RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/790243 / KG ZA 26-577 MK/EV
Vonnis in kort geding van 23 juli 2026
in de zaak van
KOBELCO CONSTRUCTION MACHINERY EUROPE B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij bij dagvaarding van 1 juli 2026,
advocaten: mr. A.M.A. Ratering en mr. R. Hamer,
tegen
de vennootschap naar buitenlands rechtBBN GMBH BAUMASCHINENTECHNIK NORD,
te Bad Bramstedt (Duitsland),
gedaagde partij,
niet verschenen.
1. De procedure
Op de mondelinge behandeling van 21 juli 2026 is namens eiseres verschenen [naam] ([functie] – bevoegd om eiseres in deze zaak te vertegenwoordigen) met mr. Ratering en mr. Hamer. Gedaagde is niet verschenen. Mr. Ratering heeft de dagvaarding en de bijbehorende producties toegelicht, vragen beantwoord en verzocht vonnis te wijzen. Vonnis is bepaald op vandaag.
2. Het geschil
Samengevat vordert eiseres om gedaagde te veroordelen:
tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 258.960,60, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf de vervaldata van de respectieve facturen tot de dag van algehele voldoening;
tot betaling van de buitengerechtelijke (incasso)kosten te begroten op € 3.065;
de reële kosten van deze procedure, het (na)salaris van de advocaat van eiseres daaronder begrepen.
3. De beoordeling
In artikel 20 van de tussen partijen gesloten Dealer Agreement is een forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam opgenomen met betrekking tot geschillen die voortvloeien uit die overeenkomst. Ook is daarin afgesproken dat Nederlands recht van toepassing is. De voorzieningenrechter acht zich gelet op deze afspraken bevoegd om kennis te nemen van voorliggend geschil en zal dit naar Nederlands recht beoordelen.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen.
Het gevraagde verstek tegen de gedaagde wordt daarom verleend.
De gevorderde hoofdsom komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.
Eiseres vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering wordt beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De voorzieningenrechter stelt vast dat eiseres voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en wordt toegewezen.
Eiseres vordert tot slot betaling van de reële proceskosten (advocaatkosten plus deurwaarderskosten). Daarvoor bestaat een contractuele grondslag (artikel 7 Dealer Agreement) en deze vordering wordt toegewezen. Eiseres heeft drie facturen overgelegd waaruit blijkt dat het gaat om een totaalbedrag van € 7.528,93 exclusief btw (€ 1.866,43 + € 3.849 + 1.813,50) voor de tijd tot aan de mondelinge behandeling. Ter zitting is verder besproken dat hierbij moet worden opgeteld de advocaatkosten voor de dag van de mondelinge behandeling van dit kort geding, voor een uurtarief van € 300. De voorzieningenrechter wijst hiervoor € 450 toe (1,5 uur). Dit is in totaal € 7.978,93.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld. Gelet op de voorgaande veroordeling in de reële proceskosten tot en met de mondelinge behandeling worden de overige proceskosten van eiseres begroot op:
- griffierecht
€
7.062
- nakosten
€
189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
7.251
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 258.960,60, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf de vervaldata van de respectieve facturen tot de dag van algehele voldoening,
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 3.065 aan buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt gedaagde in de reële proceskosten van eiseres van € 7.978,93,
veroordeelt gedaagde in de overige proceskosten van € 7.251, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.