RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11787399 \ CV EXPL 25-9392
Vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. L.T. Lonis,
tegen
TESLA MOTORS NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Tesla,
gemachtigde: mr. A. al Mansouri.
De zaak in het kort
[eiser] heeft bij Tesla een auto gekocht. Enkele maanden na aankoop ervaart [eiser] klachten van een kloppend geluid bij het afremmen van de auto. Tesla heeft geprobeerd om de klachten te verhelpen door de remblokken te polijsten, maar dit is niet gelukt. Tesla heeft vervolgens aangeboden om kosteloos het remsysteem in de auto te vervangen. [eiser] heeft dit herstelaanbod geweigerd en de overeenkomst ontbonden wegens non-conformiteit van de auto. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] deze herstelmogelijkheid aan Tesla had moeten bieden. Door dat niet te doen, heeft [eiser] zelf verhinderd dat Tesla haar herstelverplichting kon nakomen. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 juni 2025 met producties, waaronder een USB-stick,
- de conclusie van antwoord, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie met producties, waaronder een USB-stick,
- het tussenvonnis van 2 september 2025, waarin een mondelinge behandeling is bevolen,
- de conclusie van antwoord in reconventie met productie,
- de akte uitlating productie van Tesla.
Op 10 december 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij was [eiser] aanwezig, bijgestaan door de gemachtigde. Namens Tesla was de heer [naam] , [naam functie] , aanwezig, bijgestaan door de gemachtigde. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen, mede aan de hand van pleitaantekeningen, naar voren hebben gebracht.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[eiser] heeft op 29 juni 2023 een Tesla, Model Y Performance Dual Motor All-Wheel Drive (hierna: de auto) bij Tesla gekocht voor een bedrag van € 71.692,50. De auto is op 5 juli 2023 afgeleverd.
Op 15 november 2023 heeft [eiser] zich bij het servicecentrum van Tesla gemeld met klachten over een bonkend geluid bij het afremmen van de auto. De monteurs van Tesla hebben bij dit bezoek de remblokken van de auto gepolijst. Op 8 januari 2024 heeft [eiser] zich met dezelfde klacht bij Tesla gemeld, waarna de remblokken opnieuw zijn gepolijst.
Op 16 februari 2024 heeft [eiser] het servicecentrum van Tesla opnieuw vanwege klachten bezocht. Tijdens dit bezoek heeft Tesla de remblokken van de auto vervangen. [eiser] heeft bij brief van 16 februari 2024 het volgende aan Tesla geschreven:
“Despite the efforts made to rectify these issues, the car continues to exhibit persistent defects. I have consulted with your service and sales department on numerous occasions, and each time, temporary solutions have been applied. Regrettably, these solutions have not provided a lasting remedy to the underlying problems. I refuse to accept this and wait when Tesla engineers will find the wat how to fix it. I bought the car for the full price, I’m not a tester of Tesla and I disagree to use car with defects.
As a result, I am formally requesting to return the defective car to your dealership and to seek a refund or a replacement vehicle (…)”.
Tesla heeft in reactie op de brief van 16 februari 2024 kortgezegd medegedeeld dat zij werkt aan een oplossing en dat [eiser] opnieuw een afspraak kon inplannen in de serviceapp.
Bij brief van 6 maart 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] Tesla verzocht om binnen 14 dagen een plan van aanpak te verstrekken voor de oplossing van de klachten van [eiser] .
Op 14 maart 2024 schakelde het systeem van de auto plotseling uit. Hiervan heeft [eiser] bij Tesla melding gemaakt en aangegeven dat hij de auto niet naar het servicecentrum van Tesla durfde te brengen. Op 18 maart 2024 heeft Tesla de auto bij [eiser] opgehaald en naar het servicecentrum gebracht. [eiser] heeft de auto op 15 april 2024 bij het servicecentrum van Tesla opgehaald.
Op verzoek van [eiser] heeft een onafhankelijk onderzoek van de auto door DEKRA Automotive (hierna: Dekra) plaatsgevonden, waarvan op 18 december 2024 een rapport is opgesteld. In dit rapport staat, voor zover hier van belang, het volgende:
“Tijdens de proefrit hebben wij diverse malen het navolgende geconstateerd:
Er is een bonkend geluid waarneembaar bij het afremmen van het voertuig tot stilstand in voorwaartse richting en lage snelheid (5 km/u). (…) Wij troffen geen aantoonbare afwijkingen aan.
(…)
Wij zijn van mening dat er sprake is van een technisch gebrek aan het bovengenoemde voertuig. Door een uitgebreide diagnose zal de oorzaak van de klachten onderzocht moeten worden waarna een reparatievoorstel vastgesteld kan worden.”
Bij brief van 29 januari 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] medegedeeld dat de overeenkomst voorwaardelijk, voor het geval de laatste herstelpoging van Tesla de gebreken niet oplost, buitengerechtelijk wordt ontbonden. Tesla heeft hierop bij brief van 13 februari 2025 gereageerd dat zij naar aanleiding van het onderzoek van Dekra de auto wenst te onderzoeken.
Op 20 maart 2025 heeft Tesla de auto in haar servicecentrum onderzocht. Na dit onderzoek heeft Tesla per e-mail van 24 maart 2025 voorgesteld om de achterremmen van de auto volledig te vervangen, waarbij de remklauwen van het merk Brembo vervangen zouden worden door remklauwen van het merk Mambo. [eiser] is niet akkoord gegaan met dit voorstel.
Bij brief van 1 mei 2025 heeft [eiser] de overeenkomst (opnieuw) buitengerechtelijk ontbonden en aanspraak gemaakt op schadevergoeding.
3. Het geschil
[eiser] vordert primair een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden danwel, subsidiair, de overeenkomst te ontbinden, en terugbetaling van de aankoopsom van € 71.692,50. Daarnaast vordert [eiser] betaling van € 25.455,38 aan schadevergoeding, bestaande uit € 17.955,38 aan juridische kosten en € 7.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met rente en kosten. Voor het geval de overeenkomst niet is ontbonden vordert [eiser] , subsidiair, betaling van € 71.692,50 aan schadevergoeding.
[eiser] legt aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag. In november 2023 constateerde [eiser] herhaaldelijk schokken en kloppende geluiden bij het afremmen van de auto op lage snelheid. Dit is een gebrek dat Tesla, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet heeft kunnen oplossen. De auto is daarmee non-conform en [eiser] mocht de overeenkomst daarom ontbinden.
Tesla betwist dat de auto non-conform is en dat [eiser] terecht en op goede gronden de overeenkomst heeft ontbonden. Mocht er al sprake zijn van non-conformiteit, dan heeft Tesla een deugdelijk herstelaanbod gedaan. Dit aanbod heeft [eiser] ten onrechte geweigerd. [eiser] mocht de overeenkomst daarom niet ontbinden. Voor het geval [eiser] de overeenkomst wel mocht ontbinden, vordert Tesla een vergoeding van [eiser] voor de waardevermindering van de auto door het gebruik van de auto door [eiser] .
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
[eiser] stelt dat sprake is van een gebrek aan de auto en volgens [eiser] is de auto daarmee non-conform. Tesla betwist dit. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] met het expertiserapport van Dekra voldoende heeft onderbouwd dat de auto een (technisch) gebrek kent. De kantonrechter laat in het midden of dit gebrek leidt tot non-conformiteit van de auto. Ook als de auto non-conform zou zijn, moeten de vorderingen van [eiser] namelijk worden afgewezen. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
[eiser] vordert primair een verklaring voor recht dat hij de overeenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden. Een vereiste voor ontbinding is dat Tesla eerst de gelegenheid moet hebben gehad om de auto te herstellen. [eiser] moet de auto voor herstel ook aan Tesla beschikbaar hebben gesteld (artikel 7:21 lid 7 BW). Pas als herstel onmogelijk is, niet van Tesla gevraagd kan worden of Tesla hier niet aan meewerkt, komt ontbinding van de koopovereenkomst in beeld (artikel 7:22 lid 2 BW). Daarnaast geldt als vereiste dat het gebrek ernstig genoeg moet zijn om een ontbinding te rechtvaardigen (artikel 7:22 lid 1 sub a BW).
Voor de beoordeling of [eiser] de overeenkomst heeft mogen ontbinden, is met name van belang wat er is gebeurd na 29 januari 2025. Op 29 januari 2025 heeft [eiser] de overeenkomst per brief voorwaardelijk, voor het geval de laatste herstelpoging van Tesla het gebrek niet zou oplossen, buitengerechtelijk ontbonden. Tesla heeft zich na deze brief bereid verklaard om de auto te onderzoeken. Daarop heeft Tesla op 20 maart 2025 de auto in haar servicecentrum onderzocht. Tesla kon tijdens dit onderzoek de klachten van [eiser] niet reproduceren. Zij heeft zich evenwel bereid verklaard kosteloos het remsysteem aan de achterzijde van de auto te vervangen met een ander door Tesla in haar auto’s gebruikt merk remklauwen, namelijk Mando in plaats van Brembo, om zo toekomstige problemen en discussies te voorkomen en de rijbeleving van [eiser] te verbeteren. Ter zitting heeft Tesla toegelicht dat zij vaker klachten over bonkend geluid heeft ontvangen over de remklauwen van het merk Brembo en dat zij deze klachten nooit ontvangen bij remklauwen van het merk Mando. Daarom acht Tesla de kans klein dat [eiser] dezelfde klachten zou ervaren bij de remklauwen van Mando. [eiser] is niet akkoord gegaan met het voorstel van Tesla om het remsysteem te vervangen en hij heeft de auto vervolgens op 28 maart 2025 opgehaald. [eiser] heeft op 1 mei 2025 de overeenkomst (opnieuw) per e-mail ontbonden.
De kantonrechter stelt vast dat [eiser] het herstelaanbod van Tesla heeft geweigerd en de auto heeft opgehaald vóórdat Tesla herstelwerkzaamheden kon uitvoeren. [eiser] stelt zich op het standpunt dat herstel van de auto niet mogelijk was, omdat Tesla de oorzaak van het gebrek niet heeft kunnen vaststellen en de klachten tijdens haar onderzoek op 20 maart 2025 niet heeft kunnen reproduceren. Volgens [eiser] is het aanbod van Tesla om het remsysteem met een ander merk remsysteem te vervangen bovendien geen redelijk aanbod, omdat Tesla niet kon garanderen dat het gebrek in dat geval definitief en permanent verholpen zou zijn. Van [eiser] kan daarom in redelijkheid niet worden gevergd dat hij akkoord ging met dit aanbod, zo stelt [eiser] .
De kantonrechter volgt [eiser] niet in zijn standpunt. In het expertiserapport heeft Dekra vastgesteld dat herstel mogelijk is, zodat daarvan moet worden uitgegaan. De kantonrechter acht het goed voorstelbaar dat Tesla tijdens haar onderzoek van 20 maart 2025 de klachten van [eiser] niet heeft kunnen reproduceren. Het is immers aannemelijk dat de klachten die [eiser] beschrijft (bonkend geluid bij afremmen van de auto bij lage snelheid) lastig reproduceerbaar zijn, omdat zij af en toe optreden en niet constant aanwezig zijn. [eiser] heeft blijkens de kilometerstand op 20 maart 2025 ook meer dan 14.100 kilometer met de auto kunnen rijden. Ondanks dat Tesla tijdens haar onderzoek geen klachten heeft kunnen reproduceren, heeft zij aangeboden om kosteloos het remsysteem met een gelijkwaardig alternatief te vervangen, om zo de klachten van [eiser] te verhelpen en tot een oplossing te komen. Tesla heeft ter zitting toegelicht dat de kans dat [eiser] bij dit alternatieve remsysteem dezelfde klachten zal ervaren nagenoeg afwezig is. Zo heeft Tesla uitgelegd wat het verschil (in werking) tussen beide remklauwen is en waarom het bonkend geluid bij de andere remklauwen niet zal optreden. Het is voldoende aannemelijk dat het vervangen van het remklauwen en andere onderdelen van het remsysteem aan de achterzijde van de auto de oplossing voor het probleem kan zijn, welke oplossing nog niet geprobeerd is. Toch heeft [eiser] het aanbod van Tesla geweigerd. De kantonrechter is van oordeel dat het aanbod van Tesla om het remsysteem te vervangen, mede gelet op de toelichting van Tesla, een deugdelijk herstelaanbod is. Daarbij komt nog dat Tesla onweersproken heeft gesteld dat de fabrikant van de onderdelen geen deel uitmaakt van de overeenkomst en garantie. Daarom mocht van [eiser] worden verwacht dat hij met dit aanbod akkoord zou gaan. De omstandigheid dat Tesla niet – met de door [eiser] geëiste absoluutheid – heeft kunnen garanderen dat de klachten in dat geval permanent opgelost zouden zijn, maakt dit niet anders. Tesla heeft ter zitting immers genoegzaam toegelicht zij, zoals gebruikelijk in de autobranche, niet kan garanderen dat een bepaald probleem nooit meer optreedt. Zij kan slechts garanderen dat áls sprake is van een probleem, zij er alles aan zal doen om dit probleem te verhelpen. Die garantie zal Tesla geven. [eiser] heeft verder nog gewezen op het feit dat Tesla tevergeefs vier herstelpogingen heeft gedaan, maar dit maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Allereerst is sprake van drie herstelpogingen, nadat de auto door Tesla na het noodloop incident op 14 maart 2024 was opgehaald was er immers geen aanleiding iets aan de remmen te doen. Voorts heeft Tesla toegelicht dat het gebruikelijk is dat een monteur een beperkt mandaat heeft en eerst probeert een klacht op te lossen zonder ingrijpend te handelen. Daarom heeft de monteur van Tesla (in mandaat) tijdens de eerste en tweede afspraak met [eiser] eerst de remblokken gepolijst, voordat werd gekeken naar een ingrijpendere reparatie zoals het vervangen van de remblokken (bij de derde afspraak) of het remsysteem (door Tesla op 25 maart 2025 voorgesteld).
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat herstel nog mogelijk is en dat [eiser] deze herstelgelegenheid aan Tesla had moeten bieden. Door dat niet te doen, heeft [eiser] zelf verhinderd dat Tesla haar herstelverplichting kon nakomen. Daardoor is [eiser] in schuldeisersverzuim geraakt. Tesla kan tijdens het schuldeisersverzuim van [eiser] niet in verzuim raken. Daardoor komt [eiser] geen beroep toe op ontbinding. De primair gevorderde verklaring voor recht is om die reden niet toewijsbaar.
[eiser] vordert subsidiair ontbinding van de overeenkomst. Nu Tesla (zoals hiervoor is overwogen) geen redelijke gelegenheid heeft gehad om de auto te herstellen en herstel nog wel mogelijk is, zal de kantonrechter de gevorderde ontbinding afwijzen. Door die afwijzing is er geen reden waarom Tesla de koopprijs aan [eiser] zou moeten terugbetalen. De kantonrechter wijst daarom ook die vordering af. De kantonrechter merkt nog op dat Tesla ter zitting heeft verklaard dat zij nog altijd bereid is om het remsysteem in de auto van [eiser] te vervangen. Partijen kunnen hierover na dit vonnis zelf afspraken maken.
[eiser] eist verder dat Tesla hem een schadevergoeding betaalt van primair, in het geval van ontbinding, € 25.455,38 (bestaande uit € 17.955,38 aan juridische kosten en € 7.500,00 aan immateriële schade) en subsidiair, in het geval geen ontbinding plaatsvindt, een schadevergoeding bestaande uit de waardevermindering van de auto van de volledige koopprijs van € 71.692,50. Van enige vergoedbare schade is echter niet gebleken. De kantonrechter licht dit hierna toe.
Voor schadevergoeding is vereist dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Tesla. Daarvan is met betrekking tot het herstellen van de remproblemen geen sprake, want het niet deugdelijk kunnen nakomen door Tesla kan haar door het schuldeisersverzuim van [eiser] niet worden toegerekend. De gevorderde schadevergoeding van juridische kosten wordt alleen al om die reden afgewezen.
Voor zover [eiser] de schade op andere gronden baseert, geldt het volgende. Tesla heeft gemotiveerd weersproken dat op 14 maart 2024 sprake was van incident dat gerelateerd was aan de remproblemen. In dit verband heeft Tesla toegelicht dat de auto door een storing (“false reset”) is overgeschakeld op de ingebouwde noodloop, een veiligheidsmechanisme waarbij het vermogen van de auto beperkt wordt (waardoor de maximale snelheid aanzienlijk afneemt) en er een waarschuwing verschijnt. Deze storing is verholpen door de installatie van de nieuwste firmware. Dat op dit punt sprake is van een toerekenbare tekortkoming als gevolg waarvan schade is geleden, is niet door [eiser] aangetoond. Duidelijk is wel dat de problemen met de remmen tot ongemak en zorgen bij [eiser] hebben geleid. Maar hoe vervelend ook, van een aantasting in de persoon zoals bedoeld in artikel 6:106 BW is daarbij geen sprake. De vordering tot betaling van immateriële schade wordt daarom afgewezen. [eiser] heeft voldoende onderbouwd dat hij problemen met de door hem nieuw aangeschafte auto heeft ondervonden, waarmee hij geen rekening had hoeven houden en die hem overlast hebben bezorgd. Zo heeft het hem tijd gekost om in korte tijd de auto een aantal keer naar het servicecentrum van Tesla moeten brengen. Dit leidt er echter niet toe dat [eiser] aanspraak kan maken op schadevergoeding. Los van het feit dat [eiser] zijn vordering op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd, geldt namelijk dat de door hem daaraan bestede in beginsel tijd niet als vermogensschade in de zin van artikel 6:96 BW kan worden beschouwd. De kantonrechter acht verder van belang dat Tesla onweersproken heeft aangevoerd dat aan [eiser] voor de tijd dat hij zijn auto kwijt was een vervangende auto is aangeboden, maar dat hij hiervan geen gebruik heeft gemaakt. Tot slot heeft [eiser] de subsidiair gevorderde schade, door hem begroot op de volledige koopprijs van de auto, onvoldoende onderbouwd. [eiser] voert daartoe slechts aan dat de auto in waarde is verminderd omdat de auto ‘door toedoen van de mislukte herstelpogingen door Tesla’ geregistreerd staat als ‘herhaaldelijk gerepareerd’. Dat de drie pogingen van Tesla om het bonkend geluid door het polijsten van de remblokken en het vervangen van de remblokken weg te nemen als reparaties geregistreerd staan en dat deze registratie meebrengt de auto in waarde is verminderd is door [eiser] niet aangetoond, laat staan dat de auto zodanig in waarde is verminderd dat de auto niets meer waard is. De gevorderde schadevergoeding is daarom niet toewijsbaar.
Het voorgaande leidt er toe dat [eiser] ook niet gevolgd kan worden in zijn stelling dat sprake is van een waardevermindering van de auto die het vasthouden aan de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maakt.
Hetgeen [eiser] verder nog heeft aangevoerd, maakt de bovenstaande beslissingen niet anders. De conclusie is dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. Aan de beoordeling van de voorwaardelijke tegenvordering van Tesla komt de kantonrechter niet toe.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Tesla worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
1.630,00
(2 punten × € 815,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.765,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.765,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door mr. K. Hart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
66531