ECLI:NL:RBAMS:2026:5466

ECLI:NL:RBAMS:2026:5466

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 20-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 13/030208-26
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verkort vonnis. Veroordeling tot gevangenisstraf 60 dagen met aftrek voorarrest voor bedreiging NS-personeel met een mes en de woorden: Volgende keer als je naar mij toe komt, ga ik je neersteken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/030208-26

Datum uitspraak: 20 mei 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1995,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd te: [detentieadres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 mei 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.L. Firet, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. I. Appel, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij

op of omstreeks 29 januari 2026 te Amsterdam, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te lopen met een mes en (vervolgens) dreigend de woorden toe te voegen "Volgende keer als je naar mij toe komt, ga ik je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op 29 januari 2026 te Amsterdam, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] af te lopen met een mes en vervolgens dreigend de woorden toe te voegen "Volgende keer als je naar mij toe komt, ga ik je neersteken".

5. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

6. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat voor het door haar bewezen geachte feit aan verdachte een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) wordt opgelegd voor de duur van twee jaren.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De verdediging heeft verzocht aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Aan verdachte is in 2022 al een ISD-maatregel opgelegd, welke eind 2024 is geëindigd. Sindsdien is hij drie keer veroordeeld en zijn andere mogelijkheden om recidive te voorkomen niet benut. Verdachte heeft een indicatie via de Wet langdurige zorg voor een plek in een instelling voor begeleid wonen. Een ISD-maatregel is op dit moment niet gerechtvaardigd.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de bedreiging met een mes van twee medewerkers van de [vervoersbedrijf] die verdachte aanspraken om de trein te verlaten omdat verdachte geen vervoersbewijs had. Verdachte heeft toen een mes uitgeklapt, liep op de medewerkers af en zei dat hij hen zou neersteken. Dat is een serieuze bedreiging en heeft een zeer beangstigende situatie voor de slachtoffers opgeleverd. Ook het gevoel van veiligheid van andere treinreizigers die zich ten tijde van de bedreiging op het perron bevonden, is door het gedrag van verdachte aangetast.

De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht hanteren bij een bedreiging met een steekwapen een taakstraf van 120 uur als uitgangspunt. Daarbij is strafverzwarend dat de bedreiging is geuit tegen medewerkers van de [vervoersbedrijf] in het kader van de uitoefening van werkzaamheden in het publieke domein.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 24 maart 2026. Hieruit blijkt dat aan verdachte in november 2022 een ISD-maatregel is opgelegd en dat hij sinds de beëindiging daarvan drie keer onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 24 april 2026, opgemaakt door mw. [persoon] , reclasseringswerker. Hieruit blijkt dat het delictgedrag van verdachte voortkomt uit zijn psychische- en verslavingsproblematiek en de hierdoor ontstane ongestructureerde leefomstandigheden. Verdachte heeft geen geschikte huisvesting, psychische problemen en financiële- en verslavingsproblematiek. Verdachte heeft sterke overtuigingen, waaronder dat hij met huisvesting zijn leven weer op de rit zal krijgen. Hij ziet niet in dat ook zijn gedrag er aan bijdraagt dat hij geen woonplek heeft (kunnen behouden). Mocht er al een woonplek beschikbaar komen is het maar zeer de vraag of hij in staat is zich aan de voorwaarden te houden. Er zal een gedragsverandering gerealiseerd moeten worden, zodat hij niet geweigerd of geschorst zal worden.

Er is sprake van lage responsiviteit bij verdachte. Hij voelt zich niet altijd gehoord en het is voor hem lastig in staat om grote plaatje te zien. Hij legt de focus op objectief gezien onbelangrijkere zaken. In het verleden zijn hulpverleningstrajecten ingezet, maar geen enkel traject heeft geleid tot terugdringen van recidive. Verdachte houdt zich niet aan de afspraken, overtreedt voorwaarden en verdwijnt vervolgens van de radar.

De complexiteit van zijn problematiek maakt dat de inzet van de afgelopen jaren niet heeft geleid tot een vermindering van delictgedrag. Verdachte lijkt zijn eigen vaardigheden om dit realiseren echter te overschatten en zijn problematiek te onderschatten. Hij is hierdoor niet in staat om zich staande te houden en zijn leven zelfstandig te organiseren. De reclassering ziet dan ook geen andere optie dan het adviseren van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Dit strikte kader biedt verdachte meer mogelijkheden van de geïndiceerde zorg te kunnen profiteren. Gehoopt wordt dat, indien de maatregel opgelegd wordt, verdachte gemotiveerd raakt om binnen de maatregel te werken aan het daadwerkelijk stabiliseren van zijn leven. Hoe dan ook zal het opleggen van de ISD maatregel het primaire doel van de maatregel bereiken: de maatschappij voor de duur van de maatregel beschermen tegen het delictgedrag.

De rechtbank heeft mw. [persoon] op de zitting als deskundige gehoord. Zij heeft het advies bevestigd en nader toegelicht. De problematiek van verdachte is sinds de oplegging van de ISD-maatregel in 2022 onveranderd. Daarom is het belangrijk meer zicht te krijgen op de psychiatrische problematiek, zodat voor hem een geschikte woonplek kan worden gevonden bij uitstroom uit de ISD. Vanwege de lage responsiviteit van verdachte en zeer hoge mate van onmacht om tot een gedragsverandering te komen, zijn alternatieve kaders voor hulpverlening niet haalbaar.

De op te leggen straf

De rechtbank stelt vast dat verdachte problemen heeft op meerdere leefgebieden, maar ziet op dit moment geen mogelijkheden om hem daarvoor in een justitieel kader de nodige hulp en begeleiding te bieden. Een traject van behandeling en begeleiding onder toezicht van de reclassering wordt niet haalbaar geacht, gelet op de lage responsiviteit van verdachte. Mede om die reden biedt een voorwaardelijke ISD-maatregel naar het oordeel van de reclassering onvoldoende waarborgen om een gedragsverandering teweeg te brengen. Verdachte heeft naar eigen zeggen alleen hulp nodig bij het vinden van een geschikte woning, heeft een indicatie via de Wet langdurige zorg voor een plek in een instelling voor begeleid wonen en is verder niet bereid mee te werken aan behandeling en begeleiding. De rechtbank acht de kans daarmee groot dat verdachte ook in het kader van een ISD-maatregel niet open zal staan voor het aangeboden programma en dat de maatregel in een kale vrijheidsbenemende straf van twee jaar zal resulteren met als enig doel de bescherming van de maatschappij delictgedrag. Het in deze zaak bewezenverklaarde en het feit dat verdachte sinds de beëindiging van de vorige ISD-maatregel drie keer opnieuw is veroordeeld voor strafbare feiten, rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank thans (nog) niet de oplegging van de ISD-maatregel.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd en zal verdachte voor dit feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van 60 dagen met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

9. Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert € 500,- aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.

Op basis van het dossier en de ingediende vordering kan de rechtbank niet vaststellen dat dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij heeft geen concrete en objectieve gegevens aangeleverd waaruit blijkt dat hij ten gevolge van het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Meer of minder psychisch onbehagen, zoals gevoelens van bijvoorbeeld onmacht, boosheid, frustratie, verdriet, angst en/of slapeloosheid leveren – hoe voorstelbaar vaak ook – niet bedoeld geestelijk letsel op en kunnen op zichzelf dan ook niet als grondslag dienen voor immateriële schadevergoeding.

Ook brengen de aard en de ernst van de normschending naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet mee dat de relevante nadelige gevolgen voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

10. Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert € 500,- aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.

Op basis van het dossier en de ingediende vordering kan de rechtbank niet vaststellen dat dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde heeft partij geen concrete en objectieve gegevens aangeleverd waaruit blijkt dat hij ten gevolge van het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Meer of minder psychisch onbehagen, zoals gevoelens van bijvoorbeeld onmacht, boosheid, frustratie, verdriet, angst en/of slapeloosheid leveren – hoe voorstelbaar vaak ook – niet bedoeld geestelijk letsel op en kunnen op zichzelf dan ook niet als grondslag dienen voor immateriële schadevergoeding.

Ook brengen de aard en de ernst van de normschending naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet mee dat de relevante nadelige gevolgen voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

11. Beslag

Onder verdachte is een zakmes in beslag genomen (goednummer: BZAY1786).

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat nu het bewezenverklaarde strafbare feit met behulp van dit voorwerp is begaan, dit voorwerp verbeurd wordt verklaard.

12. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 57, 285 van het Wetboek van Strafrecht.

13. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 60 (zestig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Verklaart verbeurd:

1 STK Mes (goednummer: BZAY1786).

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.P.E. Meewisse, voorzitter,

mrs. E. Biҫer en C.C.J. Maas-van Es, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.P.E. Meewisse

Griffier

  • mr. I. van Heusden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand