ECLI:NL:RBAMS:2026:8455

ECLI:NL:RBAMS:2026:8455

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 12316778 \ CV EXPL 26-9367
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Betreft vordering tot betaling opleidingskosten. Geen sprake van een arbeidsovereenkomst, dus de opleidingsovereenkomst moet worden getoetst aan het consumentenrecht. Voldaan aan de informatieplichten en geen sprake van oneerlijke bedingen. Beding met betrekking tot de prijs is transparant dus hoeft niet op oneerlijkheid te worden getoetst.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12316778 \ CV EXPL 26-9367

Vonnis van 21 augustus 2026

in de zaak van

LEVEL.WORKS EMPLOYMENT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eisende partij,

gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. De procedure

Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard op 8 juli 2026. Gedaagde partij is niet verschenen en heeft ook niet schriftelijk gereageerd. Tegen hem is daarom verstek verleend.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2. De beoordeling

Volgens eisende partij heeft gedaagde partij zich via de website van eisende partij aangemeld voor haar dienstverlening als arbeidsbemiddelingsbureau. Gedaagde partij heeft bij eisende partij aangegeven als buschauffeur aan de slag te willen gaan. Partijen hebben daarom op 7 november 2023 een opleidingsovereenkomst gesloten voor het behalen van het rijbewijs bus D, die benodigd is voor het uitvoeren van werkzaamheden als buschauffeur.

Naar aanleiding van de aanmelding van gedaagde partij heeft hij een intakegesprek gehad bij eisende partij. Hierna heeft eisende partij de opleidingsovereenkomst per e-mail opgestuurd naar gedaagde partij.

Partijen zijn overeengekomen dat gedaagde partij in de twaalf maanden na het afronden van de opleiding minimaal 1500 uur via eisende partij als buschauffeur zal werken en dat als dat niet lukt, de terugbetalingsregeling ingaat. Omdat gedaagde partij minder dan 1000 uur heeft gewerkt voor eisende partij, heeft eisende partij de gemaakte opleidingskosten bij gedaagde partij in rekening gebracht. Gedaagde partij heeft deze kosten niet betaald.

Eisende partij vordert in deze procedure een bedrag van € 2.866,00 aan opleidingskosten, de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten.

Eisende partij stelt dat tussen partijen een uitzendovereenkomst bestond, maar uit de overgelegde uitzendovereenkomst blijkt niet op welke datum deze is aangevangen. Bij de aanvangsdatum is slechts ‘datum 1e werkdag’ ingevuld en wanneer de eerste werkdag was, is niet gesteld. Daar komt bij dat eisende partij stelt dat het rijbewijs bus D benodigd is voor het verrichten van werkzaamheden als buschauffeur, en de overeengekomen functie in de uitzendovereenkomst die van buschauffeur is. Hieruit volgt dat gedaagde partij dus nog niet werkzaam kon zijn als uitzendkracht op basis van de overgelegde uitzendovereenkomst ten tijde van het volgen van de opleiding. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat ten tijde van het sluiten van de opleidingsovereenkomst op 7 november 2023 geen sprake was van een arbeidsovereenkomst.

Omdat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, moet de opleidingsovereenkomst worden getoetst aan het consumentenrecht. De kantonrechter moet dan onder meer onderzoeken of eisende partij haar informatieverplichtingen heeft nageleefd. Ook moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen (93/13/EEG).

Uit hetgeen eisende partij heeft gesteld blijkt dat de overeenkomst tot stand is gekomen anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte. Dit betekent dat getoetst moet worden aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW. Eisende partij heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan deze informatieplichten.

Verder moet dus getoetst worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen. De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op artikel 10 van de opleidingsovereenkomst. Deze luidt:

Ten aanzien van het prijsbeding heeft eisende partij toegelicht dat zij in de opleidingsovereenkomst een opleidingsbudget van € 5.500,00 opneemt, omdat voorafgaand aan de start van de opleiding de exacte opleidingskosten niet kunnen worden vastgesteld. Deze zijn volgens eisende partij namelijk afhankelijk van het aantal lessen en examenpogingen van gedaagde partij. Weliswaar zijn in de opleidingsovereenkomst niet de exacte kosten vermeld, maar wel een schatting daarvan. Daarmee heeft eisende partij de informatie verschaft waarmee gedaagde partij een inschatting kon maken van de (te verwachten) kosten. De uiteindelijke kosten voor de opleiding hebben dit bedrag ook niet overschreden. Daarmee is de prijs transparant en hoeft deze niet verder op oneerlijkheid te worden getoetst (zie artikel 4 lid 2 van de Richtlijn oneerlijke bedingen).

Artikel 10 is ook verder niet oneerlijk. De terugbetalingsverplichting voor gedaagde partij is duidelijk uiteengezet. Opgenomen is dat gedaagde partij moet zorgen voor beschikbaarheid in de twaalf maanden na het afronden van de opleiding en dat hij in die periode ervoor dient te zorgen dat hij minimaal 1500 uur via eisende partij als buschauffeur kan werken. Als dit niet lukt, gaat de terugbetalingsregeling in. Daarbij is rekening gehouden met een zogenaamde ‘baatperiode’ en een glijdende schaal voor wat betreft de terugbetalingsverplichting.

De gevorderde opleidingskosten komen ook verder niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze worden toegewezen.

Eisende partij vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Er is geen beding in de overeenkomst dat hierop ziet. Daarom moet de vordering worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Omdat gedaagde partij een consument is, moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Eisende partij heeft aan gedaagde partij een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Er wordt in de e-mail van 21 augustus 2025 namelijk alleen een percentage over het schuldbedrag vermeld, maar niet het toepasselijke wettelijke tarief. In de brief van 9 juni 2026 van de gemachtigde van eisende partij wordt weliswaar de hoogte van de incassokosten vermeld, maar daarin wordt gedaagde partij gesommeerd het volledige bedrag, inclusief incassokosten, te voldoen. Ook deze brief voldoet daarmee niet aan de vereisten. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.

Gedaagde partij is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Gesteld noch gebleken is dat de overeenkomst een beding bevat dat hierop ziet. De proceskosten van eisende partij worden dan ook begroot op:

- kosten van de dagvaarding

127,08

- griffierecht

529,00

- salaris gemachtigde

217,00

(1 punt × € 217,00)

- nakosten

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

981,58

3. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 2.866,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 23 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 981,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026.

57327

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand