ECLI:NL:RBAMS:2026:8461

ECLI:NL:RBAMS:2026:8461

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer K/4001/12288694
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

geen schorsing concurrentie- en relatiebeding in arbeidsovereenkomst en STAK-overeenkomst. Twee beoordelingskaders: art 7:653 BW en art 6:248 lid 2 BW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12288694 \ KK EXPL 26-406

Vonnis in kort geding van 26 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. P.R. Hendriks,

tegen

1. ACT COMMODITIES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: ACT,2. STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR MONTAUK III,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: STAK,3. SUSTAINABLE MARKET SOLUTIONS HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: SMS,

gedaagde partijen in conventie,

eisende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: ACT c.s.,

gemachtigde: mr. M. Jovovic.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 30 juni 2026, met producties;

- de conclusie van antwoord, tevens voorwaardelijke conclusie van eis in reconventie van 10 augustus 2026, met producties;

- de aanvullende producties van [eiser].

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2026. [eiser] is verschenen met de gemachtigde, zijn partner en V. Bolt als tolk. Namens ACT c.s. zijn [naam 1] ([functie 1]), [naam 2] (jurist ACT) en [naam 3] (jurist ACT) verschenen met de gemachtigde en [naam 4] namens de gemachtigde. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen, die in het dossier zijn gevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die eveneens in het dossier zijn gevoegd. Ten slotte is een vonnis gevraagd en is een datum voor het vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] is op 1 februari 2018 in dienst getreden bij ACT in de functie van Junior [functie 2] voor toen een salaris van € 2.750,00 per maand. Hij was toen 23 jaar oud. Sinds 1 juni 2019 heeft hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarin onder andere een concurrentiebeding en een relatiebeding waren opgenomen, voor de functie van .

ACT is een internationale onderneming die actief is op de energie- en milieumarkten en die organisaties sinds 2009 ondersteunt bij het behalen van hun doelstellingen op het gebied van CO2-reductie en duurzaamheid.

Energieleveranciers zijn onderworpen aan wettelijke verplichtingen om gedurende vastgestelde periodes specifieke doelstellingen voor energiebesparing te behalen. Om aan deze verplichtingen te voldoen, kunnen zij ofwel rechtstreeks energie-efficiënte projecten financieren, of certificaten aankopen die door derden zijn gegenereerd. In de praktijk financieren bedrijven werkzaamheden zoals isolatie of de vervanging van verwarmingssystemen, en ontvangen zij in ruil daarvoor certificaten, die vervolgens kunnen worden verkocht en overgedragen aan kopers. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van een markt waarin certificaten worden uitgewisseld tussen verschillende deelnemers, waaronder verplichte partijen, tussenpersonen en andere marktactoren zoals private en publieke entiteiten. Dergelijke certificaten worden ook wel white certificates genoemd.

ACT is zowel actief op de primary market (op zoek gaan naar de energiebesparingsprojecten, de aanvraag voor de white certificates bij de autoriteiten doen en de certificaten vervolgens op een speciale handelsrekening bijgeschreven krijgen) als op de secondary market (het bieden van een toegangsportaal tot de markt in white certificates, het tonen van de beste biedingen en de actuele waarde van certificaten en het samenbrengen van vraag en aanbod, met name door actief (telefonisch) klantcontact).

Per 1 april 2025 is [eiser] de functie van [functie 3]gaan uitoefenen. Vanwege deze functiewijziging moest hij op 28 maart 2025 opnieuw tekenen voor een concurrentie- en relatiebeding:

“Non-Compete

Both during the contract term and for a period of 12 months following its termination by either the Employe or the Employer, the Employee undertakes to refrain from any involvement, including but not limited to being employed by, engaged in, involved in, perform services for or work for, in any manner, directly or indirectly, either for the employee’s own account or for the account of third parties, either against or without consideration and/or act as intermediary for, in whatsoever manner, any business, carrying out or intending to carry out activities similar to or otherwise competing or intending to compete with any activities of the Employer and/or Affiliated Companies, without the prior written consent from the Employer which consent the Employer may withhold at its sole discretion.

Business relations

Both during the contract term and for a period of 12 months following its termination by either the Employe or the Employer, the Employee will not, in any manner approach and/or entice away from the Employer and/or Affiliated Companies, or be engaged in, involved in, perform activities for, any of its customers or business relations.

Business relationships means all natural and legal persons who have been a client or prospective client of the Employer and/or Affiliated Companies including (legal) persons with whom the Employer and/or Affiliated Companies is conducting negotiations (or has done so) in order to provide services, for a period of twelve months prior to the termination of the employment contract.”

Op overtreding van het concurrentie- of relatiebeding staat een boete van € 27.843,- voor iedere overtreding, te vermeerderen met € 10.000,- per dag dat de overtreding voortduurt.

Op 27 november 2025 heeft [eiser] zijn arbeidsovereenkomst met ACT opgezegd. Op 24 december 2025 is hij vrijgesteld van werk en met ingang van 1 februari 2026 is het dienstverband geëindigd.

Het salaris van [eiser] was toen hij uit dienst ging € 6.018,52 per maand. In de periode dat [eiser] bij ACT heeft gewerkt heeft hij in totaal € 5.456.421,66 aan bonussen verdiend.

In 2022 heeft [eiser] certificaten van aandelen verkregen in STAK, een aan ACT verbonden administratiekantoor. [eiser] heeft toen € 250.000,- geïnvesteerd. De afspraken en voorwaarden die hierop van toepassing zijn zijn opgenomen in de zogeheten Depositary Receipts Subscription Agreement (hierna: DRSA). Deze overeenkomst is op 26 juni 2022 gesloten tussen [eiser] enerzijds en SMS en STAK anderzijds. In de DRSA is eveneens een concurrentiebeding en een relatiebeding opgenomen:

“9. NON-COMPETE AND NON-SOLICIT

The Participant undertakes to the Shareholders, the Foundation and to the Company (acting for itself and as agent and trustee for each of its Subsidiaries), that it will not do any of the following things whether directly or indirectly and whether alone or jointly with, or on behalf of, or as agent for, any other Person or as shareholder, partner, director, principal, consultant, officer, agent, employee or otherwise:

for so long as it is a Participant and for a period of twenty-four (24) months after its Relevant Leaver Date, carry on or be engaged, concerned or interested in or assist a business which competes, directly or indirectly, with a business of any member of the Group;

(…)

for so long as it is a Participant and for a period of twenty-four (24) months after its Relevant Leaver Date, in respect of any of the products or services of a business of any Group Company either seek to obtain orders from, or do business with, or encourage another Person to obtain orders from or do business with, a Person who has been a customer of that business at any time prior to such Participant's Relevant Leaver Date;

(…)

for so long as it is a Participant and for a period of twenty-four (24) months after its Relevant Leaver Date, seek to contract with or engage (in such a way as to affect adversely a business of any member of the Group as carried on at the date on which it first acquired Depositary Receipts or at any time prior to the Relevant Leaver Date) a Person who is a material business partner, supplier, customer, or lessor of the Group at any time prior to the Participant's Relevant Leaver Date;

(…)

The Participant will forfeit to the Company for any breach of Clause 9.1 immediately,

without prior notice or any judicial intervention being required, a penalty equivalent to EUR 50,000 per breach plus EUR 5,000 for each day that such breach continues, without prejudice to rights of the Foundation, the Shareholders, the Company and each member of the Group to claim the actual damages it has suffered through such breach. The foregoing does not prejudice in any way the rights of the Foundation, the Shareholders, the Company and each member of the Group to claim performance or damages or to effect other (disciplinary) measures.”

Op 13 mei 2026 heeft [eiser] ACT geïnformeerd dat hij aan het werken was aan een AI-platform dat gebruikers zou helpen hun handelsactiviteiten te automatiseren en te optimaliseren, financieringsoplossingen voor werkkapitaal zou bieden en market access zou bieden. Aangezien volgens [eiser] de market access in beperkte mate zou kunnen overlappen met de activiteiten van ACT, heeft hij ACT verzocht om zijn concurrentie- en relatiebeding met ingang van 1 juni 2026 op te heffen.

Op 15 juni 2026 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen ACT en [eiser], waarin [eiser] zijn plannen verder heeft toegelicht. ACT heeft toen laten weten niet bereid te zijn het concurrentie- en relatiebeding op te heffen.

3. Het geschil

in conventie

[eiser] vordert – samengevat – primair schorsing van de tussen [eiser] en ACT overeengekomen en de in de DRSA opgenomen concurrentiebedingen en relatiebedingen met ingang van 1 augustus 2026, in die zin dat het [eiser] is toegestaan om per die datum vrij en onbelemmerd zijn AI-platform te lanceren en daarvoor werkzaam te zijn in welk kader hij onvoorwaardelijk actief mag zijn op de energie efficiency markt in Europa en om vrij en onbelemmerd contacten te onderhouden met (voormalig) relaties van ACT en/of partijen die actief zijn op de energie efficiency markt in Europa. Subsidiair vordert hij schorsing van deze bedingen met ingang van een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum. Meer subsidiair vordert hij een zodanige voorziening te treffen als de kantonrechter in goede justitie meent te moeten treffen. Verder vordert hij veroordeling van ACT c.s. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Na zes maanden zonder werk wil hij weer aan de slag, omdat hij inkomen nodig heeft. Daarom vordert hij schorsing van de concurrentie- en relatiebedingen. [eiser] is van mening dat gelet op de belangen van de betrokkenen over en weer de aan de orde zijnde concurrentie- en relatiebedingen voor vernietiging in aanmerking komen, nu [eiser] in verhouding tot de te beschermen belangen

van ACT, STAK en SMS door die bedingen onbillijk wordt benadeeld. [eiser] is bovendien van mening dat het bepaalde in artikel 7:653 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) analoog moet worden toegepast op het concurrentie- en relatiebeding als opgenomen in de DRSA. De arbeidsovereenkomst en de DRSA zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, omdat [eiser] de certificaten alleen kon verkrijgen omdat hij werknemer van ACT was. Er zijn door ACT ook nooit certificaten aangeboden aan anderen (externen) dan werknemers van ACT. Mocht de kantonrechter van oordeel zijn dat artikel 7:653 BW geen rol speelt bij de beoordeling van de betreffende bedingen in de DRSA, dan is [eiser] van mening dat een beroep op die bedingen door STAK en SMS naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW).

ACT c.s. voeren verweer. ACT c.s. concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

ACT c.s. voeren het volgende aan. Primair voeren zij aan dat de kantonrechter niet bevoegd is ten aanzien van STAK en SMS, omdat de procedures tegen hen geen aardzaken zijn. Dat brengt mee dat [eiser] geen spoedeisend belang en ook geen belang heeft bij de vordering tegen ACT, omdat zelfs als die vordering zou worden toegewezen, de bedingen in de DRSA blijven bestaan. Subisidiair voeren zij aan dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen, omdat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is dat [eiser] zich aan zijn verplichtingen houdt. Het is onjuist dat het concurrentie- en relatiebeding uit de DRSA moet worden getoetst aan artikel 7:653 BW. De DRSA ziet namelijk op een andere rechtsverhouding, is op een ander moment getekend en is met andere partijen aangegaan dan de arbeidsovereenkomst. Wat betreft artikel 7:653 BW geldt dat het concurrentie- en relatiebeding nog steeds noodzakelijk is wegens zwaarwegende bedrijfsbelangen en [eiser] niet onbillijk wordt benadeeld.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

ACT c.s. vorderen – samengevat – het volgende:

voorwaardelijk, voor het geval de kantonrechter zou oordelen dat [eiser] spoedeisend belang en voldoende belang heeft bij zijn vorderingen jegens ACT: veroordeling van [eiser] tot afgifte van volledige en toegankelijke afschriften van gegevens over het AI-platform van [eiser] binnen 24 uur na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per overtreding en een dwangsom van € 10.000,- per dag dat niet aan dit bevel wordt voldaan;

voorwaardelijk, voor het geval de kantonrechter zich niet onbevoegd zou verklaren kennis te nemen van de vorderingen van [eiser] ten aanzien van SMS en STAK: het [eiser] te verbieden om tot 27 november 2027 op enigerlei wijze werkzaam te zijn voor of betrokken te zijn bij het ontwikkelen of exploiteren van enige onderneming (waaronder begrepen enig AI-platform) wiens activiteiten concurreren met die van ACT of enige met haar in een groep verbonden vennootschap, op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per overtreding en een dwangsom van € 10.000,- per dag dat een overtreding voortduurt,

veroordeling van [eiser] in de proceskosten in reconventie.

