RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11899097 EA VERZ 25-1112
beschikking van: 24 april 2026
func.: 561
beschikking van de kantonrechter
I n z a k e
[verzoeker]
1. de naamloze vennootschap Brand New Day Bank N.V.
2. de naamloze vennootschap Allianz Nederland Groep N.V.
wonende te [woonplaats]
verzoeker
nader te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mr. F.B. van Batenburg
t e g e n
gevestigd te Amsterdam
gevestigd te Rotterdam
verweersters
nader te noemen: Brand New Day dan wel Allianz
gemachtigde: mr. A.G. Joxhorst
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
[verzoeker] heeft bij verzoekschrift van 24 september 2025, met producties, verzocht om te beslissen op een deelgeschil zoals bedoeld in artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Brand New Day en Allianz hebben een verweerschrift, met producties, ingediend.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] nog nadere producties ingediend. Kort voor de mondelinge behandeling heeft Brand New Day nog een langere versie van eerder ingediende filmbeelden ingediend.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. [verzoeker] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Voor Brand New Day is verschenen [naam 1], HR-manager. Voor Allianz is verschenen [naam 2]. Ook was mr. Joxhorst als gemachtigde aanwezig. Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten
1. Uitgegaan wordt van het volgende.
[verzoeker], thans 24 jaar oud, is werkzaam voor Brand New Day. Zijn werkplek is in het kantoor van Brand New Day in [locatie] in [plaats]. Brand New Day huurt daar de zesde verdieping in gebouw ‘[gebouw]’ van Atlas Arena Amsterdam C.V.
Medewerkers van Brand New Day kunnen hun fiets of auto stallen in de parkeergarage onder het gebouw. Als een fietser naar binnen wil, moet hij bovenaan de helling naar de garage een ‘tagscanner’ voor de lezer houden, waarna de garagedeur voor hem opengaat.
Op 4 november 2024, even voor 9:00 uur, heeft [verzoeker], bij het binnenfietsen van de parkeergarage van het gebouw, de naar beneden komende garagedeur tegen zijn hoofd gekregen. Als gevolg hiervan heeft [verzoeker] letsel aan zijn hoofd en nek opgelopen.
Allianz is de verzekeraar van Brand New Day.
Verzoek
2. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om
3. [verzoeker] stelt daartoe primair dat Brand New Day aansprakelijk is omdat zij heeft gehandeld in strijd met artikel 7:658 lid 2 BW. Subsidiair baseert [verzoeker] de aansprakelijkheid van Brand New Day op artikel 7:611 BW. [verzoeker] heeft als gevolg van het ongeval letsel geleden. De daardoor ontstane schade, inclusief smartengeld, begroot hij voorlopig op € 5.752,95, exclusief de kosten van artikel 6:96 lid 2 BW. [verzoeker] maakt verder op grond van artikel 1019aa Rv aanspraak op de kosten van dit deelgeschil.
4. Op de stellingen van [verzoeker] zal hieronder, voor zover voor de beoordeling van belang, nader worden ingegaan.
Verweer
5. Brand New Day en Allianz voeren verweer. Op het verweer zal hieronder, voor zover voor de beoordeling van belang, nader worden ingegaan.
Beoordeling
6. In geschil is of Brand New Day aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] lijdt of heeft geleden als gevolg van het incident op 4 november 2024.
Artikel 7:658 BW
7. [verzoeker] baseert zijn stelling dat Brand New Day aansprakelijk is in de eerste plaats op artikel 7:658 lid 2 BW. Volgens hem is Brand New Day haar zorgplicht van artikel 7:658 BW niet nagekomen. Er was sprake van een onveilige situatie. Ondanks het gebruik van de tagscanner heeft het immers kunnen gebeuren dat de garagedeur naar beneden is gegaan, zonder dat er een beveiligingsmaatregel, zoals een sensor, is aangebracht om dit te voorkomen. De schade is ook ontstaan in de uitoefening van de werkzaamheden. Er is namelijk sprake van een functioneel verband tussen de activiteit waarbij de schade is ontstaan en de dienstbetrekking. Weliswaar arriveerde [verzoeker] bij de parkeergarage voorafgaand aan de officiële start van zijn werkzaamheden, maar dat was geen openbare parkeergarage. Het was een voor de werknemers van Brand New Day bestemde parkeergarage waarover Brand New Day ook invloed kon uitoefenen, bijvoorbeeld door de eigenaar van de garage te verzoeken een defect te repareren. Brand New Day heeft haar werknemers geïnstrueerd over de aanrijroute en over hoe om moest worden gegaan met de toegangsdeur. In dat kader heeft zij ook een tagscanner verstrekt. Het gebruik van de parkeergarage was ook een onvermijdelijke stap om de werkplek te bereiken. De bedrijfsparkeergarage valt gezien dit alles onder de exclusieve controle van Brand New Day en moet daarom worden beschouwd als onderdeel van het bedrijfsterrein. Het valt daarmee onder de verantwoordelijkheid van de werkgever voor een veilige werkomgeving, aldus [verzoeker].
8. Dit betoog kan naar het oordeel van de kantonrechter niet leiden tot aansprakelijkheid van Brand New Day op grond van artikel 7:258 BW. Niet in geschil is immers dat [verzoeker], toen het incident gebeurde, nog niet aan het werk was. Hij was nog onderweg naar zijn werkplek en was daar nog niet aangekomen. Hij reed nog maar de parkeergarage in. Dat inrijden heeft te gelden als woon-werkverkeer. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het ook door partijen aangehaalde arrest van het Hof Amsterdam van 26 augustus 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3540. [verzoeker] heeft – voor zover al gesteld – niet duidelijk gemaakt dat dit inrijden al gebeurde in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Dat zijn werkgever aan haar medewerkers logistieke aanwijzingen heeft gegeven voor het stallen van een fiets of ander vervoermiddel, betekent nog niet dat daarmee al sprake is van uitoefening van de werkzaamheden. Ook de vraag of Brand New Day al dan niet zeggenschap had over (het beheer van) de parkeergarage is, zoals Brand New Day terecht aanvoert, in dit verband niet relevant. Nu geen sprake is van schade die is ontstaan in de uitoefening van de werkzaamheden, is artikel 7:658 BW niet van toepassing. Of Brand New Day heeft voldaan aan haar zorgplicht uit hoofde van dit artikel, kan dan ook onbesproken blijven.
Artikel 7:611 BW
9. [verzoeker] baseert de aansprakelijkheid van Brand New Day subsidiair op artikel 7:611 BW. Volgens hem heeft de werkgever, ook in een niet-werksituatie, de verantwoordelijkheid om de veiligheid van zijn werknemers te waarborgen als zij zich op het bedrijfsterrein bevinden voor werkgerelateerde doeleinden. Dit kan inhouden dat de werkgever redelijke maatregelen moet nemen om de parkeergarage veilig te houden. In dit geval heeft Brand New Day niet aan die zorgplicht voldaan. De garagedeur was immers niet voorzien van een sensor of andere veiligheidsmaatregel die het ongeval had kunnen voorkomen, terwijl dit eenvoudig had gekund, aldus [verzoeker].
10. De kantonrechter volgt [verzoeker] ook hierin niet. Ook als er met [verzoeker] vanuit zou worden gegaan dat de zorgplicht van de werkgever op grond van artikel 7:611 BW zich uitstrekt tot de door die werkgever gehuurde parkeergarage waar [verzoeker] zijn fiets in kan stallen, is in dit geval onvoldoende gesteld voor het oordeel dat Brand New Day zich niet als een goed werkgever heeft gedragen. Anders dan door [verzoeker] is gesteld, was er geen aanleiding voor Brand New Day om een veiligheidsmaatregel te nemen, of er bij haar verhuurder op aan te dringen dat zo’n maatregel zou worden genomen, die erin voorziet dat de deur ook opengaat als er niet of niet goed is geregistreerd dat er een tagscanner is aangeboden. Zoals Brand New Day terecht heeft opgemerkt is het om veiligheidsredenen helemaal niet de bedoeling dat dit mogelijk is. Het systeem van pasjes/tagscanners voorziet er juist in dat de deur alleen opengaat voor personen die over zo’n pasje beschikken en dat aanbieden. Dat het pasjessysteem niet goed werkt, is niet komen vast te staan. Uit het logboek blijkt dat de tag van de scooter die vóór [verzoeker] de garage in ging, wel is geregistreerd, evenals het kenteken van de auto die na hem kwam. Ook de garagedeuren functioneerden gewoon, zo blijkt uit de stukken die Brand New Day heeft ingediend. Brand New Day hoefde ook geen aanleiding te zien om te twijfelen – en zo nodig maatregelen te nemen – aan de deugdelijkheid van de garagedeuren en het tagscannersysteem. [verzoeker] heeft, voor zover hij dat heeft gesteld, niet aangetoond en onderbouwd dat er vóór het voorval op 4 november 2024 al over het niet functioneren van de tagscanner of de garagedeuren was geklaagd. Ter zitting is namens Brand New Day ook betwist dat er ooit dergelijke klachten zijn binnengekomen. [verzoeker] heeft wel een verklaring overgelegd van een ex-collega die verklaart dat de situatie ‘extreem gevaarlijk’ is, maar deze verklaring doet niet af aan het hiervoor gestelde. Ook uit die verklaring blijkt bijvoorbeeld niet dat de door de ex-collega gesignaleerde kwestie eerder al met Brand New Day is gedeeld, of dat anderen dat hadden gedaan. Dat de helling steil is en bij een afdaling per fiets tot hoge snelheid kan leiden, is een gegeven, maar dit maakt ook dat van de fietser in kwestie extra voorzichtigheid verlangd kan worden. Brand New Day heeft er, middels een bordje bij de scanner, ook op gewezen dat fietsers indien nodig moeten afstappen.
11. Al met al is dus niet komen vast te staan dat Brand New Day haar zorgplicht van artikel 7:611 BW – als die in dit verband al op haar zou rusten – heeft geschonden.
Conclusie
12. De kantonrechter komt dan ook tot de conclusie dat het verzoek moet worden afgewezen.
13. Gelet op het bepaalde in artikel 1019aa Rv is er bij deze uitslag geen plaats voor een begroting van de kosten of voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De kantonrechter:
wijst het verzoek van [verzoeker] af.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.T. Beuving, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter