RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12082396 \ EA VERZ 26-104
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 9 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. D.M. Koot-Timmers,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FMC SEPARATION SYSTEMS B.V.,
gevestigd te Arnhem,
verwerende partij,
hierna te noemen: FMC,
gemachtigden: mr. K. van den Berg en mr. I. den Hartog.
Op 9 juni 2026 zijn voor mr. L. van Berkum, kantonrechter, en mr. R. Boerlage, griffier, verschenen:
- [verzoeker] , bijgestaan door de gemachtigde,
- voor FMC: [naam 1] ([functie 1] voor FMC Nederland) en [naam 2] (voormalig leidinggevende van [verzoeker] ), bijgestaan door de gemachtigden. Voor FMC waren tevens twee tolken aanwezig.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1. De beoordeling
De kantonrechter zal het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het ontslag op staande voet afwijzen. De kantonrechter weegt daarbij alle omstandigheden van het geval mee en komt tot de conclusie dat de gedragingen van [verzoeker] die op 24 november 2025 uit het interne onderzoek naar voren zijn gekomen ernstig verwijtbaar zijn. [verzoeker] heeft meerdere bestanden uit de bedrijfsomgeving van FMC naar zijn privé e-mailadres verzonden en daarnaast op 19 november 2025, in de ochtend om 07:00 uur, zo blijkt, het hele bestand van zijn zakelijke computer willen uploaden naar Gemini (Google AI). Dat mag niet. Dat staat met heldere bewoordingen in de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] en in de Code of Business Conduct Policy. Dat had [verzoeker] , zeker gelet op zijn positie als [functie 2] binnen de organisatie met een bijbehorend salaris, moeten weten. Nu [verzoeker] dit heeft gedaan terwijl partijen bezig waren met beëindigingsonderhandelingen, maakt dat naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van een dringende reden.
[verzoeker] stelt wel dat hij zelf gestopt is met het downloaden van de bestanden, maar daar is geen enkele aanwijzing voor. De kantonrechter stelt op basis van overgelegde stukken vast dat het security systeem het downloaden in ieder geval heeft verhinderd en [verzoeker] heeft geblokkeerd. Dat [verzoeker] uit zichzelf is gestopt met downloaden kan dan ook niet worden vastgesteld, maar ook als hij wel uit zichzelf is gestopt, geldt dat alleen het beginnen met downloaden al ernstig verwijtbaar is. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat [verzoeker] tijdens het gesprek van 19 november 2025, waarin hij werd aangesproken op het mailen van de bestanden naar zijn privé e-mailadres – wat niet mocht en hetgeen [verzoeker] wist en waarvan [verzoeker] ter zitting ook heeft gezegd dat dat een fout was – niet heeft aangegeven dat hij diezelfde ochtend om 07:00 uur in paniek was en geprobeerd heeft de bestanden te downloaden. Dat heeft [verzoeker] niet gedaan en dat wordt hem door FMC verweten. De kantonrechter kan FMC volgen dat zij ook daardoor het vertrouwen in [verzoeker] zijn verloren. Dat is aan hemzelf te wijten door op dat moment geen openheid van zaken te geven.
Slotsom is dan ook dat het ontslag op staande voet gelet op bovenstaande rechtsgeldig is gegeven. Dat betekent dat [verzoeker] geen aanspraak heeft op de door hem verzochte vergoedingen, zodat zijn verzoeken worden afgewezen.
[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten aan de zijde van FMC worden begroot op € 649,00 (€ 577,00 aan salaris gemachtigde en € 72,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De kostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
2. De beslissing
De kantonrechter
wijst de verzoeken van [verzoeker] af,
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 742,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter en de griffier.