RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 13/001903-23 (zaak A) en 13/057218-24 (zaak B)
Datum uitspraak: 2 juni 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
op dit moment gedetineerd te: [naam PI] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 maart 2024, 24 mei 2024, 14 augustus 2024, 7 november 2024, 22 november 2024, 26 september 2025, 19 december 2025, 6 maart 2026, 7 mei 2026, 8 mei 2026 en 2 juni 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mrs. A.M. Lobregt en S.M. van der Veen, en van wat verdachte en zijn raadslieden, mrs.
J-H.L.C.M. Kuijpers (ten aanzien van de feiten 1, 3 en 4 op de dagvaarding) en D.N.A. Brouns (ten aanzien van feit 2 op de dagvaarding), naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
Feit 1
medeplegen van het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van 106,1 kilogram cocaïne op 20 september 2023;
Feit 2
medeplegen van (gewoonte)witwassen van een Audi RS Q3, Rolex-horloges, sieraden, schoenen en contante geldbedragen van € 5.655,40 en € 39.100,- aan huur;
Feit 3
medeplegen van het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van 408,92 kilogram cocaïne in de periode van 1 mei 2023 tot en met 12 oktober 2023;
Feit 4
medeplegen van het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van in ieder geval 2 kilogram cocaïne in de periode van 14 februari 2023 tot en met 27 februari 2023;
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3. Waardering van het bewijs
Inleiding
In augustus en oktober 2022 heeft de politie MMA-meldingen ontvangen met als inhoud dat verdachte zou beschikken over een flinke hoeveelheid contant geld en dure horloges. Ook heeft het Team Criminele Inlichtingen informatie ontvangen dat verdachte zich bezig zou houden met de grootschalige handel in cocaïne en synthetische drugs en een verdovende middelenlijn zou hebben van Zuid-Amerika naar Europa.
Naar aanleiding van deze informatie is op 30 december 2022 het onderzoek Gravida gestart. In dit onderzoek is afluisterapparatuur (OVC) gebruikt in de Audi RS Q3 waar verdachte in reed in de periode van 13 mei 2023 tot en met 20 september 2023, de dag van de aanhouding van verdachte. Het onderzoek heeft geleid tot vier verdenkingen tegen verdachte, die zijn opgesplitst in vier aparte zaaksdossiers.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.
Ten aanzien van feit 1, feit 3 en feit 4 volgt het bewijs uit de opgenomen OVC-gesprekken en de in de telefoon van verdachte aangetroffen chatberichten. Daaruit blijkt dat hij veelvuldig contact had over het regelen van cocaïnetransporten met personen in het binnen- en buitenland en dat verdachte samen met anderen cocaïne heeft ingevoerd. Verdachte had daarbij een coördinerende rol. Daarmee heeft verdachte zich ten aanzien van al deze drie feiten schuldig gemaakt aan het medeplegen van de invoer van een hoeveelheid cocaïne. De alternatieve lezing van verdachte dat hij enkel aan het bluffen was, wordt door de officieren van justitie niet als geloofwaardig beschouwd.
Ten aanzien van feit 2 volgt uit het bewijs dat verdachte in de tenlastegelegde periode de beschikking had over twee huurwoningen, een Audi RS Q3, Rolex-horloges, sieraden en (merk)schoenen uit het luxe segment, terwijl verdachte geen legaal inkomen had waarmee hij dit alles had kunnen bekostigen. Ten aanzien daarvan bestaat er dus een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen, terwijl verdachte geen concrete en verifieerbare verklaring heeft gegeven voor de herkomst hiervan. Daarmee kan het volgens de officieren van justitie niet anders zijn dan dat deze goederen zijn betaald met geld dat uit misdrijf afkomstig is. De officieren van justitie achten dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen. Het medeplegen daarvan achten de officieren van justitie niet bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van het aan hem onder feit 1, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde. Ten aanzien van deze feiten heeft de raadsman aangevoerd dat de opgenomen OVC-gesprekken en de aangetroffen chatberichten voor meerdere interpretaties vatbaar zijn, waardoor de stelling van verdachte dat hij aan het bluffen was in deze gesprekken niet kan worden uitgesloten. Daarbij heeft de raadsman aangevoerd dat er geen concrete uitvoeringshandelingen zijn verricht door verdachte, bijvoorbeeld in de vorm van het overmaken van geldbedragen. Daarmee kan de directe betrokkenheid van verdachte bij de invoer van de cocaïne niet worden vastgesteld, waardoor hij van al deze feiten moet worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman daarop aanvullend aangevoerd dat nooit is vastgesteld dat er cocaïne op het betreffende schip aanwezig is geweest en dus geen sprake kan zijn geweest van de invoer daarvan. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat betrokkenheid van verdachte bij de invoer van de cocaïne niet kan worden bewezen, omdat uit het dossier enkel gedragingen van verdachte zouden kunnen volgen die pas zijn gepleegd nadat de cocaïne binnen en buiten het grondgebied van Nederland is gebracht. Ten slotte heeft de raadsman aangevoerd dat de aan verdachte verweten gedragingen die zouden hebben plaatsgevonden na de inbeslagname van de cocaïne, niet als strafbare betrokkenheid bij de verlengde invoer kunnen worden gekwalificeerd.
De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht om verdachte vrij te spreken van het aan hem onder feit 2 ten laste gelegde. Daartoe heeft zij aangevoerd dat verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven. Verdachte heeft verklaard dat hij niet over twee, maar over één huurwoning beschikte en dat zijn partner de vaste lasten voor die woning voor haar rekening nam. Zij heeft ook de aanschaf van de Audi RS Q3 betaald en hij mag er van haar in rijden. De luxegoederen (horloges, sieraden en schoenen) die zijn aangetroffen in de tweede huurwoning zijn niet van hem, maar van [naam 1] . Verdachte zegt niet te beschikken over crimineel vermogen en geld te verdienen met pokeren en met zijn werkzaamheden als influencer. Daarnaast kreeg hij geld van naasten. Ook blijkt niet dat de tenlastegelegde voorwerpen onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn uit enig (eigen) misdrijf. Daarmee kan het (gewoonte)witwassen niet worden bewezen. De raadsvrouw van verdachte heeft daarop aanvullend opgemerkt dat niet de gehele ten laste gelegde periode kan worden bewezen, omdat op 14 september 2022 nog een witwasverdenking tegen verdachte is geseponeerd.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van de in de voetnoten vermelde bewijsmiddelen het volgende vast.
Feit 1: Zaaksdossier ‘MSC Brittany’
Op 20 september 2023 heeft de Rotterdamse douane cocaïne aangetroffen in een container in de haven van Rotterdam. De container was afkomstig van het vrachtschip ‘MSC Brittany’, dat op 26 augustus 2023 was vertrokken vanuit de haven van Valparaíso (Chili) en via de haven van Callao (Peru) naar de haven van Rotterdam is gevaren. Op het moment van aankomst in de haven van Rotterdam bevond zich in de container een gekoelde lading avocado’s. In totaal zijn 105 pakketten – met een nettogewicht van 106,1 kilogram – aangetroffen achter een wand bij de koelmotor. Van de aangetroffen partij zijn monsters genomen en dertien daarvan zijn in een laboratorium getest. Deze monsters testten allemaal positief op cocaïne.
OVC-gesprekken
In een op 14 mei 2023 opgenomen OVC-gesprek heeft verdachte in zijn auto met een onbekend gebleven persoon gepraat. Tijdens dit gesprek benoemt verdachte de namen van twee containerrederijen: ‘we can do […] HAPAG and MSC’.Ook bespreekt verdachte hoeveel en op welke wijze er vervoerd kan worden: ‘How much we can do eh... with mirror?’ en ‘We don't do hundred twenty in the mirror in Peru?’.Verderop in het gesprek vraagt verdachte naar een ‘exit garantie’. De onbekend gebleven persoon reageert hierop door te zeggen dat de uithaal gegarandeerd is en dat ze zelfs drie keer per week vertrekken.
Op 15 mei 2023 heeft verdachte telefonisch een gesprek gevoerd met een contact met de bijnaam ‘ [bijnaam contact] ’. ‘ [bijnaam contact] ’ vertelt verdachte dat als de ‘spiegels’ worden geopend er niets wordt gezien: ‘They open the mirror and they check […] and they don't see nothing’. Later vraagt ‘ [bijnaam contact] ’ wanneer hij de ‘forty thousand’ van verdachte krijgt. Hierop zegt verdachte: ‘When I have it, first day, I sent direct to you’, waarop [bijnaam contact] antwoordt: “Ey what happened? The last time you sent me the money for the twenty (20) pieces and the money for the, for the exit and the money transport. You sent me everything. What happened now?’. Verdachte antwoordt dan: ‘All my money I have in eh.. jobs. […] I have now eh... To Le Havre ... I have eh... The, the thing in Peru, because you told me: […] "Yeah! It's on the water' On the water!" […] Then I pay hundred procent (100%)’.
Vervolgens heeft verdachte op 23 mei 2023 aan een onbekend gebleven man gevraagd: ‘Eh, bro? So you can do the avocado you say?’.De man antwoordt hier vervolgens op door te zeggen: ‘Yeah we can do the, the, company of avocado. […] We can do the side of the pallets.’ Verdachte vraagt hierop om een foto en de naam van het bedrijf in Nederland waar de lading naartoe gaat. Ook zegt verdachte de ‘sixty pieces’ van de ‘avocado job’ op dit moment niet te kunnen betalen. Even later vraagt verdachte hoe het met Peru staat: ‘and what about Peru bro?’.
Op 31 augustus 2023 heeft verdachte tegen een onbekende persoon gezegd dat hij niet alles over de telefoon kan zeggen en vervolgens: ‘Dingen toch. 27-08 en daarna hier.’De onbekend gebleven man zegt ze het daar ‘gegooid hebben’. Verdachte zegt dat ze alles erin gestopt hebben en dat hij een filmpje heeft gekregen.
Bevindingen telefoon verdachte
Bij de aanhouding van verdachte op 20 september 2023 is een iPhone 14 Pro in beslag genomen. Op de zitting van 7 mei 2026 heeft verdachte verklaard dat hij deze telefoon gebruikt.
