ECLI:NL:RBAMS:2026:5257

ECLI:NL:RBAMS:2026:5257

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 13-310278-25 en 13-014793-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Veroordeling voor vuurwapenbezit. Opgelegd een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftidj van 2 jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/310278-25 (A) en 13/014793-25 (B) (ter terechtzitting gevoegd) Parketnummers vorderingen: 13/075478-24 en 13/078682-23

Datum uitspraak: 27 mei 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 2006,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres 1],

nu gedetineerd te: [detentieadres],

hierna te noemen: verdachte.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 mei 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de officier van justitie, mr. G.J.A.M Rasker, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.G.D. Rutten, naar voren hebben gebracht. Verder hebben de deskundigen [psychiater] (psychiater), [psycholoog] (psycholoog), [reclasseringmederwerkster] (reclasseringswerkster) en [jeugdreclasseringswerkster] (jeugdreclasseringswerkster) vragen van de rechtbank, de officier van justitie en de verdediging beantwoord.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

zaak A:

het op 16 maart 2025 in Amsterdam voorhanden hebben van:

- een pistool van het merk Glock, model 42, kaliber .380 auto (synoniem 9mm Kort en 9mm x 17) en/of

- 1 patroon van het kaliber 9mm x 19 (synoniem 9mm Luger), merk CBC;

zaak B, feit 1:

het voorhanden hebben van een gas- en alarmpistool (merk CEONIC, model P320, kaliber 9mm P.A.K.) op 7 januari 2025 in Amsterdam;

zaak B, feit 2:

het voorhanden hebben van 12 patronen van het kaliber 9mm P.A.K. op 7 januari 2025 in Amsterdam.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Zaak A

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat op 16 maart 2025 in Amsterdam een politieachtervolging heeft plaatsgevonden. Het voertuig dat door de politie werd achtervolgd kwam uiteindelijk tot stilstand. Zowel de bestuurder als de bijrijder stapten vervolgens direct uit het voertuig en renden weg. De opsporingsambtenaren hebben naast het voertuig, ter hoogte van de plaats waar de bijrijder het voertuig had verlaten, een vuurwapen met daarin een patroon aangetroffen. Het vuurwapen was droog, terwijl het gras nat was. Daarnaast hebben de opsporingsambtenaren de bijrijder recht in zijn ogen aangekeken en menen de bijrijder als verdachte te hebben herkend, hetgeen zijn ondersteuning vindt in de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte, die rond het tijdstip van de achtervolging gebruikt heeft gemaakt van een cell-id in de nabijheid van de locatie waar de achtervolging heeft plaatsgevonden. Bovendien is op de vulopening van het patroonmagazijn van het vuurwapen en op de bovenliggende patroon DNA van verdachte aangetroffen.

Gelet op de bovenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat verdachte het vuurwapen en het patroon dat zich daarin bevond voorhanden heeft gehad op 16 maart 2025 in Amsterdam en als bijrijder uit de auto is gevlucht voor de politie en het vuurwapen in het gras heeft achtergelaten.

Zaak B

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte zich op 7 januari 2025 in een hotelkamer in Amsterdam bevond. Onder één van de bedden van die kamer lag een vuurwapen. Over dat vuurwapen heeft verdachte verklaard dat te hebben gezien en te hebben aangeraakt. Voorts is op verschillende plekken op het vuurwapen, waaronder de binnenzijde van de loop, alsmede de vulopening van het patroonmagazijn van het vuurwapen en op de bovenliggende patroon DNA van verdachte aangetroffen. Verdachte is de volgende dag bovendien teruggekeerd naar dezelfde hotelkamer en heeft toen tegen getuige [getuige] verklaard dat hij op zoek was naar een nep pistool en heeft vervolgens onder andere onder één van de bedden gekeken.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte beschikkingsmacht heeft gehad over en wetenschap heeft gehad van het vuurwapen en de munitie. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de in zaak B tenlastegelegde feiten.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

zaak A:

op 16 maart 2025 te Amsterdam, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Glock, model 42, kaliber .380 Auto (synoniem 9mm Kort en 9mm x 17) zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 patroon van het kaliber 9mm x 19 (synoniem 9mm Luger), merk CBC, voorhanden heeft gehad;

zaak B, feit 1:

op 7 januari 2025 te Amsterdam, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een, gas- en alarmpistool (merk CEONIC, model P320, kaliber 9mm P.A.K.) voorhanden heeft gehad;

zaak B, feit 2:

op 7 januari 2025 te Amsterdam, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 12 patronen van het kaliber 9 mm P.A.K. voorhanden heeft gehad.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek van voorarrest. Daarbij heeft de officier van justitie geen voorwaardelijk strafdeel met daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden gevorderd, omdat hij de rechtbank heeft verzocht de proeftijd van de vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 13/075478-24 te verlengen en de daar bijbehorende bijzondere voorwaarden aan te passen, zodat deze overeenkomen met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden in onderhavige strafzaak.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verdachte is voor het eerst in aanraking gekomen met het volwassenstrafrecht (het reguliere strafrecht) en dat, waaronder de detentieomstandigheden, drukt zwaar op hem.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich binnen een periode van drie maanden tweemaal schuldig gemaakt aan wapenbezit. Gelet op de jonge leeftijd van verdachte baart dat de rechtbank zorgen. In het algemeen geldt dat vuurwapens een groot gevaar voor de samenleving vormen omdat vuurwapens dikwijls worden gebruikt bij het plegen van ernstige strafbare feiten. Het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. In Amsterdam, maar ook elders in Nederland, vindt de laatste jaren veel vuurwapengeweld plaats. Niet zelden kent dit vuurwapengeweld een dodelijke afloop.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 20 november 2025, waaruit blijkt dat verdachte eerder meermalen is veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten en voor vuurwapenbezit. Verdachte heeft voor zijn leeftijd dan ook een uitgebreid strafblad. Kennelijk hebben eerdere veroordelingen hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het multidisciplinair Pro Justitia rapport van 16 april 2026. Uit dat rapport volgt dat door de psychologisch onderzoeker een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken bij verdachte is vastgesteld; de psychiatrisch onderzoeker stelt een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en narcistische trekken vast, en beiden komen op een stoornis in cannabisgebruik (licht), in langdurige remissie. Hoewel voornoemde (persoonlijkheids)problematiek van verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten aanwezig was, zien de deskundigen geen aanwijzingen dat deze problematiek de wilsvrijheid van verdachte ten aanzien van het vuurwapenbezit heeft verminderd. Om die reden concluderen zij dat er geen aanleiding is om het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen aan verdachte. Daarnaast zien de gedragsdeskundigen op basis van de ASR-wegingslijst geen argumenten om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Zij achten reclasseringstoezicht wenselijk. Op de terechtzitting hebben de gedragsdeskundigen de inhoud van het rapport bevestigd.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de reclasseringsrapporten, waaronder het meest recente rapport van 1 mei 2026. Hieruit volgt dat bij verdachte sprake is van een delictpatroon voor wapenbezit. De reclassering schat de kans op herhaling hoog in. Zij zien risico’s op de volgende leefgebieden: het sociaal netwerk van verdachte, zijn middelengebruik, zijn dagbesteding, zijn financiën, zijn psychosociale houding en zijn pro-criminele houding. Als beschermende factoren noemen zij het steunende familienetwerk van verdachte. De reclassering adviseert conform het Pro Justitia rapport het volwassenenstrafrecht toe te passen. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijk straf met de volgende bijzondere voorwaarden: 1) meldplicht bij de reclassering, 2) ambulante begeleiding, 3) verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, 4) het vinden en behouden van een dagbesteding en 5) beheersing middelengebruik. De reclasseringswerkster heeft de inhoud van het rapport op de terechtzitting bevestigd. Verdachte heeft verklaard bereid te zijn zich aan alle voorwaarden te houden.

Geen adolescentenstrafrecht

Gelet op het advies van de gedragsdeskundigen en de reclassering ziet de rechtbank geen aanleiding om het adolescentenstrafrecht toe te passen.

Straf

Bij het bepalen van de straf en de hoogte daarvan heeft de rechtbank rekening gehouden met de afspraken die rechtbanken onderling hebben gemaakt voor strafoplegging (de LOVS-oriëntatiepunten) en met straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd. In strafverzwarende zin weegt de rechtbank het strafblad van verdachte mee. Verdachte heeft zich eerder schuldig gemaakt aan wapenbezit en liep ten tijde van het tenlastegelegde in een proeftijd voor een vergelijkbaar strafbaar feit. Daarnaast houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met de omstandigheid dat verdachte zich in een korte tijd tweemaal heeft schuldig gemaakt aan wapenbezit. Anders dan de raadsman acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die langer is dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, gerechtvaardigd. Daarmee benadrukt zij de ernst van de strafbare feiten. Voorts acht de rechtbank het van belang dat er bijzondere voorwaarden worden opgelegd, die aan een voorwaardelijk strafdeel zullen worden verbonden, zodat de reclassering met verdachte in contact kan blijven en verdachte kan ondersteunen.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de na te noemen bijzondere voorwaarden passend en geboden.

8. Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

zaak A:

- 1 STK Munitie (Omschrijving: PL1300-2025063061-G6631801, Kogelpatroon 9mm), en

- 1 STK Wapen (Omschrijving: PL1300-2025063061-G6631799, Vuurwapen, Glock 380),

zaak B:

- 1 STK Patroon (Omschrijving: PL1300-2025005219-G6604273), en

- 1 STK Wapen (Omschrijving: PL1300-2025005219-G6604272).

Onttrekking aan het verkeer:

Nu met betrekking tot deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

9. Tenuitvoerleggingen voorwaardelijke veroordeling

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 13/075478-24

Bij de stukken bevindt zich de ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/075478-24, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 31 oktober 2024 van de rechtbank Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot 180 dagen jeugddetentie, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 157 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de proeftijd van de voorwaardelijke veroordeling wordt verlengd en dat de daar bijbehorende bijzondere voorwaarden worden vervangen door de voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd in de onderhavige strafzaak.

De raadsman heeft te kennen gegeven zich in het voorstel van de officier van justitie te kunnen vinden.

De rechtbank is met de officier van justitie en raadsman van oordeel dat toewijzing van de vordering niet opportuun is. Anders dan de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank verlenging van de proeftijd evenmin opportuun. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat verdachte nu onder het volwassenenstrafrecht valt en gebaat is bij een langere proeftijd dan die van een jaar.

De rechtbank zal de vordering afwijzen.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 13/078682-23

Bij de stukken bevindt zich de ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/078682-23, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 27 oktober 2023 van de rechtbank Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot 140 uren werkstraf, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 70 uren niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie heeft beslist de taakstraf van 70 uren onder voornoemd parketnummer om te zetten in jeugddetentie. De verdediging heeft tegen die beslissing een bezwaarschrift ingediend, dat op 17 maart 2026 op de terechtzitting van de kinderrechter is behandeld. Daarbij heeft de kinderrechter het bezwaarschrift gegrond verklaard. Om deze reden wordt deze tenuitvoerlegging niet langer door de officier van justitie gevorderd.

Gelet hierop verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de volgende artikelen:

14a, 14b, 14c, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, en

26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van zaak A:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, onder 1o van de Wet wapens en munitie

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van zaak B, feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, onder 1o van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van zaak B, feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Verklaart het bewezene strafbaar,

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een deel van deze straf, groot 3 (drie) maanden, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als verdachte gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Meldplicht bij de reclassering

Verdachte meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken bij Reclassering Nederland op de [adres 2], zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.

2. Ambulante begeleiding

Verdachte ontvangt ambulante begeleiding – nog te bepalen door de reclassering – voor ondersteuning bij praktische zaken. Hij houdt zich aan afspraken en aanwijzingen van de ambulante begeleiding.

3. Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijk opvang

Verdachte verblijft gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo spoedig mogelijk zodra er plek is. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

4. Dagbesteding

Verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan he voorkomen van delictgedrag.

5. Beheersing middelengebruik

Verdachte werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van verdovende middelen, genoemd in lijst II (softdrugs) en/of middelen die vallen onder een stofgroep in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ ademonderzoek/ speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van:

- 1 STK Munitie (Omschrijving: PL1300-2025063061-G6631801, Kogelpatroon 9mm);

- 1 STK Wapen (Omschrijving: PL1300-2025063061-G6631799, Vuurwapen, Glock 380);

- 1 STK Patroon (Omschrijving: PL1300-2025005219-G6604273), en

- 1 STK Wapen (Omschrijving: PL1300-2025005219-G6604272).

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 13/075478-24.

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 13/078682-23.

Deze beslissing is gegeven door

mr. D. Bode, voorzitter,

mrs. A.L. op ’t Hoog en J.J. Prins, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. Alexeas, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 mei 2026.

[…]

1. […]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D. Bode

Griffier

  • mr. T. Alexeas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand