ECLI:NL:RBAMS:2026:5783

ECLI:NL:RBAMS:2026:5783

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 12-01-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer C/13/778335 / KG ZA 25-909
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Kort geding. Ontruiming huurwoning, medehuurderschap, belangenafweging, minderjarig kind

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/778335 / KG ZA 25-909 MK/EvK

Vonnis in kort geding van 12 januari 2026

in de zaak van

[de man] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij bij dagvaarding van 13 november 2025,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. J.J.J. Jansen,

tegen

[de vrouw] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr: G.M. Haring.

1. De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 15 december 2025 heeft de man de dagvaarding toegelicht. De vrouw heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:

de man, met [naam 1] (tolk Tigrinya), en met mr. Jansen,

de vrouw, met [naam 2] (tolk Tigrinya), en met mr. Haring,

[naam 3] , werkzaam als hulpverleenster voor de vrouw bij de Straatalliantie.

Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten

Partijen hebben een relatie gehad en zij zijn de ouders van [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2012 te [plaats 1] , Soedan (hierna: [minderjarige] ). Partijen hebben de Eritrese nationaliteit en hebben zich als vluchteling gevestigd in Nederland.

Met ingang van 27 februari 2017 huurt de man, die eerder naar Nederland is gekomen dan de vrouw en [minderjarige] , van De Alliantie een woning aan [adres]

te [plaats 2] (hierna: de huurwoning).

De vrouw en [minderjarige] zijn in 2018 naar Nederland gereisd en zijn toen bij de man in de huurwoning ingetrokken.

De vrouw heeft op 3 december 2018 een verzoek tot echtscheiding ingediend bij deze rechtbank. De man heeft de huurwoning op 4 januari 2019 verlaten. Bij beschikking van 26 juni 2019 is op verzoek van de vrouw de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, is de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bepaald bij de vrouw en is bepaald dat de vrouw huurster zal zijn van de huurwoning met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

De man heeft tegen deze beschikking van 26 juni 2019 hoger beroep ingesteld omdat hij meent dat er geen echtscheiding kan worden uitgesproken omdat geen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen partijen.

De vrouw heeft in 2020, lopende de hoger beroep procedure, in kort geding (onder meer) gevorderd dat in het geval het hoger beroep van de man gegrond wordt verklaard de vrouw met uitsluiting van de man gerechtigd is tot gebruik van de huurwoning en de inboedel, met bevel dat de man de huurwoning niet mag betreden. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij vonnis van 20 mei 2020 (samengevat) geoordeeld dat de vrouw door het huwelijk met de man medehuurder is geworden van de huurwoning. In het geval dat in hoger beroep komt vast te staan dat partijen nimmer (rechtsgeldig) gehuwd zijn geweest, is de vrouw geen medehuurder. De man heeft de woning gehuurd van De Alliantie en op grond daarvan heeft hij de oudste huurrechten op de woning en de man heeft geen plicht om mee te werken aan een verzoek van de vrouw om medehuurder te worden. Daarbij heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het belang van de vrouw en [minderjarige] wel meebrengt dat in het geval in hoger beroep komt vast te staan dat partijen nimmer (rechtsgeldig) gehuwd zijn geweest en de vrouw geen huurrechten heeft op de woning, zij voor een periode van drie maanden na de datum waarop in hoger beroep arrest is gewezen, gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de huurwoning, omdat zij in de gelegenheid moet worden gesteld om andere woonruimte te vinden.

Het hof Amsterdam heeft bij beschikking van 19 december 2023 – nadat de vrouw was toegelaten om haar stelling te onderbouwen dat partijen wel met elkaar zijn gehuwd en na een deskundigenonderzoek – geoordeeld dat de vrouw niet is geslaagd in het bewijs van het door haar gestelde huwelijk. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank vernietigd en de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot echtscheiding en het treffen van nevenvoorzieningen.

De man heeft op 27 februari 2024 de grosse van het vonnis in kort geding van 20 mei 2020 en het afschrift van de beschikking van het hof van 19 december 2023 aan de vrouw laten betekenen. Daarbij is de vrouw aangezegd de huurwoning per 19 maart 2024 (drie maanden na datum beschikking) te ontruimen.

De vrouw is van de beschikking van het hof van 19 december 2023 in cassatie gegaan. De Hoge Raad heeft op 13 december 2024 het cassatieberoep verworpen.

De vrouw woont thans samen met [minderjarige] in de huurwoning. Op dit moment huurt de man tijdelijke woonruimte op grond van artikel 15 van de Leegstandswet. De man zegt dat de verhuurder alle bewoners heeft medegedeeld dat zij het gehuurde moeten verlaten omdat het wordt gesloopt.

In december 2025 heeft de vrouw De Alliantie gedagvaard waarin zij een verklaring voor recht vordert dat er tussen haar en De Alliantie een huurovereenkomst tot stand is gekomen.

3. Het geschil

De man vordert – samengevat – ontruiming van de huurwoning binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.

De man legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Hij heeft een huurovereenkomst met De Alliantie voor de huurwoning en hij heeft dus ook het recht op gebruik van de huurwoning. Op grond van rechtelijke uitspraken staat onherroepelijk vast dat nooit sprake is geweest van een huwelijk tussen partijen, waardoor de vrouw zonder recht of titel in de huurwoning verblijft en zij de woning moet verlaten. De vrouw weet dit ook doordat de man het kort geding vonnis uit 2020 – waarin is geoordeeld dat als in hoger beroep komt vast te staan dat partijen nooit gehuwd waren en de vrouw dus geen huurrechten heeft op de woning de vrouw de woning binnen drie maanden na de beschikking van het hof moet verlaten – samen met de beschikking van het hof op 27 februari 2024 aan haar heeft laten betekenen. De vrouw heeft al die tijd geen initiatief genomen tot het vinden van een nieuwe woning. De man heeft nu een tijdelijke huurwoning maar daar moet hij binnenkort uit. De man wordt dan dakloos, want hij kan zich niet op Woningnet inschrijven voor een andere huurwoning omdat de huurwoning al op zijn naam staat. Verder heeft de man zijn leven hier in [plaats 2] . Ook moet hij vanwege zijn medische situatie in [plaats 2] blijven, vanwege een behandeling bij het [ziekenhuis] . De man betwist het betoog van de vrouw dat hij een (gezins)leven en een woning zou hebben in [plaats 3] . De man had een relatie met een vrouw in [plaats 3] , maar die is inmiddels verbroken. Hij heeft inderdaad met die vrouw twee kinderen, die in [plaats 3] wonen, maar hij is daar nooit lang, maximaal twee dagen, in het weekend of met feestdagen. Tot slot stelt de man dat het argument van de vrouw dat zij groter belang heeft bij de huurwoning omdat zij daar met hun kind [minderjarige] woont niet opgaat, omdat de man ook samen met [minderjarige] in de huurwoning kan gaan wonen. Hij heeft [minderjarige] al lange tijd niet gezien, maar dat komt omdat de vrouw hem dat ontzegt.

De vrouw voert verweer. Zij verblijft niet zonder recht of titel in de huurwoning. Door verloop van tijd is zij namelijk medehuurder geworden: zij heeft daar feitelijk haar hoofdverblijf, zij betaalt al sinds 2019 de huur en zij heeft al het contact met de verhuurder. Daarom is de vrouw een bodemzaak gestart tegen De Alliantie waarin zij een verklaring voor recht vordert dat er tussen haar en de verhuurder een huurovereenkomst tot stand is gekomen. De vrouw heeft verder (een groter) belang bij de huurwoning omdat zij hier samenwoont met hun minderjarige kind [minderjarige] . Zij zijn geworteld in de buurt. Voor hen dreigt een noodsituatie als de vordering wordt toegewezen omdat zij dan op straat komen te staan. De man heeft geen belang bij de huurwoning omdat hij ook een woning in [plaats 3] heeft. Hij heeft een relatie met een vrouw in [plaats 3] en met haar heeft hij ook twee kinderen. De door de man overgelegde stukken over zijn medische toestand worden in twijfel getrokken, dit is verouderde informatie. [minderjarige] kan tot slot niet bij de man in de huurwoning gaan wonen. De man heeft [minderjarige] sinds 2020 niet meer gezien. Hij houdt zich namelijk niet aan de afgesproken zorgregeling.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De man vordert dat de vrouw de huurwoning moet verlaten.

De huidige situatie is dat de man een huurovereenkomst voor de huurwoning heeft en de vrouw niet. De vrouw is van oordeel dat zij huurder is geworden en is daartoe een bodemprocedure tegen De Alliantie (de verhuurder) gestart. Dat de vrouw al langere tijd zonder de man in de huurwoning verblijft laat zich als volgt verklaren: in eerste instantie werd zij als huurder aangewezen in de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank. In hoger beroep is vastgesteld dat partijen nimmer (rechtsgeldig) gehuwd zijn geweest zodat de vrouw op basis daarvan geen huurrechten heeft. Het is niet uit te sluiten dat de bodemrechter beslist dat de vrouw op andere gronden huurrechten heeft, maar de voorzieningenrechter ziet geen aanleiding daarop vooruit te lopen of die uitkomst af te wachten.

Dit betekent dat uitgangspunt is dat de vordering wordt toegewezen: de man is huurder van de huurwoning en moet daar gebruik van kunnen maken. De vrouw is geen huurder.

Dat kan anders zijn als daar zwaarwegende belangen van de vrouw tegenover staan. Daarvan is niet gebleken. Beide partijen hebben belang bij een woning en hebben gesteld dat zij op straat komen te staan bij toe- dan wel afwijzing van de vordering. Zij hebben dat beiden (summier) onderbouwd. Dit betekent dat dit belang van de vrouw op een woning niet zwaarder weegt dan het belang van de man en dus niet als een zwaarwegend belang geldt.

Nu [minderjarige] ook in de huurwoning verblijft dient de voorzieningenrechter op grond van artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind ook het belang van [minderjarige] mee te wegen. In het bijzonder gaat het dan om zijn recht op huisvesting, ofwel dat hij als gevolg van een ontruiming niet in een noodsituatie terecht komt. Hoewel het belang van [minderjarige] zwaar weegt, behoeft dat niet steeds de doorslag te geven. Dit belang moet worden afgewogen tegen de overige belangen, met inachtneming van alle omstandigheden van het geval.

[minderjarige] woont op dit moment met de vrouw in de woning. Of hij dakloos wordt als de vrouw de woning moet verlaten, is nog niet te voorzien. Uit hetgeen hierna wordt overwogen volgt dat de vrouw enige tijd krijg om een alternatief te vinden. Verder is niet op voorhand uit te sluiten dat [minderjarige] in de huurwoning blijft nadat de man weer zijn intrek heeft genomen. Dat [minderjarige] sinds 2020 geen contact meer met de man heeft gehad, zoals de vrouw heeft aangevoerd, betekent op zichzelf niet dat dit geen (tijdelijke) oplossing zou kunnen zijn als daarmee een noodsituatie voorkomen kan worden. Dit alles betekent dat ook het belang van [minderjarige] niet in de weg staat aan toewijzing van de vordering, met de termijn zoals hierna overwogen.

Tot slot is van belang dat de vrouw er (in ieder geval) vanaf februari 2024 rekening mee kon houden dat zij de huurwoning moest verlaten. De man heeft toen het vonnis in kort geding van 20 mei 2020 en de beschikking van het hof van 19 december 2023 aan haar laten betekenen met bevel tot ontruiming (zie 2.8). Tien maanden later, in december 2024, werd deze beschikking van het hof definitief (kracht van gewijsde) doordat de Hoge Raad het cassatieberoep verwierp. Op dat moment wist, of had de vrouw moeten weten, dat zij de huurwoning moest verlaten. Met het definitief worden van de beschikking van het hof staat immers vast dat de vrouw (niet zijnde medehuurder) op grond van het huwelijk geen huurrechten heeft ten aanzien van de huurwoning. De voorzieningenrechter heeft eerder geoordeeld dat bij die stand van zaken zij binnen drie maanden moet ontruimen.

De vrouw moet de huurwoning dus verlaten en de vordering tot ontruiming wordt toegewezen. Daarmee wordt ook de impasse die nu is ontstaan doorbroken: de man kan nu namelijk geen andere woning huren via Woningnet omdat hij al een huurwoning op zijn naam heeft staan en de vrouw kan geen urgentieverklaring krijgen voor een andere woning zolang zij nog in deze huurwoning zit. Wel zal een lange ontruimingstermijn worden gegeven tot 1 augustus 2026, zodat de vrouw voldoende tijd heeft om een alternatief te vinden, en mogelijk een urgentieverklaring te verkrijgen.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt de vrouw om uiterlijk 1 augustus 2026 de huurwoning aan de [adres] te [plaats 2] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van de man zijn, en de sleutels af te geven aan de man,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.H. van Kolfschooten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand