ECLI:NL:RBAMS:2026:8448

ECLI:NL:RBAMS:2026:8448

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 16-06-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 11497669 \ CV EXPL 25-1644
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Eindvonnis na tussenvonnis. Eisende partij heeft niet nader geconcretiseerd dat de informatie over de volledige prijs in deze specifieke situatie is meegedeeld aan gedaagde partij. Prijsbeding is niet transparant en oneerlijk. Vordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11497669 \ CV EXPL 25-1644

Vonnis van 16 juni 2026

in de zaak van

WINFORD AMSTERDAM B.V.,

gevestigd te Amsterdam ,

eisende partij,

gemachtigde: [gemachtigde],

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 april 2026- de akte van eisende partij van 19 mei 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

In het tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld om haar toelichting over de transparantie van het prijsbeding voldoende concreet te maken en zo nodig te onderbouwen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van het prijsbeding. Verder is zij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de oneerlijkheid van andere, nader benoemde bedingen in de overeenkomst die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn. Eisende partij heeft bij akte van 19 mei 2026 een en ander nader toegelicht en zich uitgelaten. Daarbij heeft zij bewijs overgelegd dat zij deze akte ook aan gedaagde heeft gestuurd.

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat het prijsbeding niet transparant is, omdat eisende partij slechts in algemene zin stelt dat de hoogte van het lesgeld mondeling wordt meegedeeld aan de ouder(s) en omdat niet is gebleken dat eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan gedaagde partij het totale bedrag voor de opleiding, dus het lesgeld van alle schooljaren, heeft meegedeeld.

De kantonrechter oordeelt dat hetgeen eisende partij heeft aangevoerd in haar akte, onvoldoende is om tot een ander oordeel te komen. Eisende partij stelt slechts dat het verschuldigde schoolgeld iedere keer uitdrukkelijk persoonlijk wordt besproken, zoals ook in deze zaak, en dat vaak meerdere gesprekken met ouders worden gevoerd omdat de kosten een belangrijk beslispunt zijn voor de ouders. Daarmee heeft eisende partij echter niet nader geconcretiseerd dat de informatie in deze specifieke situatie is meegedeeld aan gedaagde partij. Zij had bijvoorbeeld kunnen toelichten op welke data de gesprekken hebben plaatsgevonden, met wie die gesprekken waren en welke informatie daar precies is gegeven.

Bovendien erkent eisende partij dat zij niet het totale bedrag voor de opleiding heeft meegedeeld voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst. Uit artikel 7 van de algemene voorwaarden volgt dat de overeenkomst wordt aangegaan tot en met de laatste dag van het schooljaar waarin de leerling het examen aflegt. Dit betekent dat het op de weg van eisende partij had gelegen om het totale bedrag van de opleiding, dus het lesgeld van alle schooljaren, mee te delen. Een handelaar dient immers alle gegevens mee te delen die van invloed kunnen zijn op de omvang van de verbintenis die de consument aangaat en op basis waarvan zij de financiële consequenties daarvan kan inschatten. Dat dit een onredelijke of niet realistische eis is, zoals eisende partij heeft aangevoerd, volgt de kantonrechter niet. Hoewel te begrijpen valt dat eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst geen exact totaalbedrag kon geven voor een volledige schoolperiode, had zij gedaagde partij wel meer informatie kunnen geven dan zij heeft gedaan en had zij tenminste een (voorlopige) inschatting van het bedrag kunnen geven.

De kantonrechter blijft dan ook bij het oordeel dat het prijsbeding niet transparant is. Nu het prijsbeding niet transparant is moet worden beoordeeld of het oneerlijk is. Dat het prijsbeding niet transparant is leidt niet direct tot het oordeel dat het oneerlijk is, maar speelt daarbij wel een rol. Onvoldoende is gebleken dat eisende partij op andere wijze voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst informatie heeft verstrekt over het totaal aan kosten en dat zij gedaagde partij duidelijk heeft gemaakt wat de volledige financiële gevolgen van de overeenkomst zouden zijn. Door dit na te laten heeft eisende partij het vereiste van goede trouw niet nageleefd en is sprake van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de uit de overeenkomsten voortvloeiende rechten en verplichtingen ten nadele van gedaagde partij. Het prijsbeding is dan ook oneerlijk.

Gelet op artikel 6 lid 1 van de richtlijn is gedaagde partij niet aan het oneerlijke prijsbeding gebonden. Als gevolg daarvan kan de overeenkomst niet blijven voortbestaan. Nu het, vanwege het oneerlijke prijsbeding, niet redelijk is om op grond van ongedaanmaking (artikel 6:203 lid 3 jo. 6:210 lid 2 BW) dan wel ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 lid 1 BW) alsnog een (schade)vergoeding te vragen, wordt vastgesteld dat gedaagde partij van het vervallen van de overeenkomst geen uiterst nadelige gevolgen ondervindt. Daarbij wordt opgemerkt dat de lange termijn doelstelling van artikel 7 lid 2 van de richtlijn oneerlijke bedingen – een eind maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen – in het gedrang komt wanneer eisende partij alsnog een vergoeding voor haar diensten zou kunnen krijgen terwijl zij een oneerlijk prijsbeding hanteert. Voorgaande houdt in dat het niet noodzakelijk is de overeenkomst aan te vullen om ervoor te zorgen dat deze kan voortbestaan.

Nu de overeenkomst is vervallen, heeft gedaagde partij geen betalingsverplichting tegenover eisende partij. De vordering wordt dan ook afgewezen.

Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de kant van gedaagde partij worden begroot op nihil.

3. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van eisende partij af,

veroordeelt eisende partij in de proceskosten van gedaagde partij, die aan de kant van gedaagde partij worden begroot op nihil,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.

57327

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand