ECLI:NL:RBAMS:2026:8355

ECLI:NL:RBAMS:2026:8355

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer 13/127035-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Integrale vrijspraak. Vrijspraak straatroof, vrijspraak voorhanden hebben vuurwapen en munitie, vrijspraak voorhanden hebben pepperspray (traangas). Meerdere personen - bloedverwanten - hadden toegang tot de box. DNA-onderzoek, oorspronkelijke aanname (van geen nauw verwantschap) niet langer geldig. Resultaten met betrekking tot het DNA-onderzoek kunnen niet gebruikt worden voor het bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/127035-26

Datum uitspraak: 18 augustus 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres 1] ,

thans gedetineerd in het [detentieadres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. M.T.A. de Ridder, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.M.G. Sussenbach,

naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 31 maart 2026 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op/aande openbare weg, te weten op de [adres 2] , eenbril, van het merk Cartier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [persoon 1][persoon 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werdvoorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweldtegen [persoon 1] en/of [persoon 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk temaken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vluchtmogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door aan die[persoon 1] en/of die [persoon 2] een vuurwapen te tonen en/of

T.a.v. die [persoon 1] :- tegen het lichaam van die [persoon 1] aan te duwen en/of te trekken en/of- voornoemde bril van het gezicht van die [persoon 1] te trekken en/of

T.a.v. die [persoon 2] :- met een fatbike op die [persoon 2] in te rijden en/of- die [persoon 2] te duwen en/of- met gebalde vuist tegen het gezicht/wang van die [persoon 2] te slaan en/of testompen en/of

ten aanzien van die [persoon 1] en/of die [persoon 2] de dreigende woorden toe tevoegen:''Leeg je zakken.'' En/of ''Bro kanker op van hier, voordat ik je moeder ga neuken.''En/of ''Bro ga nu loesoe voordat ik je door je hoofd ga schieten.'' En/of "Ik ga jullieneerschieten",althans telkens woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2hij in of omstreeks de periode van 31 maart 2026 tot en met 29 april 2026 teAmsterdam, in elk geval in Nederland,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, teweten een revolver, van het merk BBM BRUNI, model Olympic 38, kaliber .22 LongRifle zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistoolvoorhanden heeft gehad;

3hij op of omstreeks 29 april 2026 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten- 5 patroon, van het kaliber 0.22 Long Rifle (van het merk: Cascade Cartridge Inc.)voorhanden heeft gehad;

4hij op of omstreeks 29 april 2026 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 6 van de Wet wapens enmunitie, te weteneen voorwerp bestemd voor het treffen van personen met traangas, zijnde eengiftige, verstikkende, weerloosmakende en/of traanverwekkende stof, namelijk eengasbusje (merk: KO, model Gas 5001, reizgas es) voorhanden heeft gehad.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd – overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir – de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bewezen te verklaren. Zij heeft daartoe de relevante bewijsmiddelen opgesomd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – overeenkomstig zijn schriftelijke pleitnota – integrale vrijspraak bepleit wegens gebrek aan bewijs.

Ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde straatroof heeft hij aangevoerd dat verdachte betrokkenheid ontkent en dat de onder verdachte inbeslaggenomen (zonne)bril niet overeenkomt met de tijdens de straatroof gestolen bril van aangever [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ). De gehouden enkelvoudige fotoconfrontatie kan niet voor het bewijs worden gebruikt, omdat er bij [persoon 1] mogelijk sprake was van voorinformatie. Daarnaast is de herkenning van verdachte door [persoon 1] bij die fotoconfrontatie niet overtuigend. De camerabeelden van tankstation Esso zijn van slechte kwaliteit en in het onderzoek met betrekking tot de beveiligingscamera’s wordt slechts gesproken over een voertuig, terwijl aangevers verklaard hebben dat verdachte zich op een fatbike verplaatste. Bij client is geen fatbike aangetroffen. Dat verdachte op de betreffende avond in de buurt is geweest zegt op zichzelf niets en verdachte is een maand later pas aangehouden.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie heeft de raadsman aangevoerd dat het bewijs tekortschiet vanwege twee zelfstandige redenen. Allereerst kan op basis van de inhoud van het dossier niet worden uitgesloten dat het vuurwapen met munitie door een ander in de box is gebracht, verplaatst of achtergelaten, dan wel dat verdachte het vuurwapen met munitie slechts incidenteel en zonder wetenschap van de aard ervan heeft aangeraakt. Daarnaast is de aanwezigheid van het DNA van verdachte op het vuurwapen en de munitie gelet op de onvolledigheid van de hypothesen en de omstandigheid dat ook anderen toegang hebben tot de box onvoldoende om te kunnen concluderen dat verdachte het vuurwapen en de munitie voorhanden heeft gehad. Er is in de berekening door het NFI geen rekening gehouden met verwantschap en zodoende levert de berekening geen dragend bewijs op.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde voorhanden hebben van traangas heeft de raadsman aangevoerd dat objectief forensisch bewijs dat het traangas aan verdachte koppelt ontbreekt en dat ook overigens niet kan worden vastgesteld dat het traangas aan verdachte toebehoorde of dat hij het voorhanden heeft gehad.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het verdachte is geweest die in de nacht van 31 maart 2026 de ten laste gelegde straatroof, waarbij een bril van het merk Cartier is gestolen, heeft gepleegd.

[persoon 1] heeft enkele dagen na de straatroof tegenover de politie verklaard dat hij de dader van de straatroof kent en dat hij naar zijn oom, die een [winkel] in de buurt heeft, is gegaan omdat hij er zeker van was dat zijn oom de dader zou kennen. [persoon 1] heeft de persoon zoals hij hem kent aan zijn oom beschreven en zijn oom noemde toen de achternaam [verdachte] . [persoon 1] verklaarde ook dat de voornaam op het puntje van zijn tong lag en noemde vervolgens de namen [verdachte] en [verdachte] . Deze verklaring heeft ertoe geleid dat de politie op 15 april 2026 een enkelvoudige fotoconfrontatie met [persoon 1] heeft gehouden, waarbij hem een foto van verdachte is getoond.

Als uitgangspunt geldt dat in beginsel zorgvuldig en terughoudend moet worden omgegaan met de waardering van een herkenning op grond van een enkelvoudige fotoconfrontatie. Aan een dergelijke herkenning kan immers niet altijd de betrouwbaarheid worden toegekend die toegeschreven mag worden aan de resultaten van een door de politie gehanteerde en volgens strikte voorwaarden uitgevoerde meervoudige fotoherkenning. Van de onderhavige manier van confronteren gaat een suggestieve werking uit. De aangever heeft namelijk geen keuzemogelijkheid tussen verschillende personen en de indruk kan worden gewekt dat hij de persoon op de foto wel moet herkennen omdat de politie deze foto niet voor niets laat zien. Voorts kan het zijn dat de persoon op de foto slechts op de dader lijkt.

In het onderhavige geval is tijdens de gehouden enkelvoudige fotoconfrontatie een foto van verdachte uit de Strafketendatabank (SKDB) – een officiële politiefoto – van 31 december 2025 aan [persoon 1] getoond. Uit het proces-verbaal van bevindingen dat van de fotoconfrontatie is opgemaakt, volgt dat [persoon 1] na lang kijken en nadenken twijfelt; hij kan niet met zekerheid zeggen dat hij de persoon op de foto herkent als de dader van de straatroof. Hij vraagt vervolgens aan de verbalisanten of de man op de foto broers heeft en verklaart dat de man op de foto jonger lijkt. De getoonde foto maakt geen deel uit van het dossier.

Op 29 april 2026 heeft er een doorzoeking in de woning van de ouders van verdachte op het adres [adres 3] plaatsgevonden. In de slaapkamer waar verdachte die dag is aangetroffen, is in de jaszak van een vest een bril van het merk Cartier aangetroffen. Deze bril is in beslag genomen en door de politie vergeleken met een foto van de bril van [persoon 1] die tijdens de straatroof is gestolen. De politie concludeert dat de bril op de foto niet overeenkomt met de onder verdachte inbeslaggenomen bril.

De rechtbank neemt op basis van het dossier aan dat de ten laste gelegde straatroof, waarvan aangevers [persoon 1] en [persoon 2] slachtoffer zijn geworden, heeft plaatsgevonden. De verklaringen die zij hebben afgelegd worden ondersteund door de (kwalitatief slechte) camerabeelden van het tankstation Esso. Echter, dat het verdachte is geweest die in de nacht van 31 maart 2026 op een fatbike deze diefstal heeft gepleegd, kan de rechtbank op basis van de inhoud van het dossier niet vaststellen. Verdachte ontkent betrokkenheid. [persoon 1] is zelf degene geweest die de naam van verdachte bij de politie heeft aangedragen. Hij heeft met zijn oom gesproken, die op basis van een beschrijving door [persoon 1] de naam van verdachte heeft genoemd en daarbij mogelijk ook meer informatie over verdachte heeft gedeeld met [persoon 1] . Vervolgens is gekozen voor een enkelvoudige fotoconfrontatie en niet voor een meervoudige fotoconfrontatie. De herkenning van verdachte door [persoon 1] tijdens die fotoconfrontatie is niet overtuigend. [persoon 1] verklaart dat de persoon op de foto heel erg lijkt op de dader van de straatroof, maar dat hij niet met honderd procent zekerheid kan zeggen dat het de man op de foto (zijnde verdachte) is. Daar heeft hij twijfels over. Daarnaast heeft de politie geen fotoconfrontatie gehouden met aangever [persoon 2] . Ander substantieel bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de straatroof ontbreekt. Dat zijn ouders in de buurt wonen van de plek waar de straatroof is gepleegd en dat er in de desbetreffende nacht meldingen bij de politie zijn gedaan vanwege overlastgevend gedrag van verdachte en hij die nacht ook daadwerkelijk in de buurt door de politie is gecontroleerd, is naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende om verdachte als dader aan dit strafbare feit te koppelen. De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft gepleegd en zal hem daarvan vrijspreken.

Vrijspraak van het onder 2 en 3 ten laste gelegde

De rechtbank stelt vast dat bij de onder 4.3.1 genoemde doorzoeking van de woning op het adres [adres 3] ook de box behorend bij die woning is doorzocht. In de box is onder meer een vuurwapen met daarin munitie aangetroffen. Het vuurwapen was gewikkeld in een handdoek en zat in een dichtgeknoopt plastic tasje. Dit dichtgeknoopte tasje bevond zich, tezamen met onder meer kleding en een zak houtskool, in een grote plastic shopper.

Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) heeft DNA-onderzoek verricht aan het sporenmateriaal en hiervan een rapport opgemaakt.

Op de bemonstering van de trekker van het vuurwapen ( [nummer] ) is een DNA-mengprofiel aangetroffen. Dat DNA-profiel is vergeleken met de DNA-profielen van personen wiens DNA-profiel is opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken, waarbij verdachte als mogelijke donor naar boven is gekomen. Op de achterzijde van de trommel van het vuurwapen en de achterzijde van de munitie ( [nummer] ) is een DNA-mengprofiel aangetroffen waarbij de resultaten zijn bezien in het licht van twee elkaar uitsluitende hypothesen, te weten:

Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en één onbekende persoon.

Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van twee onbekende personen.

Uit het NFI-rapport volgt dat de resultaten meer dan één miljard keer waarschijnlijker zijn wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is. Belangrijk is dat in het NFI-rapport vermeld staat dat de berekening is uitgevoerd onder de aanname dat de (onbekende) personen niet aan elkaar verwant zijn, noch verwant zijn aan een persoon genoemd in de hypothesen.

De rechtbank overweegt dat bij de berekening van de bewijskracht van een DNA-match in de regel – en zo ook in het onderhavige DNA-onderzoek – wordt uitgegaan van de aanname dat de mogelijke alternatieve donor geen nauwe bloedverwant is van de verdachte. Deze aanname is van belang omdat de berekening is gebaseerd op de frequentie waarmee het aangetroffen DNA-profiel voorkomt in de algemene populatie. Nauwe bloedverwanten delen een aanzienlijk deel van hun DNA met de verdachte. Daardoor is de kans dat een verwant hetzelfde of een sterk overeenkomend DNA-profiel heeft, veel groter dan de kans bij een willekeurig, niet-verwant persoon uit de populatie.

Verdachte heeft tijdens de voorgeleiding bij de rechter-commissaris verklaard dat het in de box aangetroffen vuurwapen niet van hem is en dat hij geen weet had van de aanwezigheid van het vuurwapen in de box. Hij heeft verklaard dat hij in het verleden weleens in de box heeft geslapen en dat meerdere mensen dat hebben gedaan. De moeder van verdachte heeft verklaard dat er twee sleutels van de box zijn en dat haar man en verdachte beiden een sleutel hebben.

De rechtbank overweegt dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting aannemelijk is geworden dat naast verdachte ook in elk geval zijn vader toegang tot de box heeft of kan hebben. De rechtbank sluit niet uit dat ook andere leden van het gezin in de box kunnen komen, die immers als opslagplaats bij de woning hoort. Daarmee zijn zij eveneens als mogelijke donor van DNA-materiaal op het in de box aangetroffen vuurwapen en de munitie in beeld. Dit heeft als gevolg dat de oorspronkelijke aanname (van geen nauw verwantschap) waarop de bewijskracht in het NFI-rapport is gebaseerd, niet langer geldig is. De berekende bewijskracht is immers niet langer gebaseerd op de juiste uitgangspunten en geeft daardoor geen betrouwbare weergave meer van de bewijskracht van de DNA-match. De rechtbank kan de resultaten met betrekking tot het DNA-onderzoek derhalve niet gebruiken voor het bewijs. Nu verdachte daags na zijn aanhouding de hem verweten feiten heeft ontkend en heeft verklaard dat ook anderen toegang hadden tot de box, en de resultaten van het DNA-onderzoek reeds geruime tijd bekend zijn, acht de rechtbank het niet aangewezen om de opsteller van het NFI-rapport op dit moment alsnog te verzoeken zich uit te laten over het effect van de betrokken verwanten op de berekening van de bewijskracht.

Nu er geen andere bewijsmiddelen voorhanden zijn op grond waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte het vuurwapen met munitie in de box heeft gelegd, dan wel wetenschap had van de aanwezigheid daarvan, spreekt de rechtbank verdachte vrij van het onder 2 en 3 ten laste gelegde.

Vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde

Bij de doorzoeking in de box is op een tafel een busje traangas aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat het traangas niet van hem is.

De rechtbank gaat er, zoals reeds onder 4.3.2 uiteengezet, van uit dat meerdere personen toegang hadden tot de box. Op basis van de foto’s die tijdens de doorzoeking zijn gemaakt stelt de rechtbank vast dat het busje traangas niet overduidelijk in het zicht lag/stond.

Gelet op het ontbreken van bewijsmiddelen die duiden op wetenschap bij verdachte van de aanwezigheid van het busje traangas, is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van het traangas en dat dit traangas zich in zijn machtssfeer bevond. De rechtbank zal verdachte daarom ook vrijspreken van het hem onder 4 ten laste gelegde.

5. Beslag

Beslaglijst

Op de beslaglijst staan de volgende voorwerpen:

1 STK Revolver (goednummer G6807036)Omschrijving: Zwart-bruin, merk: Olympic 38

5 STK Munitie (goednummer G6807037)Omschrijving: Goud

1 BUS Pepperspray (goednummer G6807076)Omschrijving: Zwart.

Uit het dossier volgt voorts dat er bij de doorzoeking van de woning waar verdachte is aangehouden een zonnebril in beslag is genomen. Dit voorwerp staat niet op de beslaglijst, maar de rechtbank zal ten aanzien van dit voorwerp wel een beslissing nemen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de revolver, de munitie en het busje pepperspray (traangas) worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de onder verdachte in beslag genomen zonnebril heeft de officier van justitie de teruggave aan verdachte gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de voorwerpen die op de beslaglijst staan. Ten aanzien van de onder verdachte in beslag genomen zonnebril heeft de raadsman de teruggave aan verdachte verzocht.

Het oordeel van de rechtbank

Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen die op de beslaglijst staan – de revolver, de munitie en het busje pepperspray (traangas) – dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien deze voorwerpen zijn aangetroffen in het onderzoek naar het misdrijf waarvan verdachte wordt verdacht, terwijl deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Teruggave aan verdachte

Ten aanzien van de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven zonnebril zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten.

6. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.

7. Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft met ingang van 5 augustus 2026 het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven, vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren tegen verdachte.

8. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- Goednummer: 6807078 Categorie omschrijving: Film/foto mat/optiek

Object: Bril (Zonne)

Merk/type: CartierKleur: Goudkleurig.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.M. Berkhout, voorzitter,

mrs. M. Nieuwenhuijs en M.P.N. Gommers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.C. Lieberwirth, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.M. Berkhout

Griffier

  • mr. M.C. Lieberwirth

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand