ECLI:NL:RBAMS:2026:5825

ECLI:NL:RBAMS:2026:5825

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 12005894 \ CV EXPL 25-17014
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Tussenvonnis. Eisers vorderen verzekeringsgeld van uitvaartverzekering van hun overleden vader van gedaagde. Eisers stellen voor de uitvaart betaald te hebben terwijl gedaagde het geld van de uitvaartverzekering heeft ontvangen. Aan criteria van ongerechtvaardigde verrijking is voldaan, behalve de verarming. Eisers krijgen gelegenheid hun verarming alsnog te onderbouwen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12005894 \ CV EXPL 25-17014

Vonnis van 10 april 2026

in de zaak van

1. [eiser 1] , 2. [eiser 2] ,

beide wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partijen,

gemachtigde: mr. B.J. den Hartog,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. H.W. Omvlee.

Partijen worden hierna [eisers] , of afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] , en [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 november 2025 met producties,

- de conclusie van antwoord met producties,

- het tussenvonnis van 30 januari 2026 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,

- de mondelinge behandeling van 12 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de spreekaantekeningen van [eisers]

Vervolgens wijst de kantonrechter vandaag tussenvonnis.

2. De feiten

[eisers] zijn zussen en hun vader is de heer [erflater] . [erflater] is op 18 maart 2023 overleden. [gedaagde] was zijn toenmalig partner.

[erflater] had een uitvaartverzekering met recht op winstdeling bij Nationale-Nederlanden. [gedaagde] was de begunstigde van deze verzekering. Op het moment van overlijden van [erflater] was het verzekerde bedrag € 5.189,66, dat [gedaagde] heeft ontvangen op 3 mei 2023.

[eisers] hebben het contact met de uitvaartverzorger op zich genomen, waarbij [eiser 2] de contractuele opdrachtgever was. [gedaagde] was niet betrokken bij het regelen van de uitvaart en heeft hier niet aan meebetaald.

3. Het geschil

[eisers] vorderen, samengevat en uitvoerbaar bij voorraad,

primair

veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eisers] , ieder voor de helft, van € 5.189,66, vermeerderd met rente en kosten,

subsidiair

i. een verklaring voor recht dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, inhoudende dat [gedaagde] de uitvaartkosten van [erflater] zou betalen,

ii. een verklaring voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van deze overeenkomst,

iii. veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van € 5.189,66, subsidiair nader op te maken bij staat, vermeerderd met rente en kosten.

[eisers] leggen aan de vordering ten grondslag, primair, dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van [eisers] Het geld dat [gedaagde] van de uitvaartverzekeraar heeft ontvangen had aan de uitvaart besteed moeten worden en dat is niet gebeurd. Omdat [eisers] voor de uitvaart hebben betaald, hebben zij recht op de verzekeringsuitkering. Subsidiair stellen [eisers] dat tussen hen en [gedaagde] een mondelinge overeenkomst tot stand is gekomen, inhoudende dat [gedaagde] de uitvaartkosten voor de heer [erflater] voor haar rekening zou nemen. Door die toezegging hebben [eisers] vervolgens de uitvaart geregeld. [gedaagde] dient deze toezegging alsnog na te komen. Bovendien brengen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid met zich mee dat [gedaagde] het bedrag dat zij voor de uitvaart van [erflater] heeft ontvangen ook daadwerkelijk voor dit doel aanwendt.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] heeft rechtsgeldig het verzekeringsgeld van € 5.189,66 ontvangen, zodat er geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Ook betwist zij dat [eisers] de uitvaartkosten hebben betaald. Verder ontkent [gedaagde] ooit toegezegd te hebben dat ze zou betalen voor de uitvaart. Algemene opmerkingen dat alles goed zal komen gelden niet als een dergelijke belofte. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.

4. De beoordeling

Ongerechtvaardigde verrijking?

Hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, is op grond van artikel 6:212 lid 1 BW verplicht, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking. Het is aan [eisers] , als degenen die zich op de ongerechtvaardigde verrijking beroepen, om te stellen en te onderbouwen dat aan deze vereisten is voldaan.

Vast staat dat [gedaagde] als begunstigde van de uitvaartverzekering van [erflater] een bedrag van € 5.189,66 heeft ontvangen. Door het behouden van deze vergoeding is [gedaagde] verrijkt. Indien zou komen vast te staan dat [eisers] de uitvaart hebben betaald, zijn [eisers] verarmd. Tussen deze verrijking en verarming bestaat een causaal verband. Nu deze vergoeding door de verzekeraar is uitgekeerd voor de uitvaart van [erflater] valt niet in te zien waarom deze vergoeding niet zou toekomen aan degene die daadwerkelijk voor de uitvaart heeft betaald. De omstandigheid dat er door [gedaagde] nog een achterstallige energierekening betaald moest worden, maakt dat niet anders. Daar was de uitkering van de verzekeraar immers niet voor bedoeld. Dit betekent dat [gedaagde] verrijkt is ten koste van degene die de uitvaart betaald heeft, waarvoor geen redelijke grond bestaat, zodat [gedaagde] gehouden is dit aan degene die de uitvaart betaald heeft te vergoeden.

[gedaagde] heeft betwist dat [eisers] voor de uitvaart hebben betaald. In de dagvaarding stellen [eisers] dat zij gezamenlijk de kosten voor de uitvaart hebben betaald en daarom allebei de helft van het gevorderde bedrag willen ontvangen. Op de zitting heeft [eiser 2] verklaard dat de uitvaart rond de € 10.000,- heeft gekost, en dat zij dit in termijnen aan het afbetalen is. Dit heeft zij vooralsnog niet onderbouwd. De kantonrechter geeft [eisers] dan ook de mogelijkheid om nader bij akte te onderbouwen dat zij en hoeveel zij voor de uitvaart hebben betaald. [eisers] krijgt vier weken om deze onderbouwing in te dienen, waarna [gedaagde] vier weken krijgt om hierop de reageren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van vrijdag 8 mei 2026 voor het nemen van een akte door [eisers] over wat is vermeld onder 4.3, waarna [gedaagde] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C.J. Klaver, kantonrechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.C.J. Klaver

Griffier

  • mr. Z.A. Mees

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2026-0290 VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0290 JERF Actueel 2026/159
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand