RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11125161 \ CV EXPL 24-5399
Vonnis van 2 juli 2026
in de zaak van
DE ONDERWIJSSTICHTING ESPRIT, WAARVAN DEEL UITMAAKT DE AMTERDAM INTERNATIONAL COMMUNITY SCHOOL,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: All-Round Incasso,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats],2. [gedaagde 2] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partijen,
niet verschenen.
1. De procedure
Eisende partij heeft gedaagde partijen gedagvaard op 15 mei 2024. Gedaagde partijen zijn niet verschenen en hebben ook niet schriftelijk gereageerd. Tegen hen is daarom verstek verleend.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
2. De beoordeling
Volgens eisende partij zijn tussen partijen opleidingsovereenkomsten tot stand gekomen voor het volgen van voortgezet onderwijs door de minderjarige kinderen van gedaagde partijen. Gedaagde partijen hebben hun beide kinderen op 8 september 2023 op de school van eisende partij ingeschreven met het verzoek om hun kinderen vanaf het schooljaar 2023/2024 onderwijs te laten volgen. Hiervoor hebben gedaagde partijen voor beide kinderen een inschrijvingsformulier ingevuld en ondertekend. Gedaagde partijen zijn voor het schooljaar 2023/2024 voor beide kinderen een bedrag van € 7.365,00 verschuldigd. Hiervan hebben gedaagde partijen slechts een gedeelte voldaan, zodat eisende partij nog een bedrag van € 4.802,50 vordert, vermeerderd met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van gedaagde partijen in de proceskosten.
Eisende partij is een handelaar. Gedaagde partijen zijn consument, althans worden vermoed consument te zijn. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. De kantonrechter moet onder meer onderzoeken of eisende partij haar informatieverplichtingen heeft nageleefd. Ook moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EG, hierna: de richtlijn). In dat kader wordt eisende partij in de gelegenheid gesteld nader toe te lichten op welke wijze zij heeft voldaan aan de toepasselijke informatieplichten. Deze stellingen dienen zo nodig te worden onderbouwd met bewijsstukken. Ook wordt eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van de bedingen in de overeenkomst waarop een beroep wordt gedaan of kan worden gedaan. Daarbij is van belang dat uit de overgelegde inschrijvingsformulieren blijkt dat gedaagde partijen zich akkoord hebben verklaard met ‘all the terms and conditions’. Eisende partij dient in dat verband nader toe te lichten welke voorwaarden dit zijn, dient deze te overleggen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bedingen in die voorwaarden waarop een beroep wordt gedaan of kan worden gedaan.
Verder stelt eisende partij dat gedaagde partijen hun kinderen op 8 september 2023 hebben ingeschreven en deze inschrijving hebben ondertekend, terwijl uit de overgelegde inschrijvingsformulieren blijkt dat deze op 6 april 2020 (inschrijving van [minderjarige 1]) en op 24 oktober 2022 (inschrijving van [minderjarige 2]) zijn ondertekend. Eisende partij dient nader toe te lichten hoe haar stelling zich verhoudt tot de stukken die ter onderbouwing zijn overgelegd.
De zaak wordt voor het nemen van een akte door eisende partij over het bepaalde in overweging 2.2. en verder verwezen naar de rol over vier weken.
Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partijen te sturen, met de mededeling dat gedaagde partijen op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partijenuiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partijen in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partijen is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van donderdag 30 juli 2026 voor het nemen van een akte door eisende partij over wat is vermeld onder 2.2. en verder,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026.
57327