ECLI:NL:RBAMS:2026:5084

ECLI:NL:RBAMS:2026:5084

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer 25/6658
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Wet studiefinanciering. OV-schuld. Eiseres heeft bij haar aanvraag een foute aanmelddatum ingediend. De rechtbank gaat ervan uit dat dit abusievelijk en zonder opzet is gebeurd. Dit maakt echter wel dat niet is gebleken van omstandigheden die aantoonbaar niet aan eiseres kunnen worden toegerekend. Het ligt namelijk op de weg van de aanvrager om een aanvraag volledig en juist in te dienen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/6658

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. V.J. Oranje),

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Bouhuys).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder om eiseres een ov-schuld van € 185,96 op te leggen wegens het gebruiken van een studentenreisproduct in de maand augustus 2025 waar zij volgens verweerder geen recht op had.

Met het primaire besluit van 10 oktober 2025 heeft verweerder deze ov-schuld opgelegd. Met het bestreden besluit van 30 oktober 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij dat besluit gebleven.

Het onderzoek ter zitting heeft door middel van een videoverbinding plaatsgevonden op 8 april 2026. Eiseres was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Totstandkoming van de besluiten

1. Eiseres heeft op 30 april 2025 studiefinanciering aangevraagd met ingang van augustus 2025 voor de voltijdsopleiding [opleiding] aan de Hogeschool van Amsterdam. Vanaf die datum is aan eiseres studiefinanciering en een studentenreisproduct toegekend. Verweerder heeft eiseres in september 2025 bericht dat zij in de maand augustus 2025 niet stond ingeschreven voor de opleiding waarvoor zij studiefinanciering ontving. Naar aanleiding daarvan heeft verweerder besloten dat eiseres de over die maand ontvangen studiefinanciering dient terug te betalen.

2. Omdat eiseres daarnaast in deze maand volgens verweerder ten onrechte van haar studentenreisproduct gebruik heeft gemaakt, heeft verweerder het primaire besluit genomen. Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verweerder heeft dit bezwaar met het bestreden besluit ongegrond verklaard. Verweerder heeft daartoe besloten dat het recht op studiefinanciering niet is aangevangen per 1 augustus 2025 maar per 1 september 2025, omdat een academisch jaar in het HBO en WO pas start per 1 september. Eiseres heeft haar studentenreisproduct al op 8 augustus 2025 geactiveerd en heeft hiervan gebruik gemaakt in de eerste en tweede helft van augustus 2025. Aangezien eiseres ten onrechte al de studiefinanciering per 1 augustus 2025 heeft aangevraagd en vervolgens gebruik heeft gemaakt van het studentenreisproduct, is er een ov-schuld ontstaan. De hoogte van de opgelegde ov-schulden is wettelijk bepaald. Verweerder ziet geen redenen om deze ov-schulden geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of verweerder de ov-schuld voor de maand augustus 2025 heeft kunnen opleggen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

4. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder niet op al haar bezwaargronden heeft gereageerd. Zij heeft daarbij onder meer aangevoerd dat de oplegging van de schuld, gelet op haar beperkte financiële middelen, voor haar onevenredige belasting vormt. De rechtbank overweegt dat het bestreden besluit in zoverre onvoldoende is gemotiveerd. Anders dan verweerder op de zitting heeft betoogd, wordt een toereikende motivering op dit punt pas in het verweerschrift gegeven, waarin verweerder heeft toegelicht waar de kosten op zijn gebaseerd en waarom deze in het geval van eiseres niet onevenredig uitwerken. Nu verweerder aldus eerst in beroep een toereikende motivering heeft gegeven op alle door eiseres aangevoerde bezwaargronden, is sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. Dit leidt ertoe dat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt en dat verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. De rechtbank zal hierna beoordelen of aanleiding bestaat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.

5. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat verweerder geen grondslag heeft voor de oplegging van een ov-schuld, omdat deze bepaling uitsluitend zou zien op gevallen waarin een reisproduct ten onrechte niet is beëindigd. Volgens eiseres zou dit meebrengen dat geen grondslag bestaat voor het opleggen van een ov-schuld in gevallen waarin geen recht op een reisproduct bestond. Verweerder heeft op de zitting toegelicht dat de wettelijke bepaling zowel ziet op de situatie waarin een reisproduct ten onrechte niet is beëindigd als op gevallen waarin het reisrecht ten onrechte is toegekend. Daarbij heeft verweerder gewezen op de wetsgeschiedenis, waaruit volgt dat voorheen een onderscheid werd gemaakt tussen deze situaties in twee afzonderlijke leden van deze bepaling. Dit onderscheid is bij latere wetswijzigingen vervallen zonder dat een inhoudelijke wijziging is beoogd. Dit volgt ook uit de Memorie van Toelichting. Verweerder heeft erkend dat de huidige wettekst mogelijk minder gelukkig is geformuleerd, maar dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever heeft beoogd om met deze bepaling tevens een grondslag te bieden voor de onderhavige situatie. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze toelichting te twijfelen.

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook een beroep op deze grondslag mogen doen. De rechtbank begrijpt dat het voor eiseres teleurstellend is dat zij niet eerder is gewezen op de mogelijkheid dat de aanvraag onjuist was. Verweerder heeft echter op de zitting toegelicht dat wordt uitgegaan van de door de aanvrager verstrekte gegevens, waarbij in het kader van de uitvoering en controle achteraf wordt getoetst of aan alle voorwaarden is voldaan. Verweerder noemt dit ‘verantwoord vertrouwen’. Dit hangt mede samen met de uitvoeringspraktijk dat onderwijsinstellingen inschrijvingen niet altijd tijdig verwerken, terwijl het van belang is dat studenten tijdig over studiefinanciering en een reisproduct kunnen beschikken. Daarbij komt dat van verweerder niet kan worden verlangd dat hij reeds bij de beoordeling van de aanvraag alle gegevens volledig verifieert. Dit systeem brengt mee dat het risico van onjuiste of onvolledige gegevens in beginsel bij de aanvrager ligt. De rechtbank ziet geen aanleiding om deze werkwijze van verweerder onredelijk te achten en oordeelt daarom dat verweerder van zijn bevoegdheid gebruik mocht maken. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat in het geval van eiseres van dit uitgangspunt moet worden afgeweken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het in beginsel op de weg van de aanvrager ligt om een aanvraag volledig en juist in te vullen.

7. Verweerder heeft op de zitting toegelicht dat hij in beginsel gebruik maakt van deze bevoegdheid, nu dit voortvloeit uit de wettelijke regeling. Alleen indien sprake is van omstandigheden die niet aan de betrokkene kunnen worden toegerekend, en die bovendien aantoonbaar zijn, wordt daarvan afgezien. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat daarvan in dit geval geen sprake is. Eiseres heeft bij haar aanvraag een foute aanmelddatum ingediend. De rechtbank gaat ervan uit dat dit abusievelijk en zonder opzet is gebeurd. Dit maakt echter wel dat niet is gebleken van omstandigheden die aantoonbaar niet aan eiseres kunnen worden toegerekend. Het ligt namelijk op de weg van de aanvrager om een aanvraag volledig en juist in te dienen.

8. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel niet. De rechtbank overweegt daartoe dat voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is vereist dat sprake is van een aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezegging of uitlating, waaraan de betrokkene gerechtvaardigd vertrouwen heeft kunnen ontlenen. De eisen die aan een dergelijk beroep worden gesteld zijn streng. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan eiseres een bericht heeft verzonden over de voorwaarden van haar studentenreisproduct vanaf augustus. Dit bericht is echter geautomatiseerd gegenereerd op basis van de door eiseres onjuist ingevulde aanvraag. Een dergelijk automatisch gegenereerd bericht kan reeds daarom niet worden aangemerkt als een uitlating waaraan gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend.

9. Eiseres heeft op de zitting haar verzoek om exceptieve toetsing aan het evenredigheidsbeginsel laten vallen. Wel heeft zij aangevoerd dat het besluit in haar geval onevenredig uitpakt. De rechtbank overweegt dat het begrijpelijk is dat eiseres de opgelegde ov-schuld als oneerlijk en hoog ervaart. Het bedrag dat zij heeft betaald voor de daadwerkelijke reizen staat niet in verhouding tot de opgelegde schuld. Verweerder heeft op de zitting toegelicht dat het gaat om forfaitaire bedragen die verband houden met abonnementen met de betreffende reisorganisaties. De rechtbank begrijpt dat het voor eiseres desondanks als een sanctie wordt ervaren. Bij de beoordeling van het evenredigheidsbeginsel gaat het echter om een objectieve afweging van de gevolgen van het besluit in verhouding tot het met de regeling te dienen doel. In dat licht bezien is sprake van een relatief beperkt bedrag, dat inmiddels met de studiefinanciering van eiseres is verrekend. Hoewel dit voor eiseres als student als aanzienlijk kan worden ervaren en anders besteed had kunnen worden, brengt dit op zichzelf niet mee dat sprake is van onevenredige gevolgen. In dit geval is sprake van een situatie waarin eiseres per abuis een onjuiste aanvraag heeft ingediend, op grond waarvan kosten zijn gemaakt die vervolgens dienen te worden terugbetaald. De rechtbank ziet, alles in aanmerking genomen, geen aanleiding om te oordelen dat de gevolgen van het besluit zodanig zwaar op eiseres drukken dat dit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Conclusie en gevolgen

10. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing op bezwaar vanwege het in overweging 4. geconstateerde motiveringsgebrek. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van de beslissing op bezwaar in stand, omdat de conclusie van verweerder inhoudelijk wel juist is. Dit betekent verweerder op goede gronden aan eiseres een ov-schuld heeft opgelegd van € 185,96 wegens het gebruiken van een studentenreisproduct in de maand augustus 2025.

11. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. De rechtbank stelt vast dat eiseres zich heeft laten bijstaan door een familielid. Niet is gebleken dat in deze procedure daadwerkelijk proceskosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Het indienen van hoger beroep kan digitaal via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl of door verzending per post aan de Centrale Raad van Beroep.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.D. Belcheva

Griffier

  • mr. N.J.A. van Eck

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand