ECLI:NL:RBAMS:2026:7869

ECLI:NL:RBAMS:2026:7869

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 04-08-2026
Zaaknummer 1309113226
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

EAB Polen; uitspraak na eerdere tussenuitspraak; weigering o.g.v. artikel 6a OLW en strafovername

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-091132-26

Datum uitspraak: 4 augustus 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 2 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 13 maart 2026 door Sąd Okręgowy w Koninie (Regional Court in Konin), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] (Polen),

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting van 27 mei 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 27 mei 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Kocabas, advocaat in Zoetermeer, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

De rechtbank heeft na sluiting van het onderzoek direct mondeling tussenuitspraak gedaan.

Tussenuitspraak van 27 mei 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om in navolging van het arrest C.J. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) de officier van justitie te verzoeken om het ingevulde certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ (Kaderbesluit) en een kopie van het arrest van the Court of Appeals in Poznań van 3 november 2023 (met kenmerk II AKa 277/21op te vragen bij of via de uitvaardigende justitiële autoriteit.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid, OLW met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

Zitting van 21 juli 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Kocabas, en door een tolk in de Poolse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak van 27 mei 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB en het gevoerde verweer met betrekking tot het strafrestant van de opgelegde straf (onder 3), de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW (onder 4), de strafbaarheid van het feit (onder 5), en artikel 11 OLW voor wat betreft artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (onder 7). Hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen, moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

Inleiding

In de voormelde tussenuitspraak heeft de rechtbank onder 6 vastgesteld dat aan de voorwaarden voor gelijkstelling met een Nederlander als bedoeld in artikel 6a, negende lid, OLW is voldaan en dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen. Hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen, moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

Standpunten van de raadsman en de officier van justitie

Volgens de raadsman en de officier van justitie kan de overlevering op grond van artikel 6a

OLW worden geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de straf, omdat het vereiste certificaat en het onderliggende vonnis inmiddels zijn ontvangen.

Oordeel van de rechtbank

In overeenstemming met het arrest van het HvJ EU in de zaak C.J. heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit en een kopie van het veroordelende arrest van the Court of Appeals in Poznań van 3 november 2023 (met kenmerk II AKa 277/21) toegezonden. Dit betekent dat de beslissingsstaat toestemming heeft gegeven voor het overnemen van de straf door Nederland.

Conclusie

De rechtbank is gelet op het voorgaande bevoegd om de overlevering te weigeren op grond van artikel 6a, eerste lid, OLW. In dit geval ziet zij geen aanleiding om af te zien van de uitoefening van die bevoegdheid.

De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen. Dit bevel is afzonderlijk opgemaakt.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de overlevering kan worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander en de straf door Nederland kan worden overgenomen. De rechtbank ziet geen reden om de straf niet over te nemen. Daarom wordt de overlevering geweigerd op grond van artikel 6a OLW onder gelijktijdige overname van de straf door Nederland.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 273f, 285 en 285a Wetboek van Strafrecht, en 2, 5, 6a, 7 en 12 OLW.

7. Beslissing

WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Sąd Okręgowy w Koninie (Regional Court in Konin), Polen, voor de feiten zoals die zijn omgeschreven in onderdeel e) van het EAB.

BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in overweging 3 van de tussenuitspraak van deze rechtbank van 27 mei 2026 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland, te weten een vrijheidsstraf van twee jaren en zes maanden.

HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon] .

BEVEELT de gevangenhouding van [opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is afzonderlijk opgemaakt.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. D.L.S. Ceulen voorzitter,

mrs. M.C.M. Hamer en A.B.M. Wijnveldt, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. D. Kloos en E.H. Wisgerhof, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 augustus 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.L.S. Ceulen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand