ECLI:NL:RBAMS:2026:8427

ECLI:NL:RBAMS:2026:8427

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer AMS 25/7329
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Bezoekersvergunning. Een storing in de parkeerapplicatie van de gemeente Amsterdam. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/7329

(gemachtigde: mr. N.G.A Voorbach)

en

Procesverloop

Met het besluit van 19 november 2025 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.

Eiser heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt. Met de uitspraak op bezwaar van

12 december 2025 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Namens de gemachtigde van eiser is [de persoon 1] verschenen. Namens de heffingsambtenaar is verschenen [de persoon 2] .

Overwegingen

1. Op 14 november 2025 stond de auto van eiser, met kenteken [kenteken] stil in een parkeervak ter hoogte van [adres] te Amsterdam. Om 16:37 uur heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan. Vervolgens is de naheffingsaanslag opgelegd.

2. Eiser voert aan dat hij in het bezit is van een bezoekersvergunning. Volgens eiser zou op het moment van de naheffingsaanslag de app niet functioneren, waardoor het hem onmogelijk werd gemaakt de parkeerbelasting te voldoen. Deze storing komt naar de mening van eiser voor risico van de heffingsambtenaar. Eiser hoefde daarom niet op de ‘alternatieve’ wijze parkeerbelasting te voldoen. Daarbij verwijst eiser naar de uitspraak van Rechtbank Amsterdam van 4 maart 2025. Eiser acht het verder van belang dat hij de gemeente telefonisch op het daarvoor aangewezen telefoonnummer niet kon bereiken, zodat het ook op die manier niet mogelijk was om een kenteken aan te melden.

3. De heffingsambtenaar merkt op dat op 13 november 2025 een release update heeft plaatsgevonden binnen de parkeerapplicatie van de gemeente Amsterdam. Hierdoor was de applicatie gedurende twee dagen niet bereikbaar. Parkeersessies op een vergunning konden daarom telefonisch worden gestart. Telefonisch was er geen sprake van een storing. Als het niet mogelijk was om het kenteken aan te melden vanwege een storing, dan had eiser op een andere manier parkeergeld moeten voldoen. Parkeerbelasting kan op verschillende manieren voldaan worden, zoals betalen bij een parkeerautomaat op 100 meter van de parkeerlocatie of via een externe parkeerapplicatie. Een storing in de parkeerapplicatie van de gemeente Amsterdam ontslaat een burger niet van de betalingsverplichting van de parkeerbelasting.

4. Niet in geschil is dat de auto van eiser op het moment van het opleggen van de naheffingsaanslag geparkeerd stond op een plaats waar op dat tijdstip parkeerbelasting verschuldigd was.

5. De rechtbank overweegt dat volgens de Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2025 een bezoekersvergunning onder ‘vergunningen’ valt, een zogeheten b-belasting. Van parkeren met een vergunning is alleen sprake als wordt voldaan aan de voorwaarden die aan de vergunning zijn verbonden. Is aan één of meer van deze voorwaarden niet voldaan, dan is geparkeerd zónder vergunning.

6. In dit geval is niet in geschil dat dat er ten tijde van het parkeren niet voldaan was aan de voorwaarden van de vergunning omdat het voertuig niet was aangemeld. Evenmin is in geschil dat aanmelden op dat moment niet mogelijk was vanwege een storing op de website van de gemeente. Eiser voert aan dat deze omstandigheid voor risico van verweerder moet komen.

7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar zich terecht op het standpunt gesteld dat als niet aan de voorwaarden van de vergunning kan worden voldaan, eiser gehouden is regulier parkeerbelasting te voldoen. Dat eiser bij het betalen van parkeerbelasting aan de straat geen gereduceerd tarief kan betalen, doet aan deze verplichting niks af. Bovendien kon eiser via een telefoonnummer, die te vinden is op de website en waarnaar ook wordt doorverwezen door het algemene telefoonnummer, alsnog via de bezoekersvergunning betalen. De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat eiser hiervan gebruikt heeft gemaakt. Daarbij heeft de heffingsambtenaar ter zitting gewezen op de mogelijkheid om het verschil tussen het reguliere tarief op straat en het gereduceerde tarief met een bezoekersvergunning bij een storing terug te krijgen van de gemeente.

8. Voor zover eiser heeft verwezen naar de uitspraak van Rechtbank Amsterdam van

4 maart 2025 overweegt de rechtbank dat het in die procedure gaat om een gehandicaptenparkeervergunning, terwijl het in onderhavige procedure gaat om een bezoekersvergunning. De heffingsambtenaar heeft ter zitting toegelicht dat zij onderscheid maken in bezoekersvergunningen en bewonersvergunningen, zoals een gehandicaptenparkeervergunning. Bij bewonersvergunningen is er vooraf al betaald voor het parkeren middels een vergunning. Hierbij is de gemeente dan ook wat coulanter. Bij bezoekersvergunningen is er niet vooraf betaald, maar dient betaald te worden voorafgaand aan de parkeersessie. Een bezoekersvergunning is een service van de gemeente om te parkeren tegen een gereduceerd tarief met een maximaal aantal uren per kwartaal. Of het maximum aantal uren misschien was overschreden is voor de gemeente niet te controleren. De rechtbank volgt de uitleg van de heffingsambtenaar.

9. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslag dus terecht opgelegd.

Conclusie

10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk heeft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier.

griffier rechter

Uitgesproken op 2 juli 2026.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand