ECLI:NL:RBAMS:2026:5778

ECLI:NL:RBAMS:2026:5778

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-06-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer AMS 24/6872
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

De burgemeester van Amsterdam mocht de aanvraag om nadeelcompensatie van de exploitant van The Harbour Club afwijzen. De sluiting van het pand in Amsterdam-Oost waarin The Harbour Club is gevestigd behoort namelijk tot het normaal ondernemersrisico.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de meervoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen

de burgemeester van Amsterdam, verweerder (de burgemeester)

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 24/6872

de besloten vennootschapHarbour Amsterdam B.V., gevestigd in Amsterdam, eiseres

(gemachtigden: mr. S.T. Blom en mr. S.F. Knoop),

en

(gemachtigde: mr. F. Arents).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om nadeelcompensatie. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester de aanvraag heeft mogen afwijzen omdat de sluiting van het pand waarin de onderneming van eiseres is gevestigd tot het normaal ondernemersrisico behoort. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor nadeelcompensatie. De burgemeester heeft deze aanvraag met het besluit van 27 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is de burgemeester bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 20 mei 2026 op zitting behandeld. Namens eiseres zijn [naam 1] (bestuurder) en [naam 2] (aandeelhouder-bestuurder) verschenen met de gemachtigden van eiseres. De gemachtigde van de burgemeester is ook verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Aanleiding voor deze zaak

3. Eiseres exploiteert The Harbour Club Oost, een horecaonderneming met restaurant, zaalverhuur en theater gevestigd aan de [adres] . Rondom het pand bevindt zich een groot aantal woningen en direct naast het pand is een hotel gevestigd. In de nacht van 10 augustus 2022 is een explosief afgegaan voor het pand waarin de onderneming is gevestigd. Met het besluit van 16 augustus 2022 heeft de burgemeester het pand voor zes maanden gesloten wegens de vrees dat het geopend blijven van het gebouw ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. De burgemeester heeft aan de sluiting ten grondslag gelegd dat het risico op herhaling volgens de politie in zeer grote mate aanwezig is wegens meerdere incidenten in de voorafgaande zes jaar rondom de onderneming van eiseres en aan haar verbonden dan wel concurrerende ondernemingen. Met het besluit van 12 oktober 2022 heeft de burgemeester op verzoek van eiseres de sluiting van het pand opgeheven.

4. Eiseres heeft verzocht om nadeelcompensatie wegens de schade die zij heeft geleden als gevolg van het sluitingsbevel. De burgemeester heeft de aanvraag afgewezen op grond van artikel 2, tweede lid van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie (AVN). Hieruit volgt dat schade die behoort tot het normaal maatschappelijk risico of het normaal ondernemersrisico niet voor vergoeding in aanmerking komt. De burgemeester heeft aan de afwijzing een advies van de Stedelijke Adviescommissie Algemene Nadeelcompensatie Amsterdam (de Adviescommissie) ten grondslag gelegd. Uit het advies volgt dat de nadelige gevolgen van het tijdelijk niet mogen exploiteren van de horecaondernemingen door het sluitingsbevel tot het normaal ondernemersrisico van eiseres behoren. In bezwaar is de burgemeester bij de afwijzing gebleven. De burgemeester heeft aan de beslissing op bezwaar het advies van de bezwaaradviescommissie ten grondslag gelegd.

5. Eiseres stelt in beroep dat de sluiting van het pand niet onder het normaal ondernemersrisico valt en dat de burgemeester de aanvraag daarom niet om die reden heeft mogen afwijzen. Eiseres stelt verder dat sprake is van tegenstrijdigheden in en tussen de adviezen en dat de burgemeester daarom niet zonder nader onderzoek de adviezen aan de besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen. Volgens eiseres is hierdoor niet voldaan aan de vergewisplicht.

Vergewisplicht

6. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt over de vergewisplicht. De burgemeester is weliswaar gehouden om zich ervan te vergewissen of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten, maar het overnemen van een advies behoeft in de regel geen nadere toelichting. Dit kan anders zijn als de redenering niet begrijpelijk is of de getrokken conclusies daarop niet aansluiten, maar de rechtbank ziet voor een dergelijk oordeel geen aanleiding. De rechtbank betrekt daarbij ook de toelichting van de burgemeester dat de Adviescommissie een vaste en ervaren adviescommissie is met een onafhankelijke externe adviseur met en hoge mate van deskundigheid. Ook die omstandigheid maakt dat het vergewissen minder indringend hoeft te zijn. Op de zitting is gebleken dat eiseres het met name oneens is met de burgemeester over de uitleg van de rechtspraak die ziet op de vraag wat tot het normaal ondernemersrisico behoort, en de conclusie die de beide adviescommissies aan deze rechtspraak hebben verbonden. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de besluitvorming te vernietigen wegens strijd met de vergewisplicht.

Normaal ondernemersrisico

7. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het sluiten van het pand van eiseres op grondslag van de openbare orde tot het normaal ondernemersrisico behoort of dat sprake is van dermate bijzondere omstandigheden dat daarvoor nadeelcompensatie had moeten worden toegekend. De rechtbank stelt voorop dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de openbare orde. De burgemeester heeft ter handhaving van die openbare orde een aantal bevoegdheden, waaronder het sluiten van een pand. Daartoe kan de burgemeester overgaan als zich feiten of omstandigheden voordoen die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het pand ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. De rechtbank stelt vast dat de burgemeester van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt en het pand van eiseres na de explosie heeft gesloten. De rechtbank stelt verder vast dat de burgemeester het pand op verzoek daartoe heeft heropend. Zowel de sluiting als de duur van de sluiting staat onherroepelijk vast. De rechtbank kan daarom uitgaan van de rechtmatigheid van deze besluitvorming.

8. Eiseres stelt dat de sluiting niet tot het normaal ondernemersrisico behoort omdat de sluiting niet voorzienbaar was. Van eiseres kan niet worden verwacht rekening te houden met de mogelijkheid van een sluiting, aldus eiseres. Verder valt eiseres zelf ook geen verwijt te maken. De politie heeft de explosie niet kunnen verbinden aan de onderneming van eiseres. Eiseres redeneert dat de omstandigheid dat de burgemeester de openbare orde onvoldoende heeft weten te waarborgen voor risico van de burgemeester komt en niet voor risico van eiseres.

9. De rechtbank overweegt dat het sluiten van een pand waarin een horecaonderneming is gevestigd, waar voor de deur een zwaar explosief is afgegaan, in een omgeving met woningen en een hotel een normale en te verwachten reactie is van de burgemeester en in die zin voorzienbaar is. Het betreft hier namelijk een ernstige schending van de openbare orde. De sluiting is daarmee in zoverre voorzienbaar, waardoor het geen buiten het normaal ondernemersrisico vallend nadeel is dat de burgemeester zou moeten compenseren. Voor zover eiseres stelt dat geen sprake is van verwijtbaarheid, overweegt de rechtbank dat het ontbreken van verwijtbaarheid geen bijzondere omstandigheid is waardoor de burgemeester alsnog tot het verstrekken van nadeelcompensatie had moeten overgaan. Het gaat immers om een risico dat verbonden is aan de bedrijfsvoering, namelijk het exploiteren van een horecaonderneming in een gebied waarin ook woningen en een hotel zijn gelegen. Dat risico wordt benadrukt door de eerdere incidenten, die de burgemeester bij de belangenafweging bij de sluiting heeft betrokken. Hoewel de rechtbank aanneemt dat eiseres het maximale heeft gedaan om de veiligheid te waarborgen in en rondom het pand, maakt dit gegeven niet dat het risico van een sluiting daarmee niet tot haar bedrijfsvoering kan worden gerekend. Voor zover eiseres stelt dat de burgemeester de openbare orde niet heeft weten te handhaven en dat haar om die reden nadeelcompensatie toekomt, kan dat standpunt dan ook niet worden gevolgd. De rechtbank kan zich vinden in de uitleg van de burgemeester van de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 februari 2010 en 4 oktober 2023 en de conclusie die de burgemeester aan deze uitspraken heeft verbonden.

10. Voor zover eiseres stelt dat uit de systematiek van de AVN volgt dat sprake is van een limitatief stelsel van weigeringsgronden, en dat het normaal ondernemersrisico daarvan geen deel uitmaakt volgt de rechtbank de toelichting van de burgemeester dat uit de systematiek van de AVN volgt dat op grond van artikel 2, tweede lid van de AVN, schade die behoort tot het normaal ondernemersrisico is uitgesloten van nadeelcompensatie zodat niet wordt toegekomen aan de weigeringsgronden van artikel 3 van de AVN.

11. Uit het voorgaande volgt dat de burgemeester de aanvraag om nadeelcompensatie heeft mogen afwijzen omdat de schade behoort tot het normaal ondernemersrisico van eiseres.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzitter, en mr. L. Dolfing en mr. J.A.C.M. Nielen, leden, in aanwezigheid van mr.N. van der Kroft, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. L.H. Waller
  • mr. L. Dolfing
  • mr. J.A.C.M. Nielen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand