RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2026 in de zaak tussen
Kroonenberg Groep B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/5122
(gemachtigde: [gemachtigde] )
en
Procesverloop
De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 31 augustus 2022 de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres 1] te Amsterdam voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 23.955.000,-. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerende zaakbelasting eigenaar niet-woning bekendgemaakt.
Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 22 juli 2025 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 juli 2026. De gemachtigde van eiseres is verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van mr. H. Oderkerk, vergezeld door [persoon 1] en [persoon 2] (taxateurs).
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiseres voert aan dat volgens het Kadaster niet zij de eigenaar is van [adres 1] , maar Montecorona Properties B.V. Eiseres verwijst daarbij naar een interne memo van
28 april 2023 afkomstig van de gemeente Amsterdam waarin wordt bevestigd dat [adres 1] met kadastrale aanduiding perceel [nummer 1] behoort tot het eigendom van Montecorona Properties B.V.
2. De heffingsambtenaar stelt dat nader onderzoek heeft uitgewezen dat het kadastraal perceel [nummer 1] niet bij Kroonenberg Groep B.V. in eigendom is, maar bij Montecorona Properties B.V. Dit kadastrale perceel, alsmede het winkeldeel dat zich op dit kadastrale perceel bevindt, dient dus te worden afgesplitst. De geconstateerde foutieve objectafbakening is daarmee gecorrigeerd. De WOZ-waarde van de onroerende zaak zal worden verlaagd van € 23.955.000,- tot € 21.378.000,-. De aanslag onroerendezaakbelasting wordt overeenkomstig verminderd, aldus de heffingsambtenaar.
3. Niet in geschil is dat eiseres de eigenaar is van de overige drie percelen: [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] . Op de zitting heeft de heffingsambtenaar verklaard dat deze percelen ten onrechte de adresaanduiding [adres 1] hebben gekregen. Het had moeten zijn: [adres 2] . Ook volgens eiseres is [adres 2] de correcte aanduiding. Over de WOZ-waarde van deze onroerende zaak van € 21.378.000,- bestaat geen geschil.
4. Eiseres verzoekt om vernietiging van de WOZ-beschikking voor de onroerende zaak [adres 1] vanwege de onjuiste adresaanduiding daarvan. De heffingsambtenaar stelt dat hij geen nieuwe beschikking meer kan opleggen met een correcte adressering, nu de driejaarstermijn voor het opleggen van een beschikking voor het belastingjaar 2021 is verstreken.
Conclusie
5. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De rechtbank zal de uitspraak op bezwaar vernietigen en met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak voorzien door de adresaanduiding van de onroerende zaak (bestaande uit percelen: [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] ) te wijzigen van [adres 1] naar [adres 2] te Amsterdam en de waarde van de onroerende zaak voor het belastingjaar 2021 per waardepeildatum 1 januari 2020 vast te stellen op € 21.378.000,-. De aanslag onroerende zaakbelasting moet overeenkomstig daarmee worden verlaagd.
6. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de heffingsambtenaar aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tevens in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Eiseres heeft voor de beroepsfase recht op 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934,- per punt en wegingsfactor 1. Eiseres heeft voor de bezwaarfase recht op 1 punt voor het bezwaarschrift met een waarde van € 666,- en wegingsfactor 1. De vergoeding voor kosten rechtsbijstand bedraagt in totaal € 2.534,-.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar van 22 juli 2025, voor zover het betreft de WOZ-beschikking voor de onroerende zaak [adres 1] , bestaande uit de percelen [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] ;
- bepaalt dat de adresaanduiding van de onroerende zaak [adres 1] wordt gewijzigd in [adres 2] te Amsterdam;
- stelt de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres 2] voor het belastingjaar 2021 vast op € 21.378.000,-;
- bepaalt dat de aanslag onroerende zaakbelasting overeenkomstig deze waarde wordt verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar van 22 juli 2025;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten tot een bedrag van € 2.534,-, te vergoeden aan eiseres;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van 385,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier.
de rechter is verhinderd
griffier deze uitspraak te tekenen
Uitgesproken op 23 juli 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.