RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-029529-26
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 26 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 december 2025 door de Regional Court in Poznań, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] (Polen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1. Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. D.S. Altena, advocaat te Utrecht, die waarneemt voor mr.
R. Zilver, eveneens advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding
bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
2. Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een vonnis, namelijk de judgment of the District Court in Szamotuly of 4 July 2018 (II K 366/18).
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Deze straf resteert volgens het EAB nog volledig.
De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Standpunt van de verdediging en de officier van justitie
De raadsvrouw en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is omdat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig is geweest op de zitting die tot de veroordeling heeft geleid.
Oordeel van de rechtbank
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.
5. Strafbaarheid
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten;
oplichting.
Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Polen maximaal een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.
Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
6. Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
7. Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
8. Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Regional Court in Poznań, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en H.J.H. van Meegen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 augustus 2026.
De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.