ACT c.s. leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. Als [eiser] zijn concurrerende AI-platform al heeft ontwikkeld, zijn contractuele boetes verbeurd. Ten behoeve van de vaststelling van de hoogte van de verschuldigde boetes stellen zij daarom deze exhibitievordering in. Ten aanzien van de tweede vordering voeren zij aan dat [eiser] uitstekend gepositioneerd is om ACT te beconcurreren met haar eigen commerciële informatie en contacten. Dit dreigt ACT onomkeerbare schade te berokkenen, die zij mogelijk niet geheel op [eiser] zal kunnen verhalen. De dwangsom vorderen zij omdat de contractuele boetes kennelijk niet afschrikwekkend genoeg zijn.

[eiser] voert verweer. [eiser] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van ACT c.s., met veroordeling van ACT c.s. in de kosten van deze procedure. Hij voert aan dat zijn AI-platform alleen nog maar een plan is waar hij nog geen uitvoering aan heeft gegeven. [eiser] heeft ACT proactief benaderd en geïnformeerd over zijn plannen, juist omdat hij wilde voorkomen dat hij in strijd zou gaan handelen met de beperkende bedingen. Er bestaat geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat [eiser] in strijd heeft gehandeld met de bedingen. Hierdoor hebben ACT c.s. geen belang bij hun vorderingen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Bevoegdheid van de kantonrechter

De vordering jegens ACT betreft een zogenaamde aardvordering, aangezien dit een vordering betreffende een arbeidsovereenkomst is. Daarom is de kantonrechter bevoegd tot het geven van een voorlopige voorziening in deze zaak. De arbeidsovereenkomst en de mogelijkheid om te investeren in certificaten van aandelen via STAK staan in verband met elkaar. De certificaten konden immers alleen worden aangekocht door sommige werknemers en enkele anderen die nauw bij ACT betrokken zijn, zoals de raad van bestuur. Het betreft hier dus een vorm van werknemersparticipatie. Partijen zijn het er over eens dat het de voorkeur heeft om de zaken samen de behandelen. Tussen de vorderingen van [eiser] bestaat zodanige samenhang, dat die samenhang zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. De kantonrechter is daarom bevoegd om ook ten aanzien van de vorderingen jegens STAK en SMS te beslissen.

Spoedeisendheid

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] bij deze voorziening een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter overweegt dat [eiser] wordt belemmerd in zijn grondwettelijke recht op vrije arbeidskeuze. Hij heeft nu geen inkomen en wenst dit te genereren met het platform. Uit deze stellingen volgt dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen.

Het concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst met ACT

[eiser] is meerderjarig, de arbeidsovereenkomst is voor onbepaalde tijd aangegaan en het concurrentie- en relatiebeding zijn schriftelijk overeengekomen. Er is daarmee op zichzelf sprake van een geldig beding in de arbeidsovereenkomst waarbij [eiser] wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn.

Door een concurrentie- en/of relatiebeding wordt een werknemer die bij een bedrijf uit dienst treedt, beperkt in zijn recht op vrije arbeidskeuze. Wanneer een werknemer hierdoor onbillijk wordt benadeeld, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, kan de rechter een concurrentie- en/of relatiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen. Vooruitlopend op een bodemprocedure kan de werknemer in kort geding schorsing van een dergelijk beding vorderen. De belangen van de werknemer moeten dan worden afgewogen tegen de belangen van de werkgever.

De kantonrechter zal het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst niet schorsen en overweegt daartoe als volgt.

[eiser] heeft in beperkte mate aangegeven wat het AI-platform dat hij wil ontwikkelen behelst. Het zou gaan om een platform dat gebruikers in staat stelt om hun activiteiten rondom energie-efficiëntie vanuit één plek aan te sturen. Hiertoe worden functionaliteiten aangeboden. Wat van de overige functionaliteiten ook zij, duidelijk is in ieder geval dat zijn platform de mogelijkheid wil bieden tot het aan- en verkopen van white certificates. Het toegang bieden tot de markt in white certificates is een activiteit die door ACT wordt ondernomen. Aangenomen wordt dan ook dat [eiser] via het platform voornemens is te gaan concurreren met ACT.

Het belang dat hij daarvoor heeft aangevoerd is dat hij weer een inkomen moet genereren. Verder heeft [eiser] aangevoerd dat het enkele feit dat hij in de uitoefening van zijn functie kennis en ervaring heeft opgedaan, dit nog niet betekent dat ACT in haar bedrijfsdebiet wordt aangetast. Dit geldt temeer nu het slechts gaat om concurrerende werkzaamheden op kleine schaal.

De kantonrechter kan hier niet in meegaan. [eiser] was geen werknemer die, zoals hij zelf stelt, slechts een strikt operationele functie had. Hij was een werknemer met een van de hoogste inkomens binnen ACT wereldwijd. Onweersproken heeft ACT, onder verwijzing naar zijn functiebeschrijving, naar voren gebracht dat hij een leidinggevende functie had, verantwoordelijk voor de ontwikkeling, positionering en strategische groei van producten, toegang had tot concurrentiegevoelige marktinformatie, waaronder prijzen en contracten met grote marktpartijen. Dat deze informatie een half jaar later op geen enkele wijze actueel meer zou zijn, kan voorshands niet worden aangenomen. Daarvoor is het tijdverloop simpelweg te beperkt. Verder onderhield hij directe klantrelaties met de belangrijkste partijen op de markt.

Uit dit alles volgt dat [eiser] een positie bekleedde waarin hij op de hoogte was van belangrijke bedrijfsprocessen en hij bij uitstek beschikt over waardevolle concurrentiegevoelige informatie. De kantonrechter leidt uit dit alles af dat [eiser] bij het opzetten van concurrerende diensten gebruik kan maken van bedrijfsgeheimen van ACT en ook de persoonlijke contacten die hij heeft met klanten en andere relaties van ACT. Daar komt bij dat het hier een specialistische en minder doorzichtige markt betreft: informatie over vraag, aanbod en verkoopprijzen zijn niet openbaar. Met de actuele kennis waarover [eiser] beschikt is hij in staat om ACT te onderbieden. Verder wordt overwogen dat het hier een voormalig werknemer betreft die zelf het dienstverband heeft beëindigd. Dat hij besloten zou hebben tot opzegging van de arbeidsovereenkomst om zijn gezondheid te bewaken, maakt dit niet anders. Onvoldoende is gebleken dat [eiser], een jonge, hoogopgeleide professional, niet op een andere wijze inkomen kan genereren. Nergens blijkt uit dat het oprichten van een met ACT concurrerend platform de enige manier is om inkomsten te genereren. Onweersproken is verder gebleven dat het mogelijk is om via het platform gedurende de looptijd van het concurrentiebeding niet-concurrerende diensten aan te bieden. Voorshands wordt daarom geen reden gezien om het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst te schorsen of te beperken in de tijd.

Voor wat betreft de schorsing het relatiebeding overweegt de kantonrechter dat [eiser] in zijn functie bij ACT contact heeft gehad met belangrijke klanten. De kantonrechter acht het vooralsnog voldoende aannemelijk dat [eiser] een vertrouwensband met deze relaties heeft opgebouwd, waarvan hij profijt kan hebben in zijn eigen bedrijf. [eiser] heeft verder ook niet onderbouwd waarom het relatiebeding geschorst moet worden en welke belangen hij hierbij heeft. De kantonrechter zal ook deze vordering afwijzen.

Het concurrentie- en relatiebeding in de DRSA

Artikel 7:653 BW niet van toepassing

Volgens [eiser] is het relatie- en concurrentiebeding in de DRSA vernietigbaar als deze langs de meetlat van artikel 7:653 BW wordt gelegd. Dit is echter niet de juiste maatstaf. Artikel 7:653 BW stelt regels aan een beding tussen werkgever en werknemer. De DRSA is echter aangegaan tussen [eiser] enerzijds en STAK en SMS anderzijds. Werkgever ACT is dus geen partij bij deze overeenkomst. Dit betekent dat het hier geen beding betreft tussen een werkgever en werknemer. Het beding beschermt in eerste instantie de belangen van de mede-certificaathouders en de aandeelhouders van SMS. Het stond [eiser] ook geheel vrij om al dan niet certificaathouder te worden en de DRSA overeen te komen. De DRSA is drie jaar later aangegaan dan de arbeidsovereenkomst en maakt hiervan geen deel uit. De kantonrechter ziet dus geen reden voor analoge toepassing van artikel 7:653 BW. Dat alleen enkele werknemers en personen die nauw betrokken zijn bij ACT in aanmerking komen voor deelname aan de STAK, maakt niet dat sprake moet zijn van een ander toetsingskader.

Artikel 6:248 lid 2 BW

Onderzocht moet dus worden of het beroep op het concurrentie- en relatiebeding in de DRSA naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is in de zin van artikel 6:248 lid 2 BW. Het antwoord op de vraag of redelijkheid en billijkheid aan een beroep op een contractueel beding in de weg staan, hangt af van tal van omstandigheden.

In onderhavig geval is het relevant dat [eiser] gebonden is aan het concurrentie- en relatiebeding zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomst. Door de kantonrechter wordt aangenomen dat het concurrentie- en relatiebeding uit de DRSA op dit moment geen verderstrekkende gevolgen heeft voor [eiser]. Het beding heeft hierdoor geen gevolgen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

De looptijd van het beding uit de DRSA kent een langere looptijd (twee jaar) dan het beding uit de arbeidsovereenkomst (een jaar). Een duur van twee jaar is lang. Dit geldt temeer als bedacht wordt dat dit beding overeen is gekomen in het kader van werknemersparticipatie en een significant langere looptijd kent dan gebruikelijk in een arbeidsverhouding. Kennis over pricing en hedgingbehoeftes veroudert snel. En binnen een jaar zullen de klanten van ACT ook al wel gewend zijn zaken te doen met de opvolger van [eiser] binnen ACT.

Toch is deze duur voorshands niet buitensporig te noemen. De kantonrechter overweegt dat een certificaathouder zoals [eiser] in beginsel een significant financieel voordeel zou kunnen behalen dat tegenover het aangaan van de beperkende bedingen staat. Deelname in de STAK was zeer gewild onder de werknemers en [eiser] was in zijn woorden forever grateful voor de mogelijkheid tot deelname. Hier tegenover stond dan wel de aanvaarding van de beperkende voorwaarden. Verder heeft nog steeds te gelden dat niet kan worden aangenomen dat [eiser], een jonge, kennelijk succesvolle handelaar, geen alternatieve werkzaamheden zou kunnen vinden, zo nodig in een andere handelsmarkt. Ook blijft nog steeds overeind dat de oprichting van een platform, dat volgens de stellingen van [eiser] slechts een kleine overlap kent met de activiteiten van ACT, voor het grootste, niet-concurrerende deel, door [eiser] nog steeds kan worden opgestart. Door [eiser] is niet, althans onvoldoende, naar voren gebracht waarom desondanks, bijvoorbeeld na een jaar, wél overgegaan dient te worden tot schorsing. Voorshands wordt dan ook geen grond gezien voor een beperking van de duur van het overeengekomen concurrentie- en relatieverbod.

De proceskosten

[eiser] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ACT c.s. worden begroot op:

- salaris gemachtigde

865,00

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.009,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in reconventie

De kantonrechter komt toe aan de voorwaardelijke vorderingen in reconventie. In conventie is namelijk geoordeeld dat [eiser] spoedeisend belang heeft en voldoende belang heeft bij zijn vorderingen jegens ACT. Bovendien heeft de kantonrechter zich niet onbevoegd verklaard kennis te nemen van de vorderingen van [eiser] ten aanzien van SMS en STAK.

De vordering om [eiser] te veroordelen tot afgifte van gegevens over zijn AI-platform op straffe van een dwangsom zal worden afgewezen. Naar zeggen van [eiser] is hij niet verder in de ontwikkeling van dit platform dan ideeën in zijn hoofd en een zelf gemaakt begin met het schrijven van software voor het platform op zijn eigen laptop. De kantonrechter overweegt dat niet is gebleken dat momenteel van meer sprake is dan enkele, niet vastomlijnde plannen van [eiser]. Van een opgerichte onderneming, website of communicatie met derden over zijn plannen, is niet gebleken. Van betrokkenheid bij een concurrerende onderneming is met het alleen uitwerken van ideeën nog geen sprake. Van een grond voor toewijzing van deze vordering is daarom niet gebleken.

Ook de vordering om [eiser] een verbod op te leggen om te concurreren op straffe van een dwangsom zal worden afgewezen. Het is [eiser] op grond van de arbeidsovereenkomst en de DRSA al verboden om te concurreren. In de bedingen die zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst en DRSA zijn ook al boetes opgenomen. Van een belang om daarnaast nog een dwangsom op te leggen is onvoldoende gebleken.

ACT c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

577,00

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

721,00

5. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

wijst de vorderingen van [eiser] af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

wijst de vorderingen van ACT c.s. af,

veroordeelt ACT c.s. in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als ACT c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.

66351

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.T. Beuving

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand