ECLI:NL:RBAMS:2026:741

ECLI:NL:RBAMS:2026:741

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 30-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 13/271864-25 en 13/174273-25 (ter terechtzitting gevoegd)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Een 55-jarige vrouw is veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf omdat zij meer dan een jaar een van de pleegouders van haar uit huisgeplaatste dochter en medewerkers van jeugdbescherming belaagde.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/271864-25 en 13/174273-25 (ter terechtzitting gevoegd)Parketnummer vordering tul: 1320104124

Datum uitspraak: 30 januari 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] , [woonplaats] ,

nu gedetineerd in de [naam PI] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 16 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B. Grünfeld, en van wat verdachte en haar raadsman, mr. L.M.A. Schwartz, advocaat in Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van het verzoekschrift zorgmachtiging van de

officier van justitie en van wat verdachte en haar civiele raadsman, mr. L.M.A. Schwartz,

hierover naar voren hebben gebracht. Hetgeen betrekking heeft op het verzoekschrift

zorgmachtiging wordt in een afzonderlijke beslissing opgenomen.

De rechtbank heeft in het kader van de zorgmachtiging de psychiaters mevrouw J.M.C. van Dam en de heer H.T. de Vries ter terechtzitting gehoord.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door mr. C. Batstra,

namens de aangever, [aangever] , naar voren is gebracht.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

ten aanzien van zaak A, na wijziging van de tenlastelegging op de zitting:

zij in of omstreeks de periode van 4 juni 2024 tot en met 26 september 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] en/of een of meer medewerkers van Stichting Jeugdbescherming en/of een of meer medewerkers van Levvel, door veelvuldig e-mail berichten te sturen naar

- ( het algemene werk e-mailadres van werkgever [naam werkgever] ) van voornoemde [aangever] en/of

- een of meer medewerkers van Stichting Jeugdbescherming en/of

- een of meer medewerkers van Levvel

en/of door een brief te sturen naar de werkgever [naam werkgever] van voornoemde [aangever] , met het oogmerk die [aangever] en/of een of meer medewerkers van Stichting Jeugdbescherming en/of een of meer medewerkers van Levvel, te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )

ten aanzien van zaak B:

zij op of omstreeks 6 juni 2025 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, door meermalen 112 te bellen;

( art 142 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de

tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor

schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten in zaak A en B kunnen worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

Volgens de verdediging dient verdachte ten aanzien van zaak A te worden vrijgesproken van het versturen van een brief naar de werkgever van [aangever] . De verdediging heeft voor het overige geen bewijsverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

De dochter van mevrouw [verdachte] (hierna: verdachte) is na haar geboorte op [geboortedatum] direct door instanties uit huis geplaatst, omdat verdachte door haar geestelijke gesteldheid niet in staat geacht werd om voor haar dochter te kunnen zorgen. Haar dochter verblijft sindsdien bij haar pleegouders, [aangever] en [pleegouder] . Verdachte is hierna begonnen met het versturen van veel e-mailberichten aan de pleegouders, de medewerkers Levvel en de medewerkers van Stichting Jeugdbescherming.

Zaak A

Belaging van [aangever] , medewerkers Levvel en medewerkers Stichting Jeugdbescherming

Partiële vrijspraak: versturen brief

[aangever] verklaart in zijn aangifte dat zijn werkgever [naam werkgever] een brief heeft ontvangen met lasterlijke aantijgingen jegens hem. Op deze brief stond echter geen afzender. Uit de poststempel kon worden opgemaakt dat deze brief afkomstig was uit Amsterdam. [aangever] verklaart dat deze brief afkomstig was van verdachte, aangezien hij het handschrift van verdachte herkende. Het is echter niet duidelijk geworden waarop deze herkenning gebaseerd is. Bovendien komt de inhoud van de brief niet overeen met de strekking van de vele mails die verdachte aan [aangever] heeft gericht. Ter terechtzitting heeft verdachte ontkend dat zij de bedoelde brief heeft gestuurd aan [naam werkgever] . De rechtbank zal verdachte daarom partieel vrijspreken van het versturen van een brief naar [naam werkgever] , omdat daarvoor onvoldoende bewijs is.

Is er sprake van belaging?

De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.

[aangever] , [naam 1] namens Levvel en [naam 2] namens Stichting Jeugdbescherming hebben aangifte gedaan van belaging door verdachte. Zij hebben verklaard dat zij stelselmatig e-mailberichten ontvangen van verdachte. De strekking van deze berichten is veelal dat verdachte haar kind terugeist van de pleegouders en instanties. Alle drie de aangevers hebben ook beklag gedaan van belaging. Uit het proces-verbaal van bevindingen, waarin onderzoek is gedaan naar de verstuurde e-mailberichten door verdachte, blijkt dat zij in de periode van juni 2024 tot en met september 2025 in totaal 54 e-mails heeft gestuurd aan de werkgever van [aangever] te weten [naam werkgever] ter attentie van het algemene e-mailadres. Ook is gebleken dat verdachte in de tenlastegelegde periode in 2024 43 e-mailberichten en in de tenlastegelegde periode in 2025 35 e-mailberichten heeft gestuurd aan medewerkers van Levvel. Verdachte heeft bovendien in de periode van 25 juli 2024 tot en met 24 juli 2025 4.771 e-mailberichten verstuurd aan medewerkers van Stichting Jeugdbescherming.

Op 21 maart 2025 heeft [naam 3] namens Stichting Jeugdbescherming een brief gestuurd aan verdachte waarin verdachte dwingend wordt verzocht om te stoppen met het sturen van e-mailberichten. Ook [naam 1] heeft namens Levvel op 12 maart 2024 een brief gestuurd waarin wordt geëist dat verdachte stopt met het sturen van e-mailberichten. Verdachte heeft de instanties hierna echter niet met rust gelaten en is doorgegaan met het sturen van e-mailberichten, terwijl verdachte wist dat de instanties dat niet wilden.

Verdachte is eerder op 26 november 2021 veroordeeld voor het belagen van [aangever] . De rechtbank stelt daarom vast dat verdachte ook geweten moet hebben dat [aangever] geen contact met haar wilde.

De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de aangevers zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. Verdachte heeft op zeer obsessieve en intensieve wijze geprobeerd om met de aangevers in contact te komen, terwijl verdachte wist dat zij hiermee moest stoppen. De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan belaging van [aangever] , van medewerkers van Stichting Jeugdbescherming en van medewerkers van Levvel in de periode van 4 juni 2024 tot en met 26 september 2025.

Zaak B

Zonder noodzaak 112 bellen

Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte op 6 juni 2025 meermaals naar de alarmcentrale van de politie gebeld. Verdachte geeft met het aanhoudend opnieuw bellen naar 112, terwijl haar al was verteld dat er geen noodsituatie was, blijk van het bewust opzettelijk zonder noodzaak bellen van het alarmnummer. De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het meermalen opzettelijk zonder noodzaak zonder noodzaak ‘112’ bellen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage 1 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat

verdachte

ten aanzien van zaak A:

in de periode van 4 juni 2024 tot en met 26 september 2025 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] , medewerkers van Stichting Jeugdbescherming en medewerkers van Levvel, door veelvuldig e-mail berichten te sturen naar het algemene werk e-mailadres van werkgever [naam werkgever] van voornoemde [aangever] en naar medewerkers van Stichting Jeugdbescherming en naar medewerkers van Levvel met het oogmerk die [aangever] en die medewerkers van Stichting Jeugdbescherming en die medewerkers van Levvel, te dwingen iets te doen.

ten aanzien van zaak B:

op 6 juni 2025 te Amsterdam, opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, door meermalen 112 te bellen.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. De strafmotivering

Standpunt van de raadsvrouw van aangever, [aangever]

De raadsvrouw van [aangever] heeft verzocht om aan verdachte een contactverbod met [aangever] en [pleegouder] op te leggen voor de duur van vijf jaren. Zij heeft daarbij verzocht om een uitzonderingsclausule op te nemen die inhoudt dat Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) kan beslissen dat, indien het aantoonbaar beter gaat met verdachte én dit in het belang van het kind is, (indirect) contact met de pleegouders wordt toegestaan ten behoeve van contactherstel met verdachte en haar kind. Daarnaast heeft zij verzocht om aan verdachte een locatieverbod op te leggen ten aanzien van [woonplaats pleegouders] , waar de pleegouders woonachtig zijn en Wognum, de werkplaats van pleegouder [aangever] .

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van voorarrest.

Daarnaast heeft de officier van justitie als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een contactverbod gevorderd voor de duur van vijf jaren met [aangever] en [pleegouder] . Ook heeft hij gevorderd dat daarbij de uitzonderingsclausule wordt opgenomen, zoals deze door de raadsvrouw van [aangever] is verzocht. Bovendien heeft hij als vrijheidsbeperkende maatregel een locatieverbod gevorderd voor de duur van twee jaren ten aanzien van [woonplaats pleegouders] en Wognum. De officier van justitie heeft gevorderd deze maatregelen dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om aan verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest en daarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 1 maand.

De raadsman verzet zich niet tegen een contactverbod met [aangever] en [pleegouder] met de daarbij gevorderde uitzonderingsclausule. Wel verzet hij zich tegen het gevorderde locatieverbod, omdat verdachte nooit in [woonplaats pleegouders] of Wognum is geweest. Primair heeft de raadsman daarom verzocht om het locatieverbod af te wijzen. Subsidiair heeft hij verzocht om het locatieverbod te beperken tot twee jaar.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van meer dan één jaar schuldig gemaakt aan belaging van [aangever] , medewerkers van Levvel en medewerkers van Stichting Jeugdbescherming. Daarbij heeft verdachte de aangevers veelvuldig e-mailberichten gestuurd waarin zij haar dochter terugeist. Nadat de medewerkers van Levvel en Stichting Jeugdbescherming verdachte dwingend hebben verzocht dan wel geëist om te stoppen met het versturen van e-mails bleef verdachte doorgaan met het stelselmatig versturen van e-mails naar voornoemde instanties. Als gevolg van het handelen van verdachte heeft de [aangever] , die als pleegvader zorg draagt voor de dochter van verdachte, zich erg onveilig gevoeld. Met haar handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangevers en dat rekent de rechtbank verdachte aan.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het onnodig bellen van het alarmnummer 112. Door het onnodig bellen van dit alarmnummer heeft verdachte de beschikbaarheid en inzetbaarheid van deze dienst voor echte hulpbehoevenden beperkt.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het

strafblad) van verdachte van 26 november 2025, waaruit blijkt dat verdachte op 26 november 2021 is veroordeeld voor belaging. Uit haar strafblad blijkt ook dat verdachte al vaker is veroordeeld voor het onnodig bellen naar het alarmnummer.

De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsrapport van 6 november 2025. Volgens de reclassering zijn er afgaande op dossier- en referenteninformatie aanwijzingen die duiden op de aanwezigheid van psychi(atri)sche problematiek bij verdachte. Verdachte is daarom preventief gehecht in het penitentiair psychiatrisch centrum van de penitentiaire inrichting in [naam PI] . In het verleden is er sprake geweest van een aan haar opgelegde zorgmachtiging waarbinnen verdachte psychi(atri)sche hulpverlening ontving.

Toerekeningsvatbaarheid

Gelijktijdig met de strafzaak is een verzoekschrift zorgmachtiging behandeld. In de strafzaak is zowel door de officier van justitie als de raadsman aangegeven dat zij, gelet op hetgeen besproken is ter zitting, tot de conclusie komen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht op grond van haar psychische problematiek. De rechtbank sluit zich daarbij aan.

De straf

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Tot slot heeft de rechtbank bij het bepalen van (de duur van) de op te leggen straf rekening gehouden met de omstandigheid dat aan verdachte in de zaak met rekestnummer C/13/781564/ FA RK 26/176, welk rekest tegelijkertijd met de onderhavige strafzaak is behandeld, een zorgmachtiging op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg (Wfz) is verleend.

Alles afwegende, acht de rechtbank de straf zoals door de officier van justitie is geëist passend en geboden. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, opleggen.

38v maatregel

Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een contactverbod met [aangever] en [pleegouder] . Dit houdt in dat verdachte gedurende 5 jaren op geen enkele wijze, direct of indirect, contact mag opnemen met [aangever] en [pleegouder] . De rechtbank bepaalt daarbij een uitzonderingsclausule op die inhoudt dat JBRA kan beslissen dat, indien het aantoonbaar beter gaat met verdachte én dit in het belang van het kind is, (indirect) contact met de pleegouders wordt toegestaan ten behoeve van contactherstel tussen verdachte en haar kind.

De rechtbank legt als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van 38v van het Wetboek van Strafrecht ook een locatieverbod op ten aanzien van [woonplaats pleegouders] en Wognum voor de duur van 2 jaren. De rechtbank acht de oplegging van een locatieverbod noodzakelijk, gelet op het feit dat verdachte, ook nadat zij was veroordeeld voor het belagen van [aangever] , in enige vorm contact is blijven zoeken met de pleegouders van haar dochter. Hierdoor is de rechtbank van oordeel dat er bij [aangever] en [pleegouder] gerechtvaardigde vrees is ontstaan dat verdachte hen of haar dochter zal benaderen.

De rechtbank bepaalt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van 6 maanden. De rechtbank acht oplegging van deze maatregel noodzakelijk, zodat het risico dat verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit jegens [aangever] wordt ingeperkt. De rechtbank bepaalt voorts dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens [aangever] en [pleegouder] .

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 38v, 38w, 57, 142 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

10. De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling (13-201041-24)

Bij de stukken bevindt zich de vordering van 1 december 2025 van de officier van justitie in

het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 13-201041-24, betreffende

het onherroepelijk geworden vonnis van 13 september 2024 van de rechtbank Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 500,00 euro met bevel dat van deze straf een gedeelte, te weten 250,00 euro, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de bepaalde proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bij de stukken zit ook een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie toewijzing van de vordering tot

tenuitvoerlegging gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan

strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit

vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijke

strafdeel te bevelen.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A en B ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan

hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van zaak A:

belaging, meermalen gepleegd

ten aanzien van zaak B:

opzettelijk zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Legt op de maatregel dat veroordeelde:

- zich voor de duur van 5 (vijf) jaren zal onthouden van contact — direct of indirect — met: [aangever] , geboren op [geboortedatum] en [pleegouder] , geboren op [geboortedatum] , met de uitzonderingsclausule, inhoudende dat JBRA kan beslissen dat, indien het aantoonbaar beter gaat met verdachte én dit in het belang van het kind is, (indirect) contact met de pleegouders wordt toegestaan ten behoeve van contactherstel met [naam kind] .

- zich voor de duur van 2 (twee) jaren zich niet zal ophouden in [woonplaats pleegouders] en Wognum.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de

maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de

opgelegde maatregel niet op.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde zich

belastend zal gedragen jegens aangeefster beveelt de rechtbank, gelet op artikel 38v,

vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat de opgelegde maatregel dadelijk

uitvoerbaar is.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het moment waarop verdachte

in het kader van de zorgmachtiging wordt opgenomen in een GGZ-instelling.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijk veroordeling (13-201041-24)

Gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 13 september 2024 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 13-201041-24 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een

een geldboete van 250 euro.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.E. Hoogendijk, voorzitter,

mrs. R.A. Overbosch en A.L. op 't Hoog, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.L. van Tellingen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.E. Hoogendijk

Griffier

  • mr. S.L. van Tellingen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?