ECLI:NL:RBAMS:2026:8456

ECLI:NL:RBAMS:2026:8456

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 12124624 \ CV EXPL 26-3128
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verzetprocedure. Betreft betaling voor waterverbruik, voor adres waar grootvader een overeenkomst voor levering water had. Na overlijden wordt kleinzoon aangesproken op betaling. Eisende partij heeft in dit geval onvoldoende onderbouwd dat het gedaagde partij was die de levering van drinkwater heeft aanvaard, waardoor er stilzwijgend een overeenkomst tot stand is gekomen. Twee van de betalingen heeft gedaagde partij verricht in opdracht van grootvader, toen grootvader nog leefde. De andere twee betalingen heeft gedaagde kort na het overlijden van grootvader verricht, om zijn grootmoeder te ontlasten. De betalingen zijn kort na elkaar gedaan en daarna heeft gedaagde geen enkele andere betaling meer gedaan. Niet gebleken van bestendig patroon in de betaling. Daarmee ontbreekt de grondslag voor de vordering zoals door eisende partij in verstek ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12124624 \ CV EXPL 26-3128

Vonnis van 6 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij in het verzet,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. A. Harmanci,

tegen

STICHTING WATERMAATSCHAPPIJ AMSTERDAM,

gevestigd te Purmerend,

gedaagde partij in het verzet,

hierna te noemen: Waternet,

gemachtigde: Dw H.J. Jansen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de oorspronkelijke dagvaarding van 26 augustus 2025, met producties

- het tussenvonnis van 14 november 2025

- de akte van Waternet, met producties

- het verstekvonnis van 16 januari 2026

- de verzetdagvaarding van 25 februari 2026, met een productie

- het tussenvonnis van 24 maart 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald

- de akte van Waternet, met producties.

De mondelinge behandeling vond plaats op 3 juli 2026. [eiser] is verschenen, met zijn gemachtigde. De gemachtigde van Waternet is ook verschenen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Waternet een overzicht met betalingen overgelegd. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Hierna is een datum voor vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] stond tot 3 februari 2026 ingeschreven in het BRP op het adres [adres] (hierna ook: het verbruiksadres). Op dit adres woont ook de grootmoeder van [eiser] , [naam 1] . Tot aan zijn overlijden op [overlijdensdatum] 2021 woonde ook de grootvader van [eiser] , [naam 2] , op het verbruiksadres.

De grootvader had een overeenkomst met Waternet voor de levering van drinkwater op het verbruiksadres.

Op 18 februari 2026 is de aansluiting voor het leveren van drinkwater afgemeld via het systeem van Waternet, met terugwerkende kracht per 1 januari 2026. De aansluiting is vervolgens op dezelfde datum met terugwerkende kracht aangemeld op naam van de grootmoeder.

[eiser] heeft onder vermelding van het klantnummer van de grootvader aan Waternet vier betalingen verricht, te weten op 23 februari 2021, op 10 mei 2021, op 2 december 2021 en op 25 januari 2022.

Waternet heeft bij dagvaarding van 26 augustus 2025 betaling gevorderd van € 1.105,68 aan onbetaalde facturen voor de levering van drinkwater op het verbruiksadres, over de periode oktober 2021 tot april 2025. Bij verstekvonnis van 16 januari 2026 is deze vordering toegewezen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3. Het geschil

[eiser] vordert in verzet – samengevat – dat het verstekvonnis van 16 januari 2026 wordt vernietigd, met veroordeling van Waternet in de kosten van beide procedures.

[eiser] betwist dat er een overeenkomst bestaat tussen hem en Waternet. Hoewel [eiser] op het verbruiksadres stond ingeschreven, verbleef hij slechts een aantal dagen per week bij zijn grootouders. De rest van de week verbleef [eiser] bij zijn ouders. In het verleden heeft [eiser] twee keer een betaling aan Waternet gedaan op verzoek van zijn grootvader, die op dat moment ziek was. De twee betalingen na het overlijden van grootvader zijn onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een overeenkomst.

Waternet stelt zich op het standpunt dat zij pas in 2023 kennis nam van het overlijden van haar contractant, de grootvader. Zij is in haar systeem nagegaan wie er betalingen heeft verricht voor het verbruiksadres en kwam zodoende bij [eiser] uit. Aangezien Waternet water heeft geleverd aan het verbruiksadres en [eiser] hiervoor betalingen heeft verricht, mocht Waternet er op vertrouwen dat een overeenkomst tot stand is gekomen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Op grond van artikel 7:7 lid 2 BW ontstaat er voor consumenten geen betalingsverplichting voor het leveren van (in dit geval) drinkwater, indien deze niet om levering heeft gevraagd. De Hoge Raad heeft onder meer geoordeeld dat dit artikel bij de levering van drinkwater niet zo uitgelegd kan worden dat een consument zonder overeenkomst altijd van zijn betalingsverplichting is bevrijd. Onder omstandigheden bestaat de betalingsverplichting wel degelijk, ook al is er geen schriftelijke overeenkomst gesloten.

Het is aan Waternet om te onderbouwen dat [eiser] degene is die de levering van drinkwater heeft aanvaard, waardoor er stilzwijgend een overeenkomst tot stand is gekomen. Waternet stelt dat dit het geval is doordat [eiser] vier betalingen heeft verricht. De kantonrechter oordeelt dat dat in dit geval onvoldoende is. Daarvoor is van belang dat [eiser] heeft toegelicht dat twee van die betalingen zijn gedaan toen zijn grootvader nog leefde, en dat hij deze deed in opdracht van zijn grootvader. De andere twee betalingen heeft [eiser] kort na het overlijden van grootvader verricht, om zijn grootmoeder te ontlasten. De betalingen zijn kort na elkaar gedaan, namelijk in december 2021 en januari 2022, en daarna heeft [eiser] geen enkele andere betaling meer gedaan aan Waternet. Van een bestendig patroon in de betalingen kan dan ook niet worden gesproken.

Gelet hierop kan niet worden gezegd dat [eiser] door deze betalingen de levering van water heeft geaccepteerd zodat een overeenkomst tot stand is gekomen en hij verplicht is voor het geleverde water te betalen. Daarmee ontbreekt de grondslag voor de vordering zoals door Waternet in verstek ingesteld. De kantonrechter vernietigt daarom het vonnis van 16 januari 2026 en bepaalt dat [eiser] zal worden ontheven van de veroordeling die daarin tegen hem is uitgesproken.

Ten aanzien van de proceskosten in deze procedure overweegt de kantonrechter als volgt. Omdat Waternet alsnog in het ongelijk wordt gesteld wordt Waternet veroordeeld in de proceskosen van [eiser] , uitgezonderd de kosten voor de verzetexploot. [eiser] stelt weliswaar dat geen van de brieven van Waternet hem hebben bereikt en dat hij ook de dagvaarding, het tussenvonnis en de akte niet heeft ontvangen, maar de kantonrechter acht het echter niet waarschijnlijk dat hem geen enkel stuk heeft bereikt. [eiser] verklaart immers dat hij in ieder geval een deel van de week op het verbruiksadres woont en dat hij bovendien een sleutel heeft van de brievenbus. Het is de verantwoordelijkheid van [eiser] om de post in de gaten te houden op het adres waarop hij staat ingeschreven. Als hij dat had gedaan, had hij in ieder geval kennis kunnen nemen van de dagvaarding, waarvan de deurwaarder tijdens de zitting heeft verklaard dat hij deze zelf heeft achtergelaten in de brievenbus. Daarmee had deze procedure en het daarmee gepaard gaande verzetexploot, voorkomen kunnen worden.

De kantonrechter zal Waternet veroordelen in de kosten van deze procedure, die aan de kant van Waternet worden begroot op:

- salaris gemachtigde

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

542,50

Hierop strekken in mindering de kosten van betekening van het verstekvonnis, door Waternet gemaakt. Omdat die niet bij de kantonrechter bekend zijn zal Waternet die kosten mogen verrekenen met de proceskosten, onder verstrekking van een betalingsbewijs aan [eiser] .

5. De beslissing

De kantonrechter

verklaart het verzet gegrond en vernietigt het onder zaaknummer 11876541 CV EXPL 25-12480 op 16 januari 2026 gewezen verstekvonnis,

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van Waternet af,

veroordeelt Waternet in de kosten van het verzet van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Waternet niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.

57327

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand