ECLI:NL:RBAMS:2026:5533

ECLI:NL:RBAMS:2026:5533

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 13/082898-26
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

EAB Italië; verweer m.b.t. artikel 9 OLW verworpen; overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/082898-26

Datum uitspraak: 3 juni 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 2 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 15 januari 2026 door the Court of Crotone - Section of the Pre-trial Investigation Judges, Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] (Oezbekistan),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 mei 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Russische taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Oezbeekse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een pre-trial detention order, issued on 10.10.2025 by the Court of Crotone, Section Pre-Trial Investigation Judges, Regnr 3073/2024: r. gip, 789/2025.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Italiaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

4. Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:

hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5. Artikel 9 OLW; ne bis in idem

De raadsman heeft aangevoerd dat er sprake is van een ‘ne bis in idem’-situatie. De opgeëiste persoon heeft zijn straf al ondergaan in Italië. Hiertoe zijn niet-vertaalde Italiaanse stukken overgelegd, waaruit blijkt dat hij voor een soortgelijk feitencomplex reeds is veroordeeld en daar 2,5 jaar voor in de gevangenis heeft gezeten. Er zijn toen procesafspraken gemaakt.

De officier van justitie heeft dit verweer opgevat als een verweer over de genoegzaamheid van het EAB en gesteld dat de enkele ontkenning van de opgeëiste persoon en de niet-vertaalde Italiaanse stukken niet kunnen afdoen aan de informatie in het EAB. Daarnaast verschillen de Italiaanse stukken qua inhoud ook van het EAB. Het EAB is dus genoegzaam.

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is van oordeel dat dit verweer ziet op artikel 9 OLW en niet op artikel 2 OLW. Het is niet in geschil dat het EAB genoegzaam is. Hoewel de overgelegde stukken niet vertaald zijn vanuit het Italiaans heeft de rechtbank hier wel acht op geslagen en gekeken of er mogelijk overeenkomende kenmerken zijn met het EAB. Echter, de in het EAB genoemde kenmerken, de pleegdatum en de pleegplaats Crotone komen niet terug in de overgelegde Italiaanse stukken. Er zijn dus geen kenbare aanknopingspunten voor de stelling dat de Italiaanse stukken zien op de feiten in het EAB. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet gebleken is dat sprake is van een ne bis in idem-situatie en verwerpt het verweer.

6. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Court of Crotone - Section of the Pre-trial Investigation Judges (Italië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. C. Klomp, voorzitter,

mrs. E. van den Brink en L. Sanders, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. C.W. van der Hoek en E.H. Wisgerhof, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 juni 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Klomp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand