ECLI:NL:RBAMS:2026:7560

ECLI:NL:RBAMS:2026:7560

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 10-07-2026
Datum publicatie 23-07-2026
Zaaknummer 12008854 \ CV EXPL 25-17130
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

onrechtmatige onttrekkingen nalatenschap. Stilzwijgende volmacht verleend voor het voeren van het beheer over de nalatenschap. Handelingen van gedaagden vallen grotendeels onder de volmacht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12008854 \ CV EXPL 25-17130

Vonnis van 10 juli 2026

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

hierna te noemen: [eiser 1]2. [eiser 2],

wonende in [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: [eiser 2]

eisende partijen,

gemachtigde: mr. J. Jong,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende in [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: [gedaagde 1]2. [gedaagde 2],

wonende in [woonplaats 1] ,

hierna te noemen: [gedaagde 2]

gedaagde partijen,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van [eiser 1] en [eiser 2] van 3 december 2025, met producties,

de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 22 januari 2025, met producties,

het tussenvonnis van 5 februari 2026 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

de mondelinge behandeling van 1 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

de akte van [eiser 1] en [eiser 2] van 15 mei 2026, waarin mr. Jong de kantonrechter heeft verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

[erflater] (hierna: erflater) was tot zijn overlijden de partner van [gedaagde 1] . Zij waren niet met elkaar gehuwd en tussen hen bestond geen geregistreerd partnerschap.

[gedaagde 2] is de partner van de broer van [gedaagde 1] , [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ).

Op 26 november 2024 is erflater overleden. Hij had geen testament laten opmaken. Zijn zussen, [eiser 1] en [eiser 2] , hebben zijn nalatenschap blijkens de akte van erfrecht van 14 augustus 2025 zuiver aanvaard en daarbij [persoon 2] aangewezen om alle goederen van de nalatenschap te beheren en daarover te beschikken.

[gedaagde 1] en [eiser 2] zijn na het overlijden van erflater gezamenlijk gestart met het leegruimen van de woning van erflater. De televisie van erflater is toen naar [gedaagde 1] gegaan. De brommer van erflater is bij [persoon 1] terechtgekomen.

Op 16 december 2024 heeft [gedaagde 2] in het bijzijn van [eiser 2] en [gedaagde 1] [kringloopwinkel] de opdracht gegeven om de woning van erflater verder leeg te ruimen, wat vervolgens in januari 2025 is gebeurd.

Op 30 december 2024 heeft [gedaagde 2] een apk-keuring laten uitvoeren aan de auto van erflater. [gedaagde 1] heeft de auto vervolgens gehouden.

In de periode na het overlijden van erflater heeft [gedaagde 1] in totaal € 4.900,00 opgenomen van de rekening van erflater. Van diezelfde rekening heeft [gedaagde 2] in die periode voor in totaal € 1.550,00 aan overboekingen verricht.

Begin 2025 ontstond er onenigheid tussen partijen over het beheer van de nalatenschap van erflater. [eiser 2] heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarom verzocht de pinpas van de rekening van erflater aan haar te geven en rekening en verantwoording af te leggen van hun uitgaven.

Op 12 april 2025 heeft [gedaagde 2] een envelop met daarin de bankafschriften van de rekening van erflater in de periode van 27 november 2024 tot en met 6 april 2025 afgeleverd bij [eiser 2] en [eiser 1] .

Op 12 juni 2025 hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de pinpas en een bedrag van € 3.370,27 aan [eiser 1] overhandigd. Op dat moment stond er nog een bedrag van € 4.275,23 op de rekening van erflater.

3. De vordering

[eiser 1] en [eiser 2] vorderen in de dagvaarding samengevat dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van € 11.520,66. Als de kantonrechter hen daar niet in volgt dan vorderen zij dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld rekening en verantwoording af te leggen over het beheer van de nalatenschap en hen te veroordelen tot betaling van het op basis daarvan verschuldigde bedrag.

[eiser 1] en [eiser 2] voeren daartoe aan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zonder toestemming diverse pinopnames, overboekingen en uitgaven van de rekening van erflater hebben gedaan en dat zij een auto, een brommer en een televisie aan de nalatenschap hebben onttrokken. Op de zitting hebben [eiser 2] en [eiser 1] de eis in zoverre gewijzigd dat zij willen dat [gedaagde 1] de vergoeding voor de pinopnames betaalt en [gedaagde 2] voor de overboekingen vanaf de bankrekening van erflater. Daarnaast hebben zij van de volgende posten gezegd die niet langer meer te vorderen:

de automatische afschrijvingen van totaal € 590,

de opgevoerde kosten voor onder andere advocaat en deurwaarder van totaal € 845,93.

Voor zover sprake is van een dubbeltelling van apk-kosten, hebben [eiser 1] en [eiser 2] bedoeld de apk-kosten één keer te vorderen.

4. De beoordeling

Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] na het overlijden van erflater onder andere diverse betalingen hebben verricht uit de nalatenschap van erflater. Op het moment van overlijden is de nalatenschap echter toegevallen aan de erfgenamen gezamenlijk. Wie de erfgenamen waren was op dat moment nog niet duidelijk, maar wel dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat niet waren. Zij mochten dus niet over de nalatenschap beschikken. Dat betekent dat zij in principe moeten terugbetalen wat zij uit de nalatenschap hebben onttrokken, tenzij zij daarvoor toestemming hadden van de (latere) erfgenamen; [eiser 1] en [eiser 2] . Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich daarop beroepen, moeten zijn feiten en omstandigheden aandragen waaruit blijkt dat zij die toestemming hadden. De kantonrechter vindt dat zij daar voor de betalingen en geldbedragen in geslaagd zijn. Dat geldt niet voor de auto en de brommer van erflater die in gebruik zijn bij anderen dan de erfgenamen; dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarvoor toestemming hadden hebben zij onvoldoende onderbouwd en daarom moeten zij [eiser 1] en [eiser 2] daarvoor een bedrag betalen. De kantonrechter legt deze beslissingen uit.

Stilzwijgende volmacht

Partijen zijn het erover eens dat [eiser 1] , [eiser 2] en [gedaagde 2] na het overlijden van erflater hebben afgesproken dat [gedaagde 2] de uitvaart zou regelen. Op de zitting heeft [eiser 2] verklaard dat [gedaagde 2] ten tijde van het overlijden van erflater contactpersoon was voor het ziekenhuis en dingen voor erflater regelde. Zij zou de crematie regelen en zakelijke dingen op zich nemen. Daarbij kon zij via [gedaagde 1] over de bankrekening en bijbehorende code(s) van erflater beschikken, zodat zij overboekingen kon doen. [gedaagde 2] heeft toegelicht dat [gedaagde 1] en zij vooral contact hadden met [eiser 2] en dat [eiser 2] alles door zou geven aan [eiser 1] . [eiser 1] , [eiser 2] en [zoon van erflater] hebben nooit bezwaar gemaakt tegen haar rol. In tegendeel, zij waren daar volgens [gedaagde 2] juist alleen maar blij mee. [eiser 1] en [eiser 2] hebben dit niet weersproken. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde 2] vervolgens ook daadwerkelijk de zaken van erflater is gaan afhandelen.

De kantonrechter vindt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voldoende hebben onderbouwd dat [gedaagde 2] toestemming had van [eiser 1] en [eiser 2] om zaken af te handelen. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een stilzwijgende volmacht. Die volmacht was niet onbeperkt, maar zag op het voeren van het beheer over de nalatenschap van erflater, in die zin dat [gedaagde 2] de uitvaart en de lopende zaken van erflater zou regelen en de kosten daarvan van de bankrekening van erflater, en daarmee dus uit de nalatenschap, mochten worden betaald. [eiser 2] heeft in dat verband steeds opgetreden voor [eiser 1] en haarzelf, als erfgenamen. Een redelijke uitleg van de volmacht brengt mee dat daaronder ook de redelijke kosten vallen die voor het uitvoeren daarvan zijn gemaakt.

De kantonrechter moet beoordelen of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voldoende hebben onderbouwd dat het geld of de goederen die zij aan de nalatenschap hebben onttrokken onder de volmacht vielen en/of dat ze daar op andere wijze toestemming voor hadden. Dat beoordeelt de kantonrechter hierna per soort onttrekking.

De gepinde en overgeboekte bedragen

Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde 1] in totaal € 4.900,00 heeft gepind met de pinpas van erflater. Daarvan heeft zij € 3.370,23 aan [eiser 1] en [eiser 2] terugbetaald. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben toegelicht dat van het resterende bedrag € 500,00 is besteed aan de kosten voor het leeghalen van de woning van erflater, € 200,00 aan onkosten en € 829,73 aan de apk-keuring van de auto van erflater. Verder bestaat er geen discussie over dat [gedaagde 2] in totaal een bedrag van € 1.550,00 van de rekening van erflater aan zichzelf heeft overgeboekt. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben toegelicht dat van dat bedrag € 1.500,00 ook is gebruikt voor het leeghalen van de woning van erflater en € 50,00 voor de PostNL verhuisservice. [eiser 1] en [eiser 2] hebben niet betwist dat genoemde bedragen hieraan zijn besteed. Hierna wordt beoordeeld of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daartoe gerechtigd waren.

Het leeghalen van het huis van erflater

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voldoende hebben onderbouwd dat zij voor het maken van kosten voor het leeghalen van de woning toestemming van [eiser 1] en [eiser 2] hadden. Het leeghalen van de woning valt onder de afhandeling van de lopende zaken van erflater en daarmee onder de volmacht van [gedaagde 2] . Daar komt bij dat [eiser 2] heeft toegelicht dat zij hulp nodig hadden bij het leeghalen van de woning van erflater en dat zij daarom met [gedaagde 1] heeft afgesproken dat [kringloopwinkel] de woning zou ontruimen. [eiser 1] en [eiser 2] hebben niet weersproken dat [eiser 2] dit destijds ook aan [eiser 1] heeft doorgegeven. De kantonrechter oordeelt dat onderdeel van die afspraak is dat [gedaagde 2] [kringloopwinkel] van de rekening van erflater mocht betalen. [eiser 2] heeft niet gezegd dat ze daarvoor een voorbehoud heeft gemaakt, zij was aanwezig bij het verstrekken van de opdracht aan [gedaagde 2] en zij wist dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] over de bankrekening van erflater konden beschikken. Dat [persoon 2] zijn hulp zou hebben aangeboden bij het ontruimen van de woning verandert hieraan niets. De kosten van € 2.000,00 voor het leeghalen van de woning zijn dus niet onrechtmatig aan de nalatenschap onttrokken.

De PostNL verhuisservice

Voor de kosten van de PostNL verhuisservice hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voldoende onderbouwd ze gemaakt zijn in het kader van het afhandelen van de lopende zaken van erflater, zodat dit onder de volmacht van [gedaagde 2] viel. Daarmee is de uitgave van € 50,00 geen onrechtmatige onttrekking.

Onkosten

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben toegelicht dat [gedaagde 1] € 200,00 van het geld van erflater heeft gebruikt om benzine, taxiritten, verhuisdozen en zakken te betalen voor het leeghalen van de woning van erflater. De kantonrechter oordeelt dat dit kosten zijn die kennelijk door [gedaagde 1] gemaakt zijn ter uitvoering van de volmacht. Daaronder viel immers het afhandelen van lopende zaken en het leeghalen van de woning. Zoals gezegd komen de redelijke kosten voor de uitvoering van de volmacht voor rekening van de volmachtgever(s). De kantonrechter vindt het geen onredelijk bedrag voor de geschetste kosten ter uitvoering van de volmacht. De kosten komen daarom voor rekening van [eiser 1] en [eiser 2] als volmachtgevers en zijn dus geen onrechtmatige onttrekking.

De apk-keuring van de auto van erflater

Op de zitting hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verklaard dat erflater zijn auto al had moeten laten keuren toen hij nog leefde, maar dit wegens zijn ziekte is uitgesteld tot uiterlijk eind december 2024. Na zijn overlijden hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de apk-keuring alsnog laten uitvoeren. Als zij dat niet hadden gedaan, was de auto van erflater geschorst en was daarnaast een boete € 400,00 opgelegd. [eiser 1] en [eiser 2] hebben dit niet betwist. Daarmee kunnen de kosten van de apk-keuring worden aangemerkt als kosten die vallen onder het afhandelen van de lopende zaken van erflater, waarvoor [gedaagde 2] een volmacht had.

De auto, de brommer en de televisie

[gedaagde 1] heeft na zijn overlijden de auto en televisie van erflater gehouden. [gedaagde 2] heeft toegestaan dat de brommer van erflater naar [persoon 1] ging. Na het overlijden van erflater vallen al zijn spullen in de nalatenschap, waarover de erfgenamen gezamenlijk mogen beschikken. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben, met uitzondering van de televisie, onvoldoende onderbouwd dat zij toestemming hadden voor het toe-eigenen of uitdelen van de spullen van erflater. Dat de volmacht van [gedaagde 2] zo ver strekte dat zij ook mocht overgaan tot het verdelen van de eigendommen van erflater blijkt niet uit het dossier. Het toe-eigenen van de auto ( [gedaagde 1] ) en het weggeven van de brommer ( [gedaagde 2] ) zijn dus onrechtmatige onttrekkingen, waarvan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de schade aan [eiser 1] en [eiser 2] moeten vergoeden. Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de door [eiser 1] en [eiser 2] gestelde waarde van de auto en de brommer niet hebben betwist, moet [gedaagde 1] een bedrag van € 900,00 (voor de auto) en [gedaagde 2] een bedrag van € 850,00 (voor de brommer) aan [eiser 1] en [eiser 2] vergoeden. Voor een hoofdelijke veroordeling ziet de kantonrechter op dit punt in de stellingen van [eiser 1] en [eiser 2] geen aanleiding.

Voor de televisie geldt iets anders, omdat [eiser 2] op de zitting heeft gezegd dat [gedaagde 1] zei dat de televisie van haar was en [eiser 2] de televisie dus aan haar heeft toegezegd. [gedaagde 1] heeft dus toestemming gekregen van [eiser 2] , die mede namens [eiser 1] optrad, om de televisie te houden. Op dat punt is dus geen sprake van een onrechtmatige onttrekking.

De rest van het bedrag dat [eiser 1] en [eiser 2] vorderen

De kantonrechter kan de schadeberekening van [eiser 1] en [eiser 2] voor het overige niet goed volgen. Het lijkt er op dat [eiser 1] en [eiser 2] het resterende saldo op de rekening van erflater bij hun schade hebben opgeteld, terwijl dat bedrag (met de aflevering van de pinpas) al aan [eiser 1] en [eiser 2] is toegekomen. Dit maakt dat [eiser 1] en [eiser 2] onvoldoende feiten hebben gesteld waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] nog een bedrag van € 4.275,23 hebben onttrokken. De rest van de (primaire) vordering van [eiser 1] en [eiser 2] wordt daarom afgewezen.

Rekening en verantwoording

Subsidiair hebben [eiser 1] en [eiser 2] gevorderd dat [gedaagde 2] en [gedaagde 1] rekening en verantwoording afleggen over de uitgaven die zij hebben gedaan. Die vordering wordt afgewezen bij gebrek aan belang. Lopende deze procedure hebben [gedaagde 2] en [gedaagde 1] inzage gegeven in de uitgaven die zij hebben gedaan vanaf de bankrekening van erflater en wat er met de auto, brommer en televisie is gebeurd. [eiser 1] en [eiser 2] hebben op de zitting weliswaar gezegd deze vordering te handhaven, maar niet concreet gemaakt welke informatie zij nu nog missen. De vordering wordt daarom afgewezen. De kantonrechter houdt er in de proceskostenveroordeling (zie hierna) rekening mee dat [eiser 1] en [eiser 2] deze informatie pas gedurende de procedure hebben verkregen.

Proceskosten

Weliswaar zijn [eiser 1] en [eiser 2] grotendeels in het ongelijk gesteld, maar deels krijgen zijn wel gelijk én zij hebben moeten procederen om de benodigde informatie van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te krijgen. De kantonrechter veroordeeld [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarom hoofdelijk in de proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] , waarbij het salaris van de gemachtigde wordt gebaseerd op de toegewezen bedragen. Omdat [eiser 1] en [eiser 2] hebben geprocedeerd op basis van een toevoeging worden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet veroordeeld tot betaling van de explootkosten en de betekeningskosten. De proceskosten van [eiser 1] en [eiser 2] worden begroot op:

- griffierecht

90,00

- salaris gemachtigde

- nakosten

434,00

108,50

(2 punten x € 217,00)

(0,5 x € 217,00)

Totaal

632,50

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde 1] om aan [eiser 1] en [eiser 2] te betalen een bedrag van € 900,00,

veroordeelt [gedaagde 2] om aan [eiser 1] en [eiser 2] te betalen een bedrag van € 850,00,

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 632,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, rechter, bijgestaan door mr. M.A. van Eerde, griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Huber

Griffier

  • mr. M.A. van Eerde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2026-0410 VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0410
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand