ECLI:NL:RBAMS:2026:674

ECLI:NL:RBAMS:2026:674

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 13/080481-25 (zaak A), 13/386831-24 (zaak B) (ter terechtzitting gevoegd).
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Een 31-jarige man is veroordeeld tot 10 weken gevangenisstraf waarvan 8 weken voorwaardelijk en 240 uur taakstraf voor zijn rol bij bedrijfsinbraken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/080481-25 (zaak A), 13/386831-24 (zaak B) (ter terechtzitting gevoegd).

Datum uitspraak: 29 januari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

wonende op het adres [adres] , [woonplaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R. Pothast, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij op 14 september 2024 in Amsterdam samen met anderen heeft ingebroken bij Juwelier Eenvoud (zaak A, feit 1) en dat hij op 4 december 2024 te Amsterdam met een ander heeft ingebroken bij Coffeeshop Noord (zaak B, feit 1). Ook is hem ten laste gelegd dat hij op 4 december 2024 in Amsterdam een politieagent heeft bedreigd (zaak B, feit 2).

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle aan verdachte tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van zaak A – feit 1

Verdachte heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de tenlastegelegde inbraak bij de juwelier. De aangetroffen bloedsporen moeten daar op een ander moment door verdachte zijn achtergelaten. Verdachte heeft verklaard dat hij eerder in de winkel is geweest om te kijken naar een sieraad voor een vriendin en dat hij daarbij de toonbank heeft aangeraakt. Volgens de raadsman wordt uit het dossier onvoldoende duidelijk wat precies wordt bedoeld met de achterkant en de voorkant van de toonbank. Verder blijkt uit de camerabeelden dat degene die op camerabeelden is te zien handschoenen droeg, althans dat dit niet voldoende kan worden uitgesloten. Het dragen van handschoenen maakt het aannemelijk dat het bloedspoor op de toonbank terecht is gekomen toen verdachte eerder de winkel bezocht. De raadsman concludeert dat uit het dossier onvoldoende duidelijk naar voren komt dat verdachte één van de in de juwelierszaak aanwezige personen is geweest. Het dossier bevat geen (steun)bewijs op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat verdachte één van de inbrekers is geweest. Hij dient daarom te worden vrijgesproken van dit feit.

Ten aanzien van zaak B – feit 1

Verdachte heeft bekend zich schuldig te hebben gemaakt aan de inbraak bij de coffeeshop. Door de raadsman is geen bewijsverweer gevoerd.

Ten aanzien van zaak B – feit 2

Verdachte heeft bekend de teksten zoals tenlastegelegd te hebben gebezigd maar heeft verklaard dat dit voortkwam uit de agressieve wijze waarop hij werd aangehouden. Verdachte zegt uitsluitend door boosheid en onmacht deze bewoordingen hebben geuit.

De raadsman heeft aangevoerd dat, gelet op de omstandigheden waaronder de tenlastegelegde bewoordingen zijn geuit, van meet af aan duidelijk moet zijn geweest dat het uitsluitend om uitingen van onmacht en boosheid ging, zodat deze uitingen niet als strafrechtelijke bedreiging kunnen worden gekwalificeerd. Verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van zaak A – feit 1

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Feiten en omstandigheden

De eigenaar van Juwelier Eenvoud te Amsterdam heeft aangifte gedaan van een inbraak gepleegd op 14 september 2024 aldaar. Deze aangifte vindt steun in de camerabeelden en de bevindingen van de ter plaatse verschenen verbalisanten.

Op de camerabeelden is te zien dat een tweetal personen met kracht de deur forceren en de juwelierszaak binnentreden met (o.a.) sporttassen, een koevoet en een zaklamp. De personen breken rekken open, trekken deze leeg en vullen de sporttassen met de inhoud van die rekken. Vervolgens is te zien dat de personen de juwelierszaak verlaten en met een derde persoon, die buiten staat, op een motorscooter wegrijden. De personen nemen sieraden en juwelen mee en veroorzaken schade die wordt begroot op een bedrag van € 191.202,48. Op de grond van het portiek van het winkelpand is een voorhamer aangetroffen en er lag binnen veel gebroken glas.

De politie heeft forensisch onderzoek uitgevoerd. Op de achterkant van de toonbank zijn twee opgedroogde bloedvegen aangetroffen. Eén op de rand aan de linkerzijde en één op de rand aan de rechterzijde. De rechtbank begrijpt dat in het proces-verbaal van forensisch onderzoek met ‘de achterzijde van de toonbank’ dat gedeelte van de toonbank dat zich aan de zijde van het winkelpersoneel bevindt (waar ook de toegangsdeur naar de werkplaats is gelegen) wordt bedoeld. Op de camerabeelden is te zien dat één van de inbrekers op de plekken waar de bloedsporen zijn aangetroffen zijn handen legt, daar overheen beweegt en over de toonbank leunt.

Betrokkenheid verdachte

De rechtbank ziet zich voor de vraag of verdachte één van de personen is geweest die op de camerabeelden zichtbaar is en daarmee kan worden aangemerkt als (mede)pleger van de inbraak. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De aangetroffen bloedsporen zijn bemonsterd ten behoeve van vergelijkend DNA-onderzoek. In beide bloedsporen is een enkelvoudig DNA-profiel aangetroffen waarvan de matchkans dat het aangetroffen DNA-profiel overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte kleiner is dan één op één miljard. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de aangetroffen bloedvegen toebehoren aan verdachte. De rechtbank constateert verder dat de aangetroffen bloedsporen moeten zijn aangebracht door één van de op de camerabeelden zichtbare personen en daarmee kunnen worden aangemerkt als dadersporen.

Verdachte heeft ter zitting verklaard de juwelierszaak enige dagen of weken voordat de inbraak zou hebben plaatsgevonden te hebben bezocht om een ring te kopen voor een vriendin. Aangezien hij vaker wondjes aan zijn handen en/of armen heeft, is het volgens verdachte aannemelijk dat hij die dag, waarvan hij niet meer weet wanneer deze was, ook een wond/wondjes had waardoor zijn bloed daar is achtergebleven en later is aangetroffen. Dat het bloed opgedroogd is, laat volgens verdachte bovendien zien dat het er al langer zat.

Deze verklaring is echter weinig concreet en, gelet op het late tijdstip van afleggen, niet verifieerbaar. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte ook niet aannemelijk. De rechtbank kijkt allereerst naar de plek waar de bloedsporen zijn achtergelaten. Als de bloedsporen gedurende een regulier winkelbezoek zouden zijn achtergelaten, had in de rede gelegen dat deze niet aan de achterzijde van de toonbank zouden zijn aangetroffen, maar aan de zijde van het winkelend publiek. Verder moet worden aangenomen dat de toonbank – waar de koopwaar wordt uitgestald – in het dagelijks werk van de juwelier in ieder geval met enige regelmaat werd schoongemaakt, zodat ook uit dat oogpunt onaannemelijk is dat de bloedvegen daar dagen of weken (verdachte wordt op dit punt niet concreter) zouden hebben gezeten. Dat het bloed was opgedroogd, laat zich bovendien eenvoudig verklaren door de constatering dat tussen de inbraak en het afnemen van het monster ten behoeve van forensisch onderzoek enkele uren heeft gezeten.

Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve niet aannemelijk geworden dat het bloed van verdachte op een andere wijze of een ander moment op de toonbank is terechtgekomen dan op het moment van de inbraak. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen.

Conclusie

De rechtbank acht gelet op het voorgaande bewezen dat verdachte in de nacht van 14 september 2024 met anderen bij Juwelier Eenvoud in Amsterdam heeft ingebroken en daar veel waardevolle goederen heeft weggenomen.

Ten aanzien van zaak B – feit 1

De rechtbank is van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde inbraak op 4 december 2024 bij Coffeeshop Noord en overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft het feit bekend en de raadsman heeft hiervoor geen vrijspraak bepleit. Daarom wordt op grond van artikel 359 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) volstaan met een opgave van de voor dit feit gebruikte bewijsmiddelen, namelijk:

De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 15 januari 2026;

Een proces-verbaal van aangifte van [naam] namens Amsterdam Genetics met nummer PL1300-2024289243-24 van 4 december 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar] , doorgenummerde pagina’s 03 t/m 05.

Ten aanzien van zaak B – feit 2

Naar aanleiding van de hierboven bewezenverklaarde inbraak bij Coffeeshop Noord is verdachte op heterdaad aangehouden door de aanrijdende verbalisanten. Verdachte probeerde daarop te ontkomen door weg te rijden op een motorscooter. Dat lukte echter niet en verdachte werd door één van de verbalisanten van de motorscooter afgetrokken en tegen de grond gewerkt. Omdat verdachte niet mee zou werken, gaf de verbalisant verdachte met zijn vlakke hand een aantal tikken op het hoofd. Verdachte schreeuwde hierop de teksten zoals tenlastegelegd, hetgeen hij ook ter zitting heeft verklaard.

Hoewel de bewoordingen van het tenlastegelegde, gelet op de aard daarvan, onder omstandigheden mogelijk wel kunnen worden opgevat als een serieus te nemen bedreiging, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de omstandigheden waaronder deze specifieke uitlatingen hebben plaatsgevonden en bezien in de context waarin deze zijn gedaan, zoals hiervoor beschreven, niet is bewezen dat bij de aangever in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen of het slachtoffer van een verkrachting zou worden. De uitingen zijn in deze context eerder op te vatten als een uiting van boosheid en/of frustratie.

Het bovenstaande leidt ertoe dat verdachte dan ook wordt vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van het voorgaande en de in de voetnoten vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

ten aanzien van zaak A

op 14 september 2024 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, sieraden en juwelen, die aan Juwelier Eenvoud toebehoorden, heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen sieraden en juwelen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

ten aanzien van zaak B

1

op 4 december 2024 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, geldbedragen en goederen, die aan coffeeshop Noord toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen geldbedragen en goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat bij bewezenverklaring kan worden volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Daarnaast zou eventueel een gedeeltelijk voorwaardelijke taakstraf onder algemene en bijzondere voorwaarden kunnen worden opgelegd. Een lange gevangenisstraf zal gevolgen hebben voor het al dan niet kunnen behouden van zijn woning.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan het medeplegen van bedrijfsinbraken. Bij deze inbraken is verdachte op agressieve en destructieve wijze te werk gegaan door met kracht de toegangsdeur open te breken en in de winkel rekken, vitrines en glazen kasten stuk te slaan, het bedrijf overhoop te halen en schade in de bedrijfsruimte toe te brengen. Inbraken brengen niet alleen voor de slachtoffers, de eigenaren van de winkels, maar ook in de maatschappij gevoelens van onveiligheid teweeg.

Verdachte heeft met zijn handelwijze aangetoond geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Hij heeft geen oog gehad voor de schade die hij heeft veroorzaakt en heeft zich kennelijk laten leiden door zijn zucht naar geldelijk en materieel gewin. Hij heeft daarbij bovendien goederen van een zeer hoge waarde weggenomen. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie (het strafblad) betreffende verdachte van 24 december 2025 waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. De recentere veroordelingen betreffen echter geen bedrijfsinbraken - de laatste keer dat verdachte is veroordeeld voor een bedrijfsinbraak is in 2017 geweest - waardoor de rechtbank dit nu niet in sterk strafverzwarende zin meeneemt.

In het reclasseringsadvies van 8 januari 2026 blijkt dat verdachte ten tijde van het incident in een kwetsbare situatie verkeerde. Hij beschikte niet over inkomen, had geen vaste huisvesting en kampte met een aanzienlijke schuldenlast. Daarbij begaf hij zich vermoedelijk in een negatief sociaal netwerk. Verdachte verblijft op dit moment in een begeleid woonvorm van HVO Querido en heeft recent een intakegesprek gehad voor behandeling bij FAZ Inforsa. Verdachte toont zich begeleidbaar. De reclassering schrijft daarnaast dat het aantal justitiecontacten het aflopen jaar zijn afgenomen maar adviseert dat voortzetting van toezicht (zoals opgelegd in het kader van de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis) geboden is. Geadviseerd wordt daarom een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. De rechtbank neemt het advies van de reclassering mee bij de bepaling en vaststelling van de straf en de duur daarvan.

De straffen

De rechtbank stelt vast dat de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting bij een bedrijfsinbraak zonder recidive uitgaan van een taakstraf van 120 uur. In dit geval zijn twee bedrijfsinbraken bewezen waarbij grote schade is toegebracht. In één geval zijn ook goederen met een zeer hoge waarde weggenomen. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat niet alleen een forse taakstraf op zijn plaats is, maar ook een gevangenisstraf. Omdat verdachte heeft aangegeven mee te willen werken met de reclassering, en verdachte bij een langdurige gevangenisstraf mogelijk zijn plek bij HVO Querido kwijt raakt, ziet de rechtbank aanleiding om de gevangenisstraf deels voorwaardelijk op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Daarmee beoogt de rechtbank verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank wijkt bij de straftoemeting af van wat de officier van justitie heeft gevorderd, omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt. Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden om aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken, met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast wordt aan verdachte een taakstraf voor de duur van 240 uren opgelegd, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.

8. Beslag

Onder verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen: Apple iPhone (goednr. 6631812). Net zoals de officier van justitie en de raadsman hebben betoogd, is de rechtbank van oordeel dat deze telefoon moet worden teruggegeven aan verdachte.

9. Ten aanzien van de benadeelde partij

De vordering

De benadeelde partij [naam] vordert namens de rechtspersoon Spreeuwenpark B.V. € 5.607,01 aan vergoeding van materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente en verzoekt oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering gedeeltelijk moet worden toegewezen tot een bedrag van € 3.557,01. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat niet onderbouwd is dat de indiener van de vordering gemachtigd is tot het indienen van die vordering, deze moet daarom niet-ontvankelijk verklaard worden.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering is ingediend door [naam] namens de rechtspersoon Spreeuwenpark BV. Indien een natuurlijk persoon namens een rechtspersoon een vordering tot schadevergoeding indient, dient daarbij een uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK) of een daartoe opgestelde schriftelijke machtiging te worden overgelegd waaruit blijkt dat die persoon de bevoegdheid heeft om een vordering namens de rechtspersoon in te dienen. Deze ontbreken. Dit ontbreken zou kunnen worden hersteld door nadere bewijslevering door de benadeelde partij. Een en ander levert echter een onevenredige belasting van het strafgeding op, omdat dit zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering.

De benadeelde partij kan de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het in zaak B onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van zaak A – feit 1

diefstal in vereniging waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

ten aanzien van zaak B – feit 1

diefstal in vereniging waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, groot 8 weken, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet:

Meldplicht bij reclassering

Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Inforsa op het adres Vlaardingenlaan 5 te Amsterdam.

Ambulante behandeling

Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Forensisch Ambulante Zorg (FAZ) Inforsa, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, schuldenproblematiek, en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Dat veroordeelde gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in de wooninstelling van HVO-Querido, of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf is reeds gestart. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

Dagbesteding

Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delict gedrag.

Aflossing schulden

Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen .

Gelast de teruggave aan veroordeelde van:

1. STK Apple iPhone (goednr. 6631812).

Verklaart [naam] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mr. R. van de Water en mr. J.V.L. van Well, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.F. Wormhoudt en M. Pathuis, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.K. Glerum
  • mr. R. van de Water
  • mr. J.V.L. van Well

Griffier

  • mr. F.F. Wormhoudt en M. Pathuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?