Uit de internetdata van de iPhone 14 Pro volgt dat de webpagina van de ‘MSC Brittany’ op de website marinetraffic.com vanaf 27 augustus 2023 tot en met 19 september 2023 ten minste 78 keer werd bezocht. Ook zijn op de telefoon meerdere afbeeldingen te zien van de gegevens en de locatie van de ‘MSC Brittany’ op marinetraffic.com. Deze website is een maritieme analyseprovider waarop de route en verwachte aankomsttijd van schepen te volgen is.
Op de telefoon is verder een screenshot van een chatgesprek via de applicatie Signal aangetroffen tussen verdachte en het contact ‘ [bijnaam contact] ’ op 1 september 2023. Wanneer verdachte een afbeelding stuurt van de ‘MSC Brittany’ en vraagt of het om ‘this one’ gaat, reageert ‘ [bijnaam contact] ’ bevestigend. Daarop vraagt verdachte: ‘Al my peaces on this one or what’. ‘ [bijnaam contact] ’ antwoordt hierop: ‘The 20 of this month arrive the boat’. Op 13 september 2023 stuurt verdachte naar ‘ [bijnaam contact] ’: ‘19e Brother’. Vervolgens stuurt verdachte op 19 september 2023 een screenshot van de locatie van de ‘MSC Brittany’ en het bericht: ‘waiting the boat’.
Verder zijn in de telefoon van verdachte Signal-chats aangetroffen met de contacten ‘ [contact 1] ’ en ‘ [contact 2] ’. In de chat met ‘ [contact 1] ’, die van 3 september 2023 tot en met 20 september 2023 loopt, stuurt verdachte op 16 september 2023: ‘I have now one job with him on water 400 peaces only me and him’ en ‘And 19e this month I have one’.Hierop stuurt verdachte een screenshot van de webpagina van de ‘MSC Brittany’ op de website marinetraffic.com. Ook aan het contact ‘ [contact 2] ’ stuurt verdachte op 8 september 2023 een screenshot van de webpagina van de ‘MSC Brittany’ op de website marinetraffic.com, met daarbij de berichten:‘2 ton op water ’ ‘Peru’ ‘Peru spiegels’ en ‘Kan veilig vetrek daar’. Op de zitting van 7 mei 2026 heeft verdachte verklaard dat hij deze personen kende uit een groepschat waarin werd gesproken over drugstransporten.
De verklaring van verdachte
Verdachte heeft zich aanvankelijk op zijn zwijgrecht beroepen, maar later meerdere verklaringen afgelegd. Deze verklaringen komen er in hoofdlijnen op neer dat verdachte deed alsof hij een grote speler was in de drugswereld, terwijl hij eigenlijk aan het bluffen was. Dit was deels ingegeven doordat een vriend van verdachte, ‘ [naam vriend 1] ’, een lening had uitstaan bij het contact ‘ [bijnaam contact] ’, met wie verdachte in dat kader regelmatig heeft gecommuniceerd. ‘ [naam vriend 1] ’ had ten opzichte van ‘ [bijnaam contact] ’ de indruk gewekt dat verdachte ook bij de lening was betrokken. Daarmee zou verdachte zich hierbij als tussenpersoon voor ‘ [naam vriend 1] ’ hebben opgeworpen, om zo druk uit te oefenen op ‘ [bijnaam contact] ’ om het geleende geld terug te betalen. ‘ [bijnaam contact] ’ zou volgens verdachte hebben verklaard dat hij het geld pas kon terugbetalen als hij een ‘job’ zou doen. Daarmee zou hij hebben gedoeld op een drugstransport vanuit Peru naar Valencia en later een transport van Peru naar Rotterdam. Omdat ‘ [bijnaam contact] ’ herhaaldelijk loog over de routes van de bootnamen die hij opgaf, besloot verdachte om de route van de ‘MSC Brittany’ in de gaten te houden en daarover contact te onderhouden met ‘ [bijnaam contact] ’. Verdachte deed dit naar eigen zeggen alleen om zijn vriend [naam vriend 1] te helpen en had daarmee geen aandeel in de invoer van de lading cocaïne.
Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij wist dat hij door de politie werd afgeluisterd. Hij heeft daarom opzettelijk talloze gesprekken gevoerd over de handel in verdovende middelen waarbij hij in het echt niet betrokken was, om zo het opsporingsteam op te zadelen met veel en onnodig werk. Na een onterechte aanhouding op 13 maart 2023 ontstond bij verdachte al het vermoeden dat hij werd afgeluisterd. Dit vermoeden werd bevestigd toen hij op 30 mei 2023 per ongeluk werd gebeld door een lid van het opsporingsteam van de politie, dat in de veronderstelling was dat zij met een tolk Spaans sprak en daarbij tot tweemaal toe het woord ‘OVC’ noemde. Ook na dat moment is verdachte doorgegaan met het voeren van nepgesprekken over de handel in verdovende middelen; hij maakte zich geen zorgen om de verdenkingen die hij over zichzelf afriep, omdat hij wist dat hij niet bezig was met het plegen van strafbare feiten. Verdachte zag dit als een ‘spelletje’ dat hij speelde met de politie, ingegeven door zijn eerdere slechte ervaringen met justitie.
De kennis over de wereld van de handel in verdovende middelen en de daaraan gerelateerde termen die verdachte gebruikte zou hij onder meer hebben opgedaan in de gevangenis, waar hij als lid van de Gedetineerdencommissie medegedetineerden hielp met hun strafdossiers. Ook was verdachte actief in meerdere Telegram- en Signal-groepen, waardoor hij veel termen ‘uit het wereldje’ heeft meegekregen. Verdachte werd in deze groepen toegevoegd, omdat hij in de media wordt afgeschetst als een ‘zware crimineel’. In werkelijkheid heeft verdachte volgens hem zowel in deze chatgroepen, als in de aangetroffen privé-chats, alleen maar gebluft dat hij betrokken was bij grote drugstransporten. Dit standpunt vindt volgens de verdediging ondersteuning in het feit dat uit de door verdachte gevoerde gesprekken geen daderkennis blijkt.
Verder heeft verdachte aangevoerd dat de registraties op de website marinetraffic.com kunnen worden verklaard doordat hij regelmatig applicaties weg ‘swipete’ op zijn telefoon, terwijl de applicatie van MarineTraffic nog openstond. Dit verklaart het hoge aantal registraties in de periode van 27 augustus 2023 tot en met 19 september 2023.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte had daderkennis
De rechtbank concludeert op basis van bovengenoemde feiten en omstandigheden die zien op het aantreffen van de cocaïne, de OVC-gesprekken en de telefoongegevens dat verdachte wetenschap had dat er met de ‘MSC Brittany’ verdovende middelen werden vervoerd. Anders dan verdachte en zijn raadsman hebben aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte hierbij ook beschikte over specifieke ‘daderkennis’. Verdachte was namelijk al in mei 2023 bezig met een drugslijn met avocado’s uit Peru, inclusief de wijze waarop de cocaïne in de container werd verstopt (achter de zogeheten ‘spiegels’ bij de koelmotor). Daarbij komt dat verdachte de route van de ‘MSC Brittany’ heeft gevolgd. Bovendien heeft verdachte via de OVC zodanig specifieke informatie besproken dat de autoriteiten dit concrete transport konden onderscheppen. Verder spreekt verdachte meermaals over zijn ‘peaces’ (de rechtbank begrijpt: pieces) die op de boot zitten. Dit doet verdachte niet alleen tegen ‘ [bijnaam contact] ’, maar ook tegen andere contacten. Daarnaast heeft verdachte specifieke daderkennis ook gedeeld in Signal-chats met contactpersonen die verdachte naar eigen zeggen kende uit een groepschat waarin werd gesproken over drugstransporten.
Geen sprake van bluf
De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij in deze chats zou hebben gebluft niet aannemelijk. Het is algemeen bekend dat drugs-chats zoveel mogelijk besloten zijn en alleen toegankelijk zijn voor betrokkenen, om de pakkans zo klein mogelijk te houden. Daar komt bij dat als verdachte onjuiste informatie zou hebben gedeeld met spelers in de drugswereld, zij het contact met hem niet zouden voortzetten, zoals nu wel is gebeurd. Bovendien vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte enkel en alleen vanwege zijn status – al dan niet als influencer of ex-gedetineerde – en dus niet als ervaringsdeskundige aan dergelijke groepschats zou worden toegevoegd, temeer omdat verdachte voorafgaand aan deze verdenkingen qua strafblad niet bekendstond als iemand die betrokken was bij de handel in verdovende middelen.
Verklaring over openstaande app MarineTraffic ongeloofwaardig
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van verdachte over de registraties op de website marinetraffic.com ongeloofwaardig is. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte over de applicatie van MarineTraffic beschikte, nu enkel websitebezoeken zijn geregistreerd. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat verdachte enkel deze applicatie niet weg zou ‘swipen’ als hij zijn telefoon aan het opschonen was.
Verklaring over de lening ongeloofwaardig
Daarnaast vindt de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij deed alsof hij aan [naam vriend 1] geld had verstrekt voor een lening aan ‘ [bijnaam contact] ’ om zo ‘ [bijnaam contact] ’ onder druk te zetten, ongeloofwaardig. Zo blijkt uit de gesprekken tussen verdachte en ‘ [bijnaam contact] ’ niet dat er werd gesproken over een uitstaande lening, of dat verdachte ‘ [bijnaam contact] ’ op enige wijze onder druk zette. Integendeel: uit de hierboven aangehaalde chats tussen [bijnaam contact] en verdachte komt het beeld naar voren dat zij vaker zaken met elkaar deden en wordt er gesproken over betalingen door verdachte aan [bijnaam contact] . Ook volgt uit het dossier niet dat verdachte en ‘ [naam vriend 1] ’ contact hebben over de lening en heeft verdachte desgevraagd ook niet onderbouwd waarom hij zo betrokken was bij het belang van ‘ [naam vriend 1] ’, die hij slechts een kennis noemde die hij via de app Signal kende en niet vaak zag.
