ECLI:NL:RBAMS:2026:5006

ECLI:NL:RBAMS:2026:5006

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 21-05-2026
Zaaknummer C/13/776008 / JE RK 25-693
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Civiel jeugdrecht. Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/776008 / JE RK 25-693

Datum uitspraak: 21 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

De Jeugd- en Gezinsbeschermers te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

mw. [de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. F. van Damme uit Beverwijk.

De kinderrechter merkt als informant aan:

dhr. [de vader] , hierna te noemen de vader.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- de beschikking van 28 oktober 2025;

- de brief van de GI van 13 april 2026;

een plan van aanpak van de GI van 13 april 2026;

een verslag van Zeno aan Huis;

een verslag van praktijk Op Pad van maart 2026.

Op 21 april 2026 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- [persoon 1] namens de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een e-mail gestuurd naar de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft opgeschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 oktober 2025 het bovenstaande verzoek gedeeltelijk toegewezen. De kinderrechter heeft daarbij [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 3 mei 2026 onder aanhouding van het overige.

De kinderrechter ziet zich thans voor de vraag gesteld of het verzoek voor wat betreft de resterende zes maanden ondertoezichtstelling dient te worden toegewezen.

3. De standpunten

De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling de kinderrechter verzocht het verzoek af te wijzen. De moeder werkt goed samen met de hulpverleners en zo is een positieve ontwikkeling ingezet. De hulpverlening moet worden voortgezet. Daarnaast ervaart [minderjarige] een grote druk als gevolg van zittingen als de onderhavige en heeft dat een negatief effect op hem.

De moeder heeft zich – ook bij monde van haar advocaat – op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen. [minderjarige] heeft intensief contact met zijn begeleider [persoon 2] en zijn psycholoog [persoon 3] . Met Levvel kan daarnaast door de moeder worden overlegd over de opvoeding van [minderjarige] . De afgelopen tijd is toegewerkt naar de schoolgang van [minderjarige] , waarbij hij kan instromen in een klas met vier à vijf andere kinderen.

4. De beoordeling

De kinderrechter is met de GI en de moeder van oordeel dat het verzoek dient te worden afgewezen. De moeder heeft de afgelopen tijd aangetoond dat zij bereid is om met hulpverlening samen te werken om de ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] te doen afnemen. Daarmee is niet aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling voldaan. De kinderrechter beslist dienovereenkomstig.

5. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 door mr. C.F. de Lemos Benvindo, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T. Bongenaar als griffier, en op schrift gesteld op 19 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T. Bongenaar als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand