ECLI:NL:RBAMS:2026:8526

ECLI:NL:RBAMS:2026:8526

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer 13/310018-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Een 26-jarige man is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf omdat hij op 1 november 2025 een vrouw vlak bij haar appartement gewelddadig beroofde van vier armbanden van Cartier en Van Cleef & Arpels.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/310018-25

Datum uitspraak: 27 augustus 2026

Vonnis van bovenvermelde rechtbank, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] ,

verblijvend op het adres: [adres] , [woonplaats] ,

nu gedetineerd in [naam Justitieel Complex] .

1. Het onderzoek op de zitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 13 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.T.A. de Ridder, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. L.R. Rommy, naar voren hebben gebracht.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van wat namens de benadeelde partij, [benadeelde partij] , door haar raadsvrouw, mr. S.A.L. Crucq, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld op 1 november 2025 te Amsterdam.

De gehele tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. De waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft bekend de diefstal met geweld te hebben gepleegd. Hij heeft echter verklaard twee, en niet vier, armbanden te hebben weggenomen. Daarnaast heeft hij ontkend aangeefster tegen het hoofd te hebben geslagen en geschopt en haar keel te hebben dichtgeknepen. Hij heeft “Geef je armbanden, geef je armbanden” gezegd, maar heeft geen andere bedreigingen geuit. Verdachte moet daarom gedeeltelijk van genoemde onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht, op grond van de bewijsmiddelen zoals opgenomen in bijlage II, bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld op 1 november 2025 te Amsterdam. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Het aantal armbanden

De rechtbank acht bewezen dat verdachte vier armbanden heeft weggenomen, ondanks het feit dat verdachte heeft verklaard dat hij slechts twee armbanden heeft gestolen. Dit heeft hij echter pas in een later stadium, nadat hij van het dossier kennis had genomen, verklaard. Daar tegenover staat dat aangeefster consistent heeft verklaard dat verdachte vier armbanden bij haar heeft weggenomen, waarbij voor de twee armbanden met een slotje geldt dat aangeefster heeft verklaard dat verdachte ten aanzien van die armbanden meer moeite moest doen. Verder is van belang dat uit de camerabeelden volgt dat de overval vijf minuten heeft geduurd. Ook dit tijdsverloop ondersteunt de aangifte dat het wegnemen alle vier armbanden tijd heeft genomen. De rechtbank ziet dan ook geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van de aangifte op dit punt.

Het toegepaste geweld

De rechtbank acht ook bewezen dat verdachte aangeefster tegen het hoofd heeft geslagen. Aangeefsters verklaring vindt op dit punt steun in het vastgestelde letsel. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte aangeefster haar keel heeft dichtgeknepen en dat hij haar tegen haar hoofd heeft geschopt nu dit geen steun vindt in de letselverklaring of door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund.

De geuite bedreigingen met geweld

De rechtbank acht bewezen dat de tenlastegelegde bedreigende woorden door verdachte zijn geuit. Verdachte heeft bekend “Geef je armbanden, geef je armbanden” te hebben gezegd. Aangeefster heeft verklaard dat hij ook de andere bedreigingen heeft geuit en in combinatie met het toegepaste geweld en het verzet van aangeefster tegen dit geweld, is er geen aanleiding om hieraan te twijfelen.

4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht, op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat, bewezen dat verdachte

op 1 november 2025 te Amsterdam, op de zesde etage van de galerij van een appartementencomplex, gelegen op de [adres] , vier armbanden (merk Cartier en Van Cleef & Arpels) die aan [benadeelde partij] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door

Taal- en schrijffouten zijn verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. De motivering van de straf en maatregel

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, wordt opgelegd. Zij heeft bij haar eis aansluiting gezocht bij de richtlijnen voor woningoverval. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt opgelegd in de vorm van een contact- en locatieverbod. Deze maatregel dient dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat aansluiting moet worden gevonden bij de oriëntatiepunten voor straatroof, niet voor woningoverval. Hij heeft verzocht om niet een langere gevangenisstraf op te leggen dan 6 maanden. Ten aanzien van de gevorderde 38v-maatregel heeft de raadsman verzocht om het locatieverbod te beperken tot de [adres] , waar de woning van aangeefster is gelegen, omdat het leven van verdachte zich voor een belangrijk deel in [adres] afspeelt.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezenverklaarde feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de zitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een brutale en gewelddadige diefstal. Hij heeft het appartementencomplex waar het slachtoffer woonde een aantal uren voor de roof bezocht: hij is er naar binnen gegaan, heeft daarna het complex verlaten om haar vervolgens op te wachten vlakbij haar woning. Toen zij ’s nachts thuiskwam van een feestje en nietsvermoedend uit de lift van het appartementencomplex stapte om naar haar woning te gaan, heeft hij haar met geweld overvallen en haar van haar armbanden beroofd. Verdachte heeft niet willen verklaren van wie hij de gegevens van slachtoffer heeft gekregen, maar het dossier bevat voldoende aanwijzingen dat het hier om een gerichte roof van kostbare sieraden.

De rechtbank vindt dat onder deze omstandigheden aansluiting moet worden gevonden bij straffen die worden opgelegd voor woningovervallen. Het afgesloten appartementencomplex is immers alleen voor bewoners, of met toestemming van bewoners toegankelijk. Het slachtoffer waande zich daar veilig, en behoort zich daar ook veilig te kunnen voelen. De ruimte tussen de voordeur van de woning en de afgesloten toegangsdeur van het appartementencomplex wordt door de rechtbank gezien als een verlengde van haar woning. Het slachtoffer heeft zich erg angstig en onveilig gevoeld en dergelijke feiten kunnen ervoor zorgen dat deze gevoelens langdurig blijven bestaan, alsmede tot psychische klachten leiden. Bij het slachtoffer is ook PTSS vastgesteld.

Verdachte heeft zich enkel en alleen laten leiden door zijn eigen financiële gewin en heeft geen enkel oog gehad voor de nadelige gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer.

Overvallen als deze zorgen ook gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank heeft voorts gelet op het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat hij al eerder voor vergelijkbare feiten is veroordeeld.

De straffen die worden opgelegd voor een woningoverval en het strafblad van verdachte rechtvaardigen in beginsel een hogere straf dan door de officier van justitie geëist. De rechtbank houdt echter ook rekening met de nog jonge leeftijd van verdachte en zijn wens om na het uitzitten van zijn straf een leven zonder criminaliteit te leven. Gezien voornoemde omstandigheden ontkomt de rechtbank er uit oogpunt van vergelding echter niet aan om een hogere gevangenisstraf op te leggen dan door de raadsman van verdachte is bepleit.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Door de van toepassing zijnde wet- en regelgeving inzake de voorwaardelijke invrijheidstelling gaat de rechtbank met het opleggen van deze straf in de praktijk niet uit boven de eis van de officier van justitie.

De rechtbank ziet aanleiding om, naast eerdergenoemde straf, een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr op te leggen in de vorm van een contact- en locatieverbod voor de duur van twee jaar. Dit houdt in dat verdachte, gedurende twee jaar, op geen enkele wijze – direct of indirect – contact mag zoeken, opnemen of hebben met [benadeelde partij] en dat verdachte zich niet op de [adres] mag bevinden. Omdat er gelet op de bewezen gedraging van verdachte ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon beveelt de rechtbank, gelet op artikel 38v, vierde lid, Sr, dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

8. De benadeelde partij

De vordering van benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft € 29.971,- gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering bestaat uit € 19.971,- aan vergoeding van materiële schade en € 10.000,- aan vergoeding van immateriële schade. De benadeelde partij heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het materieel gevorderde heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte heeft verklaard twee armbanden, en niet vier, te hebben weggenomen. Ook heeft hij verzocht om een afschrijvingspercentage te hanteren en het deel van de vordering dat ziet op de immateriële schade te matigen.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde diefstal met geweld rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank heeft diefstal van vier armbanden bewezen verklaard. De rechtbank zal geen afschrijvingspercentage hanteren. Zij vindt hierbij aansluiting bij recente rechtspraak waaruit volgt dat dergelijke luxegoederen waardevast zijn. De verschillende posten van de materiële vordering zijn met bewijsstukken onderbouwd. De vordering tot vergoeding van materiële schade zal daarom geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het ontstaan van de schade op 1 november 2025, tot aan de dag van de voldoening.

Immateriële schade

Op grond van artikel 6:106, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding omdat zij ten gevolge van het bewezenverklaarde lichamelijk en geestelijk letsel heeft opgelopen.

De benadeelde partij heeft toegelicht dat zij nog steeds last heeft van gevoelens van angst en paniek, waarvoor zij antidepressiva gebruikt. Dit wordt onderschreven in de bij haar vordering gevoegde brief van haar psychiater en psycholoog, waaruit bovendien volgt dat bij haar PTSS is vastgesteld. Daarnaast heeft de benadeelde partij letsel opgelopen, zoals volgt uit de letselverklaring. Op grond van deze omstandigheden, rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend en de actueel bekende medische situatie van het slachtoffer, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding op dit moment naar billijkheid op € 8.500,-.

De rechtbank zal de vordering tot immateriële schadevergoeding gedeeltelijk toewijzen tot € 8.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het ontstaan van de schade op 1 november 2025, tot aan de dag van de voldoening.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Voor het meerdere wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering verklaard.

9. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36f, 38v, 38w en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht.

Legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van twee jaar:

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 (één) week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. De totale duur van de tenuitvoergelegde vervangende hechtenis bedraagt ten hoogte zes maanden.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] gedeeltelijk toe tot € 28.471 (achtentwintigduizend vierhonderdeneenenzeventig euro), bestaande uit vergoeding van € 19.971,- (negentienduizend negenhonderdeneenenzeventig euro) aan materiële schade en € 8.500,- (achtduizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 november 2025, tot aan de dag van de voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] .

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering.

Legt aan verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat € 28.471 (achtentwintigduizend vierhonderdeneenenzeventig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 november 2025, tot aan de dag van de voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 153 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. van Dijk, voorzitter,

mr. R. van de Water en mr. G.J.M. Kruizinga, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.C.A. Olsen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank van 27 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.A. van Dijk
  • mr. R. van de Water
  • mr. G.J.M. Kruizinga

Griffier

  • mr. M.C.A. Olsen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand