ECLI:NL:RBAMS:2026:5083

ECLI:NL:RBAMS:2026:5083

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer 13/033718-26 en 09/325500-24 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verdachte heeft eenmaal op een woning geschoten met een vuurwapen, terwijl de bewoners thuis waren. Veroordeling bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Vrijspraak poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling. Partiële vrijspraak medeplegen. Toepassing van het jeugdstrafrecht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/033718-26 en 09/325500-24 (tul)

Datum uitspraak: 26 mei 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] , [woonplaats] ,

nu gedetineerd in het [naam Justitieel Complex] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is bij tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 mei 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. F.R. Bons, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M. Berkel, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is - kort gezegd - tenlastegelegd dat hij zich op 2 februari 2026 tezamen en in vereniging met een of meer anderen in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

1. poging tot doodslag ten aanzien van de bewoners van de woning van de [adres] door met een vuurwapen op de voordeur te schieten. Dit feit is subsidiair tenlastegelegd als poging tot zware mishandeling en meer subsidiair als bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

en

2. het voorhanden hebben van een vuurwapen.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 primair en het subsidiair tenlastegelegde, maar tot bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde. Ook het onder 2 tenlastegelegde kan volgens de officier van justitie worden bewezen. Voor beide feiten geldt dat medeplegen niet kan worden bewezen, zodat verdachte van dat onderdeel dient te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat vrijspraak dient te volgen voor het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde en het medeplegen. Voor het overige refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat verdachte op 2 februari 2026 eenmaal op de voordeur van de woning aan de [adres] heeft geschoten. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank echter van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op doodslag dan wel zware mishandeling. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte de feiten tezamen en in vereniging met een of meer anderen heeft gepleegd, waardoor hij ten aanzien van beide feiten partieel zal worden vrijgesproken van medeplegen.

Aangezien verdachte het feit zoals onder 1 meer subsidiair ten laste is gelegd (de bedreiging) en feit 2 heeft bekend en door de raadsman ten aanzien hiervan geen vrijspraak is bepleit,

volstaat de rechtbank - met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het

Wetboek van Strafvordering - met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd op de terechtzitting van 12 mei 2026;

- een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van 3 februari 2026 met nummer 22007012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2] , pagina’s Z 54 t/m Z 56;

- een proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2026 met nummer 2026026236-4, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4] , pagina’s Z 8 t/m Z 11;

- een proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2026 met nummer 2026026236-22, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 5] en [opsporingsambtenaar 6] , pagina’s Z 15 t/m Z 16;

- een proces-verbaal van onderzoek van 2 februari 2026 met nummer 2026026236, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 7] , pagina’s Z 22 t/m Z 26.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

ten aanzien van feit 1:

op 2 februari 2026 te Amsterdam de bewoners van de woning gelegen aan de [adres] ( [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door met een vuurwapen een kogel af te vuren op de voordeur van voornoemde woning;

ten aanzien van feit 2:

op 2 februari 2026 te Amsterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de WWM, te weten een pistool, van het merk Melior, type New Model (Type II), kaliber 6.35mm Browning zijnde een vuurwapen in de vorm van pistool voorhanden heeft gehad.

5. De strafbaarheid van de feiten en verdachte

De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar.

6. Motivering van de straf

Strafeis van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte, met toepassing van het jeugdstrafrecht, een jeugddetentie voor de duur van veertien maanden, met aftrek van voorarrest, zal worden opgelegd, waarvan zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd om aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd en deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. Verder heeft de raadsman verzocht om aan verdachte een lagere straf op te leggen dan de strafeis van de officier van justitie. Daarbij is volgens de raadsman van belang dat verdachte zich meewerkend opstelt en de geadviseerde bijzondere voorwaarden een intensief en langdurig traject behelzen.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstige bedreiging, waarbij hij ’s nachts op een deur van een woning heeft geschoten met een vuurwapen. Verdachte heeft verklaard onder druk te zijn gezet om op de woning te schieten, maar dit doet niet af aan de ernst van het feit. Op het moment van de beschieting waren twee bewoners thuis. De kogel is niet door de voordeur heen gekomen, maar dit had anders en veel ernstiger kunnen aflopen, met groot gevaar voor bewoners en omwonenden. Uit de spreekrechtverklaring van een van de slachtoffers blijkt dat zij zich door aanhoudende gevoelens van angst en onveiligheid genoodzaakt ziet de woning te verkopen en dat zij gediagnosticeerd is met een posttraumatische stressstoornis waarvan zij dagelijks psychische gevolgen ervaart. Verdachte is er met zijn handelen volledig aan voorbijgegaan hoe traumatiserend een dergelijk incident voor de bewoners kan zijn. Daarnaast veroorzaken dit soort delicten gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Daarbij heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van het vuurwapen dat bij het schietincident is gebuikt. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens met munitie brengt ook in het algemeen al een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee, omdat het bezit van een vuurwapen al snel kan leiden tot het gebruik ervan, met alle gevolgen van dien.

Persoon van verdachte

Bij het bovenstaande komt het strafblad van verdachte van 7 april 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk delict en hiervoor nog in een proeftijd liep. Dit gegeven neemt de rechtbank mee bij het bepalen van de straf in deze zaak.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 21 april 2026. Hieruit blijkt dat sprake is van een pro-criminele ontwikkeling bij verdachte sinds de leeftijd van zestien jaar. Verdachte is gestopt met school, vertoont zelfbepalend gedrag binnen zijn gezin en heeft geen zinvolle dagbesteding. Daarnaast zou sprake zijn van een negatief sociaal netwerk. Verdachte zou hiervan afstand hebben genomen sinds zijn vorige veroordeling, maar is toch weer met dit netwerk in aanraking gekomen hetgeen heeft geleid tot nieuwe strafbare feiten. De reclassering heeft ter zitting bij monde van reclasseringswerker C. Fleskens toegelicht dat intensieve begeleiding essentieel is om ervoor te zorgen dat verdachte definitief afstand neemt van zijn criminele omgeving. Zonder reclasseringsinterventies schat de reclassering de kans op recidive in als hoog. Als bijzondere voorwaarden adviseert de reclassering: begeleiding door jeugdreclassering, verblijf in begeleid wonen, dagbesteding, aflossing schulden en ambulante begeleiding.

Toepassing van het jeugdstrafrecht

Verdachte was ten tijde van het plegen van het feit achttien jaar oud en dus meerderjarig. Op een jongvolwassen verdachte die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, maar nog onder de 23 jaar, kan het jeugdstrafrecht worden toegepast als sprake is van omstandigheden gelegen in de persoon van verdachte of indien de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd daartoe aanleiding geven.

Uit het reclasseringsrapport blijkt dat bij verdachte sprake is van overschatting en overvraging. Verdachte is onvoldoende in staat om structuur aan te brengen in zijn leven, waardoor pedagogische ondersteuning noodzakelijk is. De reclassering adviseert gelet hierop om het jeugdstrafrecht toe toepassen.

De rechtbank neemt het advies en de conclusie van de reclassering over en ziet daarin, net

als het openbaar ministerie en de raadsman, aanleiding om verdachte te berechten volgens

het jeugdstrafrecht.

Strafoplegging

De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf voor het voorhanden hebben van een vuurwapen gekeken naar het Amsterdamse oriëntatiepunt vuurwapenbezit minderjarigen. Dit oriëntatiepunt gaat bij het voorhanden hebben van een vuurwapen voor een minderjarige first offender uit van een jeugddetentie vanaf drie maanden. Voor verdachte geldt dat hij geen first offender meer is. Het is de tweede keer dat verdachte ook daadwerkelijk geschoten heeft op een woning met een vuurwapen en zich daarmee heeft schuldig gemaakt aan een ernstige bedreiging jegens de bewoners. Hij was hiervoor ook al gestraft en liep in een proeftijd, wat hem er niet van weerhouden heeft zich korte tijd later opnieuw met deze zorgelijke en maatschappij ontwrichtende praktijken in te laten. Desondanks acht de rechtbank het - net als de reclassering – van belang dat opnieuw wordt geprobeerd om verdachte definitief afstand te laten nemen van zijn criminele omgeving. De rechtbank ziet heil in de door de reclassering voorgestelde intensieve begeleiding en zal de geadviseerde bijzondere voorwaarden dan ook opleggen met een proeftijd van drie jaren. Daarbij hoopt de rechtbank dat verdachte inziet dat dit een laatste kans is om te laten zien dat hij echt een delictvrij leven wil leiden.

Alles afwegende legt de rechtbank aan verdachte een jeugddetentie op van 7 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke strafdeel naast de algemene ook de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden, te weten begeleiding door jeugdreclassering, verblijf in begeleid wonen, dagbesteding, aflossing schulden en ambulante begeleiding.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Het betreft een zeer ernstige vorm van bedreiging, waarbij hij met een vuurwapen op een woning heeft geschoten. Door met een doorgeladen vuurwapen over straat te gaan en dit daadwerkelijk te gebruiken heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Gelet op de aard en ernst van de feiten, het gegeven dat verdachte in een proeftijd liep voor een soortgelijk feit en het recidiverisico door de reclassering als hoog is ingeschat, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan zonder inzet van passende hulp en begeleiding. Daarom zal zij bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

7. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert € 3.000,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder feit 1 bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht. De vordering is niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [slachtoffer 1] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f Sr aan verdachte opgelegd.

8. Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de op 8 april 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 09-325500-24, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 2 oktober 2025 van de meervoudige kamer te Den Haag, waarbij verdachte is veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen, met aftrek van het voorarrest, met bevel dat van deze straf een gedeelte, namelijk 134 dagen niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf toe te wijzen.

De raadsman heeft verzocht om de vordering tenuitvoerlegging om te zetten in een werkstraf. Daarmee wordt verdachte geconfronteerd met de gevolgen van zijn daden, maar kan hij ook aan de slag met de hulp en begeleiding zoals geadviseerd door de reclassering. Dit is ook in het belang van de samenleving.

De rechtbank overweegt als volgt.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan meerdere soortgelijke strafbare feiten schuldig heeft gemaakt, zoals naar voren komt uit de inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf te gelasten. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte acht de rechtbank het onwenselijk om de vordering volledig toe te wijzen. De rechtbank acht het namelijk van groot belang dat verdachte in september kan starten met een opleiding, zodat hij de kans krijgt om zinvolle dagbesteding te hebben en te onderhouden. De rechtbank zal daarom de vordering deels toewijzen tot de duur van 75 dagen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 77c, 77i, 77x, 77y, 77z, 285 en 77aa van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslising.

Verklaart het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de

jeugddetentie in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal

worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd

aan een strafbaar feit schuldig maakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Begeleiding door jeugdreclassering

Veroordeelde werkt mee aan het toezicht door de jeugdreclassering en meldt zich op afspraken met de jeugdreclassering zo vaak de jeugdreclassering dat nodig vindt.

Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Veroordeelde verblijft gedurende de proeftijd of zoveel korter als de jeugdreclassering dat nodig vindt, bij Zeger One of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de jeugdreclassering. Het verblijf start aansluitend op de detentie of zoveel later als dat er een plaats beschikbaar is voor veroordeelde. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

Dagbesteding

Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van studie, betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

Aflossing schulden

Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

Ambulante begeleiding

Veroordeelde laat zich begeleiden door Stichting Jeugdcoach of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering. De begeleiding is gericht op ondersteuning en begeleiding bij het maken van gedragskeuzes, het overzien van gevolgen, leren om op een adequate manier voor jezelf op te komen en te profileren en het bespreken van de risicofactoren die voortkomen uit het delictgedrag. De begeleiding start aansluitend op detentie of zo snel als mogelijk. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft.

Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden dat veroordeelde:

Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Brabant, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Vordering benadeelde partij ( [slachtoffer 1] )

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 3.000,- (drieduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (2 februari 2026) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 3.000,- (drieduizend euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (2 februari 2026) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Vordering tenuitvoerlegging (09-325500-24)

Gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij genoemd vonnis van 2 oktober 2025, namelijk een jeugddetentie voor de duur van 75 dagen.

Voorlopige hechtenis

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. B.C. Langendoen en A.E. Wilbrink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.K. Glerum

Griffier

  • mr. F.E. Leopold

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand