ECLI:NL:RBAMS:2026:607

ECLI:NL:RBAMS:2026:607

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 13-280756-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vervolgings-EAB Belgie, overlevering toegestaan. Art. 11 OLW: detentiegarantie voldoende.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-280756-25

Datum uitspraak: 28 januari 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 14 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 17 oktober 2025 door de Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (België) op [geboortedag] 2005,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd (uit andere hoofde) in de [Penitentiaire Inrichting] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.M. Delsing, advocaat in Amsterdam.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Belgische nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB – gelezen in combinatie met het A-formulier – vermeldt een internationaal bevel tot aanhouding bij verstek van 17 oktober 2025 afgegeven door de onderzoeksrechter van de Rechtbank Eerste aanleg te Leuven met kenmerk 1038/24//24CP7216.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

4. Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst een deel van de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

opzettelijke brandstichting.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van deze feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

5. Artikel 11 OLW: Belgische detentieomstandigheden

Inleiding

Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat op dit moment een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in alle detentie-instellingen in België worden onderworpen aan een onmenselijke behandeling gelet op de detentieomstandigheden in die instellingen.

Bij brief van 5 december 2025 van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken te Brussel is de volgende informatie gegeven:

1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?

[opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Haren indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.

2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?

België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.

In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:

- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.

- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.

o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm.

o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.

- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.

- Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.

3. Sanitaire en hygiëne omstandigheden

Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw stelt zich – onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank – op het standpunt dat de verstrekte detentiegarantie het algemene gevaar op schending van grondrechten in detentie in België voor de opgeëiste persoon niet wegneemt. Ten aanzien van de gevangenis in Hasselt zijn in de door haar genoemde uitspraak door de rechtbank vragen gesteld over een gelijkluidende garantie. Dat zou ook voor de gevangenis in Haren moeten gebeuren. Ter onderbouwing hiervan verwijst de raadsvrouw naar meerdere nieuwsberichten (van onder meer 8 december 2025 en 24 december 2025), waarin wordt geschreven over de overbevolking, grondslapers en voedseltekorten in Belgische detentie-instellingen, waarbij ook de gevangenis in Haren wordt genoemd. Verder bevat de verstrekte detentiegarantie enkel algemene garanties; daarnaast is volgens de raadsvrouw ook noodzakelijk dat garanties worden verschaft over de tijd en activiteiten buiten de cel: wat houdt de wandeling in “open koer” in en hoe lang duurt zo’n wandeling? Deze concrete garanties zijn niet verstrekt. Daarnaast blijkt uit de nieuwsberichten dat het niet aannemelijk is dat de detentiegarantie zal worden nageleefd. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank daarom de zaak aan te houden om verdere vragen te stellen aan de Belgische autoriteiten ten aanzien van de detentieomstandigheden in Haren.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de detentiegarantie het algemene gevaar op schending van grondrechten in detentie in België voor de opgeëiste persoon wegneemt. De nieuwsartikelen die de raadsvrouw aanhaalt zijn geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurig en naar behoren bijgewerkte gegevens. De detentieomstandigheden staan daarom niet aan de overlevering in de weg.

Oordeel van de rechtbank

Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.

Het vastgestelde algemene gevaar voor de detentie-instellingen in België ziet (onder meer) op de problematiek rondom overbevolking. De door de raadsvrouw aangehaalde nieuwsberichten bevestigen dat deze problematiek actueel is. De rechtbank is, gelet op deze garantie van de Belgische autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling. Het gevaar op een dergelijke behandeling wordt met deze garantie – die er onder meer specifiek op ziet dat de opgeëiste persoon niet op de grond hoeft te slapen – voor hem weggenomen. Tot slot merkt de rechtbank op dat – anders dan in zaken waarin de situatie in de gevangenissen in Gent en Hasselt wordt beoordeeld – ten aanzien van de gevangenis in Haren geen signalen bekend zijn dat de garantie mogelijk niet voldoende nageleefd kan worden. In deze zaak is dan ook geen aanleiding nadere vragen te stellen. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw.

6. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 140 en 285 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, België voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,

mrs. E. de Rooij en L. Baroud, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 januari 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?