RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12270374 EA VERZ 26-705
beschikking van: 24 juli 2026
481
beschikking van de kantonrechter
I n z a k e
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
verzoeker
nader te noemen: [verzoeker]
gemachtigden: mr. M. Kager en mr. A. Noort
t e g e n
de besloten vennootschap Dell B.V.
gevestigd te Amsterdam
verweerster
nader te noemen: Dell
gemachtigden: mr. F.A.M. ten Broeke en mr. R. Rijnen
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
[verzoeker] heeft op 15 juni 2026 een verzoek gedaan om wegens de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Dell ten laste van Dell een billijke vergoeding toe te kennen. Daarnaast heeft [verzoeker] een verzoek gedaan om Dell te veroordelen een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding te betalen.
Dell heeft op 15 juni 2026 een tegenverzoek ingediend dat strekt tot een vergoeding van de gefixeerde schadevergoeding. Dit verzoek is tijdig gedaan, nu het ontslag op staande voet op 15 april 2026 is gegeven.
Dell heeft een verweerschrift ingediend. Daarin zijn ook twee tegenverzoeken opgenomen, strekkende tot betaling van volgens Dell verbeurde boetes en veroordeling tot het verwijderen van data, op straffe van een dwangsom.
[verzoeker] heeft een verweerschrift ingediend in het tegenverzoek, en daarin zijn verzoeken vermeerderd.
Op 16 juni 2026 is de zaak mondeling behandeld. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigden. Dell is verschenen bij mevrouw [naam 1], bijgestaan door de gemachtigden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Dell nog stukken ingediend. Deze stukken zijn productie 23 (800 bladzijden) en productie 24. [verzoeker] heeft bezwaar gemaakt tegen deze producties, nu die op 10 juli 2026, volgens [verzoeker] te laat, zijn ingediend. [verzoeker] verzoekt deze producties buiten beschouwing te laten. De kantonrechter wijst dit verzoek af. Volgens het van toepassing zijnde procesreglement mogen aanvullende stukken tot vijf kalenderdagen voor de zitting worden ingediend. Daarmee zijn de producties tijdig ingediend. Bovendien heeft Dell er terecht op gewezen dat [verzoeker] de stukken kent, nu hij ze zelf heeft verstuurd, en dat productie 24 bedoeld is om productie 23 leesbaar te maken. De producties worden derhalve toegelaten.
Beschikking is bepaald op vandaag.
Feiten
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.
Dell ontwerpt, produceert en verkoopt computers, servers, software en IT-oplossingen aan zowel bedrijven en consumenten wereldwijd.
[verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1979, is op 22 augustus 2016 in dienst getreden bij Dell. De laatste functie die [verzoeker] vervulde, is die van [functie] , met een salaris van € 5.685,55 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.
Artikel 8 van de arbeidsovereenkomst bevat een geheimhoudingsbeding, getiteld Confidentiality and property.
Dit beding luidt als volgt:
“ Both during the employment and after its termination - irrespective of the manner in
which and the reason for which the employment ended - the employee may not make
any statement whatsoever to third parties, either directly or indirectly, in any form and
in any manner whatsoever, regarding anything that has come to his or her attention
regarding the affairs and interests of the Company and/or the companies and/or businesses affiliated with it, its clients and other contacts, all of this in the broadest sense of the word, unless the performance of his or her work as a Director of the Company requires that he or she inform third parties of such matters.
In the event of suspension and upon termination of the employment, irrespective of the manner in which and the reason for which the employment ends, the employee will, at the Company’s first request to that effect, make available to the Company all the
Company’s property in his or her possession (such as the car, computer, mobile
telephone, if applicable) and all documents that are in any way related to the Company
and/or the companies and/or businesses affiliated with it or its clients and other
contacts, all of this in the broadest sense of the word, as well as copies of such documents.”
Artikel 11 van de arbeidsovereenkomst bevat een boetebeding, getiteld Penalty.
Dit boetebeding bepaalt dat de werknemer bij overtreding van (onder meer) artikel 8 een boete verschuldigd is van € 4.537,80 per overtreding.
De Acceptable Use Policy van Dell bepaalt in artikel 6.1 sub a: “Only Technologies approved by Technologie Standards (TS) are authorized for business communication use.”
Op 13 februari 2026 is bij het Cyberteam van Dell (VS) een security melding binnengekomen met de mededeling dat een grote hoeveelheid data buiten de Dell-omgeving was gebracht.
Op 17 februari 2026 is de melding volgens de interne procedure aan de juiste afdeling, de Security Resilience Organization (SRO Investigations) doorgezet voor verder onderzoek.
Uit dit onderzoek is gebleken welke werknemer het betrof. Dat was [verzoeker] .
Het onderzoek is vervolgens toegewezen aan een specifieke onderzoeker van het SRO Investigations team: de heer [naam 2] (verder [naam 2] ).
Op 24 februari 2026 heeft [naam 2] de leidinggevende van [verzoeker] ( [naam 3] ) benaderd en hem uitgenodigd voor een gesprek om de melding te bespreken.
Dat gesprek vond plaats op 5 maart 2026. Tijdens dit gesprek is besproken dat [verzoeker] een NATO clearance heeft en dus toegang heeft tot zeer gevoelige bedrijfs- en klantdata.
Gelet op deze clearance is op 6 maart 2026 het beveiligingsmanagement en de juridisch adviseur voor beveiligingszaken geïnformeerd.
Op 10 maart 2026 is een verzoek voor juridisch advies ingediend.
Op 23 maart is juridisch advies ontvangen.
Op 24 maart 2026 is verzocht om enkel de verdachte e-mails toe te sturen ter beoordeling en om privé e-mails niet te openen.
Op 2 april 2026 is de inhoud van de e-mails ontvangen en doorgestuurd naar het lokale onderzoeksteam, de leidinggevende van [verzoeker] , Human Resources en Legal, ter bepaling van de te nemen stappen.
Op 8 april 2026 is de gevonden informatie onderzocht.
Op 9 april 2026 bleek volgens Dell dat [verzoeker] in de periode van 18 november 2025 tot 7 april 2026 ongeveer 36 e-mails met vertrouwelijke bijlagen naar externe e-mailadressen had verstuurd, waaronder naar [e-mailadres 1] en [e-mailadres 2] .
Op 9 april 2026 heeft Dell extern juridisch advies ingewonnen.
Op 14 april 2026 heeft er (TEAMS) een gesprek plaatsgevonden, waarbij aanwezig waren [naam 2] , [naam 4] en [verzoeker] .
Naar aanleiding van dat gesprek heeft Dell nogmaals extern juridisch advies ingewonnen.
Op 15 april 2026 heeft Dell [verzoeker] op staande voet ontslagen. Dit ontslag is bij brief van dezelfde datum aan [verzoeker] bevestigd.
Aan dat ontslag heeft Dell de volgende drie redenen ten grondslag gelegd:
a. [verzoeker] zou e-mails met vertrouwelijke gegevens naar zijn privé e-mailadres hebben gestuurd en met meerdere, externe e-mailadressen hebben gedeeld, en daarbij werkgerelateerde materialen naar deze e-mailadressen hebben gestuurd. Een van deze e-mailadressen betrof dat van de heer [naam 5] (verder [naam 5] ), een oud-werknemer van Dell, die thans een eigen IT-bedrijf heeft.
b. [verzoeker] zou tijdens het gesprek op 14 april 2026 misleidende verklaringen hebben afgelegd, waaronder zijn verklaring over van wie het e-mailadres [e-mailadres 2] was.
c. [verzoeker] zou tijdens het (TEAMS)gesprek op 14 april 2026 e-mails die hij had gezonden aan [naam 5] hebben verwijderd, waardoor het voor Dell niet meer mogelijk was te achterhalen welke informatie er met [naam 5] was gedeeld.
Verzoeken [verzoeker]
2. [verzoeker] heeft verzocht om voor recht te verklaren dat Dell de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 lid 1 BW.
3. [verzoeker] heeft verder een verzoek gedaan om ten laste van Dell een billijke vergoeding toe te kennen van € 49.414,43 bruto, op grond van artikel 7:681 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Volgens [verzoeker] moet een billijke vergoeding worden toegekend, omdat het ontslag niet onverwijld is gegeven en er evenmin sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet, waarmee het ontslag dus in strijd is met artikel 7:671 BW.
4. Het ontslag is niet onverwijld gegeven. De periode die is verstreken tussen het moment van de melding (13 februari 2026) en het ontslag 15 april 2026 is simpelweg te lang. Van Dell mocht verwacht worden dat zij voortvarender te werk zou gaan, dan zij heeft gedaan. Dit maakt dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven.
5. Bovendien moet ten aanzien van de handelwijze van [verzoeker] worden geconcludeerd dat dit onvoldoende ernstig is om van een dringende reden te kunnen spreken.
6. In dat kader heeft [verzoeker] erkend dat hij een aantal e-mails met honderden pagina’s aan bijlagen (zie productie 23 en 24 van Dell) heeft verzonden aan zijn privé e-mailadres en deze voorts heeft gedeeld met [naam 5] . Hij weet dat hij Dell-gegevens niet naar persoonlijke locaties mag verplaatsen, maar hij geeft aan dat hij dit wel moest doen om zijn presentaties te kunnen verrichten. Hij heeft echter nooit de bedoeling gehad om Dell te benadelen. Hij heeft geen vertrouwelijke gegevens naar buiten gebracht, maar de e-mails (met bijlagen) verzonden om raad te vragen aan [naam 5] . Hij ziet daar geen kwaad in. Achteraf realiseert hij zich dat het niet zo handig is wat hij heeft gedaan.
7. In het gesprek op 14 april 2026 heeft hij niet misleidend verklaard over van wie het e-mailadres [e-mailadres 2] was. Er was hier sprake van een misverstand. Hij heeft gezegd dat dit e-mailadres van [naam 5] was.
8. Het klopt dat [verzoeker] tijdens het gesprek op 14 april 2026 e-mails aan [naam 5] heeft verwijderd. Hij heeft zich niet gerealiseerd dat de andere deelnemers aan dit gesprek mee wilden kijken wat hij verwijderde.
9. [verzoeker] heeft daarnaast een verzoek gedaan om Dell te veroordelen een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding te betalen. Volgens [verzoeker] is Dell op grond van artikel 7:672 lid 11 BW een vergoeding wegens onregelmatige opzegging verschuldigd, gelijk aan het bedrag aan loon over de opzegtermijn, te weten € 16.952,84 bruto. [verzoeker] stelt verder dat Dell op grond van artikel 7:673 lid 1 BW een transitievergoeding verschuldigd is van € 21.989,60 bruto.
10. Als nevenverzoek heeft [verzoeker] verzocht Dell te veroordelen om de buitengerechtelijke kosten van € 1.648,22 te voldoen.
11. Tot slot heeft [verzoeker] verzocht Dell te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
Verweer van Dell
12. Dell verweert zich tegen de verzoeken van [verzoeker] . Dit verweer zal, voor zover van belang, hierna worden besproken en beoordeeld.
Tegenverzoeken van Dell
13. Dell heeft ten eerste verzocht om [verzoeker] te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding. Dell rekent dan de periode tot 1 juni 2026, en met medeneming in het salaris van het vakantiegeld en de gemiddelde bonus over de afgelopen drie jaar. Dat resulteert volgens Dell in een bedrag van € 10.238,63 bruto.
13. Ten tweede heeft Dell verzocht om [verzoeker] te veroordelen tot betaling van 5 x de boete van € 4.537,80, omdat hij in elk geval 5 x zijn geheimhoudingsbeding heeft overtreden. Namelijk blijkend uit producties 19A, 19B, 19C, 21 en 22. Dat resulteert in een bedrag van € 22.689,- bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van deze beschikking tot de dag van de voldoening.
13. Dell heeft zich het recht voorbehouden ook boetes te vorderen voor de overige e-mails die [verzoeker] heeft verstuurd aan [naam 5] . Alleen al uit productie 20B blijkt dat het hierbij gaat om 87 e-mails.
13. Ten derde heeft Dell verzocht om [verzoeker] te veroordelen of te gebieden om de zakelijke/vertrouwelijke data van Dell binnen vijf dagen na dagtekening van deze beschikking te verwijderen en verwijderd te houden van zijn persoonlijke e-mailaccount en andere persoonlijke (externe)opslaglocaties en medewerking te verlenen aan enig onderzoek van Dell om vast te kunnen stellen dat gehoor is gegeven door [verzoeker] aan deze veroordeling, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- vermeerderd met € 100,- voor iedere dag, een gedeelte van een bedrag daaronder begrepen, dat [verzoeker] in gebreke blijft.
13. [verzoeker] heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van Dell. Dit verweer zal, voor zover van belang, hierna worden besproken en beoordeeld.
Beoordeling van de verzoeken van [verzoeker]
18. Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend. Daarnaast is aan de orde de vraag of Dell moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Daarbij moet met name worden beoordeeld of [verzoeker] al dan niet terecht op staande voet is ontslagen. Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet moet sprake zijn van een onverwijlde opzegging wegens een dringende reden en die reden moet onverwijld aan de werknemer zijn medegedeeld.
18. De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag onverwijld is gegeven en onverwijld aan [verzoeker] is medegedeeld. De periode van onderzoek is weliswaar aan de lange kant, maar onder de geschetste omstandigheden niet te lang. Dell heeft vanaf de melding op 13 februari 2026 steeds zonder dralen een volgende stap gezet in haar onderzoek (zie 1.8 tot en met 1.24). Het is te rechtvaardigen dat het onderzoek enige tijd in beslag heeft genomen, mede gelet op de betrokkenheid van buitenlandse partijen, onder andere in de Verenigde Staten en Ierland. Ook weegt mee dat dat Dell onweersproken heeft gesteld dat in eerste instantie nog niet duidelijk was dat [verzoeker] de e-mails ook naar een externe derde had gestuurd. Zij heeft voldoende onderbouwd dat op 9 april 2026 de feiten daarmee voor het eerst concreet en volledig bekend werden. Ook hierna is Dell voldoende voortvarend te werk gegaan en heeft zij, na het inwinnen van juridisch advies en het voeren van het hoor- en wederhoorgesprek, [verzoeker] op staande voet ontslagen.
18. Dan de vraag of er sprake is van een dringende reden. Volgens artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen voor een ontslag op staande voet beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In artikel 7:678 lid 2, onderdeel k, BW is bepaald dat een dringende reden onder andere aanwezig kan zijn als de werknemer grovelijk de plichten veronachtzaamt, welke de arbeidsovereenkomst hem oplegt. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.
18. Naar het oordeel van de kantonrechter is de opzegging van de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig. Daarbij wordt overwogen dat het, mede gelet op de erkenning van [verzoeker] , zonneklaar is dat hij een groot aantal vertrouwelijke stukken, voorzien van klantgegevens, middels e-mails met vele bijlagen naar zijn privéadres en naar het e-mailadres van [naam 5] heeft verzonden. Hij heeft daarvoor in het geheel geen logische verklaring of rechtvaardiging kunnen geven. Als hij de raad van iemand nodig had, had hij die eenvoudig bij zijn collega’s kunnen inwinnen. Met het versturen van de data heeft hij eveneens zijn geheimhoudingsbeding geschonden.
18. En alsof dit nog niet ernstig genoeg was heeft Dell aangetoond dat [verzoeker] heeft gelogen, toen hem op 14 april 2026 werd gevraagd van wie het e-mailadres [e-mailadres 2] was. Immers heeft [verzoeker] in eerste instantie gezegd dat dit een e-mailadres van hemzelf was en pas in tweede instantie, toen hij niet meer onder de waarheid uit kon, moeten toegeven dat het een adres van [naam 5] betrof. Dat hier sprake was van een misverstand, zoals [verzoeker] heeft verklaard, acht de kantonrechter ongeloofwaardig.
18. Voor het verwijderen van e-mails tijdens het gesprek op 14 april 2026, buiten het zicht van de andere gespreksdeelnemers, heeft [verzoeker] evenmin een plausibele verklaring kunnen geven.
18. De kantonrechter komt tot de slotsom dat Dell de gronden die zij voor het ontslag heeft gegeven (zie 1.25 sub a, b en c) in voldoende mate heeft onderbouwd, onder meer ter zake het geheimhoudingsbeding en de Acceptable Use Policy (zie onder 1.7). Geoordeeld wordt dat de gronden ieder apart, en zeker in onderling verband gezien, een dringende reden voor het ontslag opleveren. Het ontslag is dan ook terecht gegeven. Daarmee moet de gevraagde verklaring voor recht worden afgewezen. Het ontslag is te wijten aan ernstig handelen van [verzoeker] .
18. De kantonrechter kan op verzoek van de werknemer een billijke vergoeding toekennen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu hiervoor is geoordeeld dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoeker] om toekenning van die billijke vergoeding worden afgewezen.
18. Ook het verzoek om toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden afgewezen.
18. Nu is gebleken dat het beëindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] is Dell geen transitievergoeding verschuldigd.
Beoordeling van de verzoeken van Dell
Beoordeling van de proceskosten op de verzoeken van [verzoeker] en op de verzoeken van Dell
28. De door Dell verzochte gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 2 en lid 3 sub (a) BW is toewijsbaar, nu er sprake is van een dringende reden door de opzet en schuld aan de zijde van [verzoeker] . Deze heeft de hoogte van het bedrag niet weersproken, zodat hier het bedrag van € 10.238,63 bruto zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 april 2026.
28. Ook de boete door Dell verzocht op basis van overtredingen van het geheimhoudings- beding is toewijsbaar op grond van artikel 8 en 11 van de arbeidsovereenkomst (zie sub 1.3, 1.4, 1.5 en 1.6). Dell heeft aangetoond dat in elk geval de producties 19A, 19B, 19C, 21 en 22 e-mails bevatten met vertrouwelijke gegevens van Dell, die aan [naam 5] zijn toegestuurd. Daarmee is [verzoeker] een boete verschuldigd aan Dell van 5 x € 4.537,80 = € 22.689,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van deze beschikking tot de dag van de voldoening. Het beroep van [verzoeker] op matiging van deze boete wordt afgewezen, nu de kantonrechter daar, gelet op de handelwijze van [verzoeker] , geen enkele grond voor ziet.
28. Het verzoek van Dell zoals omschreven onder 16 is eveneens toewijsbaar op grond van artikel 8.2 van de arbeidsovereenkomst. Dat heeft [verzoeker] naar het oordeel van de kantonrechter over zichzelf afgeroepen doordat hij leugenachtig heeft verklaard en geen openheid van zaken heeft geven; integendeel, hij heeft achter de rug van Dell om gegevens, die hij had verzonden aan [naam 5] , verwijderd. Aan de verzochte dwangsommen zal een maximum worden verbonden.
31. De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , zoals hierna te bepalen, omdat hij in het ongelijk wordt gesteld, zowel op zijn eigen verzoeken als op die van Dell.
BESLISSING
De kantonrechter:
Op de verzoeken van [verzoeker] :
wijst de verzoeken van [verzoeker] af;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Dell begroot op € 1.440,-voor salaris gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;
veroordeelt [verzoeker] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
Op de verzoeken van Dell:
veroordeelt [verzoeker] tot betaling aan Dell van € 10.238,63 bruto wegens de gefixeerde schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2026 tot de dag van de voldoening;
veroordeelt [verzoeker] tot betaling aan Dell van € 22.689,- bruto wegens overtreding van het geheimhoudingsbeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van deze beschikking tot de dag van de voldoening;
veroordeelt [verzoeker] om de zakelijke/vertrouwelijke data van Dell binnen vijf dagen na dagtekening van deze beschikking te verwijderen en verwijderd te houden van zijn persoonlijke e-mailaccount en andere persoonlijke (externe) opslaglocaties en medewerking te verlenen aan enig onderzoek van Dell om vast te kunnen stellen dat gehoor is gegeven door [verzoeker] aan deze veroordeling, op straffe van een dwangsom van € 1.000,-, vermeerderd met € 100,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat [verzoeker] in gebreke blijft, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 50.000,-;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Dell begroot op € 540,- voor salaris gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;
veroordeelt [verzoeker] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en op 24 juli 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier mr. D.C. Vink.
De griffier De kantonrechter