Verklaring over afluisterapparatuur politie ongeloofwaardig
Ten slotte vindt de rechtbank ook het scenario van verdachte, te weten dat hij de gesprekken over de handel in verdovende middelen heeft gevoerd terwijl hij wist dat hij afgeluisterd werd, om de politie met onnodig extra werk op te zadelen, niet aannemelijk. De rechtbank sluit niet uit dat verdachte vanaf 30 mei 2023 – het moment dat hij door een lid van het opsporingsteam werd gebeld – ervan uitging dat hij door de politie werd afgeluisterd. Toch neemt dit de redengevendheid van de hierboven besproken feiten en omstandigheden niet weg, omdat dit scenario al wordt weerlegd door het feit dat verdachte beschikte over specifieke daderkennis die duidt op directe betrokkenheid. Daarnaast vindt de rechtbank het ongeloofwaardig dat verdachte gedurende een periode van bijna vier maanden dagelijks en bijna de hele dag door tegen verschillende mensen zou bluffen, met als enige doel de politie aan het werk te zetten. Bovendien wist verdachte na het telefoongesprek van 30 mei 2023 niet wáár hij werd afgeluisterd.
Gelet op al deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte directe betrokkenheid heeft gehad bij de invoer van de cocaïne die was verstopt in een container op de ‘MSC Brittany’. Verdachte heeft het transport van de cocaïne samen met anderen georganiseerd en heeft hij voorafgaand aan het vertrek de financiering daarvan besproken. Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat hij eigen aandeel in de lading heeft, wanneer hij spreekt over ‘my pieces’: blokken cocaïne. Ook voert hij duidelijk de regie over de invoer van de cocaïne, door de route en de verwachte aankomsttijd van de ‘MSC Brittany’ voortdurend in de gaten te houden en dit te communiceren aan andere contacten. Daarmee is verdachte een belangrijke schakel in het geheel geweest. Gelet op deze nauwe en bewuste samenwerking is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de invoer van de in totaal 106,1 kilogram cocaïne op 20 september 2023.
Feit 2: Zaaksdossier ‘Witwassen’
Op 20 september 2023 is verdachte aangehouden in het kader van de verdenking onder feit 1. Op diezelfde dag heeft een doorzoeking plaatsgevonden bij de woning op het adres [adres] , waar verdachte stond ingeschreven. Verdachte heeft op de zitting bevestigd dat hij daar ook woonde. Op de dag van de aanhouding is ook de woning aan de [adres] doorzocht. In deze woning worden onder meer twee Rolex-horloges, een armband, een witgouden ketting en merkschoenen aangetroffen. Verdachte heeft ontkend dat hij ook gebruik maakte van de woning aan de [adres] en dat de daar aangetroffen goederen van hem zijn.
Daarnaast maakte verdachte gedurende de onderzoeksperiode gebruik van een Audi RS Q3, die op naam stond van zijn vriendin [naam vriendin verdachte] .
Bij de beoordeling van de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, stelt de rechtbank voorop dat uit financieel onderzoek is gebleken dat verdachte in de tenlastegelegde periode niet lijkt te beschikken over een legale vorm van inkomen. Uit een transactieoverzicht van de bankrekeningen van verdachte in de periode van 1 januari 2021 tot en met 9 november 2023 volgt dat er in die periode geen loon, subsidies of toeslagen binnenkwamen op de bankrekeningen van verdachte. Wel werd er een totaalbedrag van
€ 80.320,95 bijgeschreven, waarvan een totaalbedrag van € 65.103,75 bestond uit transacties die afkomstig waren van personen uit het netwerk van verdachte. Ook werd er een bedrag van € 10.000,- contant gestort op de bankrekeningen van verdachte. Opvallend is dat er vanaf de bankrekeningen van verdachte niet of nauwelijks betalingen zijn gedaan voor huur, kosten voor levensonderhoud en benzine.
Desondanks komt uit het dossier het beeld naar voren dat verdachte op grote voet leeft en een uitzonderlijk luxeleven leidt. Zo zijn er in het dossier vele foto’s voorhanden van verdachte waarop te zien is dat verdachte pocht met waardevolle horloges en sieraden, luxueuze vakanties, casinobezoeken en talloze kleding en schoenen van diverse exclusieve merken. Van de (in ieder geval ogenschijnlijke) rijkdom waarmee verdachte zich omringt zijn een beperkt aantal voorwerpen en geldbedragen in de tenlastelegging opgenomen. De rechtbank zal hierna per voorwerp of geldbedrag beoordelen of bewezen is dat verdachte zich ten aanzien daarvan schuldig heeft gemaakt aan witwassen.
De rechtbank overweegt dat zij de tenlastelegging zo heeft geïnterpreteerd dat die ziet op het witwassen van de in de woning aan de [adres] aanwezige Rolex-horloges en niet de Rolex-horloges die verdachte op andere momenten draagt, zoals te zien is in het dossier. Omdat er te weinig bekend is over de herkomst van die Rolex-horloges buiten de [adres] en deze ook niet bij verdachte zijn aangetroffen, kan de rechtbank deze Rolex-horloges niet toeschrijven aan verdachte.
Witwasvermoeden
Voor het vaststellen van het witwasvermoeden is allereerst van belang dat op basis van het dossier geen specifiek misdrijf kan worden vastgesteld waaruit de geldbedragen en voorwerpen afkomstig zijn. Hoewel hiervoor en hierna is overwogen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de invoer van verdovende middelen, kan niet worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging genoemde bedragen en voorwerpen direct afkomstig zijn uit (de opbrengsten van) deze misdrijven.
Voor een bewezenverklaring van witwassen is evenwel niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp of geldbedrag afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’, kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte een dergelijke verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal dan moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als een dergelijke verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt het door verdachte zelf uitgedragen beeld van uitzonderlijke rijkdom, in combinatie met zijn strafbare betrokkenheid bij de invoer van cocaïne en het ogenschijnlijk gebrek aan enig legaal inkomen, het vermoeden dat verdachte zich schuldig maakt aan witwassen van de onder hem in beslag genomen voorwerpen en de aan hem toegeschreven huurpenningen. Dit overigens met uitzondering van de in de woning aan de [adres] in beslag genomen horloges, de armband en de witgouden ketting waarvan de rechtbank hierna vaststelt dat deze niet aan verdachte maar aan [naam 1] toebehoren.
Gelet hierop mag van verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van dit geld en deze goederen.
De verklaring van verdachte
Volgens verdachte is de rijkdom die hij online uitdraagt allemaal veelal uiterlijk vertoon.
Hij heeft verklaard dat hij geld heeft verdiend door professioneel te pokeren en mee te doen aan (internationale) pokertoernooien. Ook zou verdachte geld en spullen hebben gekregen of geleend om als influencer deze spullen te promoten of om te werken aan zijn online imago. Hij kreeg geld van naasten om in zijn levensonderhoud te voorzien. Verder heeft verdachte verklaard dat de Audi RS Q3 door zijn vriendin, [naam vriendin verdachte] , is aangeschaft en óók door haar werd gebruikt. Over de in de woning aan de [adres] aangetroffen luxegoederen heeft verdachte verklaard dat die toebehoren aan zijn vermogende vriend [naam 1] , die ten tijde van de doorzoeking tijdelijk in de woning verbleef. Bovendien was de woning aan de [adres] volgens verdachte niet zijn woning en is hij daar slechts een paar keer geweest. Verdachte maakte enkel gebruik van de woning aan de [adres] , waarvan de huur en de overige vaste lasten door zijn vriendin werden betaald. Zij beschikte volgens verdachte over voldoende legaal inkomen om de vaste lasten te voldoen.
Het oordeel van de rechtbank
Inkomsten uit pokeren en influencen?
Verdachte heeft slechts in algemene termen verklaard over zijn inkomsten uit pokeren. Op doorvragen van de rechtbank kon of wilde hij niet concreet verklaren over wat hij maandelijks, of op jaarbasis, aan inkomsten uit pokeren genereerde. Verdachte noemde slechts een enkel voorbeeld van winst die hij zou hebben gemaakt, maar voegde daar ook aan toe dat hij zijn opbrengsten soms ook weer verloor. Hij kon of wilde verder geen concrete bedragen noemen, en verklaarde slechts dat hij ‘onder aan de streep’ wel winst had gemaakt. Die winst werd contant uitgekeerd en heeft hij niet als inkomen opgegeven bij de belastingdienst, maar er weleens filmpjes van gemaakt bij het verlaten van het casino. Over zijn werkzaamheden als influencer verklaarde verdachte dat hij daarmee geen geld maar spullen verdiende, die hij soms ook weer doorverkocht. Ook op dit punt bleef de verklaring van verdachte beperkt tot algemene termen en werd hij nergens concreet. De rechtbank weegt dit hierna mee bij de afzonderlijke bespreking van de tenlastegelegde voorwerpen en geldbedragen.
De Audi RS Q3
Verdachte heeft op de zitting van 7 mei 2026 verklaard dat hij dagelijks gebruik maakte van de Audi RS Q3. Deze Audi RS Q3 stond op naam van de vriendin van verdachte, [naam vriendin verdachte] . Zij is op 29 oktober 2024 gehoord bij de rechter-commissaris en heeft toen verklaard dat de aankoop van de Audi RS Q3 is gefinancierd door de verkoop van een auto die zij eerder tot haar beschikking had. Op de vraag hoe zij die eerdere auto heeft aangeschaft en de vraag hoe de betaling van de Audi RS Q3 is verlopen, heeft zij geen antwoord willen of kunnen geven. Wel heeft zij verklaard dat zij in de periode van 2021 tot medio 2023 ongeveer € 10.000,- per maand verdiende als ZZP’er. Naar aanleiding van die verklaring heeft het Openbaar Ministerie onderzoek laten doen naar het inkomen van [naam vriendin verdachte] in de bewuste periode. Daaruit is gebleken dat zij in de onderzoeksperiode een inkomen van (niet € 10.000,- maar) gemiddeld € 3.563,15 euro per maand ontving, dat afkomstig was uit haar eigen onderneming. Verder valt op dat vanaf 4 mei 2021 tot en met 31 oktober 2022 een totaalbedrag van € 36.480,- contant op haar bankrekening is gestort.
Uit een opgenomen OVC-gesprek in de Audi RS Q3 op 21 mei 2023 volgt dat verdachte een gesprek heeft gevoerd met een vrouw, van wie hij op de zitting van 7 mei 2026 heeft verklaard dat dit waarschijnlijk [naam vriendin verdachte] is. Hieruit concludeert de rechtbank dat de OVC-gesprekken met betrekking tot het betalen van boetes en vaste lasten zijn gevoerd met [naam vriendin verdachte] . Zij beklaagt zich in het gesprek van 21 mei 2023 dat zij door toedoen van verdachte al meer dan € 20.000,- euro aan boetes heeft gekregen. Verdachte zegt in het gesprek iemand te kennen die geld naar haar kan overmaken. Daarbij kan deze persoon aangeven dat het om een lening gaat, zodat zij geen gedoe krijgt met de bank. Ook op 22 mei 2023 heeft verdachte vanuit de Audi RS Q3 telefonisch contact met [naam vriendin verdachte] . Zij zegt in dit gesprek dat ze door verdachte € 20.000,- euro schuld heeft opgebouwd, omdat ze allemaal dingen op haar naam moet zetten en zijn vaste lasten voor hem moet betalen. Op 24 augustus 2023 voert verdachte nogmaals een telefoongesprek met [naam vriendin verdachte] . In dit gesprek zegt [naam vriendin verdachte] dat ze veel voor verdachte doet en dat ze nooit een cent terugkrijgt van hem. Verdachte reageert door te zeggen dat dit niet klopt, omdat hij haar ‘10, 20, 9, 12 en zelfs een nieuwe auto’ heeft gegeven.
Verder volgt uit het dossier dat verdachte de Audi RS Q3 meerdere keren naar de garage heeft gebracht. Ook wordt verdachte tijdens observaties meermaals als bestuurder en gebruiker van de Audi RS Q3 waargenomen en volgt uit geen één van de 3.800 opgenomen OVC-sessies in de Audi RS Q3 in de periode van 12 mei 2023 tot en met 20 september 2023 dat de auto in gebruik was bij [naam vriendin verdachte] .
De rechtbank stelt op grond van de hierboven genoemde feiten en omstandigheden vast dat verdachte de hoofdgebruiker was van de Audi RS Q3, terwijl dit voertuig op naam van [naam vriendin verdachte] stond geregistreerd. Verdachte heeft geen concrete, verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring kunnen geven voor de herkomst van het geld waarmee de auto is aangeschaft. Uit de OVC-gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte via schijnconstructies geld liet overmaken naar zijn vriendin, als beloning voor het feit dat zij onder meer de Audi RS Q3 op haar naam heeft gezet. Daarmee is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet alleen gebruik maakte van de Audi RS Q3, maar dat hij de aankoop daarvan ook heeft gefinancierd. Over zijn inkomen in die periode is verdachte vaag gebleven en uit de objectieve onderzoeksgegevens blijkt dat hij in die periode geen legaal inkomen genereerde waarmee hij een dergelijke auto kon financieren, terwijl ook het inkomen van [naam vriendin verdachte] onvoldoende is geweest om een dergelijke auto te kunnen betalen.
Het aldus door de verdachte geboden tegenwicht tegen het vermoeden van witwassen van de Audi RS Q3 is onvoldoende gebleken. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het ten laste gelegde voorwerp onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dit wist. Omdat verdachte en [naam vriendin verdachte] als opdrachtgever en katvanger hierbij nauw en bewust hebben samengewerkt, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van de Audi RS Q3.
De huurpenningen van de woning aan de [adres]
Tijdens het onderzoek is het vermoeden ontstaan dat verdachte gebruik maakte van twee woningen. Hierbij gaat het om een appartement aan de [adres] en een appartement aan de [adres] . Verdachte stond ingeschreven op het adres aan de [adres] en heeft ook verklaard dat hij daar woonde. Zijn vriendin, [naam vriendin verdachte] , betaalde de huur van deze woning.
[naam vriendin verdachte] is op 29 oktober 2024 gehoord door de rechter-commissaris en heeft in dat verhoor verklaard dat zij de vaste lasten van de woning aan de [adres] betaalde van haar salaris. Daarbij heeft zij naar eigen zeggen geen hulp gekregen van verdachte.
In de periode van januari 2022 tot en met juni 2023 bedroeg de gemiddelde maandelijkse huur van de woning aan de [adres] € 2.603,79 euro, dat vanaf de bankrekeningen van [naam vriendin verdachte] werd voldaan. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft geconcludeerd, is uit onderzoek naar de bankrekening van [naam vriendin verdachte] gebleken dat zij in de onderzoeksperiode een inkomen van gemiddeld € 3.563,15 euro per maand ontving, dat afkomstig was uit haar eigen onderneming.
De rechtbank constateert dan ook dat zij over voldoende legaal inkomen kon beschikken om de huur van de woning aan de [adres] te kunnen voldoen. Uit het dossier blijkt verder niet dat [naam vriendin verdachte] geld kreeg van verdachte om specifiek deze huurbetalingen te kunnen verrichten. Gelet op dit alles kan niet worden geconcludeerd dat het niet anders kan zijn dat het geld waarmee de huur voor de [adres] is voldaan uit misdrijf afkomstig is. Verdachte heeft zodoende met zijn verklaring voldoende tegenwicht geboden aan het witwasvermoeden voor wat betreft deze huurpenningen. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het aan hem ten laste gelegde witwassen van de huurpenningen van de woning aan de [adres] .
De huurpenningen van de woning aan de [adres]
Ten aanzien van het appartement aan de [adres] heeft verdachte verklaard dat dit de woning was van een vriend, genaamd ‘ [naam vriend 2] ’. Hij mocht wel eens van de woning gebruik maken ‘om te chillen met meiden’, maar huurde de woning niet. Hij verklaart dan ook geen huissleutel van de woning te hebben gehad. Wel zou hij eens in gesprekken hebben gezegd dat dit zijn tweede woning was, maar dit was volgens hem wederom enkel grootspraak, in dit geval om vrouwen mee te imponeren.
Uit het dossier volgt dat [naam 2] vanaf 1 april 2022 ingeschreven stond op het adres aan de [adres] . Hij is door de politie als getuige gehoord en heeft verklaard dat hij weliswaar op dit adres ingeschreven stond, maar daar niet woonde. Hij betaalde de huur voor de woning giraal en kreeg dit in contanten terug. Dit deed hij voor ‘een rijke man’, die geen tweede appartement op zijn naam kon hebben. De rechtbank concludeert hieruit dat [naam 2] een katvanger was. Uit het dossier volgt niet direct wie de ‘rijke man’ is voor wie [naam 2] de huur betaalde. Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres] op 20 september 2023 was [naam 1] aanwezig, die heeft verklaard dat hij daar – tegen betaling – tijdelijk verbleef. Net als verdachte heeft [naam 1] gezegd dat de woning van ‘ [naam vriend 2] ’ is, die een vriend van hem zou zijn. Beiden hebben verder geen concrete informatie gegeven aan de hand waarvan de identiteit van deze ‘ [naam vriend 2] ’ kon worden onderzocht.
[naam 2] heeft de huur van de woning aan de [adres] slechts enkele maanden betaald. Het grootste deel van de tijd werd de huur betaald door [naam 3] , die ook niet in de woning op de [adres] woonachtig was.
Uit meerdere OVC-gesprekken volgt dat verdachte praat over het hebben van een tweede woning. Zo zegt hij op 20 mei 2023 tegen een onbekende vrouw dat hij een tweede huis heeft ‘in Oost’. Ook op 21 mei 2023 zegt verdachte dat hij twee appartementen heeft, maar eigenlijk woont ‘boven de Harbour Club’ in ‘Oost’. Een dag later zegt verdachte tegen een onbekende man dat hij de huur betaalt voor twee woningen. Uit de gesprekken volgt ook dat verdachte dit gegeven kennelijk geheim wil houden. Op 19 juni 2023 zegt verdachte tegen een onbekende vrouw dat hij een ‘undercover osso’ heeft, waarop zij zegt: ‘dus je hebt andere huizen die niemand weet’. De reden hiervoor is dat de enkelband van verdachte staat geregistreerd op zijn woning in [plaats] waardoor hij zijn woning in [plaats] een beetje ‘undercover’ wil houden, zo zegt verdachte op 30 augustus 2023 tegen een onbekende vrouw. Omdat er wel eens een inval is geweest in de woning in [plaats] , heeft verdachte naar eigen zeggen ook al zijn dure kleren en schoenen in de woning in [plaats] gezet. Op 4 september 2023 zegt verdachte tegen een onbekende man dat zijn huur ‘drieëntwintig barkie’ (€ 2.300,- euro) is en dat hij ook huur betaalt voor de ‘andere osso’. In het dossier bevinden zich geen OVC-gesprekken waaruit volgt dat verdachte aan iemand (bijvoorbeeld aan ‘ [naam vriend 2] ’) vraagt of hij in de woning aan de [adres] terecht kan, of dat hij bij iemand de sleutel van de woning moest ophalen.
Daarnaast volgt uit de GPS-gegevens van de in de auto van verdachte bevestigde OVC-apparatuur dat hij in de periode van 10 maart 2023 tot en met 10 september 2023 in totaal tweeënzeventig keer voor korte of langere tijd is gestopt in de omgeving van de woning aan de [adres] . Verdachte heeft hierover verklaard dat dit was omdat hij regelmatig het restaurant de Harbour Club bezocht, dat is gelegen onder de woning aan de [adres] . De rechtbank stelt echter vast dat ongeveer de helft van de registraties buiten de reguliere openingstijden van de Harbour Club valt.
Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte in ieder geval op die momenten in de woning aan de [adres] verbleef. Dat, in combinatie met het feit dat er geen OVC-gesprekken zijn aangetroffen waarin verdachte vraagt om toegang tot de woning, wijzen er naar het oordeel van de rechtbank op dat verdachte in die periode vrijelijk over de woning aan de [adres] kon beschikken. Dit past ook bij de uitlatingen die verdachte zelf heeft gedaan in de opgenomen OVC-gesprekken. De verklaring van verdachte dat de opgenomen OVC-gesprekken uit grootspraak bestaan wordt weerlegd door de inhoud van de hiervoor besproken bewijsmiddelen.
De rechtbank is gelet op deze feiten en omstandigheden van oordeel dat de woning aan de [adres] , in ieder geval in de periode van 10 maart 2023 tot 10 september 2023, in gebruik was bij verdachte. Hoewel de rechtbank het aannemelijk acht dat verdachte de woning al begon te huren toen [naam 2] op het adres werd ingeschreven in 2022, kan dit niet met overige bewijsmiddelen worden ondersteund; voor die periode vóór 10 maart 2023 zijn in het dossier namelijk geen GPS-registraties voorhanden of andere bewijsmiddelen waaruit blijkt dat verdachte toen in de woning kwam. In de periode dat de woning in gebruik was bij verdachte moest hij daarvoor huur betalen, die via katvangers ( [naam 2] en [naam 3] ) werd voldaan. Vanaf 10 maart 2023 tot 10 september 2023 is in totaal een bedrag van € 6.874,30 aan huur overgemaakt voor de woning aan de [adres] .
De rechtbank heeft hierboven al vastgesteld dat verdachte vaag is gebleven over zijn beweerde inkomen en dat hij geen aanknopingspunten heeft geboden voor het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen. Ook ten aanzien van dit onderdeel heeft verdachte dus te weinig tegenwicht geboden om het witwasvermoeden te ontkrachten. Er is daarom ook voor dit bedrag geen andere conclusie mogelijk dan dat het onmiddellijk of middellijk afkomstig is uit enig misdrijf.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van € 6.874,30 in de hiervoor vermelde periode.
De in de woning aan de [adres] aangetroffen goederen
De rechtbank heeft hierboven vastgesteld dat verdachte gebruik maakte van het appartement in de [adres] . Bij de doorzoeking van deze woning op 20 september 2023 zijn in de slaapkamer een Rolex Perpetual onder het matras en een gouden Rolex Daytona op het nachtkastje aangetroffen. Op het nachtkastje lag nog een gouden armband en in de kledingkast is een witgouden ketting gevonden. In de garderobekast zijn dertien paar merkschoenen aangetroffen, met een geschatte waarde van € 15.000,- euro. Al deze aangetroffen goederen zijn in beslag genomen.
Op het moment van de doorzoeking was [naam 1] aanwezig in de woning, die heeft verklaard de woning een paar dagen te hebben gehuurd van een kennis. Verder heeft hij verklaard dat de aangetroffen horloges, de armband, de witgouden ketting en een op het nachtkastje liggende trouwring van hem zijn. Nadat [naam 1] aan het onderzoeksteam heeft aangetoond dat hij de trouwring regelmatig draagt, is deze aan hem teruggegeven. Omdat [naam 1] deze verklaring direct tijdens de doorzoeking heeft afgelegd en zijn trouwring en autosleutels op het nachtkastje lagen, acht de rechtbank deze verklaring betrouwbaar. Daar komt bij dat uit het dossier volgt dat [naam 1] een vermogende man is die de financiële middelen heeft om dergelijke luxegoederen aan te schaffen. De rechtbank stelt dan ook vast dat de aangetroffen Rolex-horloges, armband en ketting niet aan verdachte toebehoren. Om deze reden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het witwassen van deze goederen.
Over de in de garderobekast aangetroffen merkschoenen hebben zowel verdachte op de zitting van 7 mei 2026, als [naam 1] in een verhoor bij de rechter-commissaris op een later moment, verklaard dat deze schoenen van [naam 1] zijn. De rechtbank gaat hier echter niet in mee, omdat [naam 1] op het moment van de doorzoeking aanvankelijk verklaarde dat hij op doorreis was en enkel wat kleding bij zich had. Hoewel verdachte op de zitting heeft verklaard dat het voor hem gebruikelijk is om een tas met schoenen mee te nemen op vakantie, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat [naam 1] dertien paar exclusieve merkschoenen bij zich had tijdens een tripje van een paar dagen. Daar komt bij dat verdachte in een OVC-gesprek op 3 september 2023 tegen een onbekende vrouw zegt dat hij al zijn kleding en schoenen ‘bij die andere’ in [plaats] heeft gezet, omdat ‘ze’ alles in beslag nemen en verdachte ‘dure dingen’ heeft. De [adres] bevindt zich in [plaats] . De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte zijn dure schoenen in deze woning in [plaats] heeft gezet, om te voorkomen dat deze goederen bij een inval in beslag zouden worden genomen.
De rechtbank stelt op grond van de hierboven vermelde feiten en omstandigheden vast dat de aangetroffen schoenen in de woning aan de [adres] aan verdachte toebehoren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de wijze waarop hij aan het geld is gekomen voor de aanschaf daarvan. Verdachte heeft niet aangetoond dat hij concrete inkomsten had uit zijn werkzaamheden als influencer, anders dan dat hij heeft verklaard dat hij wel eens spullen kreeg in ruil voor een samenwerking. Omdat hij ook heeft verklaard dat de in de [adres] aangetroffen schoenen niet van hem zijn, stelt de rechtbank vast dat de schoenen dan ook niet afkomstig zijn van een dergelijke samenwerking.
Bij gebreke van een concrete, verifieerbare verklaring over de herkomst van het geld waarmee de schoenen zijn aangeschaft, zoals hiervoor al door de rechtbank is overwogen, heeft de verdachte ook ten aanzien hiervan onvoldoende tegenwicht geboden tegen het vermoeden van witwassen van deze voorwerpen. Ook ten aanzien hiervan is geen andere conclusie mogelijk dan dat deze voorwerpen onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf en dat verdachte dit wist. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van de in de woning aan de [adres] aangetroffen paren schoenen.
Conclusie
Bewezen is dat verdachte de Audi RS Q3, de huurpenningen voor de [adres] en de aldaar aangetroffen merkschoenen heeft witgewassen. Het verweer van de verdediging ten aanzien van de tenlastegelegde periode wordt verworpen: het betreffende sepot ziet op een andere zaak. Gezien de periode waarin de bewezen verklaarde witwashandelingen
hebben plaatsgevonden en de frequentie waarmee dit gebeurde, valt het witwassen naar het
oordeel van de rechtbank bovendien te kwalificeren als gewoontewitwassen.
Feit 3: Zaaksdossier ‘MSC Palak’
Op 11 september 2023 is het vrachtschip ‘MSC Palak’ vertrokken vanuit de haven van Santos (Brazilië), waarna het schip via de haven van Rotterdam (waar het schip op 1 oktober 2023 is aangemeerd) op 8 oktober 2023 in de haven van Antwerpen aankomt.Vanaf de ‘MSC Palak’ is onder meer de container met nummer ‘ [nummer] ’ gelost op kaai [nummer] van de haven van Antwerpen. In die container stonden pallets met kopieerpapier afkomstig van het Braziliaanse bedrijf [naam bedrijf] , die in de haven van Santos (Brazilië) waren ingeladen.De lading was uiteindelijk bestemd voor een bedrijf dat is gevestigd in Kallo (België).Op basis van een risicoanalyse hebben de autoriteiten besloten om deze container op 12 oktober 2023 aan een controle te onderwerpen.Bij de controle heeft de Belgische politie geconstateerd dat de achterste pallets in de container anders waren geladen, waarna tussen de dozen op die pallets in totaal 375 pakketten zijn aangetroffen.Van de inhoud daarvan zijn monsters genomen, die allemaal positief testten op cocaïne.In totaal bleek er 408,92 kilogram cocaïne in de pakketten te zitten.
OVC-gesprekken
Op 21 mei 2023 heeft verdachte in zijn auto een gesprek gevoerd met een onbekende man, die aan verdachte vraagt of hij ‘een video heeft’ van Santos, Brazilië. Verdachte vraagt aan de man of zij ‘iets gaan opzetten’, waarop de onbekende man bevestigend reageert. Verdachte vraagt hierop: ‘Hoe wil je het hebben? In tassen? Of in ieder geval, heb je baknummer?’. Ook zegt verdachte: ‘Ja, maar jij weet toch in Santos Brazilië kunnen geen tassen he... Kunnen alleen maar eh in dozen, in pallets en zo’. Even later hebben verdachte en de onbekende man het onder meer over ‘bedrijven’, een ‘papieren BV’ en ‘dozen papier, A4’.
Op 26 mei 2023 heeft verdachte wederom een gesprek gevoerd met een onbekend gebleven man, tegen wie verdachte zegt dat ‘de lijn’ vanuit Santos goed is en dat hij een lijst heeft met allemaal bedrijven (‘BV’s’) waarmee hij iets kan opzetten uit Santos.
Vervolgens heeft verdachte op 8 juni 2023 gesproken over het nummer [nummer] in combinatie met pallets. Hij zegt tegen een onbekend gebleven persoon: ‘Ik ga niet zomaar hier een dingen benoemen en eh...en eh... Stickers sturen van eh... van eh... Van eh pallets en et cetera. Als ik niet weet of, of hij der wat mee kan. Begrijp je? Die zeventienhonderd (1700), zeventien tweeënveertig ( [nummer] )’.
Op 25 augustus 2023 heeft verdachte aan een onbekende persoon verteld: ‘ik heb papieren Antwerpen als die richting op’ en ‘ik stuur je die filmpjes van papieren door’. In een spraakbericht dat verdachte op 29 augustus 2023 heeft ingesproken, zegt hij: ‘K.A.L.L.O. moet ik erop zien staan. Dan weet ik dat’ en ‘I Need a Photo van from the whole box’. Op 4 september 2023 heeft verdachte in een gesprek nog een keer het bedrijf ‘[naam bedrijf] ’ benoemd in combinatie met ‘pakketten’.
Bevindingen telefoon verdachte
In de inbeslaggenomen telefoon van verdachte is een Signal-chat aangetroffen tussen verdachte en gebruiker ‘ [naam gebruiker] ’. Het gesprek met ‘ [naam gebruiker] ’ is op 13 september 2023 begonnen, twee dagen na het vertrek van de ‘MSC Palak’ uit de haven van Santos. Verdachte heeft op die dag om 03.19 uur onder meer gestuurd dat hij ‘the only one´ is ´ho take out and have controle’. Vlak daarna heeft verdachte een foto naar ‘ [naam gebruiker] ’ gestuurd waarop pallets met dozen papier te zien zijn en waarop een sticker geplakt op een pallet te zien is. Op de foto zijn de woorden ‘Westerl-w’ en ‘Kallo’ omcirkeld en onderstreept. Verdachte heeft daarbij de berichten gestuurd: ‘ [adres] ’ en ‘100% this adres’.
Kort daarvoor heeft ‘ [naam gebruiker] ’ een afbeelding naar verdachte gestuurd, waarop meerdere dozen A4-papier van het merk HP te zien zijn. Daarnaast is op de afbeelding te zien dat er op deze dozen een sticker is geplakt waarop de bedrijfsnaam [naam bedrijf] zichtbaar is en staan op de sticker wederom de woorden ‘Westerl-w’ en ‘Kallo’. Op de ‘bill of lading’ behorende bij de container met nummer [nummer] waarin de cocaïne werd aangetroffen, staan drie referentienummers die overeenkomen met de sticker op de afbeelding die ‘ [naam gebruiker] ’ naar verdachte verstuurde.Ook zijn de afzender en ontvanger in beide gevallen hetzelfde. Daarnaast zijn de dozen op de afbeelding die ‘ [naam gebruiker] ’ stuurde qua merk en kleur gelijk aan de in de container aangetroffen dozen.
Op 18 september 2023 heeft ‘ [naam gebruiker] ’ aan verdachte gevraagd of hij zeker is van zijn ‘paper job’. Verdachte reageert hier bevestigend op: ‘i am the bose (de rechtbank begrijpt: ‘boss’) paper job’. Op 19 september 2023 heeft verdachte een filmpje naar ‘ [naam gebruiker] ’ gestuurd waarop ongeveer tweehonderd pakketten te zien zijn, die lijken op kiloblokken cocaïne.
Verder wordt in de telefoon van verdachte een Signal-chat aangetroffen met het contact ‘ [contact 1] ’ tegen wie verdachte op 16 september 2023 zegt: ‘I have now one job with him on water 400 peaces only me and him’. Uit het moment van het sturen van het bericht, namelijk toen de ‘MSC Palak’ net was vertrokken uit Santos, en de hoeveelheid die verdachte noemt, leidt de rechtbank af dat verdachte hiermee doelde op de cocaïne aan boord van de ‘MSC Palak’.
De verklaring van verdachte
Verdachte heeft ook ten aanzien van deze verdenking verklaard dat de door hem gevoerde gesprekken enkel grootspraak waren. Hij zou zich met behulp van kennis over de ‘MSC Palak’ uit een Telegram-groep tegenover anderen hebben voorgedaan als een grote speler in de drugsindustrie, enkel om indruk op hen te maken. Daartoe zou verdachte oude filmpjes hebben gestuurd naar zijn contacten, die afkomstig waren uit Telegram-groepen en onderling rondgingen. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft verdachte screenshots overgelegd, waaruit zou volgen dat de door hem naar het contact ‘ [naam gebruiker] ’ gestuurde filmpjes en afbeeldingen al in 2021 zijn gemaakt. De ‘paper BV’ zou bovendien een ‘verbrande’ lijn zijn, die allang bekend was bij de douane. Ook deze kennis haalde verdachte naar eigen zeggen uit Telegram-groepen, net als meerdere termen die volgens hem algemeen bekend zijn in de drugswereld. Verder heeft verdachte aangevoerd dat het niet logisch zou zijn dat hij betrokken was bij de invoer van de op de ‘MSC Palak’ aangetroffen cocaïne, omdat hij op 13 en 20 september 2023 nog met het contact ‘ [naam gebruiker] ’ sprak over een ‘test’ met slechts ‘120’ terwijl de ‘MSC Palak’ toen al onderweg was met een grotere hoeveelheid.
Het oordeel van de rechtbank
Ook ten aanzien van dit feit concludeert de rechtbank op basis van bovengenoemde feiten en omstandigheden over het aantreffen van de cocaine, de OVC-gesprekken en de telefoongegevens dat verdachte wetenschap had van het feit dat er met de ‘MSC Palak’ een hoeveelheid verdovende middelen werd vervoerd.
Daderkennis
Anders dan verdachte en zijn raadsman hebben aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte hierbij ook beschikte over kennis die alleen een direct betrokkene bij het transport kon hebben. Verdachte wist de locatie vanwaar het transport is vertrokken (de haven van Santos in Brazilië) en heeft concrete informatie over de afzender (het bedrijf [naam bedrijf] , dat in papier handelt) gedeeld. Ook beschikte verdachte over specifieke kennis over de verstopplek van de cocaïne (in dozen op pallets), de plek waar de container is gelost (kaai [nummer] ) en de locatie en naam van het bedrijf waar de lading voor was bestemd (het bedrijf Westerlund in de plaats Kallo). Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het bedrijf Westerlund is gevestigd op het terrein van Euroports Breakbulk Terminal te Kallo waar de container met daarin de cocaïne heen werd verstuurd.
Geen bluf
De rechtbank heeft hiervoor bij feit 1 (zaaksdossier Brittany) al algemene verweren weerlegd, waarvan de weerlegging ook geldt voor dit feit (zaaksdossier Palak).
De rechtbank gaat specifiek ten aanzien van dit feit niet mee in het verweer van verdachte dat hij enkel oude filmpjes heeft doorgestuurd om indruk te maken, nu hij het doorsturen daarvan ook koppelde aan concrete daderkennis over het transport via de ‘MSC Palak’.
Uit de op de pro forma-zitting van 1 maart 2024 door verdachte overgelegde stukken concludeert de rechtbank dat ook in 2021 inderdaad al soortgelijke afbeeldingen van pallets met dozen en stapels met blokken op de telefoon van verdachte zijn opgeslagen. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat dit dezelfde afbeeldingen zijn als de afbeeldingen die verdachte in de chat met het contact ‘ [naam gebruiker] ’ heeft gestuurd. Verder constateert de rechtbank dat verdachte heeft gestuurd: ‘They put on like this’, als hij in de chat met ‘ [naam gebruiker] ’ een video heeft verstuurd van een pallet met dozen A4-papier met daarin een uitsparing in het midden. Deze dozen zijn qua kleur en merk anders dan de dozen waarin de cocaïne werd aangetroffen. Uiteindelijk wordt de cocaïne in de container op de ‘MSC Palak’ aangetroffen in een uitsparing in het midden van de dozen papier op de pallets. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte dit filmpje als voorbeeld stuurde van de wijze waarop het transport deze keer ook in zijn werk zou gaan. Daarmee kan de aanwezigheid van de oudere afbeeldingen en video’s op de telefoon van verdachte worden verklaard en is het niet ondersteunend voor de verklaring van verdachte, maar voor de bewezenverklaring.
Geen test van dezelfde lijn
Verder heeft verdachte op 13 september 2023 een foto van een lijst met containernummers van het bedrijf Westerlund gestuurd naar ‘ [naam gebruiker] ’, voorzien van het bijschrift: ‘This was with you remember’. ‘ [naam gebruiker] ’ heeft hier vervolgens bevestigend op gereageerd. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte en het contact ‘ [naam gebruiker] ’ eerder al transporten via deze lijn hebben georganiseerd. De rechtbank gaat daarom niet mee in het verweer van verdachte dat hij en ‘ [naam gebruiker] ’ nog bezig waren met een ‘test’, nu deze lijn voor hen beiden al bekend was.
Conclusie
Gelet op al deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte directe betrokkenheid heeft gehad bij de invoer van de cocaïne die was verstopt in een container op de ‘MSC Palak’. Verdachte heeft kennis gedeeld over bedrijven in Santos vanuit waar hij ‘iets kan opzetten’ en de wijze waarop de cocaïne kan worden vervoerd. Vlak voor het transport is vertrokken, heeft hij documenten ontvangen met informatie over de lading, die hij tijdens het transport weer met anderen heeft gedeeld. Dat verdachte hierbij als zelfbenoemd ‘boss of the paper job’ de regie heeft gevoerd, blijkt onder meer uit het feit dat hij in chats aangeeft dat hij de enige is die controle heeft over het transport en ook de uithaal regelt. Daarmee is verdachte een belangrijke schakel in het geheel geweest, door zowel contact te onderhouden met de opdrachtgever(s) als met de uitvoerders. Gelet op deze nauwe en bewuste samenwerking is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de invoer van de in totaal 408,92 kilogram cocaïne in de periode van 21 mei 2023 tot en met 12 oktober 2023.
Feit 4: Zaaksdossier ‘Stella GS’
Op 24 januari 2023 is het vrachtschip ‘Stella GS’ vanuit de haven van Barranquilla (Colombia) vertrokken naar de haven van Gent in België. Terwijl het vrachtschip nog op zee is, heeft de Federale Gerechtelijke Politie (FGP) te Gent op 31 januari 2023 het verzoek vanuit Colombia gekregen om de ‘Stella GS’ bij aankomst in Gent te onderzoeken op de aanwezigheid van verdovende middelen. Toen de ‘Stella GS’ op 12 februari 2023 in Gent is gearriveerd, is het vrachtschip door het ‘Douane Opsporingen Team Haven Gent’ doorzocht. Hierbij is geen cocaïne aan boord van het schip aangetroffen.
Op 13 februari 2023 is er bij de Belgische autoriteiten informatie binnengekomen dat er 187 kilogram cocaïne aan boord van de ‘Stella GS’ zou liggen, die door een criminele organisatie van het schip gehaald zou worden. Naar aanleiding hiervan is de ‘Stella GS’ nogmaals op de aanwezigheid van cocaïne gecontroleerd. Hierbij is wederom geen cocaïne aangetroffen. Op 15 februari 2023 heeft de scheepvaartpolitie van Gent opnieuw een melding over een verdachte situatie rondom de ‘Stella GS’ ontvangen. Het schip ligt dan nog steeds aangemeerd in de haven van Gent. Volgens de melding zouden er gewapende mannen de ‘Stella GS’ hebben betreden, die enkele bemanningsleden zouden hebben bedreigd met een vuurwapen. Na ongeveer een halfuur zouden deze mannen de ‘Stella GS’ hebben verlaten, nadat zij volgens de bemanningsleden twee zware draagtassen uit de ‘Stella GS’ hadden gehaald. Bij het onderzoeken van de vermoedelijke vluchtroute van deze twee mannen heeft de scheepvaartpolitie een gele veiligheidshelm en twee blokken cocaïne aangetroffen. Op een van de blokken cocaïne is het droogstempel ‘ COBRA ’ gezien en op het andere blok staat een afbeelding van het logo van het merk ‘Cupra’.
Op 16 februari 2023 is de ‘Stella GS’ uit de haven van Gent naar de haven van Rostock (Duitsland) vertrokken. Ook daar zijn in de nacht van 26 op 27 februari 2023 drie onbekend gebleven personen aan boord van het schip gekomen. Het is onduidelijk gebleven of deze personen, die allen veiligheidshelmen en -jassen droegen, iets van boord hebben gehaald.
Bevindingen telefoon verdachte
Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte volgt dat er op 20 en 24 februari 2023 afbeeldingen van de webpagina van de ‘Stella GS’ op de website marinetraffic.com zijn opgeslagen. In de nacht van 20 februari 2023 heeft verdachte ook met gebruikers van IP-adressen gebeld die zich onder meer bevinden in Barranquilla (de vertrekplaats van de ‘Stella GS’) en Rostock (de haven waar de ‘Stella GS’ op dat moment naartoe vaart).
OVC-gesprekken
Ook heeft verdachte op 13 en 14 mei 2023 gesprekken gevoerd in zijn auto waarin hij onder meer heeft benoemd dat ‘het Cobra -spul’ goed is. Op 15 mei 2023 heeft verdachte een gesprek gevoerd met zijn contact ‘ [bijnaam contact] ’ waarin verdachte het heeft over gebeurtenissen in Gent, waar de politie volgens verdachte drie dagen heeft gezocht maar niets kon vinden. Door wat er gebeurd is in Gent zal verdachte ‘the stuff’ overal volgen en ‘soldaten’ sturen om ‘het eruit te halen’. Dit alles om te voorkomen dat verdachte en ‘ [bijnaam contact] ’ ‘the same problem’ als in Gent krijgen.
Overige bevindingen
Bij de doorzoeking van de woning van verdachte aan de [adres] op 20 september 2023 zijn veiligheidshelmen en -jassen aangetroffen. Ook is uit de telefoongegevens van verdachte gebleken dat hij op 17 april 2023 contact heeft gehad met de broer van [naam 4] , in wiens woning op 21 februari 2023 blokken cocaïne zijn aangetroffen. Deze blokken zijn voorzien van dezelfde droogstempels als de blokken cocaïne die een week eerder in de buurt van de ‘Stella GS’ zijn gevonden. Verder volgt uit het dossier dat verdachte op 5 mei 2023 contact heeft met [naam 4] , die dan gedetineerd zit, en hem dan vraagt verdachte op de bezoekerslijst te zetten.
De verklaring van verdachte
Verdachte heeft verklaard dat hij in een groepschat zat waarin werd gesproken over de gebeurtenissen in Gent, toen de ‘Stella GS’ al uit de haven van Gent was vertrokken. Op deze wijze kwam verdachte aan de naam van het schip, waarop hij besloot om de route van de ‘Stella GS’ op te zoeken. Verdachte had hier geen verdere intenties bij. Bovendien was er volgens verdachte sprake van een scam en zou er geen cocaïne aan boord van de ‘Stella GS’ zijn geweest, maar was het opzetje, bedoeld om voordeel uit te halen. Ten aanzien van het contact met [naam 4] heeft verdachte verklaard dat hij voor de gezelligheid bij hem op bezoek wilde gaan en het niet te maken had met de bij hem aangetroffen blokken cocaïne.
Het oordeel van de rechtbank
Op basis van bovengenoemde feiten en omstandigheden over de achtergrond van het uiteindelijk aantreffen van de cocaïne, de OVC-gesprekken en de telefoongegevens van verdachte, concludeert de rechtbank dat er op enig moment een hoeveelheid cocaïne op de ‘Stella GS’ aanwezig is geweest, waarvan in ieder geval een gedeelte op 15 februari 2023 van boord is gehaald. Ook is de rechtbank van oordeel dat verdachte op enig moment wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van deze cocaïne aan boord van de ‘Stella GS’, gelet op zijn eigen verklaring en het chatgesprek dat hij op 15 mei 2023 met zijn contact ‘ [bijnaam contact] ’ heeft gevoerd waarin vrij specifieke details met betrekking tot de ‘Stella GS’ worden benoemd.
De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen dat verdachte deze kennis al voorafgaand aan het uithalen van de cocaïne op de ‘Stella GS’ heeft gehad, of dat hij op enige wijze strafbare betrokkenheid heeft gehad bij het organiseren van dit transport. Ten aanzien van de zoekopdrachten van verdachte op marinetraffic.com overweegt de rechtbank dat daaruit niet kan worden afgeleid dat verdachte direct betrokken is geweest bij dit transport, nu niet duidelijk is wat verdachte met deze door hem geraadpleegde informatie heeft gedaan. Daar komt bij dat onbekend is gebleven wat verdachte in de telefoongesprekken op 20 en 24 februari 2023 met contacten in Duitsland en Colombia heeft besproken. Ook de opgenomen OVC-gesprekken waarin verdachte spreekt over de gebeurtenissen in Gent, zijn pas enkele maanden later gevoerd.
Bovendien kan evenmin uit de inhoud van deze gesprekken worden afgeleid dat verdachte directe betrokkenheid had bij het transport. Anders dan bij de andere twee bewezenverklaarde transporten, volgt uit deze gesprekken geen specifieke daderkennis bij verdachte. Verder stelt de rechtbank vast dat de in de woning van verdachte aangetroffen veiligheidshelmen een andere kleur hebben dan de helm die op de vluchtroute in Gent is achtergelaten. Ten slotte geldt dat het vastgestelde contact tussen verdachte en [naam 4] weliswaar opvallend is - nu verdachte heeft verklaard bevriend te zijn met diens broer en verder geen contact met [naam 4] had - maar dat hieruit geen bewijs kan worden gevonden voor betrokkenheid van verdachte bij het transport.
De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het aan hem ten laste gelegde feit.
4. De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de voetnoten opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
Feit 1
op 20 september 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 106,1 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne;
Feit 2
in de periode van 7 februari 2022 tot en met 20 september 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en zijn mededader,
van voorwerpen te weten:
- een Audi RS Q3 met kenteken [kenteken] en/of
- meerdere paren schoenen van diverse exclusieve merken en/of
- een contant geldbedrag aan huurpenningen (woning [adres] ) en/of
- de vindplaats verborgen en/of verhuld en/of
- verborgen en/of verhuld, wie de rechthebbende op deze voorwerpen zijn en/of
- deze voorwerpen verworven en/of voorhanden gehad en/of en/of daarvan gebruik heeft gemaakt,
- terwijl hij en/of zijn mededader wist(en), dat die voorwerpen, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf;
Feit 3
in de periode van 21 mei 2023 tot en met 12 oktober 2023 in Nederland, en in België en in Brazilië tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 408,92 kilogram cocaïne (nettogewicht), van een materiaal bevattende cocaïne;
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder feit 4 is ten laste gelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
5. De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6. De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
7. Motivering van de straffen en maatregelen
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de door hen bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar met aftrek van het voorarrest.
Daarbij hebben de officieren van justitie aangevoerd dat er geen gevolgen moeten worden verbonden aan de overschrijding van de redelijke termijn. De overschrijding van de redelijke termijn is immers het gevolg van nader onderzoek dat op verzoek van de verdediging is uitgevoerd, waaronder het zoeken naar een moeilijk vindbare getuige in het buitenland.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft verzocht om, in het geval van een strafoplegging, in strafverminderende zin rekening te houden met de meewerkende proceshouding van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. Daarbij heeft de raadsman aangevoerd dat het uitoefenen van verdedigingsrechten, zoals het horen van getuigen, niet maakt dat er geen gevolgen moeten verbonden aan een overschrijding van de redelijke termijn.
Het oordeel van de rechtbank
Ernst van de feiten
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de invoer van meer dan 515 kilogram cocaïne in Nederland. Daarmee was verdachte onderdeel van de internationale handel in verdovende middelen, waarmee hij een bijdrage heeft geleverd aan de instandhouding van het grootschalige, criminele drugscircuit. Met de handel in cocaïne wordt veel geld verdiend en deze handel gaat (daardoor) gepaard met vele vormen van criminaliteit, waaronder geweld, die een ontwrichtende werking op de samenleving hebben.
Uit het dossier volgt dat verdachte een uitgebreid en wereldwijd netwerk had aan contacten in de drugswereld, met wie hij bijna dagelijks contact onderhield. Uit de frequentie en het gemak waarmee verdachte met hen over het regelen van drugstransporten sprak, leidt de rechtbank af dat deze grootschalige handel voor hem een dagelijkse bezigheid was. Daarbij was verdachte als tussenpersoon en opdrachtgever voor drugstransporten een essentiële schakel tussen de mededaders in Zuid-Amerika en de potentiële afnemers in Europa.
Verdachte verdiende met deze drugstransporten klaarblijkelijk veel geld en hield er dan ook een luxe levensstijl op na. Als influencer op sociale media pochte hij regelmatig met dure horloges en kleding, om zo naar de buitenwereld uit te stralen dat hij over veel geld beschikte en hield hij zijn imago van ‘grote speler in het criminele milieu’ in stand. Dat hierbij niet enkel sprake was van stoerdoenerij, zoals verdachte heeft verklaard, blijkt uit het feit dat in een van de woningen van verdachte zowel een geldtelmachine, als voor een bedrag aan € 15.000,- aan exclusieve schoenen is aangetroffen. Ook reed verdachte rond in een dure Audi RS Q3 en beschikte hij over grote stapels met contant geld. Dat deze levensstijl – in combinatie met de positie van verdachte in de drugswereld – ook risico’s meebracht, volgt uit het feit dat één van zijn woningen voorzien was van een uitgebreid camerasysteem en dat in deze woning een verborgen ruimte aanwezig was waar verdachte zich in kon verstoppen. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte niet zomaar een speler was in het drugscircuit.
Naast zijn betrokkenheid bij de handel in verdovende middelen, heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Om zijn luxeleven voort te kunnen zetten maakte verdachte gebruik van katvangers, waaronder zijn eigen vriendin, om zo buiten beeld van de opsporingsdiensten te blijven. Door het opzetten van witwasconstructies heeft verdachte verhuld dat hij de feitelijke eigenaar was van de Audi RS Q3 en dat hij de woning aan de [adres] huurde. Hiermee heeft hij ervoor gezorgd dat crimineel verdiend geld is omgezet in tastbaar vermogen. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.
De persoon van de verdachte
In het kader van de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van verdachte van 5 september 2025, waaruit volgt dat het gerechtshof Den Haag hem op 15 mei 2017 heeft veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar en 10 maanden met aftrek van het voorarrest voor onder meer het plegen van woningovervallen en het afleveren van softdrugs.
Verder heeft de rechtbank geconstateerd dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht formeel van toepassing is.
De overschrijding van de redelijke termijn
De rechtbank heeft geconstateerd dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6
van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM), is
overschreden. De redelijke termijn is gestart op 20 september 2023, de dag waarop
verdachte is aangehouden in het casino en zijn woningen zijn doorzocht. Verdachte kon er op dat moment in redelijkheid vanuit gaan dat tegen hem strafvervolging zou worden ingesteld van de toen geconstateerde feiten. Nu het vonnis wordt uitgesproken op 2 juni 2026 is de redelijke termijn met meer dan zestien maanden overschreden. Hierbij gaat de rechtbank uit van de termijn die de Hoge Raad in zijn standaardarrest als uitgangspunt heeft genomen voor een gedetineerde verdachte.
Daarbij overweegt de rechtbank dat de zaak eigenlijk al op 22 november 2024 inhoudelijk behandeld zou worden, maar dat de inhoudelijke behandeling toen niet doorging, vanwege aanvullende onderzoekswensen van de verdediging. Op die zitting is ook het verzoek tot het horen van een buitenlandse getuige toegewezen, die na een lange zoektocht niet kon worden getraceerd. Hierdoor heeft de rechter-commissaris het onderzoek pas in februari 2026 kunnen sluiten, waardoor ontegenzeggelijk vertraging is ontstaan. Omdat de verdediging dit getuigenverzoek echter al vanaf april 2024 consequent heeft herhaald, kan deze vertraging naar het oordeel van de rechtbank niet aan de verdediging worden toegerekend.
De rechtbank zal daarom in strafmatigende zin rekening houden met een overschrijding van de redelijke termijn van zestien maanden.
De strafoplegging
In het kader van de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting en naar straffen die in vergelijkbare zaken worden
opgelegd. Voor de invoer van een hoeveelheid vanaf twintig kilo aan harddrugs, neemt de LOVS een gevangenisstraf vanaf 60 maanden als uitgangspunt.
Bij het bepalen van de op te leggen straf weegt de rechtbank verder mee dat verdachte al vanaf jonge leeftijd lijkt te groeien op de criminele ladder, en dat ook een eerdere forse vrijheidsbenemende straf hem er niet van heeft weerhouden om opnieuw over te gaan tot het plegen van strafbare feiten. De feiten waarvoor hij nu wordt veroordeeld, zijn zelfs gepleegd tijdens de periode van zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling, waarbij ook bijzondere voorwaarden zoals reclasseringscontact en een enkelband het recidiverisico klaarblijkelijk niet voldoende konden inperken. Zelfs in de periode waarin verdachte in voorarrest zat voor deze drugs- en witwaszaken, beschikte hij in de PI over een telefoon waarop gesprekken over de handel in verdovende middelen zijn teruggevonden. Ook is de schorsing van de voorlopige hechtenis in deze zaak opgeheven vanwege een nieuwe drugsverdenking.
De rechtbank ziet daarom de oplegging van een forse vrijheidsbenemende straf als de enige mogelijkheid om het hoge recidiverisico van verdachte enigszins terug te dringen. Daarbij komt de rechtbank wel tot een lagere straf dan door de officieren van justitie is geëist, omdat zij verdachte van het drugsfeit 4 over de Stella vrijspreekt.
De rechtbank overweegt dat zij tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar zou zijn gekomen indien er geen sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn. Nu dit wel het geval is, zal de rechtbank verdachte een strafkorting geven van 6 maanden. Dit is minder dan de tien procent die bij een dergelijke overschrijding gebruikelijk is, maar de rechtbank overweegt hierbij dat de voorlopige hechtenis van verdachte tussentijds ook is geschorst. Hierdoor is verdachte vanaf zijn aanhouding niet de hele tijd gedetineerd geweest, waardoor hij minder nadeel heeft geleden dan als dit wel het geval zou zijn geweest. Voor het bepalen van de duur van de redelijke termijn van berechting op zestien maanden is de rechtbank wel uitgegaan van de termijn die voor een gedetineerde verdachte wordt gesteld, waardoor verdachte naar het oordeel van de rechtbank al voldoende tegemoet is gekomen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 78 maanden, met aftrek van voorarrest, passend is voor de door verdachte gepleegde feiten.
8. Het beslag
Onder verdachte zijn volgens de beslaglijst van 17 oktober 2025 de volgende voorwerpen in beslag genomen:
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen auto, schoenen, horloges en sieraden (inclusief de dozen en de verpakkingen) verbeurd moeten worden verklaard. De in beslag genomen tas, jassen, notitieblok en agenda kunnen volgens de officieren van justitie worden teruggegeven aan verdachte. Het strafvorderlijk beslag op de in beslag genomen geldbedragen kan volgens de officieren van justitie vervallen en strafrechtelijk retour naar verdachte. Er rust nog wel conservatoir beslag op deze geldbedragen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van verdachte heeft vanwege de bepleite vrijspraak verzocht om de in beslag genomen goederen terug te geven aan de daartoe rechthebbenden.
Het oordeel van de rechtbank
Schoenen en Audi RS Q3
De rechtbank zal in beslag genomen schoenen en Audi RS Q3 verbeurd verklaren, nu hiermee het onder feit 2 bewezen geachte witwassen is begaan.
Horloges en sieraden
De in beslag genomen horloges en sieraden (inclusief de daarbij behorende dozen en de verpakkingen) dienen te worden teruggeven aan de daartoe rechthebbende(n), nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van het witwassen van deze goederen.
Overige goederen
De in beslag genomen tas, jassen, notitieblok en agenda dienen te worden geretourneerd aan verdachte. Ook het bij zijn aanhouding op 20 september 2023 in beslag genomen geldbedrag van € 5.647,85 euro en het bij zijn aanhouding op 15 juli 2025 in beslag genomen geldbedrag van € 4.440,- euro worden in strafrechtelijke zin aan hem teruggegeven. Aangezien er volgens de officieren van justitie ook nog conservatoir beslag ligt op die bedragen, zullen deze geldbedragen vooralsnog niet feitelijk aan verdachte worden teruggegeven.
9. Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 mei 2017, onder parketnummers 09/754248-11 en 09/765011-14, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar en 10 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Verdachte is op 3 juni 2021 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden herroepen als verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt. De voorwaardelijke invrijheidsstelling bedroeg op dat moment een strafrestant van 1560 dagen, met een proeftijd voor de duur van eveneens 1560 dagen. Op 20 september 2023 is verdachte aangehouden in deze zaak voor drugs- en witwasfeiten die zijn gepleegd in deze lopende proeftijd.
De vordering van de officier van justitie die op 3 oktober 2023 bij de rechtbank is binnengekomen in de zaak met v.i.-zaaknummer 99/001024-31 heeft tot doel het herroepen van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de gehele voorwaardelijke invrijheidstelling.
Het standpunten van het Openbaar Ministerie
De officieren van justitie hebben gevorderd de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe te wijzen, aangezien verdachte de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden algemene voorwaarde heeft overtreden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft gelet op de bepleite integrale vrijspraak verzocht om de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af te wijzen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft in dit vonnis vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten die zijn gepleegd tijdens de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling, waarmee verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.
De rechtbank overweegt dat het aantal dagen waaruit het strafrestant bestaat fors is. Verdachte heeft zich echter ook schuldig gemaakt aan nieuwe, ernstige strafbare feiten, die in zekere zin samenhangen met de eerdere veroordeling. Destijds is verdachte onder meer veroordeeld voor gewapende woningovervallen, waarbij het zijn intentie was om op criminele wijze snel, en veel geld te verdienen. Diezelfde manier van doen komt terug in de veroordeling voor de drugsfeiten.
Bovendien heeft verdachte in het kader van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling een verkeerde voorstelling van zaken gegeven bij de reclassering, waardoor het recidiverisico en het risico op het onttrekken aan voorwaarden als laag is ingeschat. Vanaf het moment dat verdachte is vrijgekomen, valt echter uit niets af te leiden dat hij op enige wijze heeft geprobeerd om een normaal bestaan op te bouwen. De rechtbank acht de toewijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling dan ook proportioneel.
De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen en bevelen dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel moet worden ondergaan. Dit ziet op het volledige strafrestant van 1560 dagen.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 63 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
11. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder feit 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Feit 1 en feit 3:
telkens: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.
Feit 2:
ten aanzien van het eerste en derde gedachtestreepje:
medeplegen van gewoontewitwassen;
en
ten aanzien van het tweede gedachtestreepje:
gewoontewitwassen.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 78 (achtenzeventig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Beslag
Verklaart verbeurd:
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:
Gelast de teruggave aan verdachte van:
De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
Wijst toe de vordering strekkende tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Beveelt dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer gelegd is, te weten 1560 (vijftienhonderdzestig) dagen, alsnog wordt ondergaan.
Dit vonnis is gewezen door
mr. C. Bruil, voorzitter,
mrs. M. Smit en B. van Galen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.M. Bos, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juni 2026.