RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12085482 \ CV EXPL 26-1471
Vonnis van 18 juni 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. M. Krabben-Tmim,
tegen
EXPAT SERVICE AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Expat Service,
vertegenwoordigd door: [vertegenwoordiger].
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 april 2026 met de daarin genoemde stukken,
- de mondelinge behandeling van 21 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Op de mondelinge behandeling is [eiser] verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde die aanwezig was door middel van een videoverbinding. Ook Expat Service is verschenen, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger].
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[eiser] is samen met twee andere huurders (hierna samen te noemen: huurders) in contact gekomen met Expat Service. Zij hebben op 29 juli 2023 een ‘Declaration of intent person seeking a house’ ingevuld en ondertekend. In dit document staat dat Expat Service in opdracht van huurders naar een huurwoning heeft gezocht en dat de bemiddelingskosten € 3.630,00 bedragen. In dit document staat verder dat het gaat om de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) en dat Expat Service niet in opdracht van de verhuurder heeft gewerkt.
Huurders hebben vervolgens een huurovereenkomst gesloten voor de woning en de bemiddelingskosten aan Expat Service betaald.
Op 22 november 2025 hebben huurders Expat Service gesommeerd de bemiddelingskosten terug te betalen omdat hen is gebleken dat Expat Service ook voor de verhuurder heeft opgetreden.
De twee andere huurders hebben hun vordering op Expat Service aan [eiser] gecedeerd.
Op 23 december 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] Expat Service gesommeerd om binnen veertien dagen de bemiddelingskosten terug te betalen. Expat Service heeft aan de sommatie geen gehoor gegeven.
3. Het geschil
[eiser] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Expat Service te veroordelen tot betaling van:
€ 3.630,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2026,
€ 488,00 zijnde buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2026,
de proceskosten, vermeerderd met rente.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat huurders de bemiddelingskosten onverschuldigd aan Expat Service hebben betaald. Volgens [eiser] heeft Expat Service bij de totstandkoming van de huurovereenkomst ook in opdracht van verhuurder gehandeld. Op grond van artikel 7:417 BW mocht Expat Service daardoor geen loon bij huurders in rekening brengen. Omdat Expat Service in verzuim verkeert, is zij tevens buitengerechtelijke incassokosten en rente verschuldigd.
Expat Service voert verweer en betwist dat zij in opdracht van verhuurder heeft gehandeld.
4. De beoordeling
Partijen hebben een bemiddelingsovereenkomst gesloten. Op grond van artikel 7:417 lid 4 BW geldt in dat geval dat de bemiddelaar die optreedt zowel voor de huurder als voor de verhuurder voor de verrichte werkzaamheden geen loon in rekening kan brengen aan de huurder. Deze bepaling is van dwingend recht. Beoordeeld moet daarom worden of Expat Service “twee heren heeft gediend”, anders gezegd: of zij niet alleen voor huurders, maar ook voor de verhuurder is opgetreden.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de woning niet op de website van Expat Service werd aangeboden. Volgens [eiser] had Expat Service de woning wel al in haar portefeuille, maar Expat Service heeft dat betwist en daartegenover aangevoerd dat zij naar de woning is gaan zoeken. Wat daar ook van zij, niet in geschil is dat huurders zelf geen contact hadden met de verhuurder, Expat Service de bezichtigingen van de woning heeft gefaciliteerd, aan verhuurder de huurprijs heeft gevraagd, het huurcontract heeft opgesteld, en dat zij heeft gezorgd voor de ‘check-in’ van huurders met de sleuteloverdracht. Dit zijn allemaal werkzaamheden die voor het overgrote deel zien op inspanningen die een verhuurder moet doen om een woning te verhuren. Hierdoor wordt Expat Service bij het sluiten van de huurovereenkomst geacht ook voor verhuurder te zijn opgetreden en mocht zij op grond van artikel 7:417 BW geen loon bij huurders in rekening brengen. Dat betekent dat de bepaling waarin staat dat Expat Service recht heeft op bemiddelingskosten nietig is. Dat Expat Service van verhuurder geen loon heeft ontvangen, maakt dat niet anders. Ook de overige aangevoerde omstandigheden die zich na het sluiten van de overeenkomst hebben voorgedaan zijn voor de beoordeling niet van belang, zodat de kantonrechter daaraan voorbij gaat.
Het voorgaande brengt met zich mee dat huurders de bemiddelingskosten onverschuldigd aan Expat Service hebben betaald en dat [eiser], na de cessie, recht heeft op volledige terugbetaling daarvan. De vordering tot betaling van € 3.630,00 is dan ook toewijsbaar.
De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag, te rekenen vanaf 7 januari 2026 is, als onbetwist en gegrond op de wet, toewijsbaar.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden zodat het gevorderde bedrag van € 488,00 toewijsbaar is. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf datum dagvaarding nu [eiser] niet heeft gesteld, en evenmin is gebleken, dat hij deze schade eerder heeft geleden.
Expat Service is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Expat Service niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
93,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
813,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Expat Service om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.630,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 7 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Expat Service om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 488,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Expat Service in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
veroordeelt Expat Service tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.
58984