RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiser] C.V.
[gedaagde]
Verloop van de procedure
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12164270 CV EXPL 26-4860
vonnis van: 12 mei 2026
fno.: 506
I n z a k e
gevestigd te [vestigingsplaats]
eisende partij
gemachtigde: Armaere B.V.
t e g e n
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
niet verschenen
Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde partij is niet verschenen. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.
Gronden van de beslissing
1. Eisende partij vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
2. De kantonrechter heeft vastgesteld dat eisende partij heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
3. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze buiten toepassing laten. Eisende partij mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68).
4. Eisende partij heeft de tussen partijen gesloten huurovereenkomst, met betrekking tot de woning gelegen aan het adres [adres], en de daarop van toepassing zijnde General Terms and Conditions Ourdomain Amsterdam South East - February 2025 (verder: de algemene voorwaarden) in het geding gebracht.
5. Het huurprijsbeding en de servicekostenbedingen in de huurovereenkomst zijn kernbedingen. Deze bedingen zijn transparant en zijn op grond van artikel 4 lid 2 van de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.
6. Het betreft hier de huur van een woning in het laag segment per 1 augustus 2025.
7. Opgemerkt wordt dat artikel 6.2 (huurprijswijziging) en artikel 7.3 (wijziging voorschot servicekosten) van de algemene voorwaarden in dit geval niet door de kantonrechter worden getoetst, omdat er nog geen huurverhoging en wijziging van het servicekosten voorschot heeft plaatsgevonden. Deze bedingen liggen daarmee dus niet aan de vordering ten grondslag.
8. De kantonrechter stelt daarnaast vast dat eisende partij geen (oneerlijke) bedingen over rente, buitengerechtelijke incassokosten en/of proceskosten in de huurovereenkomst en/of haar algemene voorwaarden heeft staan, zodat zij aanspraak kan maken op de wettelijke regelingen.
De vordering
9. De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens hieronder met betrekking tot de ontruimingstermijn nog is overwogen.
10. De ontruimingstermijn wordt gesteld op twee weken.
BESLISSING
De kantonrechter:
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak aan het adres [adres];
veroordeelt gedaagde partij om het gehuurde binnen twee weken na betekening van dit vonnis te ontruimen en ter beschikking van eisende partij te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;
veroordeelt gedaagde partij om te betalen aan eisende partij:
a) € 2.563,83 ter zake van achterstallige huur, berekend tot en met 28 februari 2026, vermeerderd met de wettelijke rente over het hiervoor genoemde bedrag vanaf de dag der dagvaarding (23 maart 2026) tot de voldoening;
b) € 461,47 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten (inclusief btw);
c) € 41,46 ter zake van meegevorderde wettelijke rente;
d) € 647,67 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt;
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 153,77 aan explootkosten, € 253,00 aan salaris gemachtigde, € 529,00 aan griffierecht en € 72,00 aan nakosten voor zover van toepassing, inclusief BTW, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.