ECLI:NL:RBAMS:2026:5786

ECLI:NL:RBAMS:2026:5786

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-01-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer C/13/781370 / KG ZA 26-5
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Kort geding, mondeling vonnis. Verbod executieveiling woning

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/781370 / KG ZA 26-5 VVV/EvK

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak in kort geding van 15 januari 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats] (Frankrijk),

eisende partij bij dagvaarding van 7 januari 2026,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. R. van der Jagt,

tegen

TICA B.V.,

te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Tica,

advocaat: mr. E. Doornbos.

Het kort geding wordt gehouden in de rechtbank Amsterdam.

De zaak wordt behandeld door mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten als griffier.

Aanwezig zijn:

- mr. Van der Jagt,

- mr. Doornbos.

Daarnaast zijn vertegenwoordigers van schrijvende pers en televisie aanwezig.

1. De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling op 15 januari 2026 heeft mr. Van der Jagt namens [eiser] de dagvaarding toegelicht. Mr. Doornbos heeft namens Tica verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. De behandeling van de zaak is gesloten en de voorzieningenrechter heeft na een korte schorsing vervolgens in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 29a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dit proces-verbaal opgemaakt, dat op 16 januari 2026 aan partijen is afgegeven.

2. De beoordeling

Wat vooraf ging

[eiser] heeft van Tica geld geleend en tot zekerheid van de terugbetaling daarvan een hypotheekrecht verleend op een woning in [plaats] . Een gedeelte van die lening is terugbetaald en in verband daarmee is een ander hypotheekrecht prijsgegeven, maar een deel van de hoofdsom staat nog uit. Partijen verschillen van mening over de verschuldigde rente die volgens de overeenkomst 12% (vermeerderd met een boeterente) bedraagt, maar volgens [eiser] een woekerrente is in strijd met voor hem als consument geldend dwingend recht. Tica had de executie van de woning aangezegd voor een datum in december 2025, waarbij niet duidelijk was of daarbij de gevorderde rente of ook de hoofdsom werd beoogd te verhalen.

Naar aanleiding van een zitting op 2 december 2025 heeft de voorzieningenrechter op 4 december 2025 in een kort geding tussen beide partijen Tica verboden de toen aangezegde veiling van de woning [eiser] voort te zetten. Daarbij heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat vooralsnog de executie van de woning van [eiser] slechts voor de hoofdsom plaats kan vinden (niet voor de betwiste (woeker)rente) en dat vooralsnog de regels voor geldleningen aan consumenten moeten worden toegepast. Deze regels houden kort gezegd in dat pas na een betalingstermijn van 6 weken na opeising sprake is van verzuim (artikel 7:129e BW). Artikel 7:128a BW bepaalt dat pas tot aanzegging van de executie mag worden overgegaan nadat tenminste twee maanden na opeisbaarheid zijn verstreken en de kredietgever de consument persoonlijk heeft uitgenodigd in overleg te treden over diens betalingsachterstand. Dit alles tenzij niet in redelijkheid van de kredietgever kan worden gevergd dat hij dit alles doet. Daarnaast is vereist dat de kredietgever passende respijtmaatregelen neemt (7:128aa BW).

Al elf dagen na de uitspraak, op 15 december 2025, heeft de advocaat van Tica namens Tica aangekondigd dat zij een nieuwe executiedatum zal aanzeggen voor 26 januari 2026. Op 23 december 2025 heeft Tica inderdaad de executieveiling op die datum aangezegd. Pas op 19 december 2025 heeft Tica [eiser] uitgenodigd voor een gesprek, nadat de advocaat van [eiser] uitdrukkelijk op dit vereiste had gewezen.

De vordering en standpunten van partijen

[eiser] heeft naar aanleiding daarvan dit kort geding gestart en vordert: een verbod de woning executoriaal te veilen voordat in een bodemvonnis is geoordeeld, of subsidiair een verbod de woning te veilen voor zes of drie maanden, of meer subsidiair een verbod de woning te veilen onder de € 1,6 miljoen een en ander op straffe van dwangsommen. Daarnaast vordert [eiser] buitengerechtelijke incassokosten en de werkelijke proceskosten.

Als grondslag voert [eiser] aan dat het uitgangspunt van de voorzieningenrechter van het vonnis van 4 december 2025 was dat er vooralsnog vanuit moet worden gegaan dat de consumentenregels bij deze executie moeten worden toegepast. Tica komt die regels niet na en maakt misbruik van recht door in strijd met die regels executiemaatregelen te treffen. Een belangenafweging valt ook uit in het voordeel van [eiser] omdat niet te verwachten is dat een executieveiling de vordering van de bank (eerste hypotheekhouder) en Tica volledig zal dekken, terwijl dat bij een onderhandse verkoop wel te verwachten is. Bovendien kan [eiser] de lening van Tica herfinancieren, maar dat lukt niet onder de dreiging van een op handende zijnde executieverkoop, aldus [eiser] .

Tica voert aan dat voor zover de consumentenregels gevolgd zouden moeten worden, de uitzondering van toepassing is dat onder deze omstandigheden redelijkerwijs niet van Tica gevergd kan worden het door de consumentenregels voorgeschreven tijdspad en overleg te volgen. Als relevante omstandigheid voert zij aan dat de vordering al lang terugbetaald had moeten worden en al vele gesprekken zijn gevoerd, die niet tot resultaten hebben geleid.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter zal de doorgang van de nu aangezegde executieveiling verbieden en een termijn van vijf maanden vanaf heden bepalen waarbinnen geen verdere executiemaatregelen mogen worden genomen. De volgende overwegingen leiden hiertoe.

In haar vonnis van 4 december 2025 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat executiemaatregelen slechts betrekking konden hebben op de hoofdsom nadat deze was opgeëist en dat daarbij voorlopig ervan uit gegaan moet worden dat de consumentenregels moeten worden toegepast. Dat vonnis is niet vernietigd in hoger beroep (dat niet is ingesteld) en daarom geldt dit oordeel tussen partijen en de voorzieningenrechter zal dit eerdere oordeel als uitgangspunt nemen. Door de veiling al op 16 december 2025 aan te zeggen tegen 26 januari 2026 heeft Tica in strijd met dat oordeel gehandeld. De door Tica genoemde ‘escape’ is niet van toepassing. Reeds een enkele blik op Tekst&Commentaar (bij artikel 7:128a BW) levert voorbeelden op van een situatie waarop de uitzondering van toepassing is, die ver af liggen van deze situatie; als voorbeelden worden genoemd dat de schuldenaar niet te bereiken is of in staat van faillissement verkeert.

Dit betekent dat Tica alsnog de consumentenregels zal moeten naleven. Om zeker te stellen dat [eiser] voldoende tijd heeft om herfinanciering of andere maatregelen te realiseren zal de voorzieningenrechter verbieden dat gedurende een periode van vijf maanden vanaf heden enige nadere executiemaatregel van welke aard dan ook getroffen wordt op grond van de hypotheekakte. Hoewel Tica heeft toegezegd ditmaal een rechterlijk oordeel uit te voeren en de termijnen in acht te nemen, zal de voorzieningenrechter toch een dwangsom opleggen als hierna bepaald en gemaximeerd.

[eiser] maakt aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten. Hij heeft die kosten moeten maken en de hoogte ervan is in overeenstemming met het advies in het Rapport BGK-integraal 2013. Deze vordering zal eveneens worden toegewezen, net als de daarover gevorderde rente.

Tica zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eiser] veroordeeld worden. Voor toewijzing van de gevorderde werkelijke advocaatkosten is onvoldoende grond gezien de hoge drempel van een dergelijke veroordeling, omdat Tica een juridisch verweer gevoerd heeft dat niet aanstonds kansloos is, hoewel het in de buurt komt. Tica wordt veroordeeld conform het reguliere liquidatietarief.

De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

155,67

- griffierecht

1.414,00

- salaris advocaat

1.107,00

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.854,67

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

verbiedt het Tica gedurende een periode van vijf maanden vanaf heden enige nadere executiemaatregel van welke aard dan ook te treffen op grond van de Hypotheekakte,

veroordeelt Tica om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder 3.1 voldoet, tot een maximum van € 200.000,00 is bereikt,

veroordeelt Tica om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 925,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Tica in de proceskosten van € 2.854,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Tica niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand