ECLI:NL:RBAMS:2026:5716

ECLI:NL:RBAMS:2026:5716

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 13-117334-26
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verkorte overlevering. Er is geen sprake geweest van inverzekeringstelling of bewaring. De primaire vordering tot inverzekeringstelling (artikel 21 lid 8 OLW) en de subsidiaire vordering tot gevangenhouding (artikel 27 lid 2 OLW) worden daarom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer: 13-117334-26

Beslissing ex artikel 40 Overleveringswet

Naar aanleiding van de verklaring van de opgeëiste persoon ten overstaan van de raadkamer dat hij instemt met zijn onmiddellijke overlevering als verzocht in het ten aanzien van hem uitgevaardigde Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 20 april 2026, door Staatsanwaltschaft Feldkirch, Oostenrijk (hierna de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] (Roemenië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

gedetineerd in [Penitentiaire Inrichting] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1. Procesgang

De opgeëiste persoon is gehoord in raadkamer op 01 mei 2026. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. P. Celikkal, en door een tolk in de Roemeense taal.

Het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd door mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft in raadkamer verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een door het Landesgericht Feldkirch krachtens beschikking van 4.12.2024 m.b.t. zaaknummer 28 HR 332/24h goedgekeurde lastgeving tot aanhouding van het Openbaar Ministerie Feldkirch met dossiernummer 8 St 122/25y (voorheen 8 St 202/24m).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Oostenrijks recht strafbare feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4. Verklaring van de opgeëiste persoon

De opgeëiste persoon laat desgevraagd weten dat hij begrijpt wat zijn verklaring inhoudt en dat deze onomkeerbaar is. De opgeëiste persoon verklaart dat hij instemt met onmiddellijke overlevering aan Oostenrijk.

De opgeëiste persoon verklaart desgevraagd dat hij geen afstand doet van het specialiteitsbeginsel (artikel 39 lid 1 OLW).

5. Standpunten van de raadsvrouw en de officier van justitie.

De raadsvrouw en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden of beletselen zijn die aan de overlevering van de opgeëiste persoon aan Oostenrijk in de weg staan.

De officier van justitie heeft primair de inverzekeringstelling van de opgeëiste persoon gevordeerd op grond van artikel 21, achtste lid, OLW, en subsidiair zijn gevangenneming gevorderd op grond van artikel 27, eerste lid, OLW.

6. Garanties en bedingen.

De overlevering wordt toegestaan onder de algemene bedingen als bedoeld in artikel 14, eerste, tweede en vierde lid, OLW die overeenkomen met artikel 27, tweede en derde lid, en artikel 28, tweede en vierde lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Door in te stemmen met zijn verkorte overlevering verliest de opgeëiste persoon niet de bescherming van het specialiteitsbeginsel noch de bescherming tegen verdere overlevering, zoals bedoeld in de artikel 14 OLW en de artikelen 27 en 28 van Kaderbesluit 2002/584/JBZ.

7. Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, voor zover van toepassing in de verkorte procedure, en geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan voor het feit de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.

8. De vorderingen van de officier van justitie

Vast staat dat de opgeëiste persoon op 21 april 2026 door de officier van justitie voorlopig is aangehouden op grond van artikel 17, eerste lid, OLW. Op dat moment was de opgeëiste persoon gedetineerd uit anderen hoofde. Bij beslissing van 23 april 2026 heeft de rechtbank de voorlopige aanhouding op grond van artikel 21, derde lid, OLW omgezet in een aanhouding. Per 25 april 2026 is de opgeëiste persoon gedetineerd op grond van de OLW.

Uit het vorenstaande blijkt dat geen sprake is geweest van een bevel bewaring van de opgeëiste persoon of dat hij op enig moment in verzekering is gesteld.

Ingevolge artikel 21, achtste lid, OLW kan de rechtbank op vordering van de officier van justitie bevelen dat de opgeëiste persoon in verzekering gesteld zal blijven (onderstreping rechtbank) tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist. Uit deze bepaling volgt dat eerst sprake zal moeten zijn van een bevel inverzekeringstelling, wil de vordering als bedoeld in artikel 21, achtste lid, OLW voor toewijzing in aanmerking komen. Zoals de rechtbank zojuist heeft vastgesteld, is in dit geval geen sprake geweest van een bevel inverzekeringstelling zodat niet voldaan is aan de vereisten voor toewijzing van de vordering inverzekeringstelling. De rechtbank wijst deze vordering daarom af.

De rechtbank wijst ook de subsidiair gedane vordering gevangenneming af, gelet op het bepaalde in artikel 27, eerste lid, OLW. Ingevolge deze bepaling kan de rechtbank ter zitting - die ingevolge artikel 25, eerste lid, OLW in beginsel openbaar is - de gevangenneming bevelen. Van een behandeling op zitting als bedoeld in artikel 27, eerste lid, OLW is echter geen sprake, omdat de behandeling van de verklaring als bedoeld in artikel 39 OLW in raadkamer plaatsvindt.

9. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, en 14 OLW.

10. Beslissing

- Bepaalt dat [opgeëiste persoon] ter beschikking zal worden gesteld van Staatsanwaltschaft Feldkirch in Oostenrijk.

- Wijst af de vordering inverzekeringstelling.

- Wijst af de vordering gevangenneming.

Aldus gedaan door:

mr. M.C.M. Hamer, rechter,

in tegenwoordigheid van S.C.M. Plat, griffier.

en uitgesproken in raadkamer van 01 mei 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.C.M. Hamer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand