ECLI:NL:RBAMS:2026:7972

ECLI:NL:RBAMS:2026:7972

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 07-08-2026
Datum publicatie 07-08-2026
Zaaknummer AMS 25/2905
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser niet in een betere positie kan verkeren.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/2905

(gemachtigde: mr. N. el Moussaoui),

en

(gemachtigde: mr. D.R. de Vries).

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van eisers bezwaar tegen de intrekking van zijn bewonersvergunning voor parkeren. Eiser heeft beroep ingediend tegen het besluit van 28 maart 2025. Eiser stelt dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat hij geen procesbelang heeft.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Eiser had een parkeervergunning voor bewoners. Uit een controle is gebleken dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van de Parkeerverordening, omdat het aan de vergunning verbonden kenteken niet op zijn naam geregistreerd stond. Om die reden heeft verweerder met het besluit van 31 oktober 2024 eisers bewonersvergunning ingetrokken per 1 januari 2025.

Met de brief van 27 maart 2025 heeft verweerder, bij wijze van eenmalige coulance, de bewonersvergunning hersteld, omdat het kenteken inmiddels staat geregistreerd op naam van eiser.

Met het bestreden besluit van 28 maart 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser geen procesbelang heeft.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep van eiser op 20 juli 2026 op zitting behandeld. Partijen waren niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht heeft besloten dat eiser geen procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar had.

4. De rechtbank stelt vast dat verweerder de bewonersvergunning heeft hersteld voordat op het bezwaar werd beslist. Hij kon daarom ten tijde van de beslissing op het bezwaar niet meer in een betere positie komen te verkeren. De beslissing waar hij tegen opkwam was immers ongedaan gemaakt. Uit het dossier blijkt ook dat eiser feitelijk gedurende de hele bezwaarfase gebruik heeft kunnen maken van zijn vergunning, ook toen die nog was ingetrokken. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser op het moment dat op zijn bezwaar werd beslist nog een actueel en reëel belang had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn bezwaar. Eiser heeft gesteld dat verweerder niet heeft onderkend dat hij onder het overgangsrecht valt, maar aan de beoordeling van die stelling komt de rechtbank niet toe. Dat is namelijk niet nodig, omdat eiser zijn vergunning alweer heeft. De rechtbank is er niet om stellingen te beoordelen over eventuele toekomstige gevallen. Een stelling wordt pas beoordeeld op het moment dat in de zaak zelf een voordeel kan worden behaald als die stelling zou slagen. De rechtbank concludeert dat er ten tijde van de beslissing op bezwaar geen sprake meer was van een procesbelang.

5. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder het bezwaar van eiser op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig - Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. K.M. Nannan Panday, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.L. Fernig - Rocour

Griffier

  • mr. K.M. Nannan Panday

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand