ECLI:NL:RBAMS:2026:766

ECLI:NL:RBAMS:2026:766

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer 13/087406-25 en 13/093423-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

veroordeling bij verstek voor diefstallen en huisvredebreuk

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

verkort vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummers: 13/087406-25 en 13/093423-25

Datum uitspraak: 28 januari 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

status in de Basisregistratie Personen: niet-ingezetene,

laatst opgegeven woon- of verblijfplaats: [adres 1] .

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 januari 2026.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.Th.A. de Ridder.

Verdachte is, hoewel in beide zaken deugdelijk gedagvaard, niet ter terechtzitting verschenen. Haar raadsman, mr. R. Pothast, is wel ter terechtzitting verschenen. Hij was niet door verdachte gemachtigd namens haar de verdediging te voeren.

Namens benadeelde partij [benadeelde partij 1] is haar partner [partner benadeelde partij 1] ter terechtzitting verschenen. Hij heeft de vordering benadeelde partij toegelicht.

Benadeelde partij [benadeelde partij 2] is niet ter terechtzitting verschenen.

2. Beschuldiging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

zaak A

1

zij op of omstreeks 22 juli 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een rugtas

(met daarin een portemonnee en/of een ketting), in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft

weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

(art 310 Wetboek van Strafrecht)

2

zij op of omstreeks 15 september 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een

geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 3]

en/of [benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich

de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen

geldbedrag onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te

weten een onrechtmatig verkregen, althans een onbevoegd gebruikte pinpas);

(art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

zaak B

1

zij op of omstreeks 12 december 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, een of

meerdere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een

ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 5] en/of [supermarkt] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

(art 310 Wetboek van Strafrecht)

2

zij op of omstreeks 12 december 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om een of meerdere

goederen van haar gading, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij 1] , in elk geval

aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder haar bereik te

brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, via het (dak)raam de

woning binnen is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art

45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

zij op of omstreeks 12 december 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, in de

woning, gelegen aan de [adres 2] , bij een ander, te weten bij [benadeelde partij 1]

, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte in gebruik, wederrechtelijk

is binnengedrongen;

(art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

3. Voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Bewijsvraag

Vrijspraak primair onder 2 ten laste gelegd feit in zaak B

De rechtbank acht, in overeenstemming met het standpunt van de officier van justitie, de in zaak B onder 2 primair ten laste gelegde poging tot woninginbraak niet bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte de woning naar binnen is gegaan met het doel om iets weg te nemen. Verdachte wordt hiervan dan ook vrijgesproken. Hieronder zal de rechtbank wel bewezen verklaren dat verdachte de woning wederrechtelijk is binnengedrongen. De rechtbank stelt vast dat verdachte dit heeft gedaan toen zij op de vlucht was vanwege de diefstal onder feit 1 in zaak B en dat zij bij die gelegenheid spullen uit de woning heeft weggenomen

Overige ten laste gelegde feiten bewezen

De rechtbank acht, in overeenstemming met het standpunt van de officier van justitie, bewezen dat verdachte

zaak A

1

op 22 juli 2024 te Amsterdam een rugtas met daarin een portemonnee en een ketting, die

aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander, toebehoorden heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2

op 15 september 2024 te Amsterdam een geldbedrag, dat aan [benadeelde partij 3]

en/of [benadeelde partij 4] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen

geldbedrag onder haar bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een onrechtmatig verkregen, althans een onbevoegd gebruikte pinpas;

zaak B

1

op 12 december 2024 te Amsterdam meerdere winkelgoederen, die aan een

ander toebehoorden, te weten aan [supermarkt] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2

op 12 december 2024 te Amsterdam in de woning, gelegen aan de [adres 2] , bij een ander, te weten bij [benadeelde partij 1] , in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen,

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het hiervoor bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

5. Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van voorarrest. Daarbij heeft de officier van justitie opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gevorderd.

Ter onderbouwing van haar vordering heeft de officier van justitie het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan nare strafbare feiten. Vooral de insluiping in de woning van [benadeelde partij 1] is ernstig. Uit de vordering van [benadeelde partij 1] volgt dat zij erg angstig is geworden. Zij is inmiddels ook verhuisd. Dit feit weegt zwaar mee bij het bepalen van de strafeis.

Verdachte heeft niet willen praten met de reclassering. Zij heeft zich ook niet aan de voorwaarden gehouden die zijn opgelegd als voorwaarden bij de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Verdachte heeft geen vast adres. Zij is zwervende. Gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn een taakstraf en geldboete niet passend.

Gelet op de veroordeling door de politierechter op 29 oktober 2025 is het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie diefstallen en een huisvredebreuk. Daarmee heeft verdachte geen respect getoond voor andermans eigendommen en voor de nodige overlast gezorgd. De huisvredebreuk in de woning van [benadeelde partij 1] en haar partner heeft een negatieve invloed gehad op haar leven, zo volgt uit haar vordering benadeelde partij. Zo is [benadeelde partij 1] angstig geworden, heeft zij zich moeten laten behandelen door een psycholoog en is zij, nu zij zich niet meer veilig voelde in haar toenmalige woning, met haar partner verhuisd.

Verdachte is na haar schorsing door de rechter-commissaris uit beeld geraakt. Het is de reclassering niet gelukt contact met haar te krijgen. De rechtbank heeft dan ook geen recente informatie over de persoonlijke omstandigheden van verdachte van de reclassering kunnen krijgen. Nu verdachte niet is verschenen bij de inhoudelijke behandeling van haar zaken, heeft zij ook zelf de rechtbank niet kunnen vertellen over haar persoonlijke situatie. Bij het bepalen van een straf heeft de rechtbank dan ook geen rekening kunnen houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Hoewel de recente persoonlijke situatie van verdachte niet bekend is, is de omstandigheid dat zij onbereikbaar is zorgwekkend. Van een stabiele leefsituatie lijkt geen sprake en uit het dossier volgt dat verdachte het laatste jaar dakloos is. Oplegging van een taakstraf of voorwaardelijke straf met voorwaarden is (ook) hierom niet reëel.

De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf opleggen van drie maanden en daarmee naar beneden afwijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. Daarbij heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten voor strafoplegging (voor de diefstallen) en het strafmaximum voor de huisvredebreuk (138 Sr.). Ook heeft de rechtbank geconstateerd dat verdachte voorafgaand aan het plegen van de feiten lange tijd niet is veroordeeld. Er is dus geen sprake van strafverzwarende recidive. Tot slot heeft de rechtbank geconstateerd dat verdachte op 29 oktober 2025 is veroordeeld door de politierechter. De onderhavige feiten zijn gepleegd voor die veroordeling en hadden dus gelijktijdig kunnen worden berecht. Gelet hierop is het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.

Nu verdachte meerdere schorsingsvoorwaarden heeft overtreden, zal de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen.

8. Beslag

Onder verdachte zijn volgens de beslaglijst (en de kennisgeving van inbeslagneming) verdovende middelen en telefoons in beslag genomen.

De rechtbank zal, in overeenstemming met het standpunt van de officier van justitie, beslissen dat de telefoons moeten worden bewaard voor de rechthebbende(n).

Ten aanzien van de verdovende middelen overweegt de rechtbank als volgt.

Het in bezit hebben van verdovende middelen is strafbaar gesteld in de Opiumwet. Verdovende middelen moeten, voor zover het bezit ervan niet is gecontroleerd, uit het maatschappelijk verkeer worden verwijderd. De officier van justitie heeft het voorhanden hebben van de in beslag genomen verdovende middelen door verdachte niet ten laste gelegd. De verdovende middelen hebben geen relatie met de wel ten laste gelegde feiten (één en ander zoals bedoeld in artikel 36c Sr). Ook kunnen zij niet in relatie komen te staan met soortgelijke feiten (één en ander zoals bedoeld in artikel 36d Sr). Onttrekking aan het verkeer, zoals gevorderd door de officier van justitie, is om die reden als beslissing in dit vonnis niet mogelijk. Aan de andere kant kan de rechtbank deze verboden voorwerpen niet aan verdachte teruggeven, alleen al omdat zij daardoor direct een strafbaar feit begaat. De enige rechtens toegestane en verantwoorde beslissing die de rechtbank kan nemen, is bewaring ten behoeve van de rechthebbende (artikel 353, tweede lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering). Het Openbaar Ministerie kan dan te zijner tijd, wanneer de daarvoor geldende bewaartermijn is verstreken, alsnog een beslissing nemen met betrekking tot deze voorwerpen, die erop neerkomt dat de voorwerpen alsnog aan het verkeer worden onttrokken.

9. Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Vordering van [benadeelde partij 2] (zaak A, feit 1)

Vordering

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert in totaal € 1.190, - materiële schade vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, bestaande uit de volgende schadeposten:

contant geld: € 75, -

zwarte portemonnee: € 20, -

rode portemonnee: € 20, -

gouden ketting met Fatima’s oog (100% goud): € 300, -

2 x harde schijf: € 100, -

Dior pet: € 650, -

backpack: € 25, -.

De gestelde materiële schade is niet onderbouwd met stukken.

Verder vordert [benadeelde partij 2] € 150, - immateriële schade vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanwege – kort samengevat – de aantasting van zijn gevoel van veiligheid. De gestelde immateriële schade is evenmin onderbouwd met stukken.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van de gestelde materiële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.070, -, vermeerderd met de wettelijke rente, en dat de vordering ten aanzien van de gestelde immateriële schade geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Daarbij heeft de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 170, - aan materiële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 juli 2024). De vordering is niet onderbouwd met stukken. Daarom heeft de rechtbank de materiële schade beoordeeld aan de hand van de aangifte van diefstal in het dossier. Op basis van die aangifte wordt vergoeding van de volgende materiële schade toegewezen:

contant geld: € 75, -

zwarte portemonnee: € 20, -

1 x harde schijf: € 50, -

backpack: € 25, -.

De gevorderde schade voor deze goederen komt de rechtbank niet onredelijk voor.

De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De vordering wordt ten aanzien van de overige gestelde materiële schadeposten en de gestelde immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard. De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan het resterende deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van [benadeelde partij 1] (zaak B, feit 2)

Vordering

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert in totaal € 1.257,66 materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, bestaande uit de volgende schadeposten:

Weekday wollen jas: € 149, -

nieuwe IPhone: € 966,41

sessie psycholoog + EMDR: € 142,25

De gestelde materiële schade is onderbouwd met stukken.

Verder vordert [benadeelde partij 1] € 750, - immateriële schade vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanwege – kort samengevat – bij haar toegebrachte angstgevoelens, waarvoor zij sessies bij een psycholoog heeft gehad. De gestelde immateriële schade is onderbouwd met stukken.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van de gestelde materiële schade kan worden toegewezen tot een bedrag van € 142,25 vermeerderd met de wettelijke rente, en dat de vordering ten aanzien van de gestelde immateriële schade geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Daarbij heeft de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 291,25 aan materiële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 december 2024). De vordering is onderbouwd met stukken. Op basis van die stukken wordt vergoeding van de volgende materiële schadeposten toegewezen:

Weekday wollen jas: € 149, -

sessie psycholoog + EMDR: € 142,25 .

Verder staat vast dat aan de benadeelde partij door het in zaak A onder 2 bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 500, -, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 december 2024)

De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De vordering wordt ten aanzien van de overige gestelde materiële en immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard.

Wat betreft de gestelde materiële schade in verband met de aanschaf van een nieuwe IPhone overweegt de rechtbank nog als volgt. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat na de insluiping op 12 december 2024 in de woning van [benadeelde partij 1] haar mobiele telefoon was weggenomen. [benadeelde partij 1] heeft verder aangetoond dat zij vanwege het wegnemen van haar telefoon een nieuwe IPhone heeft gekocht, die zij in de vordering heeft vermeld als schadepost. Uit de stukken blijkt dat [benadeelde partij 1] een nieuwe IPhone 16 heeft aangeschaft. Met behulp van de nieuwe IPhone is de weggenomen telefoon teruggevonden. De teruggevonden telefoon heeft [benadeelde partij 1] vervolgens verkocht tegen de, naar de rechtbank aanneemt, kennelijke economische waarde van die telefoon. Uit de stukken blijkt niet welk type IPhone door verdachte is weggenomen en hoe oud deze telefoon was. [benadeelde partij 1] was genoodzaakt een nieuwe telefoon aan te schaffen en het ligt naar het oordeel van de rechtbank voor de hand dat zij daarvoor kosten moest maken die de economische waarde van de weggenomen telefoon overstijgen. De rechtbank kan – bij gebrek aan enige informatie over de weggenomen telefoon – echter niet vaststellen welke extra kosten in dit verband redelijk zouden zijn geweest. Nader onderzoek daarnaar zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36f, 57, 63, 138, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het in zaak B onder 2 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B onder 1 en onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4.2 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1 in zaak A en feit 1 in zaak B:

telkens: diefstal;

feit 2 in zaak A:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

feit 2 (subsidiair) in zaak B:

in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Ten aanzien van het beslag

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van voorwerpen 1 en 2 (verdovende middelen) en 3 tot en met 16 (telefoons) op de beslaglijst.

Ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij

[benadeelde partij 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 170, - (honderdzeventig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 juli 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 2] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de Staat € 170, - (honderdzeventig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 juli 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 (één) dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

[benadeelde partij 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van

€ 291,25 (tweehonderd éénennegentig euro en vijfentwintig cent) aan vergoeding van materiële schade en € 500, - (vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 december 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat € 791,25 (zevenhonderd éénennegentig euro en vijfentwintig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 december 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 7 (zeven) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Ten aanzien van de voorlopige hechtenis

Heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beslissing is afzonderlijk geminuteerd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C. Klomp, voorzitter,

mrs. F. Dekkers en E. Biçer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. Klomp

Griffier

  • mr. R.R. Eijsten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?