ECLI:NL:RBAMS:2026:5313

ECLI:NL:RBAMS:2026:5313

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer C/13/776148 / HA ZA 25-1525
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Herroeping, artikel 382 Rv. Eiser was in ieder geval in 2012 al bekend met de grond voor de herroeping, niet-ontvankelijkheid vanwege overschrijding termijn artikel 383 Rv.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/776148 / HA ZA 25-1525

Vonnis van 27 mei 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. B.P. den Butter,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AABO TRADING ALMERE B.V.,

gevestigd te Almere,

gedaagde,

hierna te noemen: Aabo,

advocaat: mr. R. Gijsen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 15 september 2025, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het tussenvonnis van 14 januari 2026, waarin de mondelinge behandeling is bepaald,

- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 april 2026 en de daarin genoemde stukken.

Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.

2. De feiten

[eiser] was sinds de oprichting op 27 april 2006 enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ). Zijn broer, [naam] (hierna: [naam] ), was van 27 april 2006 tot 1 januari 2008 ingeschreven als haar gevolmachtigde in het handelsregister en hij onderhield onder andere contacten met leveranciers.

Aabo is een groothandel in dakmaterialen.

Op 4 januari 2010 heeft Aabo [eiser] , [naam] en [bedrijf] gedagvaard vanwege onbetaalde facturen voor dakbedekkingsmaterialen die Aabo geleverd had aan [bedrijf] . Alleen [naam] is verschenen in die procedure.

Bij vonnis van 23 juni 2010 heeft deze rechtbank [eiser] en [bedrijf] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 144.274,36, te vermeerderen met 12% contractuele rente per jaar over € 137.260,39 tot de dag der algehele voldoening (hierna: het vonnis). De aansprakelijkheid van [eiser] was gebaseerd op een getekende borgtocht van 26 september 2008, waarin staat dat hij zich onvoorwaardelijk borg stelt voor alle vorderingen van Aabo op [bedrijf] (hierna: de borgtocht).

De in executoriale vorm uitgegeven grosse van het vonnis is op 21 september 2010 aan [eiser] in persoon betekend op de vestiging van Aabo in Deventer.

Op 12 oktober 2010 is [bedrijf] door deze rechtbank in staat van faillissement verklaard.

Op enig moment tussen 2010 en 2012 is het vonnis betekend aan [eiser] in Turkije in het kader van de tenuitvoerlegging van het vonnis.

Op 16 juni 2025 heeft de (voormalig) advocaat van [eiser] processtukken van de procedure in 2010 gekregen van Aabo. Die processtukken bevatten een getekende borgtocht op naam van [eiser] , die als productie 12 bij de dagvaarding van Aabo uit 2010 was overgelegd. Op deze borgtocht is het cijfer ‘6’ in de datum van ’26-09-2008’ dikker geschreven en lijkt de ‘6’ over een ander cijfer heen te zijn geschreven.

[eiser] heeft parallel aan deze herroepingsprocedure een kort geding tot schorsing van de executie van het vonnis ingesteld. Bij mondeling vonnis van 24 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter alle gevraagde voorzieningen van [eiser] afgewezen.

3. Het geschil

[eiser] vordert - samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. primair: het door de rechtbank Amsterdam op 23 juni 2010 gewezen vonnis in de zaak met zaaknummer/rolnummer 448934 / HA ZA 10-255 herroept op grond van bedrog ex art. 382 aanhef en onder a Rv;

subsidiair: hetzelfde vonnis herroept op de grond dat dit berust op valse stukken ex art. 382 aanhef en onder b Rv;

meer subsidiair: hetzelfde vonnis herroept op de grond dat [eiser] na dit vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door Aabo waren achtergehouden ex art. 382 aanhef en onder c Rv;

II. na herroeping, opnieuw rechtdoende, Aabo alsnog in haar vorderingen jegens [eiser] niet-ontvankelijk verklaart, althans deze vorderingen afwijst;

III. voor recht verklaart dat Aabo op grond van het vonnis van 23 juni 2010 geen vordering had en heeft op [eiser] ;

IV. bepaalt dat partijen in de toestand worden hersteld waarin zij zich bevonden vóór het wijzen van het bestreden vonnis, met veroordeling van Aabo tot terugbetaling van al hetgeen zij op grond van dat vonnis van [eiser] heeft geïncasseerd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag van terugbetaling;

V. de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis van 23 juni 2010 schorst ex artikel 386 en 388 Rv;

VI. Aabo veroordeelt in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eiser] legt kort gezegd aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij door de ontvangst van de processtukken op 16 juni 2025 bekend is geworden met een tweede versie van de borgtocht (zoals omschreven onder 2.8), die afwijkt van de versie waarmee hij eerder, in het kader van de tenuitvoerlegging van het vonnis in Turkije, bekend was geraakt. De borgtocht, op grond waarvan hij destijds is veroordeeld, moet daarom vals of vervalst zijn. Dat maakt dat het vonnis moet worden herroepen op basis van bedrog, valsheid van stukken of het achterhouden van stukken.

Aabo voert verweer. Aabo concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van zijn vorderingen, met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de proceskosten te vermeerderen met rente. Daaraan legt Aabo kort gezegd ten grondslag dat [eiser] zijn vordering tot herroeping niet tijdig heeft ingesteld en deze ook op inhoudelijke gronden niet slaagt. Zij voert daartoe onder meer aan dat die versie van de borgtocht reeds bij dagvaarding in 2010 aan hem is betekend en dat er twee versies van de borgtocht zijn, omdat hij destijds op het kantoor van Aabo twee versies heeft ondertekend. Hij kende de beide versies dus al ver voor 2025.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

beoordelingskader

[eiser] vordert herroeping van het vonnis uit 2010 op grond van artikel 382 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een onjuist geachte rechterlijke uitspraak in beginsel niet anders dan door het (tijdig) aanwenden van een gewoon rechtsmiddel (verzet, hoger beroep of cassatie) kan worden aangetast. Als dat niet gebeurt, is de uitspraak in beginsel onherroepelijk. Herroeping is een buitengewoon rechtsmiddel waarop alleen in uitzonderlijke gevallen een beroep kan worden gedaan. De herroepingsgronden van artikel 382 Rv moeten daarom strikt worden toegepast. Op grond van dat artikel is herroeping alleen mogelijk indien sprake is van - kort gezegd - bedrog, valsheid van stukken of het achterhouden van stukken van beslissende aard door de wederpartij. Het enkel later vinden of ter beschikking komen van nader bewijs of nieuwe ondersteunende feiten, levert geen grond op om de eenmaal afgesloten procedure weer te kunnen openen. De herroeping moet op grond van artikel 383 lid 1 Rv worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden.

de vordering tot herroeping is niet tijdig ingesteld

Aabo voert aan dat [eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat hij zijn vordering tot herroeping te laat heeft ingesteld. Volgens Aabo heeft [eiser] de tweede versie van de borgtocht – net als de andere versies – zelf ondertekend op 26 september 2008, zodat de grond voor herroeping vanaf die datum al bekend was aan hem. [eiser] voert aan de termijn pas is aangevangen op 16 juni 2025, de datum waarop hij de processtukken ontving en daarbij een de tweede, afwijkende versie van de borgtocht onder ogen kreeg. Pas toen was hem duidelijk dat sprake was van gerommel met de datum van de borgtocht en daarmee van een zelfstandige herroepingsgrond.

De rechtbank komt tot het oordeel dat [eiser] zijn vordering tot herroeping niet binnen de hiervoor genoemde termijn van drie maanden heeft ingesteld en daarom niet-ontvankelijk is. Dat licht de rechtbank hierna toe.

Hoewel [eiser] ontkent dat het vonnis op 21 september 2010 aan hem in persoon is betekend in Deventer, gaat de rechtbank ervanuit dat hij vanaf dat moment bekend was met de inhoud van het vonnis. Er is namelijk geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het exploot van de deurwaarder waarin vermeld staat dat het vonnis in persoon aan [eiser] is betekend. Daarnaast is niet in geschil dat [eiser] het vonnis in ieder geval (ook) tussen 2010 en 2012 in handen kreeg toen het aan hem werd betekend in Turkije in het kader van de tenuitvoerlegging. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat hij, toen hij het vonnis kreeg in Turkije, begreep dat hij uit hoofde van een borgtocht geld verschuldigd was aan Aabo, dat hij zelf geen borgtocht(en) had ondertekend en dus wist dat het niet zijn borgstelling kon zijn. Hij vermoedde toen dat [naam] de borgtocht moest hebben vervalst en heeft toen meteen gebeld met Aabo en een paar advocaten.

Anders dan [eiser] aanvoert, is de grond voor herroeping dus niet pas in 2025 aan hem bekend geworden toen hij de tweede, afwijkende versie van de borgtocht ontdekte, maar al toen hij (in ieder geval) in 2012 via het vonnis op de hoogte raakte van de (in zijn ogen) valse of vervalste borgtocht, omdat hij die nooit getekend had. Dat hij in 2025 een andere, afwijkende versie van de borgtocht onder ogen heeft gekregen is dan ook geen zelfstandige herroepingsgrond, maar slechts een nadere onderbouwing van zijn eerdere standpunt dat de borgtocht vals of vervalst was door [naam] . Dat was zijn standpunt in 2012 en dat is het nu nog steeds. Voor [eiser] staat dan ook niet de weg van herroeping open. Voor het voeren van verweer tegen stellingen van Aabo had hij de gewone wegen moeten bewandelen: het voeren van verweer in eerste aanleg en/of hoger beroep instellen. [eiser] heeft nadat het vonnis aan hem is betekend echter geen hoger beroep ingesteld, waardoor het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

De slotsom is dat de grond waarop [eiser] zijn vordering tot herroeping baseert, al veel eerder dan in 2025 aan hem bekend was. Dat betekent dat de termijn voor het instellen van de vordering tot herroeping is verstreken en hij in die vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Aan de inhoudelijke beoordeling van de herroepingsgronden komt de rechtbank dan ook niet toe.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van Aabo betalen. De proceskosten van Aabo worden begroot op:

- griffierecht

714,00

- salaris advocaat

1.306,00

(2 punten × € 653,00)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.209,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank

verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Aabo van € 2.209,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Groot, rechter, bijgestaan door mr. J.G.H. Tonnaer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A.M. Groot

Griffier

  • mr. J.G.H. Tonnaer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand