ECLI:NL:RBAMS:2026:609

ECLI:NL:RBAMS:2026:609

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 13-286817-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vervolgings-EAB Belgie, tussenuitspraak, nadere zitting plannen om partijen een standpunt te laten innemen over de informatie over de detentie-instelling in Mechelen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-286817-25

Datum uitspraak: 28 januari 2026

TUSSEN- UITSPRAAK

op de vordering van 14 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 6 augustus 2025 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Angola) op [geboortedag] 2000,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] ,

gedetineerd in [Penitentiaire Inrichting] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. K. Celebi, advocaat in ’s-Gravenhage.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een afzonderlijk bevel tot aanhouding bij verstek afgeleverd door Onderzoeksrechter Kenny van de Perre loco Kris Lavens, van 6 augustus 2025 met referentie: OR Kris Lavens 2024/017.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

4. Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

deelneming aan een criminele organisatie;

opzettelijke brandstichting.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5. De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd.

Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

De Procureur des Konings Antwerpen, afdeling Turnhout heeft op 24 november 2025 de volgende garantie gegeven:

“Met verwijzing naar uw verzoek van 24/11/2025, inzake het Europees aanhoudingsbevel dd. 06-08-2025, uitgaande van K. Lavens, onderzoeksrechter Antwerpen - afdeling Mechelen, lastens de genaamde [opgeëiste persoon] (° [geboortedag] -2000) heb ik de eer u volgende garantie te verstrekken:

Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u over te leveren Nederlandse onderdaan of ingezetene, in casu [opgeëiste persoon] .

Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om zijn straf of maatregel aldaar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ).”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6. Artikel 11 OLW: Belgische detentieomstandigheden

Inleiding

Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in alle detentie-instellingen in België worden onderworpen aan een onmenselijke behandeling gelet op de detentieomstandigheden in die instellingen.

De rechtbank stelt vast dat bij bericht van 24 november 2025 afkomstig van het Directoraat-generaal Wetgeving Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken te Brussel de volgende detentiegarantie is gegeven:

1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?

[opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenissen van Mechelen indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.

2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?

België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (0.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.

In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:

- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.

- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.

o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm

o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.

- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.

- Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.

3. Sanitaire en hygiëne omstandigheden

Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”

Oordeel van de rechtbank

Teneinde te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank verplicht om na te gaan of er gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan België in detentie een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten, gezien het algemeen gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling dat de rechtbank ten aanzien van de Belgische detentieomstandigheden heeft aangenomen.

De rechtbank beschikt in casu over voornoemde individuele garantie die ten behoeve van de opgeëiste persoon op 24 november 2025 is verstrekt. Uit de individuele detentiegarantie volgt dat de opgeëiste persoon na overlevering in de gevangenis van Mechelen zal worden gedetineerd.

Ambtshalve is de rechtbank, uit een andere zaak, bekend met een televisie-interview van VMT NIEUWS (België) van 16 december 2025.

Daarin vertellen zowel de gevangenisdirecteur als de directeur-generaal van het Gevangeniswezen over de situatie met betrekking tot de detentieomstandigheden in Mechelen op dat moment. Hierin wordt onder meer verteld dat de gevangenis van Mechelen op dat moment 151 gedetineerden huisvest, terwijl er maar ruimte is voor 84. “In een typische cel met een stapelbed verblijven drie gedetineerden 22 uur per dag op een paar vierkante meter.”

In het kader van de verdere beoordeling van de detentieomstandigheden in Mechelen zal de rechtbank het onderzoek heropenen zodat de raadsman en de officier van justitie zich, op een nadere zitting, kunnen uitlaten over deze informatie en welke gevolgen dat zal moeten hebben voor de beslissing over de overlevering van de opgeëiste persoon.

7. Beslissing

HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd om de raadsman en de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om op een nadere zitting uit te laten over de onder 6 genoemde informatie.

VERLENGT de termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen (eindigend op 11 maart 2026), onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

BEPAALT dat de zaak uiterlijk 14 dagen vóór 11 maart 2026 (einde van de verlengde beslistermijn) weer op zitting moet worden gepland.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,

mrs. E. de Rooij en L. Baroud, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 januari 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?