ECLI:NL:RBAMS:2026:8341

ECLI:NL:RBAMS:2026:8341

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 19-08-2026
Zaaknummer 13/030035-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging doodslag en mishandeling, door aangever te steken met een schaar en te slaan met zijn vuisten. De rechtbank heeft een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van de geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/030035-26

Datum uitspraak: 13 augustus 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1982 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon-of verblijfplaats,

nu gedetineerd in: [detentieadres] ,

hierna: verdachte.

1. Onderzoek op de zitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 juli 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.H.R. Hogewind en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W.K. Cheng, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 26 januari 2026 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

1. poging tot doodslag althans poging tot zware mishandeling van [persoon] ;

2. mishandeling van [persoon] .

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van poging tot doodslag en mishandeling (feiten 1 en 2).

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde.

Oordeel van de rechtbank

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden. Op 26 januari 2026 vond een geweldsincident plaats op een locatie van het Leger des Heils aan de [adres 1] . Aangever, de heer [persoon] , woonde in een kamer op dat adres. Volgens aangever werd die avond op zijn deur geklopt door een voor hem onbekende man. Nadat aangever de deur opende, ontstond een worsteling tussen aangever en deze man. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard de man te zijn waarover in de aangifte wordt gesproken.

Feit 1 – Bewezenverklaring poging doodslag

Schaar?

Aangever heeft verklaard dat de man in zijn linkerhand een schaar vasthield. Dit was een normale schaar van metaal. Hij voelde vervolgens een klap op de linkerzijde van zijn kaak. De man sloeg meerdere keren op zijn gezicht, wangen, voorhoofd en neus. Aangever zag vervolgens dat de man met de schaar in zijn hand wegliep. De verbalisanten ter plaatse zien bij aangever op meerdere plekken letsel in zijn gezicht. Zij omschrijven het letsel als volgt:

- drie snijwonden op de wang van ongeveer 5 centimeter breed;

- een diepe wond op de kin van 3 centimeter lang en 1 centimeter diep;

- een steekwond achter zijn oor in zijn nek van 2 centimeter lang;

- een bloedneus.

In het pand van het Leger des Heils hangen op verschillende plekken camera’s, zo ook in de hal die zicht heeft op de deuropening van de kamer van aangever. Op de camerabeelden is de aanloop naar de worsteling te zien. Ook is zichtbaar dat verdachte op dat moment een dun, langwerpig voorwerp in zijn linkerhand houdt.

Verdachte heeft voorafgaand aan de terechtzitting geen verklaring afgelegd over het incident. Ter terechtzitting heeft hij verklaard aangever drie klappen te hebben gegeven met zijn blote vuisten. Hij ontkent een schaar in zijn bezit te hebben gehad. Verdachte heeft verklaard dat het voorwerp in zijn hand een pen was die hij heeft gebruikt om een deur te openen, en dat het mogelijk is dat hij deze pen in zijn hand had op het moment dat hij aangever sloeg.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte ongeloofwaardig en schuift deze ter zijde nu deze geen enkele steun vindt in het dossier. Daarbij komt dat het letsel van aangever – dat onder meer bestaat uit één steekwond en drie snijwonden – ook niet past bij de verklaring van verdachte dat hij slechts klappen met zijn vuisten heeft gegeven. De rechtbank stelt op basis van de verklaring van aangever, het ter plaatse geconstateerde letsel en het proces-verbaal van camerabeelden vast dat verdachte tijdens deze worsteling een schaar heeft gebruikt.

De vervolgvraag is dan of verdachte opzet heeft gehad op de dood van aangever. Uit het dossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting kan niet worden afgeleid dat verdachte aangever wilde doden (vol opzet). Van opzet op de dood kan echter ook sprake zijn als verdachte met zijn handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangever zou komen te overlijden (voorwaardelijk opzet). De rechtbank overweegt daarover het volgende.

Verdachte heeft op aangever ingestoken met een schaar. Gelet op het letsel van aangever richtte verdachte zich daarbij op diens hoofd en de nek. Aangever heeft daardoor onder meer een snee van 2 cm in zijn nek opgelopen. Het steken gebeurde kennelijk met kracht, gezien de verwondingen van aangever. Het is een feit van algemene bekendheid dat de nek een kwetsbaar en essentieel onderdeel vormt van het menselijk lichaam. Door met kracht met een schaar op aangever in te steken en daarbij zijn nek te raken, wordt naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans op letsel met dodelijke afloop in het leven geroepen.

De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer gericht op het teweegbrengen van de dood dat het, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg bewust heeft aanvaard. Van dergelijke aanwijzingen is niet gebleken. De rechtbank acht de tenlastegelegde poging doodslag wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2 - Mishandeling

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard aangever driemaal te hebben geslagen. Op basis van de aangifte, de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting en hetgeen hiervoor is vastgesteld met betrekking tot feit 1 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 26 januari 2026 schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van aangever [persoon] .

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1

op 26 januari 2026 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [persoon] opzettelijk van het leven te beroven met een schaar, een slaande/stekende beweging in de richting van de nek van die [persoon] heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

op 26 januari 2026 te Amsterdam, [persoon] heeft mishandeld door die [persoon] eenmaal met een schaar in de nek te steken en met de vuisten op/tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan;

Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid van de feiten

Standpunt van de verdediging

Voorts heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte voor de tenlastegelegde mishandeling onder feit 2 dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging nu hij uit noodweer heeft gehandeld.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het verweer.

Oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij – nadat aangever de deur had opengedaan – door aangever werd aangevallen met een schroevendraaier. De raadsman heeft gesteld dat op dat moment sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding waartegen verdachte zich mocht verdedigen.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman nu het dossier geen enkel aanknopingspunt biedt om aannemelijk te achten dat sprake is geweest van een aanval van aangever op verdachte. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat verdachte pas ter terechtzitting aldus heeft verklaard, dat niets is vastgesteld omtrent de aanwezigheid van een schroevendraaier en dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte – anders dan de aangever – zelf enig letsel had. De rechtbank acht de gestelde toedracht daarom niet aannemelijk geworden, zodat het verweer wordt verworpen.

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf dienen daarnaast de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering te worden verbonden.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om, bij een eventuele bewezenverklaring, rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een taakstraf op te leggen, waarbij de raadsman het van belang acht dat in de executiefase rekening wordt gehouden met de lichamelijke gesteldheid van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging doodslag en mishandeling, door aangever te steken met een schaar en te slaan met zijn vuisten. Dit heeft verdachte gedaan in de kamer van aangever die wilde dat verdachte weg zou gaan, hetgeen verdachte had dienen te respecteren. Verdachte heeft evenwel de lichamelijke integriteit van aangever op ernstige wijze geschonden. Daarnaast is een eigen kamer een plek waar iemand zich veilig moet voelen. Ook dat gevoel heeft verdachte aangetast. Verdachte heeft in eerste instantie gezwegen en vervolgens een ongeloofwaardige verklaring afgelegd waarbij hij de schuld buiten zichzelf heeft gelegd. Daarmee heeft verdachte geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en dat rekent de rechtbank hem zwaar aan.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 23 maart 2026, waaruit blijkt dat verdachte eerder voor strafbare feiten is veroordeeld. De rechtbank heeft ook gelet op het rapport over verdachte van de reclasseringsinstantie Inforsa van 6 mei 2026. Uit dit rapport blijkt dat verdachte eerder in het kader van een voorwaardelijke veroordeling onder toezicht stond van de reclassering. Doordat verdachte toen zijn verblijfplek verloor, is dit toezicht voortijdig beëindigd. De bijzondere voorwaarden van toen hebben niet geleid tot het verminderen van het recidiverisico. De reclassering heeft om die reden de opties voor een klinische opname besproken. Verdachte heeft aangegeven daar open voor te staan. De kans op herhaling wordt op dit moment als hoog ingeschat. Om deze kans te verminderen heeft de reclassering de volgende voorwaarden geformuleerd: meldplicht, opneming in een zorginstelling, ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, contactverbod met aangever, locatieverbod, dagbesteding, aflossing schulden en beheersing middelengebruik.

Strafoplegging

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en op de oriëntatiepunten voor straftoemeting en afspraken van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf op zijn plaats is, maar acht het van belang dat daarvan een groot deel voorwaardelijk aan verdachte wordt opgelegd als stok achter de deur.

De rechtbank acht een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden en zal verdachte daartoe veroordelen. Aan het voorwaardelijke deel worden alle geadviseerde voorwaarden van de reclassering verbonden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Voorlopige hechtenis

De raadsman heeft gezien de door hem gevoerde verweren verzocht op grond van artikel 67a lid 3 Sv de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen. Gelet op het feit dat die verweren, zoals hiervoor besproken, zijn verworpen, de gronden onverkort aanwezig zijn en de rechtbank verdachte veroordeelt tot een langdurige gevangenisstraf, ziet de rechtbank geen aanleiding de voorlopige hechtenis op te heffen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 55, 287, 300 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

De eendaadse samenloop van poging doodslag en mishandeling

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden,

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, groot 10 (tien) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.

Daarbij gelden de volgende bijzondere voorwaarden:

- Meldplicht bij reclassering

Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt veroordeelde zich binnen vijf werkdagen tussen 9.00 en 12.00 nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Inforsa op het adres [adres 2] .

- Opneming in een zorginstelling

Dat veroordeelde zich tijdens de proeftijd voor maximaal 1 jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen bij een zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is in eerste instantie gericht op diagnostiek en indien langer durende opname nodig blijkt te zijn, dan is deze gericht op de problematiek die uit de diagnostiek blijkt en de verslavingsproblematiek, agressiebeheersing en emotieregulatie. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven

medicatie zal gebruiken. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

- Ambulante behandeling

Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de Forensisch Ambulante Zorg van Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zodra veroordeelde is geaccepteerd door de zorgverlener. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek, agressiebeheersing en emotieregulatie. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

- Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Dat veroordeelde gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra veroordeelde is geaccepteerd door de instelling. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

- Contactverbod

Dat veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met: het aangever dhr. [persoon] (geboren op [geboortedag 2] 1988).

- Locatieverbod (zonder elektronisch toezicht)

Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet bevindt op de locatie [adres 1] (begeleid wonen locatie van Leger des Heils).

- Dagbesteding

Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

- Aflossing schulden

Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

- Beheersing middelengebruik

Dat veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) en/of en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

Voorwaarden daarbij zijn dat veroordeelde gedurende de proeftijd

Geeft aan de reclassering de opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. De politie zal toezicht houden op de naleving van het contact- en locatieverbod.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.M. Timorason, voorzitter,

mrs A.L. op ’t Hoog en K.A. Brunner, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.L. Briejer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 augustus 2026.

[...]

4. [...]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M. Timorason

Griffier

  • mr. B.L. Briejer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand