het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder.
Inleiding
1. Eiseres heeft op 11 april 2025 beroep ingesteld tegen een onbekend gebleven besluit van verweerder van 5 juni 2006.
Op 29 september 2025 heeft de rechtbank via verweerder vernomen dat eiseres op [datum 1] 2025 is overleden.
De rechtbank heeft met de brief van 21 oktober 2025 de erven van eiseres verzocht om binnen vier weken na die datum een notariële akte van erfrecht over te leggen. Met de aangetekende brief van 29 januari 2026 heeft de rechtbank gewezen op de brief van 21 oktober 2025 en verzocht om binnen twee weken een schriftelijke reactie toe te sturen.
Op 19 februari 2026 heeft de rechtbank de brief retour ontvangen met de mededeling ‘niet afgehaald’.
De rechtbank heeft vervolgens, in verband met het overlijden van eiseres, in deze zaak een advertentie geplaatst in de Staatscourant van [datum 2] 2026 (nr. [nummer]) waarin eventuele erfgenamen worden opgeroepen zich te melden ter zitting van donderdag 21 mei 2026, om 12.00 uur. Verweerder is per gewone post uitgenodigd voor de zitting.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 aan de orde gesteld. Aan de kant van eiseres is niemand verschenen. Verweerder heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.
Met inachtneming van artikel 8:67 van de Awb heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Motivering
De indiener van het beroep, eiseres, is overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het beroep. De rechtbank is niet gebleken van erfgenamen die eiseres als partij in dit beroep zijn opgevolgd en die het beroep zouden willen voortzetten. Omdat het procesbelang aan de beoordeling van het beroep is komen te ontvallen, moet het ingestelde beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2026 door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.
griffier
rechter
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.