RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12137542 \ CV EXPL 26-3722
Vonnis van 28 mei 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s.,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
COWBOY,
gevestigd te Brussel (België),
gedaagde partij.
1. De procedure
Eisende partij heeft bij dagvaarding van 22 januari 2025 een vordering tegen gedaagde partij ingesteld overeenkomstig de door haar overgelegde dagvaarding.
Gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin op de in het exploot van de dagvaarding vermelde terechtzitting van 13 maart 2026 te 10:00 uur geantwoord.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
Betekening
Gedaagde partij is gevestigd in Brussel, België. Daarom is op de betekening van de dagvaarding het bepaalde in de Betekeningsverordening (Verordening (EU) 2020/1784)) van toepassing.
Eisende partij heeft een certificaat van betekening als bedoeld in artikel 14 van de Betekeningsverordening overgelegd (“Formulier K”). Daaruit volgt dat de dagvaarding op 18 februari 2026 aan gedaagde partij is betekend door het stuk af te geven op het adres van gedaagde partij.
De termijn van dagvaarding van - kort gezegd - een in het buitenland wonende dan wel gevestigde gedaagde partij die een bekende woon- of verblijfplaats heeft in één van de EU-landen, is tenminste vier weken. Hierbij dient niet alleen de dagvaardingstermijn in acht te worden genomen, maar dient ook sprake te zijn van een tijdige kennisgeving als bedoeld in artikel 22 van de Betekeningsverordening. In dat verband wordt in beginsel een termijn van vier weken tussen de datum van betekening of kennisgeving en de rolzitting aangehouden om de gedaagde partij de gelegenheid te geven zich te verweren.
De hiervoor bedoelde termijn van tenminste vier weken tussen de datum van kennisgeving door de Belgische deurwaarder op 18 februari 2026 en de rolzitting van 13 maart 2026 is niet in acht genomen. Derhalve wordt op grond van deze wijze van betekenen (nog) geen verstek tegen gedaagde partij verleend.
Eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld gedaagde partij nogmaals, met inachtneming van het overwogene in 2.3 en 2.4, bij exploot voor de behandeling van de zaak op te roepen. Eisende partij dient bij het exploot naast de oorspronkelijke dagvaarding in ieder geval dit vonnis aan gedaagde partij mee te betekenen.
De procedure zal daarvoor opnieuw naar de rol worden verwezen. Indien eisende partij verwijzing naar een andere roldatum wenst, kan zij de kantonrechter om verwijzing naar een andere datum verzoeken.
De kosten van het opnieuw oproepen bij exploot blijven voor rekening van eisende partij.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter
draagt eisende partij op om opnieuw een exploot uit te brengen en in te dienen als hierboven omschreven,
verwijst daartoe de zaak naar de rol van 23 juli 2026 om 10:00 uur,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
64443