ECLI:NL:RBAMS:2026:8458

ECLI:NL:RBAMS:2026:8458

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 12116624 \ CV EXPL 26-2675
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Betreft de aankoop van zilveren munten via Marktplaats. Koper heeft deze nooit ontvangen en vordert betaling van de koopprijs. Verkoper wordt aangemerkt als professionele verkoper, zodat sprake is van consumentenkoop. Op grond van artikel 7:11 BW is de zaak voor risico van de koper vanaf het moment dat de koper de zaak heeft ontvangen. Verkoper heeft nagelaten om te onderbouwen dat koper in het bezit is geraakt van het pakket met de vijf zilveren munten. De vordering tot betaling van het resterende bedrag van € 1.750,00 wordt daarom toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12116624 \ CV EXPL 26-2675

Vonnis van 13 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: ARAG SE Rechtsbijstand,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 16 februari 2026, met producties;

het schriftelijke antwoord van [gedaagde];

- het tussenvonnis van 24 maart 2026, waarin een mondelinge behandeling is gelast.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. [eiser] is verschenen, bijgestaan door [naam] namens de gemachtigde. [gedaagde] is ook verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, [gedaagde] aan de hand van een schriftelijke verklaring van 19 juni 2026, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] heeft op 12 september 2025 via het platform Marktplaats vijf zilveren munten gekocht van [gedaagde] voor een bedrag van € 7.250,00. [gedaagde] heeft [eiser] per whatsapp-bericht meegedeeld dat deze prijs inclusief aangetekende en verzekerde verzending was.

[gedaagde] heeft de munten in één verzekerd pakket via PostNL aan [eiser] verzonden. Het maximaal verzekerde bedrag bedroeg € 5.500,00.

De bezorger van PostNL heeft het pakket op 13 september 2025 onbeheerd bij de voordeur van [eiser] achtergelaten en zelf voor ontvangst getekend. [eiser] heeft het pakket niet aangetroffen.

[eiser] en [gedaagde] hebben bij PostNL melding gemaakt van het zoekgeraakte pakket. PostNL heeft het maximaal verzekerde bedrag aan [gedaagde] uitgekeerd.

[eiser] heeft [gedaagde] gevraagd om volledige terugbetaling van het aankoopbedrag. [gedaagde] heeft hierop aangeboden nieuwe munten te leveren, mits [eiser] daarvoor een bedrag zou bijbetalen.

Daarna heeft [eiser] de gemachtigde ingeschakeld, die [gedaagde] bij e-mail van 5 november 2025 heeft bericht dat [eiser] de koopovereenkomst op grond van wanprestatie ontbindt en [gedaagde] heeft gesommeerd het aankoopbedrag binnen veertien dagen aan [eiser] terug te betalen. [gedaagde] en de gemachtigde van [eiser] hebben vervolgens per e-mail nader met elkaar gecorrespondeerd.

Hierna heeft [gedaagde] € 5.500,00 aan [eiser] terugbetaald.

3. Het geschil

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

de overeenkomst, voor zover nodig, ontbindt;

[gedaagde] veroordeelt tot terugbetaling van € 1.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2025;

[gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 262,50 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis;

[gedaagde] veroordeelt tot betaling van de proceskosten.

[eiser] legt daaraan, samengevat, ten grondslag dat sprake is van een consumentenkoop. [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst nu de gekochte zilveren munten niet aan hem zijn geleverd en het risico daarvoor bij [gedaagde] als handelaar ligt. [eiser] heeft recht op terugbetaling van € 1.750,00, zijnde het restant van de door hem aan [gedaagde] betaalde koopprijs. Nu [eiser] genoodzaakt was om buitengerechtelijke kosten te maken, moet [gedaagde] de kosten daarvan ook aan hem vergoeden.

[gedaagde] voert, samengevat, het volgende verweer. Hij verkoopt al 20 jaar op Marktplaats en staat daar als particuliere verkoper vermeld. Hij is een verzamelaar en verkoopt wanneer hij iets dubbel heeft. Soms koopt hij wel eens iets in van een handelaar om door te verkopen. Hij is niet ingeschreven bij de Kamer voor Koophandel. Volgens hem is hij als particulier verzamelaar niet verplicht zoekgeraakte zendingen te vergoeden. In zijn advertenties staat altijd vermeld dat aangetekende verzending op eigen risico plaatsvindt. Hij verkoopt maximaal 8 maanden per jaar. Zijn omzet bedraagt minder dan € 10.000,00 per jaar. Hij maakt een gemiddelde winst van 5 tot 10 % op een transactie. Hij heeft de munten verzonden en de bezorger heeft aangegeven dat het pakket is achtergelaten. Daarmee heeft hij aan al zijn verplichtingen voldaan. [eiser] heeft zelf achteloos gehandeld door op zaterdag 13 september 2025 niet thuis te zijn om een kostbare bestelling in ontvangst te nemen. Verder is opvallend dat [eiser] pas maandagmiddag melding heeft gemaakt van de vermissing van het pakket en dat hij in een huis woont dat ver van de straat ligt.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De wet definieert een consumentenkoop als de koop met betrekking tot een roerende zaak, die wordt gesloten door een verkoper die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en een koper, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (artikel 7:5 lid 1 BW).

Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] met betrekking tot de in het geding zijnde koopovereenkomst heeft te gelden als een consument (koper, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf). De vraag ligt voor of [gedaagde] met betrekking tot die overeenkomst heeft te gelden als een handelaar (verkoper die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf).

Afdeling 2b van boek 6 BW bevat verschillende dwingendrechtelijke bepalingen die gelden voor overeenkomsten tussen handelaren en consumenten. De afdeling vormt de implementatie van (onder meer) de Europese richtlijn 2011/83/EU (de “richtlijn consumentenrechten”) en geldt voor overeenkomsten die zijn gesloten na 13 juni 2014. In artikel 6:230g lid 1 sub b BW wordt een handelaar gedefinieerd als: “iedere natuurlijke of rechtspersoon die handelt in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, (…)”.

Bij de beantwoording van de vraag of bij de onderhavige verkoop [gedaagde] moet worden beschouwd als een handelaar, komt het aan op een beoordeling van alle relevante omstandigheden van het geval.

Vast is komen te staan dat [gedaagde] al 20 jaar lang via Marktplaats zilveren munten verkoopt. Hij is dus geen incidentele verkoper. Verder is vast komen te staan dat hij als verzamelaar niet louter munten verkoopt die hij dubbel heeft, maar dat hij ook munten inkoopt om te verkopen, zich presenteert met kennis van de markt en met commerciële intenties. Hij heeft ook erkend dat hij met de verkopen een (bescheiden) winst maakt. Zijn handelsoogmerk overheerst dus. Dit leidt tot de conclusie dat [gedaagde] bij de verkoop van de vijf munten aan [eiser] als handelaar moet worden aangemerkt. Dat [gedaagde] door Marktplaats niet als handelaar wordt beschouwd, niet bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven en geen grote handelaar is, doet daar niet aan af.

De wet bepaalt in artikel 7:11 BW dat bij een consumentenkoop waarbij de zaak bij de koper wordt bezorgd de zaak voor risico van de koper is vanaf het moment dat de koper de zaak heeft ontvangen. [gedaagde] is dus verantwoordelijk voor het pakket tot de feitelijke aflevering aan [eiser]. Deze bepaling is van dwingend recht, zodat daar niet van kan worden afgeweken.

Uit de overgelegde whatsapp conversatie blijkt dat partijen met elkaar hebben afgesproken dat de gekochte munten aangetekend en verzekerd door [gedaagde] zouden moeten worden verzonden. [eiser] mocht er daarbij vanuit gaan dat de gehele aankoopprijs verzekerd zou zijn. Dat [gedaagde] dat niet heeft gedaan ter besparing van kosten, komt voor zijn eigen rekening en risico.

Nu PostNL het verzekerde bedrag van het door [gedaagde] verstuurde pakket heeft uitgekeerd, stond voor PostNL kennelijk vast dat het pakket niet deugdelijk bij [eiser] is bezorgd. [gedaagde] heeft die uitkering ook geaccepteerd. [gedaagde] heeft nagelaten om te onderbouwen dat [eiser] wél in het bezit is geraakt van het pakket met de vijf zilveren munten. Het enkele plaatsen van vraagtekens bij het gedrag van [eiser] is daarvoor onvoldoende. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de zaak niet door [eiser] is ontvangen.

Nu ervan uit wordt gegaan dat [eiser] de zaak niet heeft ontvangen, had hij jegens [gedaagde] aanspraak op een vergelijkbare zaak zonder dat hij daarvoor wederom zou moeten betalen. Een dergelijk aanbod is echter niet door [gedaagde] gedaan. [eiser] heeft de koopovereenkomst daarom op goede gronden mogen ontbinden. Deze ontbinding heeft tot gevolg dat [gedaagde] de volledige koopprijs aan [eiser] moet terugbetalen. De vordering tot betaling van het resterende bedrag van € 1.750,00 wordt daarom toegewezen. Nu de overeenkomst reeds is ontbonden, kan en hoeft de kantonrechter de overeenkomst niet meer te ontbinden.

Gelet op het ontstane verzuim is de gevorderde wettelijke rente eveneens toewijsbaar.

De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

153,77

- griffierecht

265,00

- salaris gemachtigde

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

961,27

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:

een bedrag van € 1.750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 24 november 2025 tot de dag van volledige betaling,

een bedrag van € 262,50 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van heden tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 961,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Sissing, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026.

450

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sissing

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand