daar dan geen therapie. Eerder heeft de moeder [minderjarige] weggebracht naar een groep en haar daarin meegenomen. Dat was duidelijk voor [minderjarige] en dat leverde nu geen problemen op. Het is belangrijk om [minderjarige] mee te nemen in het proces.
De vader heeft verklaard dat hij het belangrijk vindt dat [minderjarige] rust krijgt. Er moet een gedegen plan komen voor [minderjarige] . Het ging eerder fout bij een woonvoorziening omdat [minderjarige] te veel vrijheid kreeg.
5. De beoordeling
In de zaak met nummer C/13/785356 / JE RK 26-240:
De kinderrechter is, gelezen het daartoe gedane verzoek, van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
Ten aanzien van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] overweegt de kinderrechter als volgt. Verblijf bij de huidige groep, [hulpinstantie] , is op dit moment, gelet op de door [minderjarige] ervaren onveiligheid en het feit dat zij is weggelopen, geen optie. De komende tijd dient de GI na te gaan of [minderjarige] in aanmerking komt voor de voorgestelde, geschikt geachte accommodatie. Helaas is daarover op dit moment geen duidelijkheid. Het is nu van essentieel belang dat [minderjarige] zo snel mogelijk terugkeert naar huis. Hoewel de nu beschikbare informatie er niet op wijst dat aan [minderjarige] bij haar moeder thuis de rust, structuur en begrenzing kan worden geboden die zij nodig heeft, is het wel aangewezen om [minderjarige] nu te laten terugkeren bij de moeder in afwachting van een nieuwe plek, bij gebrek aan een in het belang van [minderjarige] beter alternatief. Indien mogelijk kan [minderjarige] daarna in samenspraak met de GI en de ouders worden geplaatst bij de nieuwe plek die door de GI is voorgesteld. De kinderrechter zal daarom een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de duur van één maand. Om een vinger aan de pols te houden, houdt de kinderrechter het resterende deel aan om op de zitting van 1 juni de rest van het verzoek te behandelen. Voor die tijd is het belangrijk dat de GI uitsluitsel geeft over de status van de plaatsing van [minderjarige] op een nieuwe plek en hoe het met [minderjarige] bij de moeder thuis gaat.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
In de zaak met nummer C/13/785751 / JE RK 26-266:
De kinderrechter is van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk is en beslist dienovereenkomstig.
6. De beslissing
De kinderrechter:
In de zaak met nummer C/13/785356 / JE RK 26-240:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 6 mei 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 juni 2026;
In de zaak met nummer C/13/785751 / JE RK 26-266:
wijst het verzoek tot gesloten plaatsing af;
houdt de behandeling van het verzoek met nummer C/13/785356 / JE RK 26-240 voor het overige aan tot de zitting van 1 juni om 11:45 van kinderrechter in deze rechtbank, mr. C.F. de Lemos Benvindo, voor welke zitting de GI, de vader, de moeder en [minderjarige] en haar advocaat dienen te worden opgeroepen.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 door mr. C.F. de Lemos Benvindo, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T. Bongenaar als griffier, en op schrift gesteld op 19 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.