ECLI:NL:RBAMS:2026:5506

ECLI:NL:RBAMS:2026:5506

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 12193907 CV EXPL 26-5836
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Ambtshalve toetsing huur Richlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen)

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis van de kantonrechter

[gedaagde]

Verloop van de procedure

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 12193907 CV EXPL 26-5836

vonnis van: 26 mei 2026

fno.: 506

I n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Heimstaden Max B.V.

gevestigd te Amsterdam

eisende partij

gemachtigde: mr. M.J. Schapendonk

t e g e n

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

niet verschenen

Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde partij is niet verschenen. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.

Gronden van de beslissing

BESLISSING

1. Eisende partij vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.

Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening

2. De kantonrechter heeft vastgesteld dat eisende partij heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen

3. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze buiten toepassing laten. Eisende partij mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68).

4. Eisende partij heeft de tussen haar rechtsvoorganger (Heimstaden Nederland 6A B.V.) en gedaagde partij gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de zelfstandige woonruimte gelegen te [adres], alsmede de berging, plaatselijk genummerd [nummer] en de daarop van toepassing zijnde Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte (ROZ) 20 maart 2017 (verder: de algemene voorwaarden) in het geding gebracht.

5. Het huurprijsbeding en servicekostenbeding (artikel 4.5) in de huurovereenkomst zijn kernbedingen. Deze bedingen zijn transparant en op grond van artikel 4 lid 2 van de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.

6. Het betreft hier de huur van een woning met een niet-geliberaliseerde huurprijs.

7. Opgemerkt wordt dat het in de huurovereenkomst opgenomen beding met betrekking tot huurprijswijziging (artikel 5.1) en het in de algemene voorwaarden opgenomen beding met betrekking tot wijziging voorschot servicekosten (artikel 17.13) in dit geval niet door de kantonrechter worden getoetst, omdat er nog geen huurverhoging en verhoging van het servicekosten voorschot heeft plaatsgevonden. Deze bedingen liggen daarmee niet aan de vordering ten grondslag.

8. Voorts stelt de kantonrechter vast dat in artikel 19.27 van de huurovereenkomst is bepaald dat artikel 25.2 van de algemene voorwaarden, dat ziet op in rekening brengen van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, niet van toepassing is en dat eisende partij geen (oneerlijk) beding over rente in de huurovereenkomst en/of haar algemene voorwaarden heeft staan. Gelet op het voorgaande kan eisende partij daarom aanspraak maken op de wettelijke regelingen.

De vordering

9. De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens hierna met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten en ontruimingstermijn is overwogen.

10. Eisende partij maakt aanspraak op vergoeding van een totaal bedrag van € 954,21 aan buitengerechtelijke kosten (inclusief btw). Volgens de specificatie in de dagvaarding is dit bedrag opgebouwd uit twee posten, waarvan door eisende partij ook de zogenaamde veertien dagen aanmaningen zijn overgelegd. Het wordt echter niet redelijk geoordeeld dat er hogere kosten zijn gemaakt dan de kosten die gelet op het totaal van de vorderingen waarvoor is aangemaand (€ 6.620,40 ), op grond van het besluit buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn. Het voorgaande maakt dat een bedrag van € 854,28 aan buitengerechtelijke kosten (inclusief btw) toewijsbaar is. Het meer gevorderde wordt daarom afgewezen.

11. De ontruimingstermijn wordt gesteld op twee weken.

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak (de zelfstandige woonruimte) gelegen te [adres], alsmede de berging, plaatselijk genummerd [nummer];

veroordeelt gedaagde partij om deze onroerende zaak met al wie en al wat zich daarin vanwege gedaagde partij bevindt, binnen twee weken na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en met overgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van eisende partij te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;

veroordeelt gedaagde partij om te betalen aan eisende partij:

€ 8.275,50 ter zake van achterstallige huur, berekend tot en met 31 maart 2026, vermeerderd met de wettelijke rente over voorgenoemd bedrag vanaf de dag der dagvaarding (13 april 2026) tot de voldoening;

€ 854,28 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten (inclusief BTW);

c) € 186,20 ter zake van meegevorderde wettelijke rente;

d) € 827,55 per maand vanaf 1 april 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt;

veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 153,77 aan explootkosten, € 360,00 aan salaris gemachtigde, € 559,00 aan griffierecht en € 72,00 aan nakosten voor zover van toepassing, inclusief BTW, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Kraak

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand