ECLI:NL:RBAMS:2026:8445

ECLI:NL:RBAMS:2026:8445

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-07-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer C/13/762968 / HA ZA 25-97
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Tussenvonnis waarin voorschot deskundigen wordt vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/762968 / HA ZA 25-97

Vonnis van 15 juli 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident,

advocaat: mr. R. Klöters,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats 2]

en2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident,

advocaat: mr. V.J. Nederpelt.

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagden] , respectievelijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 mei 2026 waarin de deskundigen zijn benoemd en de daarin vermelde stukken,

- het bericht van 18 juni 2026 van de deskundigen met daarin de hoogte van hun voorschot,

- de reactie van [eiser] op het bericht van de deskundigen, ter griffie per e-mail ontvangen op 23 juni 2026,- de reactie van [gedaagden] op het bericht van de deskundigen, ter griffie per e-mail ontvangen op 25 juni 2026.

Vervolgens wordt vandaag vonnis gewezen.

2. De verdere beoordeling

Nadat de deskundigen hun voorschot hadden ingediend, hebben partijen hierop gereageerd. [eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het voorschot en daarom zal de rechtbank – overeenkomstig overweging 4.4 van het tussenvonnis van 20 mei 2026 – in dit tussenvonnis het voorschot vaststellen.

[eiser] heeft in zijn reactie aangevoerd dat hij het deskundigenvoorschot te hoog vindt. Volgens hem hanteert prof. mr. Visser – een van de deskundigen – een commercieel uurtarief, terwijl hij hoogleraar is bij een publiekrechtelijke instelling, namelijk de universiteit Leiden. Dit past niet bij de doelstelling van een universiteit en [eiser] verzoekt de rechtbank dit uurtarief te matigen. Daarnaast verzoekt [eiser] dat de rechtbank bepaalt dat het voorschot tevens als maximum honorarium wordt gehanteerd.

Verder verzoekt [eiser] in zijn reactie dat de rechtbank [gedaagden] veroordeelt in betaling van het voorschot. [eiser] heeft nooit beoogd tegen [gedaagden] te procederen en volgens hem had het nooit zo ver hoeven komen. [eiser] heeft zijn bezwaren tijdig kenbaar gemaakt bij [gedaagden] en voorgesteld hun geschil voor te leggen aan de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht. [gedaagden] heeft dit voorstel afgewezen. Ook de concept dagvaarding bracht niks teweeg, waarna [eiser] geen keuze meer had behalve het starten van een gerechtelijke procedure.

[gedaagden] heeft in zijn reactie bezwaar gemaakt tegen hetgeen [eiser] heeft aangevoerd. [eiser] gaat verder dan alleen een reactie op de hoogte van het voorschot. Hij gaat hierbij in op de inhoud van de procedure, geeft een gekleurde weergave van de feiten en verzoekt dat [gedaagden] wordt veroordeeld tot betaling van het voorschot. Omdat dit in strijd is met de goede procesorde, verzoekt [gedaagden] de rechtbank om het bezwaar van [eiser] naast zich neer te leggen.

De rechtbank verwerpt het bezwaar van [eiser] voor zover dit ziet op de hoogte van het voorschot. Prof. mr. Visser heeft in reactie op het bezwaar van [eiser] toegelicht dat het door hem gehanteerde uurtarief is vastgesteld door de universiteit, in overleg met de financiële afdeling van de faculteit der Rechtsgeleerdheid en gelet op zijn kennis en ervaring als hoogleraar. Dat uurtarief komt de rechtbank redelijk voor. Het is niet aan de rechtbank (nu reeds) een maximum honorarium te bepalen. In het tussenvonnis van 20 mei 2026 is bepaald dat de deskundigen het onderzoek onmiddellijk moeten staken en contact opnemen met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn (overweging 4.8).

Ook voor het overige ziet de rechtbank geen reden om terug te komen op in de eerdere tussenvonnissen genomen beslissingen.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

3. De beslissing

De rechtbank

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundigen vast op een bedrag van € 23.600,00 exclusief BTW,

veroordeelt [eiser] in de kosten van het voorschot, te betalen binnen twee weken na ontvangst van het betalingsverzoek van het Landelijk Dienstencentrum van de Rechtspraak,

bepaalt dat na ontvangst van het bedrag de griffie de deskundigen zal berichten dat deze het onderzoek kunnen starten, waarna de in het tussenvonnis van 20 mei 2026 gestelde termijn van vier maanden voor het onderzoek gaat lopen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, rechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.A. Dudok van Heel

Griffier

  • mr. Z.A. Mees

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand