ECLI:NL:RBAMS:2026:5556

ECLI:NL:RBAMS:2026:5556

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer 13-061954-26 (EAB 2)
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Executie-EAB Polen, einduitspraak na ECLI:NL:RBAMS:2026:4192. Eerder aangehouden in verband met de toetsing aan artikel 12 OLW. N.a.v. de aanvullende informatie ziet de rechtbank af van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-061954-26 (EAB 2)

Datum uitspraak: 27 mei 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 3 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 13 mei 2025 door the Circuit Court of Zielona Góra, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] (Polen),

feitelijk verblijfadres: [adres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting 14 april 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 14 april 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

Tussenuitspraak 28 april 2026

Bij tussenuitspraak van 28 april 2026 is het onderzoek heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen gelet op de toetsing aan artikel 12 OLW.

Zitting 19 mei 2026

Op de zitting van 19 mei 2026 heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is opnieuw bijgestaan door zijn raadsman, mr. Van der Woude, en door een tolk in de Poolse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak 28 april 2026

De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van 28 april 2026 al is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de feiten en artikel 11 OLW in relatie tot artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Deze overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

In de tussenuitspraak van 28 april 2026 heeft de rechtbank ook al grotendeels geoordeeld over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW. Ook deze overwegingen moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd. Uit deze overwegingen volgt dat artikel 12 OLW niet aan overlevering in de weg staat, met dien verstande dat ten aanzien van één van de beslissingen – het onderliggende vonnis van 1 september 2015 van the District Court of Zielona Góra met kenmerk VII K 545/15 – nadere informatie nodig was. Daarom is door de rechtbank de volgende vraag geformuleerd:

“Onderdeel d) van het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon op 29 oktober 2014 een “interview” had. Is de opgeëiste persoon in dit verhoor verhoord als verdachte in de strafzaak met kenmerk VII K 545/15? Is de opgeëiste persoon tijdens het ‘interview’ op 29 oktober 2014 op de hoogte geraakt of gebracht van de concrete beschuldiging (waarvoor hij op 1 september 2015 is veroordeeld) en dat hij daarvoor strafrechtelijk zou (kunnen) worden vervolgd?”

Het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) heeft namens de officier van justitie deze vraag op 1 mei 2026 voorgelegd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. In het antwoord van 7 mei 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit onder meer het volgende meegedeeld:

“On October 29, 2014, during the investigation [opgeëiste persoon] was interviewed by the police as a suspect. At the beginning, he was instructed about his rights and obligations. He received an ‘instructions form’, the receipt of which he confirmed with his handwritten signature and he was advised, in writing, too, of the offences he had been charged with, the receipt of which he also signed, thus confirming his familiarity with the contents of both documents.”

Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat met deze aanvullende informatie duidelijk is dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de concrete beschuldiging jegens hem en dat hij er redelijkerwijs rekening mee moest houden dat een strafrechtelijke procedure tegen hem zou volgen. De opgeëiste persoon heeft verder – zoals ook volgt uit de eerdere aanvullende informatie van 2 en 13 april 2026 – een adresinstructie ontvangen, waarbij hij is gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven, waarna de oproep voor de zitting die tot de beslissing heeft geleid, is gezonden aan het door de opgeëiste persoon opgegeven adres. De opgeëiste persoon is vervolgens niet verschenen op de zitting.

Deze omstandigheden leiden tot het oordeel dat de opgeëiste persoon, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, op zijn minst kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. De rechtbank ziet daarom af van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2 en 10 Opiumwet, 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994, 45, 310, 311, 312 en 326 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW.

7. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court of Zielona Góra, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. L. Baroud en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 mei 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Westerman

Griffier

  • mr. A.T.P. van Munster

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand